Camille Gutt

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Camille Gutt
Tijdens de Bretton-Woods-conferentie, 1944
Tijdens de Bretton-Woods-conferentie, 1944
Volledige naam Camille Guttenstein
Geboortedatum 14 november 1884
Geboorteplaats Brussel
Sterfdatum 7 juni 1971
Sterfplaats Brussel
Land Vlag van België België
Portaal  Portaalicoon   België
Politiek

Camille Gutt, geboren Camille Guttenstein (Brussel, 14 november 1884 - aldaar, 7 juni 1971) was een Belgisch econoom en minister. Hij promoveerde tot doctor in de rechten en licentiaat in de politieke en sociale wetenschappen.

Biografie[bewerken | brontekst bewerken]

Hij werd geboren als de zoon van Max Guttenstein en Marie-Paule Schweitzer. Vader Guttenstein (Gutštejn) had de Oostenrijks-Hongaarse nationaliteit en was afkomstig uit Neu Zedlisch (Nové Sedliště) in het huidige Tsjechië.[1] In 1877 kwam hij naar België en verwierf in 1886 de Belgische nationaliteit. Zijn moeder Marie-Paule kwam van Bischwiller in de Elzas.

Tijdens de Eerste Wereldoorlog werkte Camille Gutt voor Georges Theunis. Hij was na de oorlog secretaris-generaal van de Belgische delegatie bij de Commissie voor Herstelbetalingen in Parijs en kabinetschef van eerste minister Georges Theunis.

Hij was extraparlementair minister van Financiën in 1934-1935 (regering Theunis) en 1939-1945 (regering Pierlot).

Tijdens de Tweede Wereldoorlog[bewerken | brontekst bewerken]

In 1940 was Gutt een van de weinige ministers die na de Franse nederlaag wilden doorvechten aan de zijde van de Engelsen. Hij vluchtte begin augustus 1940 naar Londen en vormde samen met de minister van Koloniën, Albert de Vleeschauwer, een voorlopige regering in ballingschap, die eind oktober 1940 werd uitgebreid met Hubert Pierlot en Paul-Henri Spaak.

Gutt maakte keuzes om de regering van Londen overeind te houden. Zo koos hij er onder andere voor om Belgisch-Congo te dwingen om leningen toe te staan, terwijl hij in Londen kon beschikken over het grootste deel van het goud van de Nationale Bank. Dat laatste stelde hij liever ter beschikking van de Britten.

In het oorlogskabinet Pierlot was Gutt minister van Financiën, Landsverdediging, Economische Zaken en Verkeerswezen in 1940-1942, van Financiën en Economische Zaken in 1942-1943 en van Financiën in 1943-1944. Hij was een groot voorstander van een eigen Belgische gevechtseenheid in Engeland en voerde daartoe onder andere de dienstplicht in.

In zijn privé-briefwisseling met onder anderen Georges Theunis toonde Gutt zijn onvrede over koning Leopold III. Hij vond dat België alles moest doen om diens "schandelijke" gedrag in mei 1940 (dat wil zeggen bij de capitulatie van het Belgische Leger) te doen vergeten. Vanaf 1943 vatte hij de voorbereiding aan van de financiële ordening van België na de bevrijding.

Na de oorlog[bewerken | brontekst bewerken]

Na de oorlog was hij verantwoordelijk voor de in België doorgevoerde geldsanering. Deze muntsaneringsoperatie had als doel de geldhoeveelheid in te krimpen en de prijzen te stabiliseren. Gelden werden uit omloop genomen en de bankdeposito’s, zicht- en termijnrekeningen werden geblokkeerd. De tijdelijk onbeschikbare fondsen werden in 1949 vrijgegeven, terwijl de definitief geblokkeerde bedragen vanaf de jaren vijftig in schijven werden teruggegeven. Deze muntsaneringsoperatie werd bekend onder de naam Operatie Gutt.

In 1945 werd hij benoemd tot minister van Staat en werd later geassocieerd bestuurder van de Bank Lambert. In 1946 werd hij de eerste president-directeur-generaal van het Internationaal Monetair Fonds.

In 1971 publiceerde hij zijn oorlogsherinneringen: La Belgique au carrefour (1940-1944) (Parijs: Fayard, 189 p.). Hij beschrijft er anekdotisch zijn belevenissen tussen 10 mei en 9 augustus 1940, zijn onderhandelingen met de Britten en de Amerikanen over het Belgische goud en uranium (New York 1941 en 1943), zijn rol bij het creëren van de Benelux (1945) en uiteraard bij het bedenken van de operatie Gutt (1945).

Privé[bewerken | brontekst bewerken]

Gutt koesterde na de oorlog onverzoenlijke anti-Duitse gevoelens, mede gevoed door de manier waarop de oorlog zijn familie had geteisterd.

Tussen 1940 en 1944 leefde hij noodgedwongen gescheiden van zijn vrouw, die in Brussel was achtergebleven. Twee zoons overleefden de oorlog niet. Jean-Max Gutt verongelukte in 1941 tijdens zijn opleiding als oorlogspiloot in Engeland. François Gutt sneuvelde in 1944 bij de invasie van Normandië. Alleen Etienne Gutt leefde verder, en na als officier bij de Luchtmacht aan de oorlog te hebben deelgenomen, werd hij professor aan de ULB en eindigde zijn carrière als voorzitter van het Grondwettelijk Hof. Hij overleed in 2011.

Externe links[bewerken | brontekst bewerken]

Voorganger:
Gustaaf Sap
Minister van Financiën
1934-1935
Opvolger:
Max-Léo Gérard
Voorganger:
Albert-Edouard Janssen
Minister van Financiën
1939-1945
Opvolger:
Gaston Eyskens
Voorganger:
August de Schryver
Minister van Economische Zaken
1940-1944
Opvolger:
Jules Delruelle
Directeur generaal van het IMF
1946-1951
Opvolger:
Ivar Rooth