Naar inhoud springen

Bibbergoud

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Bibbergoud
Stripreeks Suske en Wiske
Volgnummer 13 (VK 138)
Scenario Willy Vandersteen
Tekeningen Willy Vandersteen
Eerste druk 1950
Uitgever Standaard Uitgeverij
Lijst van verhalen van Suske en Wiske
Portaal  Portaalicoon   Strip

Bibbergoud is het dertiende stripverhaal uit de reeks van Suske en Wiske. Het is geschreven en getekend door Willy Vandersteen.

Het verhaal werd gepubliceerd in De Standaard en Het Nieuwsblad van 16 april 1949 tot en met 24 augustus 1949. De eerste albumuitgave was in 1950, op dat moment in de Vlaamse ongekleurde reeks. Het verhaal kreeg hier albumnummer 8. In 1973 kwam Bibbergoud uit in de Vierkleurenreeks, met albumnummer 138.[1]

In juni 1994 verscheen de geheel oorspronkelijke versie nog eens in Suske en Wiske Klassiek.

  • Suske, Wiske met Schanulleke, tante Sidonia, Lambik, machinist, circusbaas, paardentemmer, Brutus en leeuwin, boer, Kleine Soepoog, Joe en zijn vrouw, circusmedewerkers, indianen, Eenzame Eksteroog, Flatfeet-indianen, sachem, nieuwe sachem, Het Gewassen Hemd, squaws, Sitting Flower, Kid Karbonkel met zijn Hilda (locomotief), Sprekende Totem
Leeswaarschuwing: Onderstaande tekst bevat details over de inhoud of de afloop van het verhaal.

Terwijl Lambik door de Kempen loopt, is hij compleet verdiept in een boek over Buffalo Bill. Even later wordt hij door de bliksem geraakt en belandt midden op de spoorweg. Een paard redt hem van een aanstormende trein. Even later duikt er een indiaan op, die met zijn lasso het paard vangt en meeneemt.

Suske, Wiske en Lambik gaan later naar circus Knoesel, waar het paard en de indiaan waarschijnlijk bij hoorden. Hier wint Lambik een geldprijs ter waarde van 10.000 frank, doordat het hem lukt om op het woeste circuspaard Diabolo te blijven zitten, nadat Suske en Wiske eerst lijm op zijn broek hebben gesmeerd. Een indiaan die buiten de circustent zit biedt Lambik, in ruil voor het prijzengeld, een speciale goudmijn in Californië aan. Even later wordt Lambik door de circusbazen ontvoerd, maar Suske en Wiske weten hem weer te bevrijden. Lambik krijgt de Bibbergoudmijn alsnog in bezit, en nu moet hij er nog zelf zien te komen.

Lambik reist af naar het Wilde Westen, maar hij neemt Suske en Wiske niet mee. De twee kinderen reizen hem op eigen houtje achterna en belanden in de Wervelwindwoestijn. Een bejaard koppel vertelt hun dat Lambik een paar dagen eerder zonder water de woestijn in is getrokken. Tijdens hun woestijnreis worden de twee kinderen bevangen door gebrek aan water en de hitte. Suske schiet per toeval een cactus stuk die vol water zit, zodat ze voorlopig weer zijn gered. De kinderen volgen de sporen van Lambik, maar deze houden plots op. Ze zien dat ze in een omgeving met drijfzand zijn terechtgekomen en dat Lambik hier eerder kopje onder moet zijn gegaan. Wiske weet Lambik nog levend weer naar boven te halen. Het volgende moment blijken echter al hun spullen verdwenen, inclusief Schanulleke. De vrienden ontmoeten de indiaan Eenzame Eksteroog en verzorgen de bewusteloze Lambik in het verblijf van deze indiaan. Even later ziet Wiske dat Eenzame Eksteroog Schanulleke wil vernietigen. Dan wordt de indiaan plotseling aangevallen door een slang, terwijl op hetzelfde moment een gier wegvliegt met het poppetje. Wiske besluit het leven van Eenzame Eksteroog te redden, en Schanulleke maar te laten gaan. Ze verneemt hierna van Eenzame Eksteroog dat de Bibbergoudmijn door een kwade geest wordt beschermd. Voor de Flatfeet-indianen is deze goudmijn een sacrale plek. Ze laten hier dus niemand van buitenaf toe, al zeker geen blanken. Niemand die de goudmijn desondanks heeft weten te betreden, is er tot nu toe levend uit gekomen.

