Koningskwestie

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Jump to search
Toen Leopold III in juli 1950 terug in het land kwam, braken in Vlaanderen en Wallonië stakingen uit. Politiek spoedoverleg resulteerde in de overdracht van de koninklijke bevoegdheden aan kroonprins Boudewijn. De foto toont een manifestatie in Kortrijk.

De koningskwestie is het politieke conflict dat in België ontstond in het begin van de Tweede Wereldoorlog en duurde tot 1951 over het al dan niet terugkeren van Leopold III als koning.

Toen Leopold III zich vanaf 28 mei 1940 als de krijgsgevangene van Adolf Hitler beschouwde en capituleerde, ontstond er een conflict met de regering in ballingschap, die de strijd vanuit het buitenland wilde voortzetten. Leopold III wilde het scenario van de Eerste Wereldoorlog voorkomen. Dit defaitisme werd veroordeeld in het Franse Limoges door de regering en het parlement, dat evenwel niet volledig aanwezig was. Leopolds bezoek aan Hitler in Berchtesgaden (19 november 1940) zorgde voor een escalatie, net zoals zijn huwelijk met de zwangere Lilian Baels in 1941. Na de terugkeer van de regering begin september 1944 namen de voornaamste regeringsleden, en ook de geallieerden, kennis van het 'politiek testament' dat de koning had achtergelaten en dat groot ongenoegen veroorzaakte. De hoofdredenen hiervoor waren:

  • dat Leopold III excuses eiste van de regering-Pierlot voor de in juni 1940 over hem geuite kritiek,
  • dat hij geen respect, zo niet dankbaarheid betoonde tegenover de geallieerde bevrijders,
  • dat hij evenmin de inspanningen van de regering in ballingschap en die van het verzet erkende.

Dit leidde tot een constitutionele crisis, die zou leiden tot het aftreden van Leopold III op 16 juli 1951, waarop de jonge kroonprins Boudewijn 's anderendaags de troon zou overnemen.

Leopold III en koningin Astrid in 1926.

Ontstaan[bewerken]

Paul-Henri Spaak, eerste minister van 1938 tot 1939 en lid van de regering-Pierlot in Londen.

Voor de Tweede Wereldoorlog leefde Leopold op gespannen voet met zijn regeringen. Hij verweet de ministers dat ze elkaar in hoog tempo aflosten en dat ze in de greep waren van niet-constitutionele instellingen zoals partijen en vakbonden. Politiek leek aldus een compromis van materiële belangen in plaats van het dienen van het algemeen belang. Hij zag het als zijn plicht daartegen in te gaan. Omgekeerd was er eveneens wantrouwen. Na de inval van nazi-Duitsland weigerde Leopold met zijn regering in ballingschap te gaan in het Verenigd Koninkrijk, in tegenstelling tot koning Haakon VII van Noorwegen, groothertogin Charlotte van Luxemburg en koningin Wilhelmina der Nederlanden. Hij wilde in zijn land blijven, zoals koning Christiaan X van Denemarken. Aanvankelijk weigerde Leopold immers ook om de regering-Pierlot-Spaak naar Frankrijk te volgen. De gesprekken tussen hem en de regering op 25 mei 1940 op het Kasteel van Wijnendale resulteerden in de breuk tussen beiden. Als opperbevelhebber van het Belgisch leger zei hij het lot van zijn soldaten te willen delen en wilde hij de bezette bevolking bijstaan.

Aanhalingsteken openen

Ik ben vastbesloten om te blijven te midden van mijn troepen, het is een gevoelskwestie. (...) Frankrijk zal aan de strijd verzaken, binnen enkele dagen misschien al. Engeland zal de strijd in zijn koloniën en op zee voortzetten. Ik kies de lastigste weg.

Aanhalingsteken sluiten
— Leopold III

De koning was ervan overtuigd dat Hitler de oorlog had gewonnen en dat hij het lang voor het zeggen zou hebben. Een Belgisch bestuur moest in het land blijven om de onafhankelijkheid en het voortbestaan van de dynastie te garanderen. De regering meende daarentegen dat, zolang Britten en Fransen bleven vechten, België zich niet bij de nederlaag mocht neerleggen, zelfs niet na de bezetting. Daarom trok de regering zich terug naar Frankrijk en later naar Londen en eiste dat de koning zich als staatshoofd bij zijn regering zou voegen.

