Albert de Vleeschauwer

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Albert Jozef baron de Vleeschauwer van Braekel (Nederbrakel, 1 januari 1897 - Kortenberg, 24 februari 1971) was een Belgisch politicus en minister voor de Katholieke Partij en de CVP.

Biografie[bewerken]

Vroege carrière[bewerken]

De Vleeschauwer[1] studeert na drie jaar oorlogsdienst af aan de Leuvense Universiteit als doctor in de rechten en licentiaat Thomistische filosofie. In 1922 schrijft hij zich in bij de balie van Leuven en gaat wat later ook voor de studiedienst van de Belgische Boerenbond werken, waar hij in 1926 de leiding van krijgt. Docent benoemd in 1928 aan het Landbouwinstituut wordt hij hoogleraar handelsrecht in 1936. Hij wordt herhaaldelijk verkozen tot volksvertegenwoordiger in het arrondissement Leuven voor de Katholieke Partij en de CVP van 1932 tot 1960. In 1938 wordt hij minister van Koloniën en behoudt deze functie, met een kleine onderbreking in februari 1939, tot februari 1945. In Londen cumuleert hij ze met Justitie (1940-1942) en Openbaar Onderwijs (1942-1944). Hij is minister van Binnenlandse Zaken in 1949-1950 en Landbouw van 1958 tot 1960.

Tweede Wereldoorlog[bewerken]

Na de Duits inval op 10 mei 1940 vlucht de Belgische regering naar Frankrijk en strijkt de Koloniale Administratie meteen neer in Bordeaux. In Limoges, op 15 juni, beslist het Belgisch kabinet naar Engeland te gaan,maar 48 uren later vervoegt het de Franse regering op haar vlucht naar Bordeaux. De volgende dag, wanneer het einde van de strijd nakend blijkt, verkiest eerste minister Hubert Pierlot de Franse regering, waarvan Petain sinds enkele dagen de leiding heeft, te blijven volgen. Drie ministers stemden tegen : Camille Gutt, Marcel-Henri Jaspar en Albert De Vleeschauwer. Jaspar verbreekt de collegialiteit en vertrekt de dag zelf nog naar Engeland, zonder instemming. Hij wordt ook meteen afgezet. De Vleeschauwer krijgt een onbeperkt mandaat om als administrateur generaal de belangen van Belgisch Congo te verdedigen. Hij vertrekt naar Lissabon waar hij op 22 juni aankomt in gezelschap van Fernand Vanlangenhove. Die had aan Paul-Henri Spaak gevraagd zijn functie van Secretaris Generaal van Buitenlandse Zaken niet te moeten opnemen in bezet gebied. De volgende dag sturen zij een telegram naar alle Belgische diplomatieke vertegenwoordigers en naar de Gouverneur Generaal van Congo om aan te kondigen dat een gemachtigd lid van de regering buiten Duits bereik is en dat de oorlog wordt voortgezet. De Gouverneur Generaal reageert op deze boodschap met zijn bekende radiorede. Een andere bestemmeling, baron Emile de Cartier de Marchienne, Belgisch ambassadeur in Londen verwittigt De Vleeschauwer dat M.H. Jaspar, met de steun van Camille Huysmans, een tegenregering poogt op te richten en dat zijn aanwezigheid in Londen gewenst is. Aldus vliegt De Vleeschauwer op 4 juli naar Engeland.

Bij zijn ontmoeting met Lord Halifax en Winston Churchill (5 en 8 juli) biedt hij de volledige samenwerking van Congo aan, weliswaar zonder militaire bijdrage. Dit wordt dankbaar aanvaard met de opmerking dat het beter ware dat de ganse Belgische regering naar Londen kon komen. De Vleeschauwer belooft dit te bewerkstellingen en vertrekt op 16 juli terug naar Lissabon. Door communicatieproblemen en Franse onwilligheid duurt het tot 2 augustus alvorens hij erin slaagt drie collega’s, Pierlot, Spaak en Gutt te ontmoeten aan de Frans-Spaanse grenspost van de Col du Perthus. Daar valt de beslissing Vichy te verlaten en naar Londen te trekken. Camille Gutt bezit de nodige visa en vergezelt De Vleeschauwer terug naar Londen waar ze op 5 augustus aankomen. Pierlot en Spaak verlaten Vichy na een laatste kabinetsvergadering op 25 augustus, en komen in Londen aan op 22 oktober na een zeer bewogen tocht door Spanje. Op 31 oktober houdt de vier-koppige regering-in-ballingschap haar eerste kabinetssessie en bekrachtigt alle beslissingen die De Vleeschauwer eerst op zijn eentje en later samen met Gutt getroffen had. Door de démarches van De Vleeschauwer kon het vooroorlogs kabinet o.l.v. Pierlot België en de kolonie in het kamp van de geallieerden houden, in tegenstelling met de neutralistische opstelling van koning Leopold; in dit opzicht distantieerde de nochtans koningsgezinde politicus zich van zijn vorst.

De Vleeschauwers “soortelijk gewicht” als minister van Koloniën was in Londen veel groter dan in Brussel waar hij maar een “junior minister” was. Immers de kolonie kon middelen en grondstoffen leveren voor de oorlogsvoering, zelfs troepen leveren voor de Britse campagne tegen de Italianen in Oost-Afrika, en ook een bron van inkomsten vormen voor de regering in ballingschap. De Vleeschauwers beleid lokte kritiek uit omdat hij geen inmenging duldde in zijn departementale verantwoordelijkheden, vooral niet van zekere politici die de uitkomst van de Slag van Stalingrad (1942-43) hadden afgewacht om naar Engeland te komen.

Na de oorlog[bewerken]

Na de bevrijding blijft De Vleeschauwer consequent in zijn trouw aan de Vorst en speelt als CVP fractieleider een vooraanstaande rol in de zogenaamde koningskwestie zijnde de pogingen om Leopold van zijn troon te houden. In 1949 wordt hij minister van Binnenlandse Zaken in het gouvernement Jean Duvieusart dat er niet in slaagt de koning terug te brengen in augustus 1950. In 1958 wordt hij minister van Landbouw in het gouvernement Eyskens II maar moet ontslag nemen omwille van een onduidelijke betrokkenheid bij een faillissement dat in 1956 in Leopoldstad uitgesproken werd en in België opgerakeld in 1960. Hij wordt vrijgesproken van alle betichtingen in juni 1964 maar verdwijnt alsnog van het politiek toneel. Als dank voor aan het land bewezen diensten werd hij in 1956 verheven in de Belgische adel met de titel van baron, titel verleend met overgang bij eerstgeboorte.

Bronnen, noten en/of referenties
  1. De familienaam was oorspronkelijk "De Vleeschauwer"; in 1960 volgde bij KB naamswijziging en -toevoeging tot "de Vleeschauwer van Braekel".


Voorganger:
Charles du Bus de Warnaffe
Minister van Koloniën
1938-1939
Opvolger:
Gaston Heenen
Voorganger:
Gaston Heenen
Minister van Koloniën
1939-1945
Opvolger:
Edouard De Bruyne
Voorganger:
Hubert Pierlot
Minister van Openbaar Onderwijs
1942-1944
Opvolger:
Victor de Laveleye
Voorganger:
Piet Vermeylen
Minister van Binnenlandse Zaken
1949-1950
Opvolger:
Maurice Brasseur
Voorganger:
Paul-Emile Janson
Minister van Justitie
1940-1942
Opvolger:
Antoine Delfosse


Voorganger:
René Lefebvre
Minister van Landbouw
1958-1960
Opvolger:
Charles Héger