Klaas Schilder

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Klaas Schilder (Kampen, 19 december 1890 – aldaar, 23 maart 1952[1]) was een Nederlandse theoloog en hoogleraar in de Gereformeerde Kerken in Nederland. Zijn afzetting als hoogleraar in 1944 leidde tot het ontstaan van de Gereformeerde Kerken vrijgemaakt, waar hij tot aan zijn overlijden de leidende theoloog was. Schilder heeft daarnaast veel invloed gehad door zijn eschatologische werken Wat is de hemel en Wat is de hel en ook door zijn in zijn Rotterdamse periode gepubliceerde driedelige werk Christus in zijn lijden.

Jeugd en opleiding[bewerken]

Klaas Schilder werd geboren in Kampen in een eenvoudig Nederlands-hervormd gezin. Hij verloor op zesjarige leeftijd zijn vader, die sigarenmaker was van beroep. Moeder Schilder ging kort daarna met haar gezin over naar de gereformeerde kerk. Kampen was destijds een bolwerk van Gereformeerd belijden. Ds. J. Bavinck, een man van de oude stempel uit de lijn van de afscheiding, en vader van de dogmaticus H. Bavinck en de bekende G. Wisse waren aan Kampen als predikant verbonden. In Kampen was ook de Theologische School uit de afgescheiden traditie. Na het doorlopen van het Gereformeerd Gymnasium te Kampen volgde Schilder hier in de periode 1909-1914 de studie theologie. Hij ontving colleges van de hoogleraren M. Noordtzij, L. Lindeboom, dr. H. Bouwman en dr. A.G. Honig. Noordtzij (OT) besteedde aandacht aan de Schriftkritiek (bronnentheorie en bronnensplitsing). Hij stelde daar daartegenover o.a. de organische inspiratie en een gedegen exegese dat recht tracht te doen aan de Schrift. Ook Lindeboom (NT) koos positie tegen de historisch-kritische methode. Bovendien was Lindeboom een bestrijder van de theologie van Kuyper en een pleitbezorger van de beginselen van de afscheiding. A.G. Honig doceerde Dogmatiek en probeerde de lijn van Bavinck en Kuyper met elkaar te verzoenen. Bouwman doceerde kerkgeschiedenis en kerkrecht. Hij stond bekend als een gemoedelijk en 'bevindelijk' man. Tenslotte was daar nog T. Hoekstra, die ambtelijke vakken doceerde. Hij bracht Schilder o.a. de predikkunde bij. In 1914 studeerde Schilder cum laude af.

Tijdens zijn studie maakte Schilder persoonlijk en geloofsmatig een diepe crisis door. Hij verdiepte zich in de wijsbegeerte van Fichte, Schelling en Hegel, Nietzsche en Kierkegaard. Ook de Nederlandse filosoof G.J.P.J. Bolland was voor hem geen onbekende. Over zijn geestelijke worsteling schrijft zijn biograaf: "Terwijl de drang naar schoonheid, wijsheid en wetenschap bezit van hem nam, werden de raadselen van het bestaan al groter. De hoogten en diepten van de menselijke geest vol zonde en schuld, wanhoop en eenzaamheid tekenden zich voor hem af en grepen hem aan. Zijn eigen geloofszekerheid is tot op de fundamenten geschokt geweest".

Schilder wist echter aan deze worsteling te ontkomen. Zijn biograaf zegt: "Voor God heeft hij leren buigen en naar Diens openbaring heeft hij het leven weten te normeren. Dat is voor zijn verdere levensgang kenmerkend gebleven".

Bij zijn zoektocht door de gebieden van theologie en filosofie is de Kamper predikant G. Wisse van doorslaggevende betekenis geweest. Van hem erfde Schilde zijn belangstelling voor apologetiek en wijsbegeerte. In 1920 sprak hij deze dankbaarheid publiekelijk uit, hoewel hij de stap die Wisse toen deed (deze verliet in dat jaar de Gereformeerde Kerken) scherp veroordeelde.

Theoloog[bewerken]

Schilder had grote gaven die velen wist te boeien. In Rotterdam zorgde Klaas Schilder voor volle kerken, hoewel hij bekendstond om zijn lange diensten, van minstens twee uur. Daarnaast had hij een gecompliceerd karakter. Hij werd in 1914 predikant, achtereenvolgens te Ambt-Vollenhove, Vlaardingen, Gorinchem, Delft, Oegstgeest (waar hij Jan Wolkers doopte) en 1928 in Rotterdam-Delfshaven.