Capitulatie[bewerken]

Op 28 mei 1940 capituleerde Leopold en werd hij formeel krijgsgevangene. Meteen verklaarde de regering vanuit Parijs dat de koning als krijgsgevangene in de onmogelijkheid tot regeren verkeerde en voortaan de ministerraad de koninklijke macht zou uitoefenen, tot een regent werd aangewezen. Op de Franse radio viel eerste minister Hubert Pierlot de koning aan, waarop Leopold zijn regering niet meer erkende. Het gedeelte van de Belgische parlementsleden dat in de Franse stad Limoges aanwezig was, keurde de houding van de regering kort daarop goed. Op 18 en 19 juni was de regering-Pierlot zelf reeds van mening "iedere vijandige daad tegenover de Duitsers [te moeten] vermijden". Na de Franse capitulatie van 22 juni raakten een aantal ministers overtuigd van het gelijk van de koning. Op 26 juni schreef de regering een brief aan Leopold waarin zij haar ontslag voorstelde zodra de vorst dat wenselijk achtte om een nieuwe regering te vormen. In dezelfde brief (met als koerier de Belgische diplomaat burggraaf Joseph Berryer) had eerste minister Pierlot het over twee dringende zaken die dienen te worden behandeld, één ervan was met de Duitsers de voorwaarden te bespreken van een wapenstilstand of een overeenkomst betreffende België. De vorst weigerde te antwoorden en later verbood Hitler die ministers om terug te keren. De ministers Marcel-Henri Jaspar (Volksgezondheid), Albert De Vleeschauwer (Koloniën) en Camille Gutt (Financiën) weken intussen naar Engeland uit. De Vleeschauwer, die Belgisch-Congo onder zijn gezag had, gooide het op een akkoord met de Britse regering om de strijd voort te zetten en hij overtuigde zijn collega's Pierlot en Paul-Henri Spaak te Vichy om via Spanje en Portugal naar Londen te komen en daar de regering verder te zetten.

Krijgsgevangen in Laken[bewerken]

Hoewel hij formeel een krijgsgevange was, verbleef de koning met zijn hofhouding en kinderen in het kasteel van Laken en onderhield hij contact met enkele politici in België, zoals met de autoritaire socialist Hendrik De Man. Deze invloedrijke leider schreef in die dagen een Manifest waarin hij opriep de Duitse overwinning te aanvaarden en België op te bouwen met één partij rond de koning en 'verlost' van het parlementarisme. Toen hij de tekst begin juli 1940 wilde publiceren, verbood de bezetter dit.[bron?]

Ontmoeting met Hitler[bewerken]

Een mogelijke ontmoeting tussen Leopold en Hitler werd al onmiddellijk op initiatief van deze laatste vooropgesteld. Op 31 mei kreeg Leopold hiervoor een formele uitnodiging, die hij aanvaardde, maar met een voorwaarde: Leopold wilde een ontmoeting incognito. Hitler ging hier niet mee akkoord. De bijeenkomst werd derhalve uitgesteld. Toen de koning er op 26 augustus via zijn bewaker Werner Kiewitz aan herinnerde, was de belangstelling bij Hitler verdwenen. Hij had ondertussen wrevel opgevat tegenover de koning en met een instructie van 14 juli beslist dat de handelingsvrijheid van Leopold III beperkt en gecontroleerd diende te worden. Hij was ontstemd over de rol die Leopold vanuit zijn residentie in Laken speelde met talrijke audiënties van Belgische personaliteiten. Dit was duidelijk in het 'Manifest' geschreven door Hendrik De Man, die enkele maanden later ten paleize persona non grata werd.

