Recep Tayyip Erdoğan

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Recep Tayyip Erdoğan
Recep Tayyip Erdoğan in 2015
Recep Tayyip Erdoğan in 2015
Geboren 26 februari 1954
Istanboel, Turkije
Politieke partij Partij voor Nationale Redding (1976-1981)
Welvaartspartij (1983-1998)
Deugdpartij (1998-2001)
AKP (2001-2014)
Onafhankelijk (2014-2017)
AKP (2017–heden)
Partner Emine Erdoğan
Beroep Politicus
Religie Soennitische islam
Handtekening Handtekening
President van Turkije
Huidige functie
Aangetreden 28 augustus 2014
Voorganger Abdullah Gül
Premier van Turkije
Aangetreden 14 maart 2003
Einde termijn 28 augustus 2014
Voorganger Abdullah Gül
Opvolger Ahmet Davutoğlu
Portaal  Portaalicoon   Politiek

Recep Tayyip Erdoğan [ˈrɛdʒɛp ˈtɑːjip ˈɛrdɔːɑn]? (Istanboel, 26 februari 1954) is de president van Turkije sinds 2014. Van 1994 tot 1998 was hij de burgemeester van Istanboel, en van 14 maart 2003 tot 28 augustus 2014 was hij de 25e premier van Turkije. Hij stichtte de AKP in 2001. Na zijn verkiezing tot president in 2014 moest hij het leiderschap van de AKP neerleggen, omdat de president volgens de grondwet geen lid kon zijn van een politieke partij. Dit verbod werd in 2017 geschrapt, waarna Erdoğan opnieuw werd gekozen tot partijleider.[1]


Biografie[bewerken]

Achtergrond[bewerken]

Erdoğan komt uit een vroom islamitisch gezin met een laag middeninkomen. Hij werd geboren in Kasımpaşa, een van de oudere wijken van Istanboel. Het gezin was in de jaren vijftig vanuit de Noordoost-Turkse provincie Rize naar Istanboel verhuisd. Het gezin keerde spoedig terug naar Rize, waar hij zijn kinderjaren doorbracht; zijn vader werkte er als kustwacht. Zijn familie is afkomstig uit Güneysu (in het lokale Grieks Potamia genoemd), waar hij zijn zomervakanties doorbracht. In toespraken gebruikt Erdoğan deze oude naam voor het dorp, hoewel hij ook heeft beweerd deels van Georgische afkomst te zijn. Toen hij dertien jaar was, verhuisde het gezin opnieuw naar Istanboel. Hij doorliep de Kasımpaşa Piyale-basisschool in 1965 en de religieuze Istanboel Vocational High School in 1973 (İmam Hatip-school). Hij behaalde zijn middelbareschooldiploma op de Eyüp High School. Om geld te verdienen verkocht hij als tiener limonade en simit in de wijken van deze West-Turkse stad. Hij ging er ook voetballen bij een lokale club. Het stadion van de lokale voetbalclub Kasımpaşa SK is naar hem vernoemd. Hij studeerde Business Administration en handelswetenschappen aan de Aksaray School of Economics (nu bekend als de Faculteit Economie en Administratieve Wetenschappen aan de Universiteit van Marmara).[2] Terwijl hij studeerde en amateurvoetbal speelde, werd Erdoğan actief in de politiek door lid te worden van de Nationale Turkse Studenten Vakbond, een anticommunistische actiegroep. Erdoğan maakte ook verschillende gedichten zoals over de stad waar hij opgroeide. In 1974 schreef hij, regisseerde en speelde de hoofdrol in het toneelstuk ‘’Maskomya’’, waarin de vrijmetselarij, het communisme en het jodendom werden voorgesteld als het kwaad.[3]

Hij trouwde met Emine Gülbaran (Siirt, 21 februari 1955), die hij in 1978 had leren kennen op een conferentie. Emine Gülbaran behoort tot de Arabische minderheid van Turkije.[4] Het echtpaar heeft twee zoons (Ahmet Burak, Necmeddin Bilal) en twee dochters (Esra, Sümeyye).[5] Zijn vader, Ahmet Erdoğan, overleed in 1988. In 2011 verloor Erdoğan zijn 88-jarige moeder Tenzile Erdoğan.

Vroege politieke carrière[bewerken]

In 1976 werd hij hoofd van de jeugdafdeling van de islamistische Partij voor Nationale Redding (MSP) in Beyoğlu.[6] Datzelfde jaar werd hij gepromoveerd tot voorzitter van de jeugdafdeling van de partij in Istanboel. Na de staatsgreep van 1980 volgde Erdoğan de meeste aanhangers van de islamist Necmettin Erbakan, de grondlegger van Milli Görüş, in de islamistische Welvaartspartij. Hij werd districtsvoorzitter van de partij in Beyoğlu in 1984 en in 1985 werd hij afdelingsvoorzitter van Istanboel. Hij werd in 1991 gekozen in het parlement, maar uitgesloten van het innemen van zijn zetel.

Toen Erdoğan voorzitter werd van de Welvaartspartij in Istanboel was hij dertig jaar en won zijn partij langzaam maar zeker aanhangers. Na zijn dertigste ging Erdoğan naar het Iskender paşha Seminarie van de Nakşibendi Mehmet Zahit Kotku.[7] Hij zei dat het soefisme een sterke indruk op hem maakt, zoals zijn voorliefde voor poëzie.

Burgemeesterschap (1994-1998)[bewerken]

Bij de lokale verkiezingen van 27 maart 1994 werd Erdoğan verkozen tot burgemeester van Istanboel, een van de grootste stedelijke gebieden van de wereld. Gedurende zijn burgemeesterschap pakte hij chronische problemen aan als het watertekort, de vervuiling en de verkeerschaos.[8] Het watertekort was opgelost met de aanleg van honderden kilometers van nieuwe pijpleidingen. Het probleem omtrent vuilnis werd opgelost met de oprichting van state of the art recyclingfaciliteiten. Luchtvervuiling werd verminderd met een project dat ontwikkeld was om over te schakelen op aardgas. Voor vrouwen richtte hij het instituut İSMEK op.[9]

Erdoğan begon de eerste rondetafelgesprekken van burgemeesters tijdens de Habitat II-conferentie van de Verenigde Naties, wat leidde tot een wereldwijde, georganiseerde beweging van burgemeesters. Hiervoor kreeg Erdoğan een prijs van de VN. Erdoğan verbood ook de verkoop van alcohol in de stedelijke diensten. Andere religieus geïnspireerde maatregelen waren de introductie van aparte badzones voor vrouwen en afzonderlijke schoolbussen voor jongens en meisjes.

Zijn buitenlandse beleid met betrekking tot het EU-lidmaatschap week tijdens zijn tijd als burgemeester aanzienlijk af van zijn latere politiek als premier. In 1994 sprak hij zich uit tegen de toetreding tot de Europese Unie. Hij beschreef de Europese Unie als een "vereniging van christenen", waar de Turken niets te zoeken hadden.[10]

Een veel geciteerde uitspraak van Erdoğan in zijn tijd als burgemeester op een persconferentie is:

Aanhalingsteken openen Tegelijkertijd seculier en moslim zijn, is niet mogelijk.[11]
— Recep Tayyip Erdoğan
Aanhalingsteken sluiten

Veroordeling door het Turkse Constitutionele Hof[bewerken]

In januari 1998 verbood het Turkse Constitutionele Hof de Welvaartspartij. De partij werd beschuldigd van sympathie voor de jihad en van de invoering van de sharia, hetgeen tegen het basisprincipe van het secularisme van de staat was. De oprichter van de Welvaartspartij, Erbakan, werd gestraft met een vijfjarig verbod op politieke activiteiten. Erdoğan werd lid van de opvolger van de Welvaartspartij, de Deugdpartij, zoals bijna alle afgevaardigden van de vroegere Welvaartspartij. Hij werd beschouwd als een serieuze kandidaat voor het voorzitterschap, maar voorzitter werd uiteindelijk Recai Kutan.

