Het vliegende hart

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Het vliegende hart
Stripreeks Suske en Wiske
Volgnummer 27
Scenario Willy Vandersteen
Tekeningen Willy Vandersteen
Eerste druk 1970
Lijst van verhalen van Suske en Wiske
Portaal  Portaalicoon   Strip

Het vliegende hart is het zevenentwintigste stripverhaal uit de reeks van Suske en Wiske. Het is geschreven door Willy Vandersteen en gepubliceerd in de gezinskrant De Bond van 14 december 1952 tot en met 27 december 1953. Het uitwerken van de achtergronden werd verzorgd door Karel Boumans.

De eerste albumuitgave was in 1970 in de CISO-reeks. In de Vierkleurenreeks is dit verhaal niet als op zichzelf staand album uitgebracht. Het werd in 1982 in één album uitgegeven samen met De snoezige Snowijt. Het album in kwestie kreeg volgnummer 188. In 1995 verscheen Het vliegende hart opnieuw in de reeks Suske en Wiske Klassiek.[1]

Het was het derde Suske en Wiske-verhaal dat zich grotendeels op Amoras afspeelde.[2]

Locaties[bewerken]

Personages[bewerken]

Uitvindingen[bewerken]

Het verhaal[bewerken]

Leeswaarschuwing: Onderstaande tekst bevat details over de inhoud en/of de afloop van het verhaal.

Lambik gaat een hond voor Suske en Wiske kopen, maar komt thuis met een papegaai. Het dier spreekt over “Amoras verlossen” en een “prinsesje zonder naam”. Als Lambik de papegaai wil vangen valt hij met het gordijn naar beneden en roept “Miljaar”. Tante Sidonia wil niet dat hij de vogel lelijke woorden leert en Lambik vertrekt. Suske, Wiske en tante Sidonia vertrekken met de gyronef naar Amoras en Lambik gaat op het laatste moment toch mee. De vrienden botsen tegen de kathedraal van Amoras en komen bij de klok terecht. Lambik komt per toeval bij twee mannen in de toren en krijgt een pakketje in handen geduwd en hoort dat het een bom is als de mannen wegrennen. Lambik vraagt de herbergier of hij het Prinsesje zonder naam kent en even later komen twee gewapende mannen binnen, maar dan ontploft de bom en de vrienden kunnen de aanvallers vastbinden. Lambik krijgt een speciale borrel en dit blijkt een toverdrank te zijn en één man kan ontsnappen. Een schildwacht vindt Lambik onbeweeglijk bij het standbeeld van Sus Antigoon en de mannen willen Lambik radbraken. De ontsnapte man laat de papegaai los en Lambik kan ontsnappen en volgt de papegaai naar een galjoen. Suske, Wiske en tante Sidonia vinden het prinsesje en zij vertelt dat op haar zevende verjaardag slecht nieuws kwam. Haar vader was met het galjoen vergaan, en haar oom liet haar moeder iets drinken en zij viel in slaap. Het prinsesje werd blind en de volgende dag hoorde ze dat haar moeder verdwenen was. De vrienden willen het meisje naar een dokter in Vlaanderen brengen, maar ze worden gevangengenomen door de mannen in capes. Lambik krijgt opnieuw een drankje en wordt overboord gegooid, maar per toeval komt hij terecht in het ruim bij zijn vrienden. De vrienden kunnen de boeven overmeesteren en komen dan in een draaikolk terecht.

De notaris wordt bewusteloos gemept en krijgt dan een drankje, waardoor hij verandert in een zwarte gans. De heks vliegt op een bezemsteel en Lambik eet een eitje van de zwarte vogel. Dan blijkt Lambik opnieuw in de macht van de heks en wordt met een kanonskogel afgeschoten, als hij samen met de heks op het dek terechtkomt is hij weer normaal. De heks vertrekt naar de geestenwereld en vertelt nog dat er drie nachtplanten in de heuvels van Amoras groeien. De vrienden gaan met het galjoen naar het eiland en Suske, Wiske en Lambik gaan op zoek naar de nachtplanten. De vrienden ontmoeten een sprekende beer en ontmaskeren de herbergier, een medeplichtige van de notaris. De man sluit Suske en Wiske op in een kooi en stopt Lambik in een zak, als er een andere beer arriveert kruipt hij zelf in de kist en gooit Suske en Wiske er uit. De beer schopt de herbergier uit het huisje en dan blijkt het tante Sidonia te zijn. De vrienden vullen de zak met planten en gaan terug naar het prinsesje, de papegaai komt ook en brengt de vrienden naar de herberg. De vrienden kunnen voorkomen dat de herbergier het toverboek in de haard verband en de gans verandert weer in de notaris. De vrienden gaan naar de kathedraal en Lambik, die een haan is geworden, kan naar de spits komen en valt van de windhaan. De vrienden lezen de tekst op de halfverbrande pagina en ze maken het goedje en gooien dit over Lambik. Lambik krijgt zijn normale uiterlijk terug en ook een torenduif wordt weer mens en stelt zich voor als prins Koenrad. Prins Koenrad neemt Lambik mee naar zijn paleis, maar de mannen worden neergeslagen als ze naar binnen moeten gaan. De vrienden hebben de gyronef in de kathedraal herstelt en komen ook aan bij het paleis, prins Koenrad ziet zijn dochtertje en merkt dat zij blind is. Suske en Wiske kunnen de notaris en de herbergier gevangennemen en ze snappen nu dat de papegaai de moeder van het prinsesje is. Ze gieten toversap op het dier, maar ze verandert niet. Dan roept Lambik “één, twee, drie, hup” (dit blijkt op het missende gedeelte van de halfverbrande pagina te staan) en de papegaai krijgt weer een menselijk uiterlijk. Het prinsesje kan weer zien nu haar moeder terug is. De herbergier en notaris vragen om vergiffenis, omdat het kerst is geweest besluit het koninklijk gezin hen alles te vergeven en de vrienden gaan met de gyronef naar huis.

Uitgaven[bewerken]

Publicaties
Krant of tijdschrift Nummer Publicatiedatum Voorganger Opvolger
De Bond 1 14 december 1952 - 27 december 1953 geen geen
De Stem 10 24 augustus 1955 - ? 1956 De kleppende klipper De briesende bruid
Albumuitgaven
Stripreeks of collectie Nummer Eerste druk Voorganger Opvolger
Ciso uitgave 7 november 1970
Vakantieboek 1 1973
Extra dik album (Centra Nederland) november 1975
Vierkleuren Reeks 188 juni 1982 De droevige duif De belhamel-bende
Extra 7 1988
Collectie 31 1988
Rode Klassiek Reeks 23 16 november 1995 De dolle musketiers De tamtamklopper
Anderstalige uitgaven
Taal Reekstitel Albumtitel Datum Opmerkingen
Frans Bob et Bobette Le coeur volant juni 1982 Vierkleuren Reeks

Externe link[bewerken]