Het bezoek aan België van zijn zus Marie-José, de echtgenote van de kroonprins van Italië, Duitslands bondgenoot, gebruikte Leopold om Hitler opnieuw te benaderen. Marie-José reisde van Brussel naar Berchtesgaden (en terug) en bemiddelde bij Hitler om Leopold te ontvangen. De ontmoeting vond plaats op 19 november 1940 in Berchtesgaden. Hitler bevestigde dat Leopold niet zou regeren zolang de oorlog duurde en weigerde toezeggingen omtrent de toekomst van België na de oorlog. Dit bekrachtigde ogenschijnlijk de houding die de vorst na 28 mei 1940 aannam, maar betekende - in tegenstelling tot wat Leopold zichzelf oplegde - een poging tot politieke besprekingen. Adolf Hitler ging er niet op in. Ook met betrekking tot de voedselbevoorrading en het lot van de krijgsgevangenen bereikte Leopold niets.

Lilian Baels[bewerken]

Kardinaal Jozef Van Roey in 1929.

Op 6 december 1941 trad Leopold in het huwelijk met de zwangere Lilian Baels die (onofficieel) de titel prinses van Retie kreeg. Daarop bleek dat ze eerder al, op 11 september, in het geheim kerkelijk waren gehuwd. Kardinaal Jozef Van Roey, de aartsbisschop van Mechelen trok zich hierbij niets van de Belgische Grondwet aan, die een kerkelijk huwelijk verbiedt voor het burgerlijk huwelijk. Het nieuws van dit huwelijk en de geboorte, zeven maanden later, van een zoon (prins Alexander van België) werd door grote lagen van de bevolking en de Belgische krijgsgevangenen met wie de vorst zich solidair verklaarde, slecht onthaald.[1]

Deportatie[bewerken]

De koning werd op 7 juni 1944, daags na de invasie van Normandië naar Duitsland en nadien naar Oostenrijk gedeporteerd. De regering-Pierlot keerde op 8 september 1944 terug. Het vooroorlogse parlement stelde prins Karel, broer van Leopold, voorlopig aan als regent aangezien de koning in krijgsgevangenschap verbleef. In mei 1945 werd Leopold III in de buurt van Salzburg door het Amerikaanse leger bevrijd. Ondertussen was de regering-Pierlot vervangen door een regering van nationale eenheid onder leiding van Achille Van Acker die besprekingen begon met het oog op de terugkeer van de koning. Deze liepen op niets uit toen de regering troonsafstand eiste. Leopold III kon daar niet op ingaan wegens tegen de grondwet en Van Acker bood het ontslag van de Regering-Van Acker aan. In juli werd een wet goedgekeurd waarbij de onmogelijkheid van de koning om te regeren beëindigd kon worden na goedkeuring door de verenigde kamers. In afwachting van een voor regering en parlement haalbare oplossing, verbleef de koninklijke familie in ballingschap in het Zwitserse Pregny.

De volksraadpleging[bewerken]

Al vanaf het begin van de koningskwestie kwamen de politieke tegenstellingen tot uiting. Socialisten, liberalen en communisten waren tegen de terugkeer. De christendemocraten van CVP/PSC voor. Toen de regering een volksraadpleging niet aanvaardde, stapten deze laatsten uit de regering-Spaak IV tot maart 1947. De Belgische verkiezingen 1949 in juni - de eerste Belgische landelijke verkiezingen met vrouwenstemrecht - brachten een overwinning voor de Christelijke Volkspartij (CVP/PSC). Hun absolute meerderheid in de Senaat, op één zetel na in de Kamer en de christendemocratische premier Gaston Eyskens drukten de gewenste volksraadpleging door. Op 12 maart 1950 trokken de Belgen naar de stembus voor een volksraadpleging, een unicum in de Belgische geschiedenis. Omdat de Belgische grondwet niet voorzag in een procedure hiervoor, was de volksraadpleging niet bindend, niet voor de regering en evenmin voor het parlement. De vraag luidde als volgt: "Zijt U de mening toegedaan dat Koning Leopold III de uitoefening van zijn grondwettelijke machten zou hernemen?"[noot 1] De uitslag verdeelde de twee gemeenschappen van het land. 2.933.382 stemden voor Leopolds terugkeer (57,68%) en 2.151.881 tegen (42,32%). De verdeling van de voor- en tegenstemmers was regionaal gekleurd. In Vlaanderen stemde de meerderheid voor in alle provincies. In Wallonië stemde de meerderheid in de rurale provincies Namen en Luxemburg vóór. De dichtbevolkte geïndustrialiseerde provincies Luik en Henegouwen waren tegen. In het arrondissement Brussel (het huidige Brussels Hoofdstedelijk Gewest plus het huidige arrondissement Halle-Vilvoorde) was een kleine meerderheid tegen, terwijl in het tweetalige Brabant (inclusief Brussel) een nipte meerderheid vóór was.[2]