Tussen Erbakan en zijn partijvrienden, onder wie Erdoğan, en het Turkse leger bestond een diep wederzijds wantrouwen. Het Turkse leger zag zichzelf als de bewaker van de seculiere orde en als hoedster van de principes van de oprichter van de natie, Mustafa Kemal Atatürk, die voorzagen in een strikte scheiding van religie en staat. In april 1998 werd Erdoğan tot tien maanden gevangenisstraf en een verbod op politieke activiteiten veroordeeld op grond van artikel 14 van de Turkse grondwet en artikel 312/2 van het voormalige Turkse wetboek van strafrecht (het aanzetten tot haat op grond van klasse, ras, religie, sekte of regionale verschillen). De aanleiding was een toespraak op een conferentie in de oostelijke Anatolische stad Siirt, waarin hij een religieus gedicht van Ziya Gökalp, had voorgedragen, met toevoeging van de citaten:

Aanhalingsteken openen Democratie is slechts de trein die wij nemen totdat wij op onze bestemming zijn aangekomen. Minaretten zijn onze bajonetten, koepels onze helmen, moskeeën onze kazernes en gelovigen onze soldaten.[12][13]
— Recep Tayyip Erdoğan
Aanhalingsteken sluiten

Vanwege zijn veroordeling moest hij zijn functie als burgemeester neerleggen. Op 24 juli 1999 werd Erdoğan vrijgelaten uit de gevangenis. Critici beschuldigen Erdoğan en zijn AKP ervan, de "heerschappij van de islam" te willen opleggen in Turkije[14] door met democratische middelen de democratie uit te hollen.[15]

Premierschap (2003-2014)[bewerken]

In 2001 week Erdoğan af van de ideologie van Necmettin Erbakan, zijn vroegere leider, waarna hij de AKP oprichtte. Hier kwamen intellectuelen van verschillende ideologieën bij elkaar. Deze AKP won in november 2002 een ongekend grote meerderheid in het parlement, maar Erdoğan kon in eerste instantie geen premier worden. Zijn eerdere veroordeling stond in de weg en tweede man Abdullah Gül vormde een voorlopige regering. Pas na een grondwetswijziging in maart 2003, die het verbod op zijn politieke activiteiten ongedaan maakte, waren de juridische en politieke problemen uit de weg geruimd en kon Erdoğan de leiding overnemen.

Op 17 oktober 2006 kreeg premier Erdoğan in het openbaar een flauwte[16], toegeschreven aan hypoglykemie door een combinatie van intens werk en ramadan vasten. Hij werd in het ziekenhuis opgenomen, maar de artsen stelden vast dat hij een paar dagen rust nodig had en er, gezien zijn gezondheidstoestand, geen aanleiding was tot ernstige bezorgdheid. Zijn vervoer naar het ziekenhuis werd een spektakel toen de bestuurder van zijn gepantserde voertuig per ongeluk de deur van het voertuig afsloot en de sleutels erin liet. Het veiligheidssysteem van de auto sloot alle deuren met de bewusteloze Erdoğan nog steeds erin. Een moker werd van een nabijgelegen bouwplaats gehaald om de kogelvrije ramen van het voertuig te breken en de minister-president te bevrijden.

Economie[bewerken]

Werkloosheidspercentage van Turkije tussen 2000 en 2014
Erdoğan, Vladimir Poetin en Silvio Berlusconi bij de opening van de Blauwe Stroom gaspijpleiding in november 2005

De Turkse economie werd voorheen vaak gekenmerkt door sterk fluctuerende en hoge inflatiecijfers. In de regeerperiode van Bülent Ecevit maakte de Turkse economie een groei door en daalde de jaarlijkse inflatie naar 9,0% in 2004. Sinds het aantreden van Erdoğan bleef dit cijfer rond 9% schommelen. In 2005 werden zes nullen afgehaald van de Turkse lira na een revaluatie.

De economie groeit jaarlijks gemiddeld 6,3%, iets lager dan het gemiddelde van opkomende industrielanden.[bron?] Hoewel Erdoğan telkens herhaalt dat het bbp van Turkije onder zijn regeerperiode gestegen is van $230 miljard (2002) naar $798 miljard (2008), is de werkelijke stijging, voor inflatie gecorrigeerd, van 72 miljard lira naar 102 miljard lira. De staatsschuldquote is gedaald van 74% naar 45%. De regering erfde een schuld van 23,5 miljard dollar aan het IMF, die vanaf 1961 was opgebouwd. In 2013 werd de laatste aflossing van 450 miljoen euro gedaan.[17]

Onderwijs[bewerken]

Het ministerie van Onderwijs krijgt, met de komst van Erdoğan, het grootste deel van de begroting.[18] Per jaar worden er 2000 nieuwe scholen gebouwd[bron?], vooral in het zuidoostelijk gebied van Turkije, waar hoofdzakelijk Koerdisch sprekende Koerden wonen. De leerplicht is uitgebreid van acht jaar onderwijs naar twaalf jaar. Sinds 2003 zijn de schoolboeken gratis en heeft elke provincie in Turkije haar eigen universiteit. Een wetswijziging van het parlement om het hoofddoekverbod op universiteiten op te heffen, werd door het Turkse Constitutionele Hof ongedaan gemaakt. In 2003 is samen met UNICEF de campagne 'Kom op meiden, naar school!' (Haydi kızlar okula!) gestart, die meisjes, met name in het zuidoosten van het land, oproepen om naar school te gaan.[19] Ook is er een wet aangenomen die kinderen tussen 10 en 14 jaar weer toestaat naar een islamitische school te gaan. Daarnaast heeft Erdoğan een belangrijke verkiezingsbelofte ingelost door een aantal Turkse scholen te voorzien van een gratis tablet-pc.

Beleid inzake de Armeense genocide[bewerken]

In december 2008 bekritiseerde Erdoğan de “I Apologize”-campagne van Turkse intellectuelen om de Armeense genocide te erkennen, met de uitspraak: "Ik accepteer noch ondersteun deze campagne. We hebben geen misdaad begaan, dus we hoeven ons niet te verontschuldigen"[20]

Erdoğan is van mening dat Armeniërs in het Ottomaanse Rijk nooit met een overheidsbeleid van genocide geconfronteerd werden, maar dat integendeel Armeniërs de Turken wilden uitroeien.[21]

In 2011 gaf Erdoğan de opdracht tot het slopen van een Turks-Armeens vriendschapsmonument in Kars, dat was opgedragen aan de toenadering van de landen na vele jaren van geschillen over de moord op maximaal anderhalf miljoen Armeniërs tijdens de Eerste Wereldoorlog. Erdoğan rechtvaardigde de sloop door te stellen dat het monument ongepast was dicht bij het graf van een 11e-eeuws islamitisch geleerde.[22][23][24]

De erkenning van de Armeense genocide wordt vervolgd onder de regering-Erdoğan door de toepassing van het internationaal bekritiseerde artikel 301 van het Turkse wetboek van strafrecht.[25]

Opening naar Koerden en andere minderheden[bewerken]

Op 12 augustus 2005 heeft Erdoğan gezegd te werken aan de oplossing van het Koerdische probleem met meer democratie. Hij zei ook in een toespraak in Diyarbakır: "Ieder land heeft moeilijke tijden in zijn geschiedenis meegemaakt. Een grote staat en een groot land als Turkije heeft vele moeilijkheden overwonnen om de dag van vandaag te bereiken. Daarom is het weigeren van het erkennen van fouten in het verleden niet gepast voor grote landen. Een grote staat en een sterke natie kijkt met vertrouwen naar de toekomst door hun fouten en hun misstappen te belijden. Het is met dit principe in het achterhoofd dat onze regering het land dient. (...) Het Koerdische probleem is niet het probleem van een deel van onze mensen, maar het probleem van iedereen. Dus het is ook mijn probleem. Wij zullen elk probleem oplossen met meer democratie, meer burgerrechten en welvaart, met inachtneming van de grondwettelijke orde, het principe van de republiek en de fundamentele beginselen die we hebben geërfd van de grondleggers van ons land."

Vervolgens verklaarde Erdoğan de drie ideologieën die volgens hem in tegenspraak zijn met de Turkse staat:

  • etnisch nationalisme;
  • regionaal nationalisme;
  • religieus nationalisme.

