Telecommunicatie

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Telecommunicatie (samenstelling uit het griekse τηλε ofwel tèle = ver en het Latijnse communicare = mededelen) is het overbrengen van informatie van de ene plek naar een andere zonder dat iets of iemand zich fysiek daar naartoe verplaatst.

Moderne vormen van telecommunicatie zijn: (mobiele) telefoon, radio, televisie en internet. Een oudere vorm is telegrafie. Experimenten om te communiceren op afstand zijn zeer oud (vuur, rooksignalen, heliograaf, de optisch-mechanische telegrafie ontwikkeld door Claude Chappe in Frankrijk vanaf 1793, semaforen enz.).

Voor een betrouwbare overdracht van informatie is een transportmedium nodig zoals koperkabels, een coaxkabel, glasvezel of vacuüm. Deze kanalen kunnen voor planning en onderzoek gemodelleerd worden door de vergelijkingen van James Clerk Maxwell voor het gedrag van elektromagnetische velden.

Door de transportmediums te koppelen met randapparatuur, multiplexers en schakelapparatuur (bijvoorbeeld een telefooncentrale of een IP-router of een ATM-switch) ontstaan telecommunicatienetwerken waarop grote aantallen gebruikers kunnen worden aangesloten, en waarmee de gewenste Quality of Service kan worden gerealiseerd.

Nederland[bewerken]

De Nederlandse wet spreekt van een communicatiedienst. Deze is gedefinieerd in artikel 126la van het Wetboek van Strafvordering:

  • aanbieder van een communicatiedienst: de natuurlijke persoon of rechtspersoon die in de uitoefening van een beroep of bedrijf aan de gebruikers van zijn dienst de mogelijkheid biedt te communiceren met behulp van een geautomatiseerd werk, of gegevens verwerkt of opslaat ten behoeve van een zodanige dienst of de gebruikers van die dienst
  • gebruiker van een communicatiedienst: de natuurlijke persoon of rechtspersoon die met de aanbieder van een communicatiedienst een overeenkomst is aangegaan met betrekking tot het gebruik van die dienst of die feitelijk gebruik maakt van een zodanige dienst.

België[bewerken]

De huidige wetgeving steunt op de wet van 13 juni 2005 betreffende de elektronische communicatie[1], intussen aangevuld met een reeks wetten en besluiten[2] Het toepassingsgebied van de wet betreft elektronische communicatienetwerken, omschreven als “de transmissiesystemen (...) die het mogelijk maken signalen over te brengen via draad, radiogolven, optische of andere elektromagnetische middelen, waaronder satellietnetwerken, vaste (circuit- en pakketgeschakelde, met inbegrip van internet) en mobiele terrestrische netwerken, elektriciteitsnetten, voorzover zij worden gebruikt voor de transmissie van andere signalen dan radio-omroep- en televisiesignalen (art. 2, 3°). Voorts worden begrippen als “eindgebruiker”, “operator” en “diensten” gedefinieerd.[1]

Het toezicht op de elektronische communicatie wordt toevertrouwd aan een toezichthouder, het Belgisch Instituut voor Postdiensten en Telecommunicatie (BIPT).

Belangrijke personen[bewerken]

Zie ook[bewerken]

Externe link[bewerken]

  • TeleWiki, een verzameling van telecom-gerelateerde artikelen
Bronnen, noten en/of referenties
  1. a b Wet betreffende de elektronische communicatie. ejustice.just.fgov.be (20 juni 2005) Geraadpleegd op 18 april 2015
  2. Basiswetgeving. BIPT Geraadpleegd op 18 april 2015