Westerlauwers Fries

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Westerlauwers Fries (Frysk)
Gesproken in Friesland, Groningen
Vitaliteit 4. Onveilig
Taalfamilie

Indo-Europees

Dialecten
Creoolse talen

Stadsfries

Alfabet Latijns
Officiële status
Officieel in

Vlag van Nederland Nederland

Taalcodes
ISO 639-1 fy
ISO 639-2 fry
ISO 639-3 fry
Portaal  Portaalicoon   Taal
De taalsituatie in Noord-Nederland
Schriftelijk en mondeling examen in de Friese taal in 1946

Westerlauwers Fries (Westerlauwers Fries: Frysk) is het Fries dat gesproken wordt in de Nederlandse provincie Friesland en een aangrenzend deel (Westerkwartier) van de provincie Groningen. Deze taal wordt doorgaans Fries genoemd en ook in dit artikel wordt hiermee de moderne Westerlauwerse variant bedoeld. Tot in de late Middeleeuwen werd een oudere vorm van het Westerlauwers ook in delen van Noord-Holland gesproken: op Texel en Wieringen, in West-Friesland en in Waterland.

De tegenhanger van het Westerlauwers Fries is het Oosterlauwers Fries, dat zo goed als verdwenen is en tot aan het einde van de Middeleeuwen in ook de Groninger Ommelanden en in Oost-Friesland werd gesproken. Het Saterfries dat nog in enkele dorpen wordt gesproken, is er het overblijfsel van.

Van het Fries bestaat ook een variant die langs de Noordzeekust en op de eilanden in de Duitse Bocht tot aan de grens tussen Duitsland en Denemarken wordt gesproken. Deze variant staat bekend als het Noord-Fries en valt uiteen in een groot aantal sterk verschillende dialecten die in kleine regio's worden of werden gesproken omdat de gemeenschappen in dit gebied vroeger ten opzichte van elkaar geïsoleerd waren.

Al deze varianten en dus ook het huidige Fries stammen af van het Oudfries, dat een sterke overeenkomst vertoonde met het Oudengels, waarvan enkele overeenkomsten met het Engels nog steeds zijn terug te vinden in het moderne Fries.

Status[bewerken]

De Wet van 2 oktober 2013, houdende regels met betrekking tot het gebruik van de Friese taal in het bestuurlijk verkeer en in het rechtsverkeer (Wet gebruik Friese taal) bepaalt dat de officiële talen in de provincie Fryslân het Nederlands en het Fries zijn. Dit wil overigens niet zeggen dat de beide talen op gelijk niveau, dezelfde wijze en in dezelfde mate in gebruikt zouden zijn.

Standaardfries[bewerken]

Op basis van het Kleifries en Woudfries is het Standaardfries ontwikkeld, dat als onderwijs- en bestuurstaal in Friesland wordt gebruikt. Deze standaardtaal berust op oude schrijftaaltradities, die in de Middeleeuwen vooral voor rechtsteksten in gebruik waren en na het begin van de 16de eeuw alleen nog voor plattelandsliteratuur, met als bijzondere uitzondering het renaissancistische literaire werk van Gysbert Japicx. Na twee eeuwen marginaliserig begon in het begin van de 19de eeuw de herleving van de literaire traditie. De spellingsregels voor het Standaardfries zijn verschillende keren hervormd, voor het laatst met de afkondiging van de Steatestavering (Statenspelling) door de Friese Provinciale Staten in 1980.

Nederland erkent het Fries als autochtone minderheidstaal. Als zodanig geniet de taal bescherming onder het Europees Handvest voor regionale talen of talen van minderheden. Ook is het Fries, naast het Nederlands, officiële taal in de provincie Friesland. Fries is in het basisonderwijs een verplicht lesvak, waarbij overigens de prestatienormen en de eindtermen zijn vrijgelaten. Friese taal- en letterkunde is in Friesland een keuzevak waarin examen kan worden gedaan op de havo en in het vwo. Verder is er één academische studierichting Fries aan de Rijksuniversiteit Groningen overgebleven. Tot in de jaren negentig van de vorige eeuw werd Fries ook aangeboden aan de Universiteit van Leiden en aan de VU. Aan de Universiteit van Amsterdam werd het vak als laatste opgeheven in 2006. Als bijvak wordt Fries ook door een aantal universiteiten buiten Nederland aangeboden.

