Westerlauwers Fries

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Westerlauwers Fries (Frysk)
Gesproken in Friesland, Groningen
Vitaliteit 4. Onveilig
Taalfamilie

Indo-Europees

Dialecten
Creoolse talen

Stadsfries

Alfabet Latijns
Officiële status
Officieel in

Friesland

Taalcodes
ISO 639-1 fy
ISO 639-2 fry
ISO 639-3 fry
Portaal  Portaalicoon   Taal
De taalsituatie in Noord-Nederland

Westerlauwers Fries (Westerlauwers Fries: Frysk) is het Fries dat gesproken wordt in de Nederlandse provincie Friesland en een aangrenzend deel van de provincie Groningen. Deze taal wordt doorgaans Fries genoemd en ook in dit artikel wordt hiermee de Westerlauwerse variant bedoeld. De tegenhanger van het Westerlauwers Fries is het Oosterlauwers Fries, waarvan het Saterfries het directe overblijfsel is. Van het Fries bestaat ook een variant die in de grensstreek tussen Duitsland en Denemarken wordt gesproken. Deze variant staat bekend als het Noord-Fries. Het Westerlauwers Fries stamt af van het Oudfries, dat een sterke overeenkomst vertoonde met het Oudengels. Enkele overeenkomsten met het Engels zijn nog steeds terug te vinden in het moderne Fries.

Status[bewerken]

De Wet van 2 oktober 2013, houdende regels met betrekking tot het gebruik van de Friese taal in het bestuurlijk verkeer en in het rechtsverkeer (Wet gebruik Friese taal) bepaalt dat de officiële talen in de provincie Fryslân het Nederlands en het Fries zijn.

Standaardfries[bewerken]

Op basis van het Kleifries en Woudfries is het Standaardfries ontwikkeld, dat als onderwijs- en bestuurstaal in Friesland wordt gebruikt. De spellingsregels voor dit Standaardfries zijn verschillende keren hervormd, voor het laatst met de afkondiging van de Steatestavering (Statenspelling) door de Friese Provinciale Staten in 1980.

Nederland erkent het Fries als autochtone minderheidstaal. Als zodanig geniet de taal bescherming onder het Europees Handvest voor regionale talen of talen van minderheden. Ook is het Fries, naast het Nederlands, officiële taal in de provincie Friesland. Friese taal- en letterkunde is in Friesland een keuzevak waarin examen kan worden gedaan op de havo en in het vwo. Verder is er een studierichting Fries aan de Rijksuniversiteit Groningen. Tot in de jaren negentig van de vorige eeuw werd Fries ook aangeboden aan de Universiteit van Leiden en aan de VU. Aan de Universiteit van Amsterdam werd het vak als laatste opgeheven in 2006. Als bijvak wordt Fries door een aantal universiteiten buiten Nederland aangeboden.

Dialecten[bewerken]

Het Fries is onder te verdelen in de volgende dialecten:

  1. Kleifries (in de Kleistreek) het klei- en veenweidegebied vanaf Workum tot voorbij Dokkum
  2. Woudfries (in de Friese Wouden) ten zuidoosten van de lijn Dokkum - Heerenveen
  3. Zuidwesthoeks (in de Zuidwesthoek) ten zuiden van de lijn Workum - Heerenveen
  4. Hindeloopers (in Hindeloopen)
  5. Aasters en Westers (op resp. Oost- en West-Terschelling)
  6. Schiermonnikoogs of Eilanders (op Schiermonnikoog)
    5 en 6 zijn nagenoeg uitgestorven, 4 ondergaat sterke invloed van het omringende 3 hetwelk zich op zijn beurt steeds meer aanpast aan een algemener Fries taalgebruik. 1 en 2 zijn de Friese dialecten die algemeen en ook in onderlinge communicatie gebruikt worden en zich wel van elkaar onderscheiden in hun uitspraak, maar steeds minder in hun woordenschat.