Daarna zei hij: "Er zijn in ons land vele etnische groepen. Wij maken geen onderscheid tussen hen. Zij hebben elk een eigen identiteit. Er is een band die ons allemaal verenigt, en deze band is het burgerschap van de Republiek Turkije. (...) Ik zeg nogmaals, Turkije is zowel Ankara, Istanboel, Konya, Samsun, Erzurum als Diyarbakır. Ik wil dat u weet dat de geuren, kleuren, stemmen, muziek in elke plaats van dit land een eigen unieke smaak bezitten."[26]

De regering van Erdoğan continueerde de beëindiging van de vijftien jaar durende noodtoestand in het zuidoosten van Turkije. Ze gaf ook toestemming voor programma's in de Koerdische taal op radio en televisie en heeft de openingen van privé-instellingen die Koerdisch onderwijzen goedgekeurd. Op 1 januari 2009 opende Erdoğan een kanaal van de Turkse staatsomroep TRT dat 24 uur in het Koerdisch uitzendt.

Buitenlands beleid[bewerken]

Ontmoeting tussen Erdoğan en president Barack Obama
President Lula da Silva en Erdoğan in Brazilië met in de achtergrond de minister van Buitenlandse Zaken Ahmet Davutoğlu
2Bezochte landen als Turkse premier

De grondslag van het buitenlands beleid van Erdoğan is de gedachte "maak geen vijanden, maar vrienden"[27] en het streven naar "zero problems" met de buurlanden.[28] In 2008 bracht de premier van Griekenland na 50 jaar een staatsbezoek aan Turkije. Voordat de partij van Erdoğan aan de macht kwam, was er in Turkije een discussie over een mogelijk offensief tegen Syrië. Tijdens de regeerperiode van Erdoğan zijn de diplomatieke relaties met het buurland verbeterd, waarbij Turkije zelfs de rol vervulde van bemiddelaar tussen Israël en Syrië. Maar sinds het begin van de Syrische burgeroorlog hebben de twee landen ruzie met elkaar. Ook met Armenië werden de relaties voorzichtig aangehaald. Erdoğan en de president van Armenië Serzj Sarkisian hebben verscheidene keren met elkaar gesproken zoals bij het World Economic Forum in Davos in januari 2009. Bij die gelegenheid begon Erdoğan een tirade tegen de president van Israël Sjimon Peres over de Israëlische strafexpeditie in de Gazastrook.

Erdoğan heeft samen met de Spaanse premier José Zapatero de Alliantie der Beschavingen gesticht, die door de Verenigde Naties overgenomen is, met als doel de dialoog tussen culturen en beschavingen te bevorderen en onbegrip en vooroordelen te bestrijden.

Erdoğan probeerde verscheidene malen te bemiddelen tussen het Westen en de regering van Iran, dat ervan wordt beschuldigd te werken aan een kernwapen. Erdoğan reisde samen met de Braziliaanse president Lula da Silva naar Teheran en sloot daar een verdrag waarin Iran beloofde zijn nucleair afval te exporteren naar Turkije. Dit verdrag, dat veel lijkt op het voorstel van het Westen, werd niet erkend door het Westen. Erdoğan klaagde dat Iran in het geschil over het Iraanse nucleaire programma oneerlijk behandeld zou worden door het Westen. Hij stelde: “Wie zelf kernwapens heeft, kan Teheran niet bekritiseren vanwege zijn nucleaire programma,”[29] en:

Aanhalingsteken openen Mahmoud Ahmadinejad is zonder twijfel onze vriend[30]
— Recep Tayyip Erdoğan
Aanhalingsteken sluiten

Erdoğan neemt een kritische houding in ten opzichte van Israël. Door Israëls optreden tegen de Gaza-hulpvloot beschuldigde Erdoğan de Israëlische regering van "onmenselijk staatsterrorisme" en de schending van het internationaal recht.[31] De Palestijnse beweging Hamas in de Gazastrook wordt door Erdoğan niet beschouwd als een terroristische groep.[32]

Erdoğan verdedigde de Soedanese leider Omar al-Bashir, tegen wie het Internationaal Strafhof in Den Haag een arrestatiebevel heeft uitgevaardigd vanwege misdaden tegen de menselijkheid en oorlogsmisdaden in het Darfur-conflict, met de woorden: "Een moslim kan geen genocide plegen".[33]

Davos 2009[bewerken]
Erdoğan verlaat het World Economic Forum in Davos in 2009.

Op 29 januari 2009 liep Erdoğan demonstratief weg tijdens het World Economic Forum in Davos na een aanvaring met de Israëlische president Shimon Peres. Erdoğan was niet alleen kwaad omdat hij niet mocht uitpraten, maar ook vanwege de bijval die Peres kreeg naar aanleiding van zijn betoog over de recente Gaza-oorlog. Bij zijn thuiskomst in Turkije werd hij als held ingehaald. In de Turkse pers werd hij vervolgens al snel Davos Fatihi (veroveraar van Davos) genoemd.[34] De regering van Erdoğan bemiddelde tussen Israël en Syrië. Hierbij zou Israël onder andere de Golan teruggeven aan Syrië in ruil voor vrede met Syrië. De Israëlische premier Olmert kwam op 23 december 2008 naar Turkije waar hij vijf uur lang ging praten met premier Erdoğan over de vredesgesprekken. Volgens Erdoğan was vrede tussen die landen heel dichtbij, maar aan de Turkse bemiddeling kwam een einde toen Israël vier dagen later de Gazastrook militair binnenviel.

Europese Unie[bewerken]

In 2004 werd Erdoğan door de krant European Voice uitgeroepen tot 'Europeaan van het Jaar' vanwege de hervormingen in zijn land om Turkije op weg te brengen naar het lidmaatschap van de Europese Unie. Erdoğan zei hierop in een reactie dat "Turkse toetreding bewijst dat Europa een continent is waar samenlevingen zich verzoenen en niet botsen."[35]

Erdoğan werkt er naar eigen zeggen hard aan om de westerse waarden en normen die betrekking hebben op het regeren van een land en die met de criteria van Kopenhagen gedefinieerd zijn, aan Turkije eigen te maken. De Europese Commissie blijft kritisch over zijn beleid, steunt over het algemeen zijn hervormingen, maar er moet met name op het gebied van de mensenrechten nog veel verbeteren.[36] Na de Arabische Lente verdedigt Erdoğan zelfs het secularisme en de rechten van atheïsten op een reis langs de post-revolutionaire hoofdsteden van Egypte, Libië en Tunesië.[37]

Erdoğans regering vaart geen onvoorwaardelijk pro-Europese koers. Zo kwamen de toetredingsonderhandelingen in 2009 en 2010 tot stilstand, omdat de Turkse regering weigerde Turkse havens open te stellen voor Cypriotische schepen. Turkije steunt als enige de Turks-Cypriotische staat in het noorden van EU-lidstaat Cyprus, maar weigert de regering in Nicosia te erkennen en laat daarom geen schepen of vliegtuigen toe uit Cyprus. In een rapport dat de Europese Commissie in 2009 presenteerde over een mogelijke Turkse toetreding tot de Europese Unie, noemde de Commissie specifiek de gebrekkige vrijheid van meningsuiting in Turkije, de persvrijheid, godsdienstvrijheid, rechten van vakbonden, de grote macht van het leger en discriminatie van homoseksuelen als onderwerpen waarin Turkije sneller hervormingen zou moeten doorvoeren. 'Eerwraak en gedwongen huwelijken blijven een ernstig probleem,' staat in het rapport.[38] Volgens Der Spiegel heeft Erdoğan aan het begin van zijn regeerperiode alleen toenadering gezocht tot Europa om het leger en de rechterlijke macht op afstand te houden en religieuze waarden te consolideren. In zijn buitenlandse politiek heeft hij de neiging om na gunstige verkiezingsuitslagen zijn eigen weg te volgen en minder met Europese partners af te stemmen.[39]

Aanhalingsteken openen "Als ze ons niet willen accepteren in de EU vanwege Halki, dan zij het zo!"[40] (Met Halki wordt bedoeld het beroemde Grieks Orthodox Theologisch Seminarie bij Istanbul in de Zee van Marmara dat reeds tientallen jaren gesloten is door Turkije).
— Recep Tayyip Erdoğan
Aanhalingsteken sluiten

premier Recep Tayyip Erdoğan heeft aangegeven de Shanghai-samenwerkingsorganisatie als een ideaal alternatief te zien voor de EU, daar waar de toetredingsgesprekken met Turkije niet naar wens verlopen. Op 26 april 2013 werd Turkije dan ook officieel 'dialoog partner' van de SCO.