Dialecten[bewerken]

Het Fries is onder te verdelen in de volgende dialecten:

  1. Kleifries (in de Kleistreek) het klei- en veenweidegebied vanaf Workum tot voorbij Dokkum
  2. Woudfries (in de Friese Wouden) ten zuidoosten van de lijn Dokkum - Heerenveen
  3. Zuidwesthoeks (in de Zuidwesthoek) ten zuiden van de lijn Workum - Heerenveen
  4. Hindeloopers (in Hindeloopen)
  5. Aasters en Westers (op resp. Oost- en West-Terschelling)
  6. Schiermonnikoogs of Eilanders (op Schiermonnikoog)
    5 en 6 zijn nagenoeg uitgestorven, 4 ondergaat sterke invloed van het omringende 3 hetwelk zich op zijn beurt steeds meer aanpast aan een algemener Fries taalgebruik. 1 en 2 zijn de Friese dialecten die algemeen en ook in onderlinge communicatie gebruikt worden en zich wel van elkaar onderscheiden in hun uitspraak, maar steeds minder in hun woordenschat.

Klankleer[bewerken]

Klinkers[bewerken]

Friese klinkers met voorbeelden
Symbool Voorbeeld
IPA IPA orthografie Nederlandse vertaling
[i]? [vit]? wyt 'wit'
[iː]? [tiːt]? tiid 'tijd'
[ɪ]? [sɪt]? sit 'zit'
[eː]? 1 [seː]? see 'zee'
[ɛ]? [lɛt]? let 'laat'
[ɛː]? 2 [fɛːst]? fêst 'vast'
[ə]? [də]? de 'de'
[a]? [axt]? acht 'acht'
[aː]? [aːd]? aard 'aard'
[ɔ]? [gɔt]? gat 'gat'
[ɔː]? 2 [vɔːd]? wâld 'woud'
[o]? [op]? op 'op'
[oː]? 1 [hoːpjə]? hoopje 'hopen'
[u]? [busə]? bûse 'broekzak'
[uː]? [huːt]? hûd 'huid'
[y]? [yt]? út 'uit'
[yː]? [dryːf]? drúf 'druif'
[ø]? [pøt]? put 'put'
[aɪ]? [maɪ]? mei 'mee'
[iə]? [iən]? ien 'één'
[oə]? [oər]? oar 'ander'
[yə]? [nyət]? nuet 'tam'
[øə]? [frøən]? freon 'vriend'
[øy]? [strøyə]? struie 'strooien'
[ui]? [bluiə]? bloeie 'bloesem'
[oəi]? [moəi]? moai 'mooi'
[aːi]? [kaːi]? kaai 'sleutel'

Medeklinkers[bewerken]

b ch d f g h j k l m n p r s sj t tsj v w x y z
b x d, r f g, ɣ h j k l m n p r s sj t tsj v v, f, w ks j z

Aantal sprekers[bewerken]

In Friesland spraken in 2004 ongeveer 440.000 mensen Fries, waarvan zo'n 350.000 als moedertaal. Er is geen recent onderzoek naar hoeveel mensen wereldwijd een van de varianten van het Fries spreken. In een publicatie uit 1976 werd dat aantal geschat op ongeveer 700.000.[1] In 2009 zou het in de Friese taalgebieden gaan om 467.000 sprekers. Maar de buiten die taalgebieden wonende Friestaligen zijn daar dan weer niet bij inbegrepen [2].

Verwante talen[bewerken]

1rightarrow blue.svg Zie ook: Ingveoonse talen

Onder de levende talen heeft het Westerlauwers de nauwste verwantschap met de beide andere Friese talen, Saterfries en Noordfries.

Sinds de 16de eeuw wordt in de voornaamste Friese steden minder Fries gesproken, maar zijn daar Nederlandse dialecten op basis van een Fries substraat gevormd, bekend onder de naam Stadsfries. Gaandeweg heeft het Stadsfries zich steeds meer aan het Nederlands aangepast. Dat geldt niet in alle elf steden, bijvoorbeeld niet in Hindeloopen (Hylpen), Workum (Warkum) en IJlst, (Drylst), waar men altijd Fries is blijven spreken. Taalvarianten op basis van een Fries substraat, die tot het Nederlands gerekend worden, spreekt of sprak men ook op het Bildt, op Ameland en in het dorp Midsland op Terschelling. De vrijwel verdwenen dialecten van Schiermonnikoog (de Pôle), de dorpen West-Terschelling (West-Skylge) en Oosterend (Aast) op Terschelling, van Molkwerum (Molkwar) en van Hindeloopen (Hylpen) zijn archaïsche vormen van het Fries.