Klankleer[bewerken]

Klinkers[bewerken]

Friese klinkers met voorbeelden
Symbool Voorbeeld
IPA IPA orthografie Nederlandse vertaling
[i]? [vit]? wyt 'wit'
[iː]? [tiːt]? tiid 'tijd'
[ɪ]? [sɪt]? sit 'zit'
[eː]? 1 [seː]? see 'zee'
[ɛ]? [lɛt]? let 'laat'
[ɛː]? 2 [fɛːst]? fêst 'vast'
[ə]? [də]? de 'de'
[a]? [axt]? acht 'acht'
[aː]? [aːd]? aard 'aard'
[ɔ]? [gɔt]? gat 'gat'
[ɔː]? 2 [vɔːd]? wâld 'woud'
[o]? [op]? op 'op'
[oː]? 1 [hoːpjə]? hoopje 'hopen'
[u]? [busə]? bûse 'broekzak'
[uː]? [huːt]? hûd 'huid'
[y]? [yt]? út 'uit'
[yː]? [dryːf]? drúf 'druif'
[ø]? [pøt]? put 'put'
[aɪ]? [maɪ]? mei 'mee'
[iə]? [iən]? ien 'één'
[oə]? [oər]? oar 'ander'
[yə]? [nyət]? nuet 'tam'
[øə]? [frøən]? freon 'vriend'
[øy]? [strøyə]? struie 'strooien'
[ui]? [bluiə]? bloeie 'bloesem'
[oəi]? [moəi]? moai 'mooi'
[aːi]? [kaːi]? kaai 'sleutel'

Medeklinkers[bewerken]

b ch d f g h j k l m n p r s sj t tsj v w x y z
b x d, r f g, ɣ h j k l m n p r s sj t tsj v v, f, w ks j z

Aantal sprekers[bewerken]

In Friesland spraken in 2004 ongeveer 440.000 mensen Fries, waarvan zo'n 350.000 als moedertaal. Er is geen recent onderzoek naar hoeveel mensen wereldwijd een van de varianten van het Fries spreken. In een publicatie uit 1976 werd dat aantal geschat op ongeveer 700.000.[1] In 2009 zou het in de Friese taalgebieden gaan om 467.000 sprekers. Maar de buiten die taalgebieden wonende Friestaligen zijn daar dan weer niet bij inbegrepen [2].

Bron[bewerken]

D. Gorter, G.H. Jelsma, P.H. van der Plank en K. de Vos, Taal yn Fryslân, Ljouwert 1984. (uitgebreid survey onderzoek naar het taalgebruik en de houding tegenover taal). Engelstalige samenvatting in: zelfde auteurs, Language in Friesland, Ljouwert 1988.

Verwante talen[bewerken]

Nuvola single chevron right.svg Zie ook: Ingveoonse talen

Onder de levende talen heeft het Westerlauwers de nauwste verwantschap met de beide andere Friese talen, Saterfries en Noordfries.

Sinds de 16de eeuw wordt in de voornaamste Friese steden geen Fries meer gesproken, maar zijn daar Nederlandse dialecten op basis van een Fries substraat gevormd, enigszins misleidend bekend onder de naam Stadsfries. Gaandeweg heeft dit Stadsfries zich steeds meer aan het Nederlands aangepast. Niet in alle elf, bijvoorbeeld niet in Hindeloopen (Hylpen), Workum (Warkum) en IJlst, (Drylst), waar men altijd Fries is blijven spreken. Taalvarianten op basis van een Fries substraat, die tot het Nederlands gerekend worden, spreekt of sprak men ook op het Bildt, op Ameland en in het dorp Midsland op Terschelling. De vrijwel verdwenen dialecten van Schiermonnikoog (de Pôle), de dorpen West-Terschelling (West-Skylge) en Oosterend (Aast) op Terschelling, van Molkwerum (Molkwar) en van Hindeloopen (Hylpen) zijn of waren archaïsche vormen van het Fries.

Voor het Gronings gelden historische overeenkomsten met het Fries. Tot in de 16de eeuw werd in de Groninger Ommelanden Oosterlauwers-Fries gesproken. Daarna ging men over op een Nedersaksische taalvariant die echter veel Friese woorden en naamgevingen bewaarde. Daarnaast vertoont het West-Fries, dat in Noord-Holland gesproken wordt ook een onmiskenbaar Fries substraat. In de historische dialectologie wordt dit West-Fries in verband gezien met het Waterlands en de dialecten van enkele kustplaatsen zoals Katwijk en Scheveningen. In deze varianten vindt men weliswaar historische overeenkomsten met het Fries, maar ze zijn vanaf de 16de eeuw zodanig verhollandst dat ze nu niet meer als Fries kunnen gelden.

