Goudjakhals

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
(Doorverwezen vanaf Gewone jakhals)
Ga naar: navigatie, zoeken
Goudjakhals
IUCN-status: Niet bedreigd[1] (2008)
Canis aureus naria in Nationaal Park Yala, Sri Lanka.
Canis aureus naria in Nationaal Park Yala, Sri Lanka.
Taxonomische indeling
Rijk: Animalia (Dieren)
Stam: Chordata (Chordadieren)
Klasse: Mammalia (Zoogdieren)
Orde: Carnivora (Roofdieren)
Familie: Canidae (Hondachtigen)
Onderfamilie: Caninae
Geslacht: Canis
Soort
Canis aureus
Linnaeus, 1758
Verspreidingsgebied van de goudjakhals.
Verspreidingsgebied van de goudjakhals.
Portaal  Portaalicoon   Biologie
Zoogdieren

De goudjakhals of gewone jakhals (Canis aureus), soms ook goudwolf of rietwolf genoemd, is een middelgrote hondachtige uit het geslacht Canis. Ondanks zijn naam is hij waarschijnlijk niet zeer nauw verwant aan de zadeljakhals (Canis mesomelas) en de gestreepte jakhals (Canis adustus), maar staat hij dichter bij de coyote (Canis latrans) en de wolf (Canis lupus).

Uiterlijke kenmerken[bewerken]

De goudjakhals heeft een kop-romplengte van 65 tot 105 centimeter en een staartlengte van 18 tot 27 centimeter. Het gewicht is 6 tot 15 kg, en de schouderhoogte is ongeveer vijftig centimeter. Vrouwtjes zijn meestal kleiner dan mannetjes.

De goudjakhals heeft een dichtere vacht dan andere jakhalzen. De vachtkleur is meestal zandkleurig tot rossig grijsgeel met een gouden glans en een zwarte staartpunt, maar verschilt per regio, leeftijd en zelfs seizoen. Zo zijn er bijvoorbeeld geheel zwarte dieren bekend. Op de rug groeien onregelmatig zwarte en witte haren. De borst en buik zijn wittig, en de poten en de achterzijde van de oren zijn rossig of gelig van kleur. Hij is kleiner en slanker dan de wolf, met kortere poten en spitsere snuit, en een altijd omlaag hangende staart. De oren zijn echter groter.

Leefwijze[bewerken]

De goudjakhals is een allesetende opportunist. Hij jaagt op kleine zoogdieren (vooral knaagdieren en kleine hoefdieren zoals hertenkalfjes en kleine gazellen), kleine vogels, vissen, amfibieën en insecten, maar hij eet ook afval en aas en plantaardig voedsel als druiven, bessen en andere vruchten, evenals bloembollen en kalebassen. Soms achtervolgen ze grote roofdieren als leeuwen, om de resten van de jacht op te eten. De goudjakhals kan langere tijd zonder water.

Zijn hol ligt vaak op open vlakten, verscholen tussen de begroeiing. Het is zelfgegraven of een vergroot verlaten hol. In de schemering en de nacht verlaat hij zijn hol om te gaan jagen.

Sociaal gedrag[bewerken]

De goudjakhals leeft in familieverband. Het hart van de familiegroep wordt gevormd door een alfa-paartje dat voor het leven bij elkaar blijft. Soms vormt zich hier een groep omheen, als volwassen jongen (zowel reuen als teefjes) in de groep blijven. Meestal leven er zo'n vijf dieren in een groep, maar hij kan tot dertig dieren groot worden. De dieren jagen samen en zorgen samen voor de jongen. Meestal plant alleen het alfa-paar zich voort.

Het alfa-paar markeert het territorium met urine. Ze laten ook uitwerpselen achter op opvallende plaatsen, als struiken en keien, en langs de grenzen van het territorium. Met meerdere families vormen ze soms grote groepterritoria, als er tenminste ruim voldoende voedsel aanwezig is.

De goudjakhals kent een hele reeks aan geluiden, waaronder blaffen en grommen. Ook huilt de goudjakhals als een wolf. Meestal doet hij dit 's ochtends. Verder kent de soort veel van dezelfde expressies en houdingen als wolven en huishonden.

Voortplanting[bewerken]

Canis aureus indicus in Madhya Pradesh, India

De paartijd valt in Europa in de lente. Als het teefje zwanger is, brengt de reu voedsel voor haar mee. Na een draagtijd van 63 dagen worden de pups in de zomer geboren. Er worden meestal twee tot vier jongen geboren, maar dat kan variëren van één tot negen dieren. Ze wegen bij de geboorte slechts 200 tot 250 gram.

Na drie weken verlaten de jongen voor het eerst het hol en eten ze hun eerste vaste voedsel. De andere groepsleden nemen dan voedsel in de maag mee, dat ze voor de jongen opbraken. Na acht weken worden ze gespeend. Na vijf tot zes maanden kunnen de jongen voor zichzelf zorgen. De goudjakhals is meestal geslachtsrijp bij een leeftijd van rond de twintig maanden.