Uitslag per regio, provincie en kiesarrondissement[bewerken]

Het percentage geldige stemmen vóór de terugkeer van Leopold III, per kiesarrondissement. Donkergroen is grote meerderheid voor, groen is meerderheid voor, oranje is bijna 50% voor, rood is meerderheid tegen.

*Het arrondissement Verviers was in meerderheid voor.
**Het arrondissement Namen was in meerderheid nipt tegen.

Per arrondissement[bewerken]

Arrondissement Provincie Uitgebrachte
Stemmen
Ongeldig/
blanco
Voor Tegen
Stemmen % Stemmen %
Antwerpen Antwerpen 484.936 12.236 297.863 63,0 174.837 37,0
Mechelen Antwerpen 156.099 3.905 106.450 69,9 45.744 30,1
Turnhout Antwerpen 134.684 3.678 110.576 84,4 20.430 15,6
Brussel Brabant 832.087 26.773 387.914 48,2 417.400 51,8
Leuven Brabant 197.540 7.530 125.944 66,3 64.066 33,7
Nijvel Brabant 119.686 3.097 43.777 37,5 72.812 62,5
Brugge West-Vlaanderen 119.573 3.677 83.623 72,2 32.273 27,8
Veurne-Diksmuide-Oostende West-Vlaanderen 118.265 4.615 82.652 72,7 30.998 27,3
Roeselare-Tielt West-Vlaanderen 116.945 3.372 96.196 84,7 17.377 15,3
Kortrijk West-Vlaanderen 167.772 5.163 114.198 70,2 48.411 29,8
Ieper West-Vlaanderen 74.101 3.011 54.109 76,1 16.981 23,9
Gent-Eeklo Oost-Vlaanderen 328.298 9.792 224.874 70,6 93.632 29,4
Sint-Niklaas Oost-Vlaanderen 111.048 1.833 84.955 77,8 24.260 22,2
Dendermonde Oost-Vlaanderen 97.756 2.150 72.223 75,5 23.383 24,5
Aalst Oost-Vlaanderen 145.994 2.924 100.130 70,0 42.940 30,0
Oudenaarde Oost-Vlaanderen 73.500 2.371 47.607 66,9 23.522 33,1
Bergen Henegouwen 162.250 4.467 49.243 31,2 108.540 68,8
Zinnik Henegouwen 103.952 2.565 34.875 34,4 66.512 65,6
Charleroi Henegouwen 268.375 7.209 86.003 32,9 175.163 67,1
Thuin Henegouwen 82.540 2.294 34.529 43,0 45.717 57,0
Doornik-Aat Henegouwen 147.992 4.056 62.661 43,5 81.275 56,5
Luik Luik 353.598 10.095 119.161 34,7 224.342 65,3
Arrondissement Hoei-Borgworm Luik 109.286 3.132 44.445 41,9 61.709 58,1
Verviers Luik 141.253 4.998 81.238 59,6 55.017 40,4
Hasselt Limburg 109.472 3.513 87.241 82,3 18.718 17,7
Tongeren-Maaseik Limburg 124.333 3.616 101.783 84,3 18.934 15,7
Aarlen-Marche-Bastenaken Luxemburg 72.526 2.078 46.296 65,7 24.152 34,3
Neufchâteau-Virton Luxemburg 59.223 1,595 37.443 65,0 20.185 35,0
Namen Namen 135.600 3,495 64.112 48,5 67.993 51,5
Dinant-Philippeville Namen 88.056 2.237 51.261 59,7 34.558 40,3

Ontknoping en afloop[bewerken]