Voor het Gronings gelden historische overeenkomsten met het Fries. Tot in de 16de eeuw werd in de Groninger Ommelanden Oosterlauwers-Fries gesproken. Daarna ging men over op een Nedersaksische taalvariant die echter veel Friese woorden en naamgevingen bewaarde. Daarnaast vertoont het West-Fries, dat in Noord-Holland gesproken wordt ook een onmiskenbaar Fries substraat. In de historische dialectologie wordt dit West-Fries in verband gezien met het Waterlands en de dialecten van enkele kustplaatsen zoals Katwijk en Scheveningen. In deze varianten vindt men weliswaar historische overeenkomsten met het Fries, maar ze zijn vanaf de 16de eeuw zodanig verhollandst dat ze nu niet meer als Fries kunnen gelden.

Het Westerlauwers Fries is van alle continentale Europese talen het meest verwant met het oude Engels dat tussen de 5de en 7de eeuw door de Angelsaksen van de tegenwoordig Nederlandse en Duitse Noordzeekusten naar Groot-Brittannië werd gebracht. Fries- en Engelstaligen gebruiken de klinkercombinatie (diftong of tweeklank) ea waar Nederlandstaligen de enkelvoudige gerekte klank oo hanteren (ear-oor, brea(d)-brood, hear-hoor, bean-boon, lead-lood, dea(d)-dood). Deze klank komt uit de Oud-Germaanse -au- voort. Ze gebruiken de klinkercombinatie ie/ee waar Nederlandstaligen de aa gebruiken zoals in died/deed - daad). De ch/tsj-uitspraak in het Engels en het Fries wordt in het Nederlands als k uitgesproken (tsiis/cheese - kaas, tsjerke/church - kerk). Veel woorden vertonen een Fries-Engelse samenhang (kaai-key, tegearre-together, doar-door, knyft-knife). In de nu nauwelijks meer gebruikte woordenschat van de traditionele landbouw en veeteelt komen tussen het Engels en Fries veel overeenkomstige termen en aanduidingen voor.

Voorbeelden[bewerken]

Een voorbeeld van het Fries (Geluidsfragment Beluister (info / uitleg)):

Bûter, brea en griene tsiis; (Boter, roggebrood en groene kaas)
wa't dat net sizze kin, is gjin oprjochte Fries. (wie dat niet kan zeggen, is geen oprechte Fries.)

Deze spreuk werd naar verluidt door de Friese aanvoerder Grutte Pier (Grote Pier) tijdens de oorlog tussen Friesland en de hertog van Saksen, misschien ook al veel eerder in de vetes met Holland als sjibbolet gebruikt om te onderscheiden of iemand wel werkelijk een Fries was. Men merke op dat de voor de hand liggende vertaling van brea met brood niet (meer) voor het moderne Fries geldt, omdat brood daarin met bôle wordt aangegeven, terwijl brea tot roggebrood beperkt is.

Er bestaan meer manieren om te testen of iemand de klanken van het Fries goed beheerst. Wie zich voldoende zeker van zichzelf voelt, kan bij de slager vragen om "rea rikke rierreljirre" — letterlijk vertaald: rood gerookt rookvlees van een eenjarig rund. De moeilijkheid zit hem in de diftong rea en de wisselende medeklinkercombinatie /rj/ en /lj/. Een andere testcase is "lytse Ljouwerter strjitstientsjes" - vertaald: kleine Leeuwarder straatsteentjes. Subtiele klankonderscheidingen bestaan in de reeks wit ((ik) weet), wyt (wit), wiid (wijd) en wiet (nat), waarin de ie achtereenvolgens als "i", kort, gerekt en als diftong wordt uitgesproken. Een ander voorbeeld van dalende (ou) en stijgende (oa) diftongen, samen met klankbrekingen (ie en ea) in één zinsverband is "De skuon steane efter de doarren yn'e skuorre dy't neist de skoalle stiet" (de schoenen staan achter de deuren van de schuur die naast de school staat). Het Nederlands kent deze grote variatie van klanken niet. [3]

Een ander voorbeeld is het volkslied: De âlde Friezen.

Frisisme[bewerken]

Een frisisme is een woord dat of een constructie die gevormd naar voorbeeld van het Fries in een andere taal, in het bijzonder het Nederlands. Dit moet niet verward worden met Fries substraat dat vanuit het de Noord-Hollandse dialecten, waarin ze ruim voorkomen, in het Standaardnederlands terecht is gekomen.

Zie ook[bewerken]

Externe links[bewerken]

Referenties[bewerken]

Wikibooks Wikibooks heeft meer over dit onderwerp: Fries.
Wikipedia-logo-v2.svg Zie de Friese uitgave van Wikipedia.