Promotie en controverse[bewerken]

Na zijn Rotterdamse periode promoveerde hij in 1933 summa cum laude aan de universiteit van Erlangen in Duitsland op het proefschrift Zur Begriffsgeschichte des Paradoxon. In datzelfde jaar werd hij hoogleraar theologie in Kampen. In deze jaren werd Schilder een van de leiders van een beweging binnen de Gereformeerde Kerken, aangeduid als de 'Reformatorische Beweging.' De leidslieden van deze beweging - behalve Schilder waren dit D.H.Th. Vollenhoven, H. Dooyeweerd en A. Janse - riepen op tot een terugkeer van de 'scholastieke theologie' tot een meer Schriftuurlijke theologie, maar wel binnen het kader van de gereformeerde belijdenisgeschriften. Op grond daarvan meenden zij bepaalde leerstellingen van met name Dr. Abraham Kuyper te moeten bestrijden. Schilder richtte zijn pijlen onder andere op diens kerkleer; hij bestreed de gedachte dat meerdere kerken in meer of mindere mate 'waar konden zijn.' Zijn opvattingen hieromtrent leidden tot grote controverse binnen de Gereformeerde Kerken, ook door de scherpte van de Schilders polemiek. Schilder was tevens fel gekant tegen de leer van de Zwitserse theoloog Karl Barth. De positie van Schilder en de overige voormannen van de Reformatorische Beweging binnen de Gereformeerde Kerken werd steeds moeilijker.

Verzetswerk[bewerken]

Met name aan het begin van de Tweede Wereldoorlog heeft Schilder zich verzet tegen de Duitse bezetter: hij bestreed het optreden van de bezetter op grond van het Landoorlogreglement en keerde zich bovendien tegen de NSB. Schilder heeft korte tijd gevangengezeten en moest na zijn vrijlating voor lange tijd onderduiken.

Polarisatie en breuk binnen de kerkgemeenschap[bewerken]

In 1944 kwam Schilder door zijn theologische opvattingen en persoonlijke optreden buiten de Gereformeerde Kerken. Daarbij kwam dat hij zich niet goed ter synode kon verweren, omdat hij ondergedoken zat. Verzoeken van alle kanten om de beslechting van het geschil uit te stellen tot na de bevrijding mochten niet baten. Mede door zijn toedoen zijn de Gereformeerde Kerken Vrijgemaakt ontstaan. Nadat hij, evenals zijn geestverwant, dr. S Greydanus, was afgezet als hoogleraar aan de TU Kampen, 'dook' hij even 'op' om op 11 augustus 1944 in de Lutherse Burgwalkerk in Den Haag de 'Acte van Vrijmaking of Wederkeer' voor te lezen, waarmee de kerkelijke breuk een feit was. In de jaren na 1944 bleef hij strijden tegen de doop- en verbondsopvattingen van de Gereformeerde Kerken in Nederland. In deze tijd kwam zijn vierdelige verklaring op de Heidelberger Catechismus gereed. Ook publiceerde hij over de relatie tussen christendom en cultuur. Schilder probeerde sturend op te treden binnen de nieuw gevormde Gereformeerde Kerken vrijgemaakt. Hij probeerde diegenen af te remmen die vanuit de gedachte aan deze kerkgemeenschap als de enige legitieme meenden dat vrijgemaakten op alle gebieden eigen organisaties moesten oprichten. Hij riep hen op tot bezinning en ruimte te geven aan kritische geesten. Schilders vaak herhaalde oproep mocht niet baten; de polarisatie binnen de vrijgemaakte kerkgemeenschap nam hand over hand toe.

Overlijden[bewerken]

Schilder was zeer polemisch ingesteld en had een complexe karakterstructuur ("Wie niet polemiseert, is niet bekeerd", is een kenmerkende uitspraak van hem). Hij overleed op 61-jarige leeftijd aan een hartaanval, op de dag af acht jaar nadat hij geschorst was als hoogleraar aan de Theologische Hogeschool in Kampen.

Publicaties[bewerken]

  • Wat is de hemel ?
  • Wat is de hel ? - Kampen 1932
  • Heidelbergsche Catechismus (eerste deel) - Goes 1939
  • Christus aan den ingang van zijn lijden - Kampen
  • Christus in de doorgang van zijn lijden - Kampen
  • Christus bij den uitgang van zijn lijden - Kampen
  • Licht in den Rook
  • "Ons aller moeder" Anno Domini 1935
  • Geen Duimbreed - Kampen 1936
  • De dogmatische betekenis der Afscheiding - Kampen 1934
  • Christelijke Religie (over de Nederlandse geloofsbelijdenis)

Alle gedrukte monografieën van Schilder zijn gedigitaliseerd. Ze zijn gepubliceerd op de website van de Digitale bibliotheek voor de Nederlandse letteren.

Externe links[bewerken]