Houding tegenover de Turkse diaspora[bewerken]

Een van de essentiële kenmerken van het beleid van Erdoğan is het actief onderhouden van banden met de Turkse diaspora, met name in Europa. Erdoğan pleit voor integratie van Turkse migranten in de samenleving en de cultuur van het gastland, maar verwerpt assimilatie. Erdoğan beschreef in februari 2008 de assimilatie van Turkse immigranten in Duitsland als een "misdaad tegen de menselijkheid"[41] Erdoğan stelde in een gesprek met bondskanselier Angela Merkel voor om Turkse scholen en universiteiten in Duitsland op te richten.[42] Nadat Merkel dit voorstel had afgewezen, verscherpte Erdoğan zijn retoriek: "Waarom deze haat tegen Turkije? Ik begrijp het niet. Ik zou dit niet van de Duitse bondskanselier Angela Merkel hebben verwacht. Is Turkije een zondebok?”[43]

Erdoğan probeert ook om relaties met politici van Turkse afkomst op te bouwen in Europese landen. In februari 2010 nodigde hij 1500 etnisch Turkse politici uit verschillende Europese landen uit in Istanboel. Veel parlementsleden gingen in op zijn uitnodiging. Sommige parlementsleden uit Duitsland stelden de neutraliteit van het evenement in kwestie (zoals de parlementariërs Sevim Dağdelen, Memet Kılıç en Özcan Mutlu). Tijdens de conferentie in Istanboel riep Erdoğan de politici op om in de verschillende Europese landen de politieke belangen van Turkije te behartigen. Politieke invloed van Turkije zou moeten worden bereikt door de verwerving van het staatsburgerschap van het gastland. Naar aanleiding van deze kwestie pleitte CDA-Tweede Kamerlid Mirjam Sterk voor een signaal van de Nederlandse regering aan de Turkse autoriteiten dat inmenging in de Nederlandse politiek door Turkije niet wenselijk is.[44] De Turkse premier herhaalde tijdens de conferentie de controversiële zin uit zijn toespraak in Keulen in 2008:

Aanhalingsteken openen Assimilatie is een misdaad tegen de menselijkheid[45]
— Recep Tayyip Erdoğan
Aanhalingsteken sluiten

In februari 2011 drong Erdoğan er bij Turken in Duitsland in een toespraak in Düsseldorf op aan, hun kinderen eerst de Turkse en pas daarna de Duitse taal te leren. Duitse politici verwierpen deze oproep, aangezien het vroeg leren van de Duitse taal een voorwaarde is voor een succesvolle integratie.[46]

In Nederland dankte het van Turkse afkomst D66-Kamerlid Fatma Koşer Kaya haar Tweede Kamerzetel in 2006 aan een groot aantal voorkeurstemmen uit de Nederlands-Turkse gemeenschap. Het stemadvies zou mede van de Turkse staat afkomstig zijn, volgens het actualiteitenprogramma NOVA.[47] De Turkse regering ontkende echter iedere betrokkenheid bij de affaire. Minister van Buitenlandse Zaken Ben Bot schreef de Tweede Kamer dat hij 'geen reden' had om hieraan te twijfelen. Toch vroeg hij de Turkse regering een nader onderzoek in te stellen, zelfs nadat was gebleken dat de e-mail met het stemadvies uit Utrecht afkomstig was.[48]

Via de ruim 140 Turkse staatsmoskeeën in Nederland wordt door de Turkse regering indirect invloed uitgeoefend op Turkse Nederlanders. Deze moskeeën staan onder toezicht van Hollanda Diyanet Vakfi, de Nederlandse dochterafdeling van Diyanet, het Turkse directoraat van godsdienstzaken, dat onder het ministerie van Algemene Zaken valt.[49] De Turkse overheid tracht daarnaast invloed op uitzendingen voor moslims op het publieke net te verkrijgen.[50]

Arabische lente en steun voor de Moslimbroederschap[bewerken]
Erdogan toont het Rabia-teken, een symbool van de Egyptische Moslimbroederschap. Sinds de militaire coup in Egypte is het gebaar symbool komen te staan voor solidariteit met de broederschap [51]. Na de mislukte staatsgreep in Turkije kreeg het symbool tevens een Turkse lading; "Eén land, één staat, één vlag, één natie."[52]

Tijdens de Arabische lente trachtte Erdoğan Turkije als voorbeeld te presenteren in het Midden Oosten en Noord-Afrika. Nadat de dictators van Egypte, Tunesië en Libië in de loop van 2011 waren afgezet, gevlucht of vermoord bracht Erdoğan een bezoek aan de landen, waar hij grote menigten toesprak.[53] In deze periode was Erdoğan, op de Britse premier David Cameron na, de meest prominente gesprekspartner van de Amerikaanse president Obama.[54] In zijn toespraak in Cairo benadrukte Erdoğan, tegen verwachting van zijn critici in, het belang van een seculiere staat. Erdoğan steunde echter ook openlijk islamitische politieke bewegingen in de Arabische wereld, wat hem onder andere in conflict bracht met zijn voormalige vriend Bashar al-Assad, president van buurland Syrië. Seculiere krachten in Libië beschuldigden Turkije van het steunen van terroristische groeperingen in de oostelijke stad Benghazi, en verboden Turkse bedrijven nog langer zaken te doen in het land. Toen de Egyptische moslimbroederschap in 2013 werd afgezet door generaal Al-Sisi kwam ook de relatie met Egypte onder druk. Erdoğan maakt bij zijn publieke optredens vaak het rabia-teken van de Moslimbroederschap.[bron?]

Plan voor een 'vrome generatie'[bewerken]

Vanaf 2012 heeft Erdoğan herhaaldelijk gezegd dat hij (volgens hem in tegenstelling tot de oppositie) geen 'ongelovige' generatie wil grootbrengen.[55] Ook spoorde hij vrouwen aan om meer kinderen te nemen, en stelde hij anticonceptie gelijk aan landverraad.[56] Om het pluriforme onderwijs onder zijn controle te brengen bond hij de strijd aan met privéscholen, bijvoorbeeld die van de Gülenbeweging. Duizenden kinderen met een lage score werden automatisch naar islamitische Imam-hatip-scholen verwezen. Het leerlingenaantal van deze scholen groeide onder AKP-bestuur van 63.000 naar bijna 1 miljoen. Zelfs kinderen van christenen werden in 2014 automatisch ingeschreven op een islamitische school.[57] Op deze scholen wordt niet onderwezen in de evolutietheorie. Sinds september 2014 'mogen' kinderen vanaf 10 jaar op zulke scholen een hoofddoek dragen.[58] Vervolgens werd ook het Osmaans (en dus het Arabisch schrift) verplicht gesteld.[59] Critici zien in deze tendensen tekenen dat Turkije langzaam in de richting van een Iraans model opschuift. In februari 2015 protesteerden in alle grote steden in het land leraren en middelbare scholieren tegen de afbraak van het onderwijs. In Izmir kwam het tot confrontaties met de oproerpolitie.[60] 37 studenten en docenten uit Trabzon werden vervolgd voor beledigingen die zij richting Erdoğan zouden hebben geuit tijdens de demonstraties. Tevens werden elf anderen vervolgd wegens een vermeende overtreding van de wet op demonstraties.[61] In navolging van Iran wil Erdoğan van Turkije een islamitisch land maken; zo mogen vrouwen volgens zijn ministers niet in het openbaar lachen, worden steeds meer scholen en studentenhuizen gescheiden naar sekse, is een verbod ingevoerd op het publiekelijk zoenen en maakte het Turkse ministerie van geloofszaken bekend dat hand-in-hand lopen haram is.[62]

Protesten 2013[bewerken]