In maart 1950 hield Wallonië een algemene staking tegen de terugkeer van de koning. Toen Eyskens volgens de uitslag van de volksraadpleging de goedkeuring van de verenigde kamers wilde stemmen, weigerde de liberale coalitiepartner en verliet de regering-G. Eyskens I. De Belgische verkiezingen 1950 in juni hadden als inzet de koningskwestie. De CVP behaalde de volstrekte meerderheid in Kamer en Senaat en vormde de homogene Regering-Duvieusart I. Het parlement stelde op 20 juli 1950 vast dat aan de onmogelijkheid te regeren een einde kwam, en op 22 juli keerde de koning terug naar België. Daarop werden in Wallonië en in Vlaanderen nieuwe stakingen gehouden. Te Grâce-Berleur, bij Luik, werden op 30 juli drie betogers gedood door rijkswachtkogels, een vierde overleed later. De situatie dreigde te ontsporen door een mars op Brussel op 2 augustus.

Spoedoverleg tussen de drie grote politieke families leidde tot een akkoord om de koninklijke bevoegdheden over te dragen aan kroonprins Boudewijn. Op 31 juli ontving de koning de eerste minister Jean Duvieusart en stemde hij in met dit plan. Tijdens de daaropvolgende nacht kwam hij terug op zijn beslissing en probeerde een regering te vormen die hem zou steunen. Nadat Duvieusart dreigde met ontslag en alle andere ministers (uitgezonderd Albert de Vleeschauwer van Binnenlandse Zaken) zich solidair verklaarden met de premier, en Leopold niemand bereid vond een nieuwe regering te vormen, gaf hij zich gewonnen en ging hij akkoord met de onmiddellijke overdracht van zijn bevoegdheden en met de troonsafstand na één jaar, beide ten voordele van zijn zoon.

Boudewijn en zijn echtgenote, koningin Fabiola, in het Witte Huis in 1969.

De toen twintigjarige prins Boudewijn legde op 11 augustus 1950 de grondwettelijke eed af voor de Verenigde Kamers. Tijdens de eedaflegging kwam het tot een incident toen het communistische kamerlid en partijvoorzitter Julien Lahaut uitriep "Vive la République" (Leve de republiek). Op 18 augustus werd hij thuis in Seraing door enkele aanhangers van Leopold vermoord. Het gerechtelijk onderzoek bleef zonder resultaat, doch in 1985 slaagden de onderzoeksjournalisten Rudi Van Doorslaer en Etienne Verhoeyen er in de ondertussen overleden daders te identificeren.[bron?]

De leopoldisten, die de volksraadpleging vooral in Vlaanderen wonnen, voelden zich verraden, maar de stakingen kwamen tot een eind, de mars op Brussel werd afgelast en de toestand stabiliseerde zich. Tot de meerderjarigheid van Boudewijn, die met de eedaflegging de titel Koninklijke Prins- Prince Royal kreeg, bleef Leopold formeel de koning. Op 16 juli 1951 tekende hij de troonsafstand en een dag later volgde Boudewijn hem op als Koning der Belgen.

Leopold III bleef over zijn troonsafstand zijn verdere leven ontgoocheld, zoals bleek uit het bijna twintig jaar na zijn dood door zijn weduwe prinses Lilian gepubliceerde Pour l'Histoire. Sur quelques épisodes de mon règne, en in het Nederlands Kroongetuige. Over de grote gebeurtenissen tijdens mijn koningschap (2001), waarin hij persoonlijke documenten en aantekeningen verzamelde.

Publicatie[bewerken]

  • LEOPOLD III, Kroongetuige. Over de grote gebeurtenissen tijdens mijn koningschap, Tielt, Lannoo, 2001.