Het Westerlauwers Fries is van alle continentale Europese talen het meest verwant met het oude Engels dat tussen de 5de en 7de eeuw door de Angelsaksen van de tegenwoordig Nederlandse en Duitse Noordzeekusten naar Groot-Brittannië werd gebracht. Fries- en Engelstaligen gebruiken de klinkercombinatie (diftong of tweeklank) ea waar Nederlandstaligen de enkelvoudige gerekte klank oo hanteren (ear-oor, brea(d)-brood, hear-hoor, bean-boon, lead-lood, dea(d)-dood). Deze klank komt uit de Oud-Germaanse -au- voort. Ze gebruiken de klinkercombinatie ie/ee waar Nederlandstaligen de aa gebruiken zoals in died/deed - daad). De ch/tsj-uitspraak wordt in het Nederlands als k uitgesproken (tsiis/cheese - kaas, tsjerke/church - kerk). Veel woorden vertonen een Fries-Engelse samenhang (kaai-key, tegearre-together, doar-door, knyft-knife). De g-anlaut is als een zachte k in het Fries en het Engels een stemhebbende velaire plosief terwijl die in het Nederlands een fricatief is. In de nu nauwelijks meer gebruikte woordenschat van de traditionele landbouw en veeteelt komen tussen het Engels en Fries veel overeenkomstige termen en aanduidingen voor.

Bronnen[bewerken]

J.J.Hof, Friesche Dialectgeographie, 's-Gravenhage 1933. K. Boelens en G. van der Woude, Dialect-altlas van Friesland, Antwerpen 1955. K. Heeroma en J. Naarding, De ontfriesing van Groningen 1961. Dialecten van de Friese west- en zuidkust, red. H.T.J. Miedema en T.J. Steenmeijer-Wielinga, Ljouwert-Leeuwarden 1972. Voor de oost en noord-Friese dialecten zie N. Ahrhammer, Friesische dialektologie, in: L. Schmitt (red.), Germanische Dialektologie, Wiesbaden 1968.

Voorbeelden[bewerken]

Een voorbeeld van het Fries (Geluidsfragment Beluister (info / uitleg)):

Bûter, brea en griene tsiis; (Boter, roggebrood en groene kaas)
wa't dat net sizze kin, is gjin oprjochte Fries. (wie dat niet kan zeggen, is geen oprechte Fries.)

Deze spreuk werd naar verluidt door de Friese aanvoerder Grutte Pier (Grote Pier) tijdens de oorlog tussen Friesland en de hertog van Saksen, misschien ook al veel eerder in de vetes met Holland als sjibbolet gebruikt om te onderscheiden of iemand wel werkelijk een Fries was. Men merke op dat de voor de hand liggende vertaling van brea met brood niet (meer) voor het moderne Fries geldt, omdat brood daarin met bôle wordt aangegeven, terwijl brea roggebrood is.

Er bestaan meer manieren om te testen of iemand de klanken van het Fries goed beheerst. Wie zich voldoende zeker van zichzelf voelt, kan bij de slager vragen om "rea rikke rierreljirre" — letterlijk vertaald: rood gerookt rookvlees van een eenjarig rund. De moeilijkheid zit hem in de diftong rea en de wisselende medeklinkercombinatie /rj/ en /lj/. Een andere testcase is "lytse Ljouwerter strjitstientsjes" - vertaald: kleine Leeuwarder straatsteentjes. Subtiele klankonderscheidingen bestaan in de reeks wiet (nat), wyt (wit) en wiid (wijd), waarin de ie achtereenvolgens als diftong, kort en gerekt wordt uitgesproken. Een ander voorbeeld van dalende (ou) en stijgende (oa) diftongen, samen met klankbrekingen (ie en ea) in één zinsverband is "De skuon stean efter de doarren yn'e skuorre dy't neist de skoalle stiet" (de schoenen staan achter de deuren van de schuur die naast de school staat). Het Nederlands kent deze grote variatie van klanken niet. [3]

Een ander voorbeeld is het volkslied: De âlde Friezen.

Frisisme[bewerken]

Een frisisme is een woord dat of een constructie die gevormd naar voorbeeld van het Fries in een andere taal, in het bijzonder het Nederlands.

Zie ook[bewerken]

Externe links[bewerken]

Online Fries woordenboek, spellingscontrole en taaltips:

Referenties[bewerken]

  1. Gordon, Raymond G., Jr. (ed.), 2005. Ethnologue: Languages of the World, Fifteenth edition. Dallas, Tex.: SIL International. Online version (Internet Archive)
  2. Lewis, M. Paul (ed.), 2009. Ethnologue: Languages of the World, Sixteenth edition. Dallas, Tex.: SIL International. Online version.
  3. Boter, roggebrood en groene kaas: Modern Fries voor Nederlandstaligen
Wikibooks Wikibooks heeft een studieboek over dit onderwerp: Fries.
Wikipedia-logo-v2.svg Zie de Friese uitgave van Wikipedia.