Honderdduizenden demonstranten vulden op 15 juni het Taksimplein
Een anti-Erdoğan poster tijdens de demonstraties in Keulen, Duitsland
1rightarrow blue.svg Zie Protesten in Turkije in 2013 voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Sinds 28 mei 2013 waren er protesten in Turkije tegen het vermeende autoritaire beleid van Erdoğan.[63] Wat begon met een kleine sit-in in Istanboel voor het behoud van het Gezipark, een stadspark nabij het Taksimplein, verspreidde zich al snel tot protesten tegen Erdoğan in 78 van de 81 provincies.[64] Volgens Erdoğan waren de demonstranten (volgens zijn eigen ambtenaren ruim 2,5 miljoen mensen) schooiers, vrijbuiters, dieven, extremisten en terroristen. Bij het harde politieoptreden, waartoe persoonlijk de opdracht was gegeven door Erdoğan, kwamen meerdere burgers om het leven en raakten vele duizenden jongeren gewond. Sociale media als Twitter werden gebruikt om op te roepen tot demonstraties. 34 personen uit de westelijke stad Izmir werden vervolgd voor hun tweets. Volgens de openbaar aanklager riepen zij met tweets als 'Eerste hulp wordt verleend op de Ataturk middelbare school' op tot rellen. Als slachtoffer stelde de aanklager enkel premier Erdoğan voor, en de tweets zijn voor het Turkse OM goed voor drie jaar gevangenisstraf.[65] Een demonstrante uit de toeristische kustplaats Antalya hoorde de openbaar aanklager 98 jaar gevangenisstraf eisen; zij wordt wegens haar hippie-sjaal aangezien voor 'lid van een terroristische organisatie'.[66] Leden van de organisatie die de belangen van de Gezipark demonstranten behartigde (o.a. architecten en planologen van Takstim Solidarity) en de vereniging van doktoren van Istanboel werden vervolgd en hoorden het OM 29 jaar gevangenisstraf vragen.[67]

Als gevolg van hun kritiek werden stadsplanningsdiensten in het hele land ontheven van hun bevoegdheden. Erdoğan viel de slachtoffers en hun families herhaaldelijk persoonlijk aan tijdens politieke toespraken. Zo noemde hij Berkin Elvan de dag na zijn begrafenis een terrorist. Berkin had 9 maanden in coma gelegen nadat hij als 14-jarige door een traangasgranaat was geraakt.[68] De Turkse associatie voor medici maakte bekend dat het zich ernstige zorgen maakte over de geestelijke gezondheid van premier Erdoğan; zij vroegen zich af hoe een gezond persoon een rouwende moeder zo zou kunnen aanvallen, vlak nadat ze haar kind is verloren.[69] Na de dood van Berkin werden in ten minste 31 steden in Turkije demonstraties gehouden tegen premier Erdoğan en het politiegeweld.[70] Ook in het buitenland werd opnieuw gedemonstreerd, in Nederland onder meer in Amsterdam,[71] Rotterdam,[72] Nijmegen[73] en Leiden.[74] Op 19 juni 2016 maakte Erdoğan bekend dat hij zijn plan om de militaire barakken op het Gezi Park te 'herbouwen' toch zou doorzetten.[75]

Corruptieschandaal[bewerken]

1rightarrow blue.svg Zie Corruptieschandaal in Turkije (2013) voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Sinds eind 2013 is Erdogan verwikkeld in een grootscheeps corruptieschandaal, waarin zijn zoon Bilal een van de hoofdverdachten is. Tientallen telefoongesprekken van Erdogan en zijn naasten werden gelekt naar het publiek. Volgens Erdogan zou de Gülenbeweging, die eerder door zijn partij machtige posities in het justitiele apparaat had verkregen, achter de aantijgingen zitten. Het uitlekken van het corruptieonderzoek leidde tot een openlijke breuk tussen Gülen en Erdogan.

Vijandbeeld sinds 2013 en heksenjacht[bewerken]

Erdoğan heeft naar eigen zeggen vele vijanden die hem en zijn regering willen dwarsbomen. Onder zijn vijanden schaart hij onder andere: een 'parallelle staat', een internationale 'rentelobby',[76] de Hizmetbeweging van Fethullah Gülen, een 'pornolobby',[77] een 'robotlobby',[78] internationale media,[79] sociale media waaronder Facebook en Twitter, ambassadeurs van westerse landen,[80] het Turkse leger, Turkse seculieren, vakbonden, werkgeversverenigingen,[81] stadsplanningsdiensten, architecten en ingenieurs[82] en een deel van het justitieel apparaat.[83] Private basis- en middelbare scholen ziet Erdoğan als een potentieel gevaar; sinds kort worden leerlingen en docenten op deze scholen ondervraagd over hun politieke opvattingen door ambtenaren van het ministerie van Onderwijs.[84] Deze beschuldigingen kwamen met name naar voren sinds 2013. In de pro-AKP-media komen ook veel complottheorieën voor. Zo zouden Joodse bankiers, de Illuminati en Opus Dei achter het complot tegen de Turkse regering zitten.[85][86][87] President Gül, van dezelfde partij als premier Erdoğan, heeft aangegeven dat hij niet in een buitenlandse samenzwering gelooft.[88] Volgens marktanalisten heeft Erdoğan eigenhandig investeerders uit Turkije weggejaagd. In mei 2014 erkende Erdoğan in zijn eigen bewoording verantwoordelijk te zijn voor een 'heksenjacht'. Vervolgens noemde hij leden van de Hizmetbeweging 'landverraders', en riep hij Turkse burgers op de volgelingen van Fethullah Gülen bij de overheid aan te geven.[89]

Media en censuur[bewerken]

1rightarrow blue.svg Zie Persvrijheid in Turkije#Persvrijheid onder Recep Tayyip Erdoğan voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

De persvrijheid kwam in de laatste jaren van Erdoğan's premierschap steeds meer onder druk te staan. Al voor de landelijke demonstraties en het lekken van het corruptieonderzoek stond Turkije in de onderste regionen van de Press Freedom Index, en zaten tientallen journalisten in de gevangenis. De grote seculiere mediagroep Dogan Yayin kreeg reeds in 2009 een belastingboete van 2,5 miljard euro opgelegd [90]. Afgedwongen mediastiltes werden het gebruik na rampen, aanslagen en demonstraties. Redacteuren werden onder druk gezet columnisten te ontslaan, politieke peilingen te manipuleren of nieuws uit de lichtkrant te halen. Oppositiekranten werden onder curatele gesteld, hun websites gewist. Toegang tot sociale media werd geregeld geblokkeerd. Erdoğan klaagde persoonlijk tientallen journalisten, columnisten en cartoonisten aan. De inperking van media en meningsuiting achtervolgde Erdoğan ook steeds vaker naar het buitenland.

Valse vlag om oorlog tegen Syrië[bewerken]

Uit gesprekken die eind maart 2014 naar buiten kwamen, zou blijken dat Erdoğan zijn ministers de opdracht had gegeven om een valse vlag-operatie te organiseren die zou leiden tot een oorlog met buurland Syrië. In de gesprekken zou onder andere de minister van Buitenlandse Zaken Ahmet Davutoğlu te horen zijn die verschillende scenario's voor zo'n false-flag bespreekt met zijn viceminister, de baas van de inlichtingendienst en een generaal van het Turkse leger. In de gesprekken wordt uiteengezet hoe de VN misleid zou kunnen worden. Een van de scenario's die wordt besproken is een zogenaamde aanval van ISIS-rebellen op de tombe van Suleyman Shah, de grootvader van de grondlegger van het Ottomaanse Rijk, ten noordoosten van Aleppo.[91][92][93][94][95][96] In de weken voorafgaand aan het lekken van de gesprekken sprak de Turkse regering herhaaldelijk van een bedreiging van de tombe.[97] Direct na het lekken van de gesprekken zou het ministerie van Buitenlandse Zaken een onderzoek zijn begonnen in het ministeriegebouw[98] en werd YouTube geblokkeerd.[99]