Lambik geneest, maar verstuikt wel weer zijn voet. De gier laat intussen Schanulleke ergens vallen. Het poppetje wordt door de Flatfeet-indianen bij hun sprekende totem gelegd. De vrienden gaan op zoek naar de goudader en worden door de indianen omsingeld. Lambik wordt gevangen en zijn wagen stort een ravijn in. Hun geheimzinnige nieuwe sachem (een onbekende met een sluier voor zijn hoofd) overmeestert de kinderen, maar moet dan zelf vluchten voor een kudde bizons. Suske en Wiske worden door de kudde meegevoerd. De Flatfeet-indianen nemen Lambik mee, ondervragen hem en besluiten hem ter dood te veroordelen. De sachem licht even zijn sluier op, zodat Lambik diens gezicht ziet. Lambik is stomverbaasd; het lijkt een bekende van hem te zijn. Dan steekt de sachem de brandstapel aan. Een oudere indiaan biedt echter aan om Lambiks leven te sparen, op voorwaarde dat Lambik met een van de vrouwen uit de stam trouwt. Als de al oudere maar nog ongehuwde dochter van het opperhoofd, een erg lelijke vrouw genaamd Sitting Flower, zich opwerpt als Lambiks bruid, laten de indianen Lambik vrij. De sachem neemt Lambik apart en waarschuwt hem dat hij dat hij het kamp niet mag verlaten, noch de sachems verborgen identiteit verklappen, anders zal hij alsnog worden gedood. Verderop lezen Suske en Wiske rooksignalen waardoor ze weten wat er aan de hand is. Ze besluiten Lambik te bevrijden met hulp van een oude goudzoeker, Kid Karbonkel. Lambik loopt inmiddels, zeer tegen zijn zin, in de huwelijksstoet met naast hem de aan hem opgedrongen bruid.

Suske en Wiske verhinderen dat het huwelijk wordt voltrokken. Ze kunnen voorlopig aan de indianen ontkomen met de locomotief van Karbonkel. De locomotief rijdt even later een rivier in, maar de vrienden zijn er voortijdig uit gesprongen. Nu hij dicht bij het Bibbergoud is, verandert Lambiks karakter plotseling sterk; hij is ineens heel inhalig en denkt alleen nog aan de schat die op hem wacht. Hij laat de anderen alleen achter om het goud helemaal voor zichzelf te kunnen houden. Suske, Wiske en Karbonkel vinden even later een kano. Ze proberen Lambik die intussen in de rivier is beland op te pikken, maar hij wil niet meer met hen mee; hij denkt dat ze enkel op zijn goud uit zijn. Even later wordt Lambik in zijn hoofd geraakt door een pijl van de indianen, maar hij blijft in leven. Een Vlaams sprekende beer die sokken draagt redt hem alsnog uit de rivier en verlost hem weer van de pijl. Karbonkel wordt intussen gevangen door de gemaskerde sachem, die vertelt dat de Sprekende Totem de Bibbergoudmijn bewaakt. Dan is ook Lambik bij de goudmijn en de totem. De gemaskerde sachem slaat Lambik buiten westen, waarna de sachem op zijn beurt bewusteloos wordt geschoten door Wiske. Wiske trekt nu eindelijk het masker van de sachem af en ziet tot haar grote ontzetting dat het Schanulleke is. Het poppetje werd, nadat het door de indianen was gevonden, door de toverkracht van de Totem groot en levend gemaakt.

De ontmaskerde Schanulleke vlucht weg en keert terug met versterking. Suske en Wiske gaan er ook vandoor, maar Lambik weigert het goud waar hij recht op heeft op te geven. De nog steeds betoverde Schanulleke schiet een brandende pijl af in het droge landschap en Suske en Wiske dreigen ingesloten te raken door het vuur. De beer kan hen nog redden. Dan treedt echter ook de vloek van de Totem in werking; de enorme berg goud in de mijn begint hevig te bibberen en te trillen, en Lambik wordt compleet onder het omvallende goud bedolven. Hij dreigt ter plekke te stikken. Het lukt Suske en Wiske niet om hem te bevrijden. Intussen heeft Lambik veel spijt van zijn hebzuchtige gedrag. De beer brengt nu een lading springstof tot ontploffing. De Totem en het goud zijn daarna verdwenen. Lambik is nu weer vrij en genezen van zijn goudkoorts. Schanulleke is na de explosie ook weer helemaal normaal. Wiske bedankt de beer, en dan blijkt dat dit tante Sidonia is. Ze las in de krant wat er allemaal gebeurde en ging met de gyronef ook naar Californië. Ze vermomde zich als een beer, om niet op te vallen voor de indianen.

