Taalniveau

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Met taalniveau kan men een bepaald gebruik en begrijpelijkheid van taal aanduiden. Het is er om verschil in taalvaardigheid te kunnen meten. Naast taalbeheersing is het ook mogelijk om de moeilijkheidsgraad van teksten te meten.

Gemeenschappelijk Europees referentiekader[bewerken]

Een indeling in taalniveaus die kunnen worden toegepast op alle Europese talen is vastgelegd door de Raad van Europa in een Gemeenschappelijk Europees referentiekader. Het niveau B1 is eenvoudige taal en wordt door de meeste mensen begrepen.

Het verschil kan worden gemeten met een meetlat die loopt van A1 (laagste) tot C2 (hoogste).

A1 A2 B1 B2 C1 C2

Voorbeelden:

  • Mensen met taalniveau C1 kunnen elkaar allemaal begrijpen en teksten op C1-niveau lezen.
  • Mensen met taalniveau B1 kunnen elkaar ook allemaal begrijpen en teksten op hun eigen B1-niveau lezen.
  • Iemand van taalniveau B2 zal teksten op C1-niveau met moeite kunnen lezen en iemand van niveau B1 misschien met grote moeite.
  • Omgekeerd kan iemand met taalniveau C1 wel probleemloos teksten op niveau B1 lezen en begrijpen.

Externe links[bewerken]