Literatuur[bewerken]

  • Witboek 1936-1946 gepubliceerd door het Secretariaat van den Koning. I. Memorie, Brussel, Goemaere, z. j.
  • Ad. GOEMAERE, De houding van Leopold III van 1936 tot de bevrijding, Brussel, 1949.
  • Jean DUVIEUSART, La question royale. Crise et dénouement: juin, juillet, août 1950, Brussel, 1975.
  • Robert ARON, Léopold III ou le choix impossible, Parijs, 1977
  • Albert DE JONGHE, Berchtesgaden (19 november 1940): voorgeschiedenis, inhoud en resultaat, in: Res Publica, 1978.
  • Jean STENGERS, Aux origines de la question royale. Léopold III et le gouvernement. Les deux politiques belges de 1940, Parijs, Duculot, 1980.
  • Albert DE JONGHE, Hitler en het politieke lot van België, Antwerpen, 1982.
  • Albert DE JONGHE, De laatste boodschap van Kiewitz namens koning Leopold III voor Hitler (15 juni 1944), in: Belgisch Tijdschrift voor filologie en geschiedenis, 1987.
  • Albert DE JONGHE, Aspekten van de wegvoering van koning Leopold III naar Duitsland (7 juni 1944), in: Bijdragen Navorsings- en Studiecentrum voor de Tweede Wereldoorlog, 1988.
  • Jean VAN WELKENHUYZEN, Quand les chemins se séparent, Parijs, Duculot, 1988.
  • Jean VANWELKENHUYZEN, Leopold III, de l'exil à l'abdication: ombres et brouillard, in: La Revue Générale, 1989.
  • Jules GERARD-LIBOIS & José GOTOVITCH, Léopold III. De l'an 40 à l'effacement, Brussel, 1991.
  • Pierre D'YDEWALLE, Memoires, 1912-1940, Tielt, Lannoo, 1994.
  • Jan VELAERS & Herman VAN GOETHEM, Leopold III. De koning, het Land, de Oorlog, Tielt, Lannoo, 1994, ISBN 90-209-2387-0
  • Vincent DUJARDIN, Marc VAN DEN WIJNGAERT & Michel DUMOULIN (dir.), Léopold III, Brussel, Complexe, 2001.
  • Jean STENGERS, Léopold III et le gouvernement. Les deux politiques belges de 1940, Brussel, Ed. Racine, 2002 (herziene en herwerkte editie van de uitgave bij Duculot, Gembloux in 1980)

In populaire cultuur[bewerken]

De koningskwestie sloop in de stripreeksen Suske en Wiske door Willy Vandersteen en Nero door Marc Sleen. Omdat zowel Vandersteen als Sleen voor katholieke kranten werkten namen ze in hun strips een pro-Leopold III-standpunt in.

  • In het Suske en Wiske-album "De koning drinkt" (1947) worden Suske, Wiske, Tante Sidonia en koning Poefke in een toren gejaagd, terwijl koning Cactus de rest van Poefkes onderdanen gevangen houdt. Poefke merkt op: "Wat kan onze weerstand hier nog baten, 'k geloof dat ik er beter aan gedaan had mijn volk niet alleen te laten." Wiske merkt in de originele versie op: "Dat is maar een gedacht, Poefke! Begin dan maar al met een villa in Zwitserland te huren." Dit is een verwijzing naar Leopold III die toen in een Zwitserse villa verbleef, in afwachting tot hij terug naar België kon keren.
  • In het Nero-album "De Man met het Gouden Hoofd" (1950) ziet Nero op de Noordpool in de verte een groepje mensen. Het blijken pinguïns te zijn die rond marcheren met aanhangborden waarop "JA!" geschreven staat (strook 86). Dit was wat men in de volksraadpleging moest stemmen als men wilde dat Leopold III zou terugkeren.
  • In de originele Suske en Wiske De stalen bloempot (1950) wordt Suske naar het eiland Amoras ontvoerd om er koning te worden. De Stalen Bloempotters willen niet dat "de koning terugkomt." In de latere albumversie werden de verwijzingen minder expliciet. De oorspronkelijke openingsstrook van het verhaal liet Lambik vanuit het vliegtuig een spandoek ontrollen met "JA, morgen begint ons nieuw avontuur: De Stalen Bloempot!". Wiske merkt hierna op: "Zou dat OOK zo lang duren, Lambik?"
  • In het Nero (strip)album "De Hoed van Geeraard de Duivel" (1950) willen een groepje opstandelingen dat een Indische koning aftreedt. De opstandelingen zijn karikaturen van de socialistische politici Camille Huysmans en Paul-Henri Spaak, die zich tegen de terugkeer van Leopold III verzetten.

Zie ook[bewerken]