Via rooksignalen horen de vrienden nog dat Kid Karbonkel met Sitting Flower zal huwen. Hierop keren ze terug naar huis.

Achtergronden bij het verhaal

[bewerken | brontekst bewerken]
  • Bij de heruitgave in de Vierkleurenreeks is het verhaal, afgezien van de kaft, niet hertekend. Met veel andere verhalen uit de begintijd is dit wel gebeurd. Wel is de tekst aangepast, zodat deze meer op Standaardnederlands leek.
  • De titel is een woordspeling op de "bibbergeld", een benaming voor geld dat men aan een ander geeft om een gevaarlijke klus door diegene te laten klaren. Mogelijk verwijst het in dit verband tegelijk naar het geld dat de Antwerpse dokwerkers kregen om tussen september 1944 en mei 1945 de haven van Antwerpen open te houden, terwijl Antwerpen werd bestookt door Duitse v-bommen. De zwaarste inslag van een V-2 was op een bioscoop waar men de film Buffalo Bill vertoonde: in één klap vielen daarbij 547 doden.
  • Vandersteen las als kind zelf graag de Buffalo Bill-cowboyverhalen.
  • "Sitting Flower" is een woordspeling op Sitting Bull, het opperhoofd van Sioux, die ook optrad in de Wild West shows van Buffalo Bill.
  • Als Sitting Flower in haar kano naar het indianendorp komt gevaren, zingt ze het Zuid-Afrikaanse lied Mamma, 'k wil 'n man hê! Wanneer ze uiteindelijk gaat huwen, zingt ze: Vogeltje, gij zijt gevangen.
  • Na Prinses Zagemeel is dit het tweede verhaal waarin Schanulleke een min of meer centrale rol heeft. Ook is Bibbergoud het eerste Suske en Wiske-verhaal waarin Wiskes poppetje – tijdelijk – door magie tot leven komt en kan spreken. In sommige latere verhalen is dit motief hergebruikt (bijvoorbeeld De sterrenplukkers, Het Bretoense broertje en De rinoramp).
Publicaties
Krant of tijdschrift Nummer Publicatiedatum Voorganger Opvolger
De Standaard / Het Nieuwsblad 11 16 april 1949 - 24 augustus 1949 De mottenvanger Lambiorix
Het Nieuwsblad van het Zuiden 1 31 december 1952 - 24 april 1953 geen Het zingende nijlpaard
Albumuitgaven
Stripreeks of collectie Nummer Eerste druk Voorganger Opvolger
Vlaamse ongekleurde reeks 8 1950 De witte uil Lambiorix
Hollandse ongekleurde reeks 1 1953 geen Het bevroren vuur
Vierkleurenreeks 138 januari 1973 De ringelingschat De boze boomzalver
Strip klassiek 14 september 1983 De witte uil Bessy - Het geheim van Rainy Lake
Suske en Wiske Collectie 18 1986
Groot formaat uitgave 1992
Rode klassiek reeks 12 9 juni 1994 De mottenvanger Lambiorix
Stripfestival Middelkerke juli 1998
Originele Verhalen 4 1999
Uitgave VUM-groep 8 25 maart 2005 De witte uil Lambiorix
Uitgave voor Shell 7 30 november 2005 De stugge Stuyvesant De stalen bloempot
De beste 10 6 10 mei 2006 De duistere diamant Angst op de "Amsterdam"
X-Large 4 14 juni 2006
Witte reeks 26 1 oktober 2019 De mottenvanger De bronzen sleutel
Anderstalige uitgaven
Taal Reekstitel Albumtitel Datum Opmerkingen
Frans Bob et Bobette Lambique chercheur d'or 1951 Ongekleurde Reeks
Frans Bob et Bobette Lambique chercheur d'or januari 1973 Vierkleuren Reeks
Engels Willy and Wanda A fool's gold 1977 Amerikaanse Reeks
IJslands Siggi og Vigga Gullæðið geggjaða 18 april 1990