In februari 2016 probeerde Erdoğan de EU en VS onder druk te zetten om de Syrische Koerdische partij PYD en haar verdedigingsleger YPG op de terreurlijst te zetten. Dit deed hij onder andere door te claimen dat de dader van een recente aanslag in Ankara onderdeel zou zijn van de PYD. Nadat de Turks-Koerdische terreurbeweging TAK de aanslag had geclaimd, beweerde dat Erdoğan dat zij dit enkel zeiden om de Syrische PYD buiten schot te houden. Niet enkel Erdoğan was deze mening aangedaan, tevens premier Davutoğlu en pro-AKP media speculeerden over betrokkenheid van de PYD, en een mogelijke Turkse militaire operatie over de grens. Een woordvoerder van de regering beweerde zelfs over bewijs te beschikken. Achteraf bleek dat de dader een Turkse Koerd was uit Van, en in opdracht handelde van de TAK.[100]

Gevechten met nabestaanden mijnramp[bewerken]

Na de mijnramp in Soma bracht premier Erdoğan een bezoek aan de mijn en de getroffen stad. Hoewel de stad tot de ramp een AKP-bolwerk was, vielen honderden woedende familieleden de premier aan. Zijn auto werd ingesloten en bekogeld, terwijl nabestaanden hem uitmaakten voor moordenaar en dief. Toen Erdoğan tijdens zijn tocht door de stad een winkel in wilde vluchten en hem de toegang werd belet, viel hij een omstander aan. Op beelden is te zien dat Erdoğan een stoot uitdeelde, maar niet duidelijk is of hij doel trof.[101] Uit andere beelden bleek dat de lijfwachten van Erdoğan hierna op het slachtoffer in bleven slaan. Op straat viel een adviseur van de premier een nabestaande aan en schopte hem vier of vijf keer. Erdoğan werd de stad uit gejaagd in een auto zonder nummerbord, terwijl omstanders trappen uitdeelden en stenen gooiden. Personen die in de media kritiek uitten op de omstandigheden in de mijnen, of het handelen van de premier, werden door regeringsgezinde media weggezet als 'linkse radicalen' en 'provocateurs'. Premier Erdoğan noemde een journalist zelfs een 'reptiel'.[102] Erdoğan beweerde tevens dat twee vrouwen van omgekomen mijnwerkers die bij een begraafplaats bij Soma gefilmd werden door de BBC niet zouden bestaan (zij hadden gezegd niet meer op de AKP te stemmen).[103] Der Spiegel moest zijn correspondent terugtrekken uit het land na doodsbedreigingen van AKP-aanhangers.[104]

Dagen na de ramp bezocht Erdoğan de Duitse stad Keulen, waar hij was uitgenodigd door de Europese vleugel van zijn partij om een toespraak te houden in een stadion voor 16.000 aanhangers.[105] Zijn komst leidde tot ophef in de Duitse politiek en onder de Europese Turkse gemeenschap, die de premier beschuldigde van politiek bedrijven op een ongepast moment. Volgens de Duitse politie waren er tussen de 40.000 en 50.000 demonstranten tegen de premier in de stad uit Duitsland, Nederland, België, Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk.[106] Duitse politici van Turkse afkomst die kritiek uitten op de komst van de premier, werden door Erdoğan persoonlijk aangevallen. Zo noemde Erdoğan de leider van de Duitse Groenen Cem Ozdemir een "zogenaamde Turk", die "wegens zijn afkomst" geen recht van spreken heeft (Ozdemir is Circassiër), Erdoğan is zelf van Lazische afkomst.[107] Volgens Erdoğan is Ozdemir "niet meer welkom in Turkije". Hierna werd de Turkse ambassadeur in Berlijn op het matje geroepen.[108]

Presidentschap (2014-nu)[bewerken]

Paleizen van Erdoğan[bewerken]

1rightarrow blue.svg Zie ook de hoofdartikelen: Ak Saray en Çengelköy#Paleis van Erdoğan

In een beschermd natuurgebied in de Turkse hoofdstad Ankara liet Erdoğan een paleis bouwen. Acht km² bosgebied, waarvan een groot deel van archeologische waarde, werd vernield.[109] Een rechtbank verklaarde de herbestemming van de grond, waardoor de bebouwing mogelijk was geworden, onwettig.[110] De kosten van het paleis, dat eind 2014 officieel geopend werd, worden geraamd op ruim 600 miljoen dollar, maar voor de komende jaren is nog ruim honderd miljoen extra gereserveerd.[111] Nadat Erdoğan wekenlang belachelijk was gemaakt door nationale en internationale media wegens de omvang van het paleis, dat voornamelijk wordt vergeleken met het paleis van dictator Nicolae Ceaușescu, maakte de president de volgende opmerking: "Het heeft geen 1000 kamers. Dat hebben jullie verkeerd. Het heeft meer dan 1150 kamers!".[112] Het complex wordt tevens uitgebreid met een privéwoning met 250 kamers voor president Erdoğan.[113] Erdoğan riep mensen die tegen de illegale aanleg van het paleis protesteerden op om te proberen het te slopen.

In 2013-14 liet Erdoğan het historische houten landhuis van de laatste Ottomaanse sultan (Mehmet VI) slopen in de wijk Çengelköy, in het Aziatische Istanboel, en liet hij dit bouwwerk vervangen met een onzorgvuldige betonnen replica.[114] Ook drie andere historische landhuizen werden vernield. De heuvel boven het dorp is ontdaan van honderden bomen en omringd met een betonnen muur, voor de aanleg van het eerste 'paleis' in de stad in de republikeinse periode. Naast een woning voor premier Erdoğan omvat het complex ook enkele villa's voor zijn familieleden. Hoewel de originele houten landhuizen op de monumentenlijst stonden is er bij de 'herbouw' geen aandacht geschonken aan de locatie, oriëntatie, stijl, detaillering of materiaal van de panden. Tijdens de ramadan van 2014 kregen omwonenden te horen dat zij binnen enkele dagen hun huis moesten verlaten.[115][116][117]

In 2014 bestelde Erdoğan een vliegtuig ter waarde van meer dan 100 miljoen euro.[118] In zijn eerste jaar als president gaf Erdoğan bijna twee keer zo veel uit als zijn voorganger Abdullah Gül [119]

Slag om Kobani en Koerdische opstand[bewerken]

De Turkse staat onder leiding van Erdoğan heeft jarenlang de Syrische oppositie gesteund in haar gewapende strijd tegen de regering van de Syrische president Assad. Duizenden extremisten uit Noord-Afrika en West-Europa vlogen in 2012-2013 naar de Turkse grensprovincie Hatay, om zo in het oorlogsgebied te geraken. Volgens verschillende internationale media, die deze migratie op het vliegveld en aan de grens vastlegden, deed de Turkse politie geen moeite om deze personen tegen te houden.[120] Ook leverde de Turkse regering wapens aan islamistische groeperingen in het noorden van Syrië. Douanebeambten die de illegale stroom van wapens naar Syrië wilden stoppen werden ontslagen, overgeplaatst of kregen zelf met juridische vervolging te maken.[121] Gewonde terroristen kregen lange tijd gratis medische verzorging in Turkse staatsziekenhuizen.[122] Volgens de voormalige ambassadeur van de Verenigde Staten in Turkije heeft de Turkse regering zelfs samengewerkt met Al Qaida in Syrië.[123] Dit werd bevestigd door de Amerikaanse vicepresident Joe Biden, die dit onder Turkse druk echter weer moest intrekken.[124][125] Turkije heeft de extremistische beweging ISIS nooit op de terreurlijst geplaatst; enkel sommige leden van de organisatie zijn ongewenst verklaard als leden van 'Al Qaida', terwijl zij in werkelijkheid tegen deze andere terreurorganisatie strijden.[bron?]

