Johann Gottlieb Fichte

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Johann Gottlieb Fichte

Johann Gottlieb Fichte (Rammenau bij Bischofswerda, 19 mei 1762Berlijn, 29 januari 1814) was een Duits filosoof. Fichte werd geïnspireerd door Kant en wordt door sommigen gezien als één van Kants meest getalenteerde aanhangers. Zijn werk valt tussen de kritiek van Kant en de geest van Hegel. Maar tegenwoordig wordt hij steeds vaker gezien als de filosoof die het Duits idealisme (van toen) op een originele manier uitdroeg. Zijn zoon Immanuel werd eveneens bekend als filosoof.

Filosofie[bewerken]

De kern van Fichtes filosofie wordt gevormd door zijn opvatting over de (menselijke) geest, het Ik. Volgens hem is de héle werkelijkheid hieruit te verklaren. Hiermee sluit hij niet aan bij Kant, die een dualisme aannam tussen de werkelijkheid zoals zij zich aan het "ik" voordoet en de onkenbare realiteit zoals zij werkelijk is. Fichte legt duidelijk de nadruk op de geest; zijn filosofie is een vorm van zuiver Idealisme en hijzelf daarmee een van de prominente vertegenwoordigers van het zogenaamde Duits Idealisme. Fichte ziet de individuele menselijke geest als een onderdeel van dat wat alles omvat, Het Absolute; hier in de vorm van het 'absolute Ik'. Dit 'absolute Ik' is over alle bewustzijnen verdeeld. De diepste aard van alles wat bestaat is het goddelijke, absolute Ik. Daarachter kan men niet verder teruggaan, want het Ik "schept" of fundeert zichzelf. Het Ik schept niet alleen zichzelf, maar ook de natuur en de kosmos. Dit laatste noemt Fichte het 'niet-Ik', dat echter niet zelfstandig kan bestaan maar alleen in dialectische tegenstelling mét het Ik en in de ervaring als object dóór het Ik. Anders dan het Ik heeft het dus geen absolute maar slechts een relatieve werkelijkheid. Dit wordt door Fichte niet als een hypothese gezien maar als een noodzakelijke waarheid. Juist doordat we, zoals Kant stelt, niets kunnen kennen dan door onze ervaring, zou ook een kenbare mogelijkheid van een bestaan volledig los van het Ik, weer door dat Ik gekend moeten worden en daarmee innerlijk tegenstrijdig en betekenisloos zijn. Volgens Fichte heeft het begrip "Zijn" dus simpelweg de betekenis van "het er zijn van het Ik". Het karakter van het Ik is actief en creatief. Via de menselijke geest bewerkt het Ik de natuur. Er is niets, wat buiten de reikwijdte van het Ik staat. Door zijn redenering op deze manier op te bouwen, overschrijdt Fichte de grenzen die Kant aan de Rede had gesteld. Fichte ontwerpt zo namelijk een synthetisch metafysisch systeem, waarbij de beperkingen die Kant verondersteld had bij het kennen door het menselijk bewustzijn van het Ding an sich, irrelevant worden door het oordeel dat er geen autonome werkelijkheid, los van het bewustzijn, kán bestaan.

In 1798 brandde er een strijd los rond Fichte, de zogenoemde atheïsmestrijd. Fichte schreef namelijk in een tijdschrift: "Als het Ik goddelijk is, dan gaat het niet aan te veronderstellen dat er naast en los van dat Ik nog een apart wezen 'God' bestaat!" Het was voor het eerst in de geschiedenis dat iemand op zo'n ondubbelzinnige manier het bestaan van God ontkende. Er ontstak dan ook een storm van protest. Dit leidde ertoe dat Fichte ontslag moest nemen en zijn woonplaats verlaten.

Externe link[bewerken]