De goudjakhals wordt maximaal zestien jaar oud in gevangenschap. In het wild worden ze gemiddeld zeven tot negen en maximaal dertien jaar oud.

Habitat[bewerken]

Hij leeft in vele milieus, maar heeft een voorkeur voor de open drogere streken met wat begroeiing, als steppen en mediterrane moerassen, savannes en halfwoestijnen, van zeeniveau tot 3.000 meter hoogte. Langs dorpen en kleine steden, waar veel afval te vinden is, komt hij veelvuldig voor.

Verspreiding[bewerken]

Verspreiding van de goudjakhals in Europa (2015)

De soort wordt aangetroffen in grote delen van het Arabisch Schiereiland, Klein-Azië, het Indisch subcontinent en Sri Lanka. In Europa is de soort al sinds het vroege Holoceen aanwezig, en zijn historische verspreidingsgebied omvatte respectievelijk Bulgarije, Griekenland en Roemenië. In de loop van de 20e eeuw is de soort bezig aan een opmars in Centraal-Europa en wordt tegenwoordig ook als inheems beschouwd in Albanië, Bosnië-Herzegovina, Hongarije, Kroatië, Macedonië en Servië.[2] Bovendien krijgt de soort nu vaste voet aan de grond in Italië, Slovenië en Oostenrijk, en werden waarnemingen van de goudjakhals onder meer bevestigd in Duitsland, Zwitserland, Polen, Denemarken, de Baltische Staten en in 2016 ook in Nederland.[3][4] Op 19 februari 2016 werden in Nederland opnamen van de gewone jakhals gemaakt door een cameraval op de Veluwe.[5]

De opmars van de soort kan relatief onopvallend plaatsvinden, temeer omdat waarnemers de soort vaak verwarren met de bekendere vos (Vulpes vulpes) of wolf (Canis lupus).[6]

Een genetische studie van Rutkowski et al. (2015) naar jakhalzen in Europa toonde aan dat de dispersie uit zowel de richting van de Kaukasus (via Oekraïne) als Zuidoost-Europa komt. In Oekraïne en de drie Baltische landen hebben de nationale overheden de gewone jakhals bestempeld als exoot en moedigen uitroeiing van de soort aan. Het dier voldoet echter niet aan de definitie, omdat het op eigen kracht de Europese landen binnentrekt, zich niet exponentieel voortplant en niet door mensen werd geïntroduceerd. Omdat de soort op Bijlage V van de Habitatrichtlijn staat is de volledige uitroeiing van de soort in de Baltische landen in strijd met de beheersregels.[3][7][8]

Taxonomie[bewerken]

Canis aureus moreotica in de Biebrzavallei in het oosten van Polen

De wetenschappelijke naam van de soort werd in 1758 gepubliceerd door Carl Linnaeus.[9] Lang werd gedacht dat goudjakhalzen uit Afrika, Europa en Azië tot dezelfde soort behoorden. Een publicatie van Koepfli et al. (2015) liet zien dat de in Afrika voorkomende goudjakhalzen genetisch gezien sterk afwijken van de Euraziatische goudjakhalzen. Naar aanleiding daarvan wordt die groep nu als een aparte soort benoemd, die de naam Afrikaanse goudjakhals (Canis anthus) kreeg.[10]

In Mammal Species of the World van Wilson & Reeder (2005) worden twaalf ondersoorten onderscheiden.[11] De Afrikaanse ondersoorten worden sindsdien echter ondergebracht onder de in 2015 beschreven soort Canis anthus. Als gevolg hiervan worden er nog zeven ondersoorten van de gewone of goudjakhals onderscheiden:

  • Canis aureus aureus – Arabisch Schiereiland, Irak en Iran tot aan Noordwest-India
  • Canis aureus cruesemanni Matschie, 1900 – Noordoost-India en het vasteland van Zuidoost-Azië
  • Canis aureus ecsedensis Kretzoi, 1947 – Hongarije; ondersoortstatus twijfelachtig[12]
  • Canis aureus indicus Hodgson, 1833 – Noord-India en Nepal
  • Canis aureus moreotica I. Geoffroy Saint-Hillaire, 1835 – Klein-Azië, Transkaukasië, Oost- en Zuidoost-Europa
  • Canis aureus naria Wroughton, 1916 – Sri Lanka en Zuid-India
  • Canis aureus syriacus Hemprich & Ehrenberg, 1833 – Levant

Folklore[bewerken]

Illustratie waarop goudjakhals Tabaqui (links) Vader Wolf en zijn familie tart. Kipling, R., 1895. Good luck go with you, O chief of the wolves.

De gewone jakhals speelt een prominente rol in Indiase folklore en oude teksten, waaronder in de Pañcatantra en de Jatakaverhalen. Het dier komt ook voor op pagina 5 van het in 1895 verschenen boek The Two Jungle Books van Rudyard Kipling, een compilatie van Het jungleboek en Het tweede jungleboek. De jakhals in dit boek werd Tabaqui genoemd en stond bekend als de opportunistische linkerhand van de tijger Shere Khan.[13][14]

Externe links[bewerken]