Missiologie

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Geplaatst:
01-07-2015

Genomineerd: Verbetering nodig   Verbetering gevraagd!

Help mee dit artikel te verbeteren, zodat het voldoet aan de conventies van Wikipedia. Na een evaluatieperiode van twee weken wordt beslist of dit artikel behouden kan worden of wordt verwijderd. Je kunt hier de beoordelingslijst bekijken.

Verwijder dit sjabloon alleen wanneer dit artikel zodanig is verbeterd en aangepast dat het wel binnen Wikipedia past. Geef dit aan op de beoordelingslijst door het toevoegen van de reden. (/)

Bonifatius, zendeling te Friesland

Missiologie is de missie- of zendingswetenschap. Het woord is afgeleid van de Latijnse woorden mittere (zenden) en missio (zending). Op hun beurt zijn dat weer vertalingen van Griekse woorden die zijn afgeleid van apostellein (zenden). Deze begrippen hebben de huidige terminologie rondom christelijke zending bepaald, zoals 'zendeling', 'missionaris', 'missionair' (alles wat de zending betreft), enzovoort.

Vakgebied[bewerken]

Christelijke zending gaat over alles wat de kerk 'naar buiten toe' doet of organiseert, met als doel de wereld om haar heen te beïnvloeden. Dit gebeurt door evangelisatie, werken aan gerechtigheid en vrede, het bestrijden van armoede, en (recent steeds meer) inzet voor een beter leefmilieu. Zending heeft een lange en complexe geschiedenis, die al begint in het Nieuwe Testament. In de loop der eeuwen hebben missionarissen en zendelingen niet alleen overal ter wereld gedoopt en kerken geplant, maar ook godsdiensten en landen bestudeerd, woordenboeken geschreven en reisverslagen gemaakt. Geen handelaar maar de missionaris Matteo Ricci was bijvoorbeeld de eerste Europeaan die het grote China bereisde. En geen geograaf maar de Schotse zendeling David Livingstone was de eerste westerling die Afrika doorkruiste. In hun voetspoor volgden vele andere geloofsverkondigers die naast hun missiewerk eveneens deden aan geografie, etnologie, linguïstiek, godsdienstonderzoek, of culturele antropologie.

Geschiedenis[bewerken]

Vooral na de kolonisatie van (Zuid-)Amerika (rond 1500) kwam er een explosie van (vooral Rooms-Katholieke) zendingsactiviteiten vanuit Europa op gang. Dit lokte de eerste missiologische studies uit. Deze werden vooral geschreven door leden van de orde van de Jezuïeten. Geïnspireerd door deze studies schreef de Nederlandse theoloog Gisbertus Voetius een studie over het planten van kerken. Algemeen wordt dit beschouwd als de eerste protestantse zendingstheologie.[1]

Na de tweede explosie van zending, aan het eind van de achttiende eeuw, en nu vooral onder invloed van Protestantse geloofsgemeenschappen, groeide de behoefte aan academische reflectie op zending. De Duitse theoloog Friedrich Schleiermacher voegde de studie van de zending (Theorie des Missionswesens) als eerste toe aan het theologisch curriculum, in de tweede editie van zijn Kurze Darstellung des Theologischen Studiums (1830). In het algemeen worden de protestantse theologen Alexander Duff (1806-1878, leerstoel in Edinburgh in 1864) en Gustav Warneck (1834-1910, leerstoel in Halle in 1896), en de Rooms-Katholieke theoloog Joseph Schmidlin (1876-1944, leerstoel in Münster in 1914) beschouwd als de eerste academische missiologen.

Hoewel na de dekolonisatie van Afrika en Azië (midden van de twintigste eeuw) er veel kritiek kwam op zendingsactiviteiten, bleef de missiologie als academische discipline bestaan. Het vakgebied groeide mee met de ontwikkelingen en kreeg een toenemend aantal specialisaties.

Een van de belangrijkste ontwikkelingen is de groei van het niet-westers christendom. Hierdoor heeft de missiologie zich in toenemende mate geconcentreerd op interculturele theologie en interreligieuze dialoog. Klassieke benaderingen van de missiologie, die meer nadruk leggen op evangelisatie en kerkplanting, zijn echter ook nog springlevend. De invloed van niet-westerse christenen die steeds meer het Westen als zendingsterrein zien, mag hier niet onderschat worden.

Onderzoeksgroepen[bewerken]

In het Nederlandse taalgebied zijn er academische leerstoelen in de missiologie en/of interculturele theologie in Amsterdam (VU en PThU), Heverlee (België, ETF), Kampen (TUK), Groningen (PThU), Radboud Universiteit Nijmegen en de Universiteit Utrecht.

Veel missiologisch onderzoek wordt gedaan in het Nijmegen Institute for Mission Studies van de Radboud Universiteit Nijmegen en het Centrum voor Interculturele Theologie, Interreligieuze Dialoog, Missiologie en Oecumenica (IIMO) aan de Universiteit Utrecht. Aan de Theologische Universiteit Kampen is er daarnaast een volledige eenjarige masteropleiding missiologie, met speciale aandacht voor het seculiere Westen.

Bronnen, noten en/of referenties