Volgens nationale en internationale journalisten heeft de Turkse overheid groepen terroristen de grens over gelaten richting de Koerdische stad Kobani in Ro­ja­va, die sinds begin september 2014 door ISIS onder vuur kwam te liggen. Koerden die de stad willen verdedigen tegen de terreurbeweging werden aan de grens tegengehouden. Journalisten aan de grens werden door de Turkse politie aangevallen met traangras.[126] Enkele maanden eerder werd de Turkse overheid al beschuldigd van het laten passeren over Turks grondgebied van terroristen die de westelijke Armeense stad Kessab aanvielen.[127] Erdoğan maakt deel uit van dezelfde islamitische sekte als een deel van de ISIS-strijders in Irak; de Naqshibandi (een gemilitariseerde soefi-orde).[128] Hoewel ISIS aan de grenzen van Turkije etnische zuiveringen uitvoert op minderheden als Koerden, jezidi's, christenen en Turkmenen blijft Erdoğan enkel aandacht schenken aan de onderdrukking door president Assad van Syrië. Volgens Erdoğan moet het doel van een eventuele ingreep in de buurlanden niet zijn om de burgerbevolking te beschermen, maar om de Syrische regering ten val te brengen. Hierin staat de Turkse president alleen; geen ander NAVO-lid wil participeren in een oorlog tegen Syrië. Volgens Erdoğan zijn de leden van ISIS überhaupt geen extremistische moslims, maar 'westerse drugsverslaafden'.[129]

Op 7 oktober braken protesten uit in verschillende Turkse steden. Ook gingen Koerden in Europese steden de straat op om te protesteren tegen president Erdoğan en de uitblijvende Turkse steun aan Kobani. Het Nederlandse en Europese parlement werden zelfs tijdelijk door de demonstranten bezet. Bij de demonstraties in Turkije kwamen in twee dagen zeker 22 burgers om het leven. Gemeentehuizen, politiekantoren, AKP-kantoren, scholen, standbeelden en winkelketens werden in diverse steden in Oost-Turkije in brand gestoken. In zes provincies werd een staat van beleg afgekondigd en patrouilleerde het Turkse leger op straat. De Turks-Koerdische terreurbeweging Hizbulah (niet te verwarren met de sjiitische beweging in Libanon) gaf een verklaring uit waarin het zijn steun uitsprak aan ISIS. De meeste doden vielen in Diyarbakir door confrontaties tussen islamistische en linkse seculiere Koerden.[130][131][132][133]

Op 28 juli 2015 riep Erdoğan uit dat het Turks-Koerdische vredesproces onmogelijk was geworden na het oplaaiende geweld in Turkije. Hij riep het Turkse parlement op om de onschendbaarheid van de (pro-Koerdische) HDP-parlementsleden op te heffen en hen te vervolgen voor terroristische activiteiten. Uit protest vroegen parlementsleden van de HDP en CHP aan het parlement zelf om hun onschendbaarheid op te heffen.[134] In reactie op aanslagen van de PKK op militairen en politieagenten in het zuidoosten van het land bombardeerde Turkije stellingen van de Koerdische PKK en YPG in Irak en Syrië. Volgens de Turkse bronnen zouden daarbij 390 mensen om het leven zijn gekomen en honderden gewonden zijn gevallen.[135] Bij Turkse bombardementen in Syrië raakten strijders van het Vrije Syrische Leger gewond. Strijders van de Koerdische YPG die in Kobani gewond waren geraakt zouden na hun medische behandeling in Turkije door het Turkse leger zijn overgedragen aan al-Nusra (al-Qaida in Syrië). In de week na de bomaanslag in Suruç door de Islamitische Staat werden zo'n 1300 mensen gearresteerd op verdenking van lidmaatschap van een terroristische organisatie.[136] Het overgrote deel van de gearresteerden behoorden tot Koerdische of linkse organisaties. De meeste gearresteerde Koerden waren actief voor de HDP. Veel van de vermeende IS-leden waren al eerder gearresteerd geweest, en konden na een kort verhoor weer vertrekken.

Bij aanslagen van de PKK en DHKP-C kwamen tientallen politieagenten en militairen om het leven. Bij de begrafenis van een politieagent uit Çaykara zei Erdoğan: "Hoe gelukkig moet de familie wel niet zijn. Hun zoon is nu een martelaar. Dit is de hoogst haalbare positie na het profeetschap."[137] De agent liet een vrouw en kinderen na. Bij een andere begrafenis werden AKP-vertegenwoordigers door nationalistische Turken weggejaagd en riepen aanwezigen slogans als "Erdoğan moordenaar".[138]

Volgens analisten heeft de hernieuwde strijd vooral te maken met de nationale politieke situatie waarin de AKP van Erdoğan voor het eerst een minderheid heeft in het parlement wegens de winst van de pro-Koerdische HDP. Ook de militaire successen van de Koerden in het noorden van Syrië hebben de politieke situatie in Turkije veranderd. Erdoğan heeft herhaaldelijk gezegd dat hij zal beletten dat er een Koerdische staat komt in Noord-Syrië. Nadat de Koerden belangrijke overwinningen hadden behaald op terreurbeweging IS probeerde Erdoğan de NAVO te overtuigen een 'terroristen-vrije zone' in te stellen om te voorkomen dat de Koerdische gebieden verenigd zouden worden en de Koerden bij de Middellandse Zee zouden komen.

In de tweede week van september kwam het tot een geweldsexplosie; in 24 uur tijd kwamen bij aanslagen van de PKK tientallen politieagenten en militairen om het leven. Als reactie gingen in veel steden nationalisten de straat op. In veel gevallen vielen zij HDP-partijkantoren aan, en in sommige gevallen ook bussen met Koerden en busmaatschappijen die op Koerdische steden rijden. Na de aanvallen werd in de media wijd gespeculeerd over het ophanden zijn van een burgeroorlog.[139][140][141]

In oktober begon het Turkse leger met aanvallen op de Koerdische YPG in Syrië, die samen met gematigde Arabieren van het Vrij Syrisch Leger tegen de Islamitische Staat strijd. Volgens Erdoğan zou onder bevel van de PYD (de politieke tak van de YPG) de Arabische en Turkmeense bevolking van Rojava uitgemoord worden.[142]

Spionage van Turken in Duitsland[bewerken]

In december 2014 werden drie Turkse staatsburgers in Duitsland gearresteerd op verdenking van spionage voor de Turkse inlichtingendienst MİT. De drie zouden informatie hebben vergaard en doorgespeeld over in Duitsland woonachtige Turken die kritiek uiten op de Turkse regering en in het bijzonder toenmalig premier Erdoğan [143] Hoofdverdachte Muhammed Taha Gergerlioğlu was een van de belangrijkste adviseurs van Erdoğan.[144] Tijdens de zitting presenteerde de Duitse openbaar aanklager telefoontaps waaruit tevens zou blijken dat Gergerlioğlu grote geldsommen zou overmaken naar geheime bankrekeningen van Erdoğan in Zwitserland.[145] Erdoğan heeft hardnekkige geruchten over zijn geheime rekeningen altijd ontkend.

Paleiscoup tegen 64e regering[bewerken]

In de eerste maanden van 2016 werd duidelijk dat de Turkse regering en (officieel ceremonieel) president Erdoğan niet op een lijn lagen op zowel binnenlands als buitenlands beleid. Zo onderhandelde premier Davutoğlu een vluchtelingendeal uit met de Europese Unie, terwijl president Erdoğan deze deal in toespraken torpedeerde. Volgens de Turkse grondwet ligt de politieke macht echter bij de premier en zijn kabinet. Volgens Erdoğan moet Turkije juist zo snel mogelijk een presidentieel systeem invoeren, om alle macht bij hem persoonlijk te concentreren. Volgens de president is dit de meest urgente taak van de 64e regering. Davutoğlu zou niet bereid zijn geweest zijn macht te delen met Erdoğan, en weigerde werk te maken van de benodigde grondwetswijziging. Davutoğlu zou beschikken over de steun van een substantiële minderheid binnen de AK-partij. Op 5 mei maakte premier Davutoğlu bekend terug te treden, na dagen van speculatie in de Turkse media.[146]

Afwending militaire coup 15 juli 2016[bewerken]

1rightarrow blue.svg Zie ook Staatsgreep in Turkije (2016).

In de nacht van 15 op 16 juli poogde een deel van het leger president Erdoğan af te zetten via een militaire staatsgreep, naar eigen zeggen om het secularisme, de mensenrechten, en de vrede te herstellen in het vaderland. De couppoging zou gesteund zijn door verschillende hoge officieren, maar niet door het volledige leger.[147] Legereenheden namen strategische plaatsen in in Istanbul en Ankara, maar een poging om Erdoğan in te rekenen bij zijn vakantieadres in de badplaats Marmaris mislukte. Militairen zochten tevergeefs naar Erdogan, die reeds was vertrokken [148] Militairen namen de staatsomroep TRT over en lieten de nieuwslezer een verklaring voorlezen. Tegelijkertijd kon Erdoğan echter via Facetime zijn aanhangers oproepen de straat op te gaan, in een uitzending van de onafhankelijke zender CNN Türk.[149] Hierna namen pro-coup-militairen het gebouw van CNN Türk in en legden de uitzending plat.[150] Dit kon echter niet voorkomen dat binnen een korte periode zowel de studio's van TRT als CNN Türk door Erdogan-aanhangers werden bestormd.

Het de straat op sturen van zijn aanhangers leidde op verschillende plaatsen tot dodelijke gevechten tussen soldaten en burgers. Tientallen burgers kwamen om bij acties van soldaten om hun posities te behouden, en meerdere soldaten werden gelyncht door woedende menigten, die islamistische slogans riepen. Erdogan vloog naar Istanbul Ataturk Airport, begeleid door twee F16's. Twee andere F16's van de pro-coup-fractie schaduwden de drie vliegtuigen en stelden hun radar er op af. De coupplegers hadden het vliegtuig van Erdoğan neer kunnen halen, maar besloten dit niet te doen.[151] Bij aankomst op het vliegveld werd Erdogan door duizenden aanhangers begroet. Erdogan riep zijn aanhangers op om op straat te blijven, om een tweede couppoging te voorkomen. In de loop van de ochtend gaven de meeste soldaten zich over. Uiteindelijk werden ruim 6000 militairen gearresteerd voor betrokkenheid bij de couppoging. Nadat de coup was afgewend, maakten de regering en president Erdogan bekend dat zij de doodstraf voor landverraad opnieuw zouden bepleiten in het parlement.[152] Bij de couppoging vielen zeker 265 doden.[153]

Bij de couppoging beschoten delen van de luchtmacht en militaire gendarmerie met helikopters en tanks onder andere het hoofdkantoor van de inlichtingendienst MIT (die onder direct gezag van de president staat), het Turks parlement, en het nieuwe paleis van Erdogan in Ankara. Officieren die niet achter de coup stonden werden gegijzeld in het hoofdkwartier van het leger.

Arrestatie oppositieleden[bewerken]

Eind oktober 2016 werden tientallen Koerdische media verboden en werden de burgemeesters van de grote steden in het Turkse zuidoosten gearresteerd op verdenking van het helpen van een terroristische organisatie (de PKK). Vervolgens werden in de nacht van 3 op 4 november 2016 dertien parlementsleden van de oppositiepartij HDP gearresteerd. Onder hen ook Erdoğan's voormalige opponent in de presidentsverkiezingen Selahattin Demirtas, de leider van de HDP. Deze actie kwam enkele maanden nadat de parlementaire onschendbaarheid was opgeheven. Als reactie riep Turkije-rapporteur van het Europese Parlement Kati Piri de EU op om per direct de toetredingsonderhandelingen met Turkije op te schorten.[154] De Europese minister van buitenlandse zaken Federica Mogherini riep alle ambassadeurs van EU-landen bijeen in Ankara [155]. Na de arrestatie blokkeerde de Turkse overheid toegang tot sociale media als Twitter, Facebook, YouTube, Whatsapp [156]. Tevens blokkeerde de Turkse overheid toegang tot het Tor-netwerk en VPN diensten.[157]

Referendum over invoering presidentiële republiek[bewerken]

Kritiek[bewerken]

1rightarrow blue.svg Zie Kritiek op Recep Tayyip Erdoğan voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Opmerkelijke uitspraken[bewerken]

1rightarrow blue.svg Zie Opmerkelijke uitspraken van Recep Tayyip Erdoğan voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Erdoğan staat bekend om zijn gebruik van de 'taal van de straat' [158][159][160]. Felle uitspraken van Erdoğan leidden onder andere tot verstarde relaties met Israël, Egypte, Duitsland en Nederland.

Verkiezingen[bewerken]

Parlementsverkiezingen 2002[bewerken]

In de meeste grote steden en provincies won bij deze verkiezingen de AKP van Erdoğan, zij wonnen landelijk 34% van de stemmen. Alleen langs de west- en zuidkust en in het uiterste noordoosten werd de oppositiepartij CHP de grootste en haalde hiermee een landelijk percentage van 19%. De Koerdische DEHAP werd de grootste partij in verschillende provincies in het oosten van het land, maar kwam landelijk slechts uit op 6% van de stemmen. De rechtse partijen MHP, GP, DYP en ANAP behaalden percentages tussen de 5% en 10%.

Parlementsverkiezingen 2007[bewerken]

In het merendeel van de 81 Turkse provincies werd de AKP voor de tweede maal de grootste partij. Landelijk kreeg zij 46% van de stemmen. De CHP won in enkele provincies in het westen van het land en haalde daarmee een percentage van ruim 20%. CHP verloor 5 provincies aan de AKP. In twee provincies in het zuiden won de nationalistische MHP en behaalde landelijk 14% van de stemmen. De DP, de fusiepartij van de DYP en de ANAP, haalde een landelijk percentage van 5%. Tot slot wonnen de Koerdische kandidaten in enkele provincies in het oosten van het land.

Parlementsverkiezingen 2011[bewerken]

Ook bij de verkiezingen van 2011 werd de AKP de grootste partij in Turkije met 49,9% van de stemmen en kreeg de partij alweer meer stemmen dan de voorgaande verkiezingen. Erdoğan is de enige premier in de Turkse geschiedenis die drie algemene verkiezingen op rij won met elke keer meer stemmen dan in de vorige verkiezing.

Presidentsverkiezingen 2014[bewerken]

Kaart met provincies die stroomstoringen kregen tijdens het tellen van de resultaten van de lokale verkiezingen van 2014, de oppositie beschuldigde onder andere hierdoor Erdoğan van fraude

Op 1 juli 2014 maakte Erdoğan bekend dat hij zich kandidaat stelde voor het presidentschap van Turkije. Omdat zijn maximale termijn als premier is bereikt binnen de regels van zijn partij had hij de wens om het ceremoniële ambt voor de verkiezingen van 10 augustus meer macht te geven, maar omdat zijn partij geen tweederdemeerderheid heeft en geen steun kreeg van een andere partij bleek dit niet haalbaar. Het is wel de eerste keer dat het Turkse volk direct een president kan kiezen. In de verkiezingen neemt Erdoğan het op tegen kandidaten Ekmeleddin İhsanoğlu (voormalig voorzitter van de Organisatie voor Islamitische Samenwerking) en Selahattin Demirtaş. Zijn belangrijkste opponent İhsanoğlu wordt gesteund door 11 oppositiepartijen, waaronder de seculiere CHP en de nationalistische MHP. Selahattin Demirtaş komt van de Koerdische partij BDP, maar is kandidaat voor haar zusterpartij HDP en twee andere socialistische partijen.

Net als de andere presidentskandidaten was Erdoğan verplicht zijn bezittingen openbaar te maken. Ondanks blijvende aantijgingen van corruptie zou Erdoğan naar eigen opgaaf de armste kandidaat zijn, omdat hij niet over een woning zou beschikken.[161] Volgens de OVSE, die de verkiezingen monitoren, heeft premier Erdoğan belastinggeld aangewend voor zijn persoonlijke campagne. Dit is expliciet verboden volgens de Turkse grondwet.[162]

Zie ook[bewerken]


Wikiquote Wikiquote heeft een of meer citaten gerelateerd aan Recep Tayyip Erdoğan.
Voorganger:
Nurettin Sözen
Burgemeester van Istanboel
1994-1998
Opvolger:
Ali Müfit Gürtuna
Voorganger:
-
Politiek leider AKP
2001-2014
Opvolger:
Ahmet Davutoğlu
Voorganger:
Abdullah Gül
Premier van Turkije
2003-2014
Opvolger:
Ahmet Davutoğlu
Voorganger:
Abdullah Gül
President van Turkije
2014-heden
Opvolger:
-