National Football League (Verenigde Staten)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
National Football League
National Football League (Verenigde Staten)
NFL
Sport American football
Land Vlag van Verenigde Staten Verenigde Staten
Algemene gegevens
Voorzitter Roger Goodell
Zetel 345 Park Avenue, Midtown Manhattan, New York
Oprichtingsjaar 1920
Structuur
Aangesloten liga's AFC, NFC
Portaal  Portaalicoon   Sport

De National Football League (NFL) is de grootste, professionele American football competitie van de Verenigde Staten. De competitie bestaat uit 32 teams, verspreid over Amerikaanse steden en regio's.

De NFL bestaat uit twee competities, namelijk de American Football Conference (AFC) en de National Football Conference (NFC). Elke competitie is verder onderverdeeld in vier divisies (Oost, Noord, West en Zuid), die elk vertegenwoordigd worden door vier teams. Gedurende het reguliere seizoen, meestal van september tot december, speelt elk team 16 wedstrijden. Aan het eind van het seizoen spelen de beste zes teams van elke competitie tegen elkaar, in de vorm van een toernooi, namelijk de play-offs. Per divisie is er 1 winnaar. De beste twee teams buiten deze vier gaan ook door naar de playoffs op een zogenoemde wild-card. Eerst is er het wild-card weekend. Dan spelen de wild-card winnaars tegen de nummers drie en vier van de competitie. De winnaars van deze wedstrijd spelen tegen de nummers één en twee van de competitie.

De winnaar van de AFC speelt vervolgens tegen de winnaar van de NFC in de NFL kampioenswedstrijd: de Super Bowl. Deze wedstrijd wordt gespeeld op een van tevoren bepaalde locatie, gewoonlijk een stad waar een NFL-team gehuisvest is. De week ervoor speelt een aantal uit de AFC en NFC geselecteerde spelers de Pro Bowl, die sinds 1979 in Honolulu (Hawaï) gespeeld wordt.

Ook in Europa was er een NFL-competitie: NFL Europa. In deze competitie speelden de Europese American football clubs, waaronder de Amsterdam Admirals. Op 29 juni 2007 werd de NFL Europa opgeheven.

Geschiedenis[bewerken]

Een vergadering tussen vertegenwoordigers van enkele American footballploegen in augustus 1920 mondde uit in de oprichting van de American Professional Football Conference (APFC), een organisatie die onder meer als doelen had om het niveau van de professionele ploegen te verhogen en om te zoeken naar samenwerking in de samenstelling van de wedstrijdschema's van de clubs. In een meeting die een maand later plaatsvond, werd besloten dat de competitie de American Professional Football Association (APFA) zou heten. In het eerste seizoen waren er veertien ploegen, die echter geen evenwichtig schema speelde. De wedstrijden werden onderling afgesproken en een aantal wedstrijden tegen teams die geen lid waren van de APFA werden ook meegenomen in de stand. De meeste ploegen speelden tussen de zeven en dertien wedstrijden en de titel werd niet beslist op basis van de stand, maar vergeven aan het team dat een stemming onder de leden van de APFA had gewonnen. Dit bleken uiteindelijk de Akron Pros, tevens het enige team dat geen enkele wedstrijd had verloren. Het tweede seizoen zag de APFA een groei naar 21 ploegen in competitie. Een belangrijke wijziging was dat enkel wedstrijden tegen andere APFA-leden mee zouden tellen voor de titel. De betere teams die lid waren van andere competities werden zo aangemoedigd om lid te worden, ook omdat APFA-teams vaak niet tegen ze wilden spelen (het resultaat telde immers niet mee).

Dubieuze kampioenschappen[bewerken]

De titelstrijd van 1921 was echter veel controversiëler dan vorig seizoen: de Buffalo All-Americans en de Chicago Staleys waren beide ongeslagen toen ze elkaar troffen. Buffalo won de wedstrijd, maar de Staleys vroegen om een herkansing. De All-Americans gingen akkoord, maar enkel als het om een oefenwedstrijd zou gaan (die niet mee zou tellen in de stand). De APFA besliste echter om het resultaat toch mee te tellen en Chicago won. Uiteindelijk hadden beide teams negen keer gewonnen en één keer verloren en werd de titel, tot woede van de fans in Buffalo, aan de Staleys gegeven. Bij een gelijke stand gold in die tijd namelijk de meest recente onderlinge wedstrijd als beslissende factor en de zege van de Staleys was recenter dan die van de All-Americans. In 1922 werd de APFA omgedoopt naar de huidige naam, maar het bleef het een komen en gaan van teams; tussen 1921 en 1926 had de competitie telkens rond de twintig deelnemers, maar slechts acht teams hebben daadwerkelijk elk seizoen in die periode meegedaan. Ook de titelstrijd was nog eens dubieus: in 1925 speelden de Pottsville Maroons (een van de kanshebbers op de titel) een oefenwedstrijd tegen het team van de Universiteit van Notre Dame. Deze wedstrijd was echter in Philadelphia, de thuisstad van de Frankford Yellow Jackets, die op dezelfde dag een thuisduel speelden. De Yellow Jackets claimden dat dit een schending was van de regels, aangezien de Maroons geen toestemming hadden gekregen van de NFL om in Philadelphia te spelen. Volgens de Maroons hadden ze die toestemming echter wel, dus ze speelden (en wonnen) de wedstrijd. Hierop werden de Maroons geschorst en mochten ze dat seizoen geen wedstrijden meer spelen. Ook de Chicago Cardinals waren kanshebber op de titel, maar ook zij waren niet geheel schoon: hun op een na laatste wedstrijd was tegen de Milwaukee Badgers, maar die ploeg kon geen complete selectie krijgen voor de wedstrijd. Om deze toch rond te krijgen, werden vier spelers van een high school gevraagd om mee te doen, iets wat ook tegen de regels was. Uiteindelijk eindigden de Cardinals met elf zeges en twee nederlagen (gelijke spelen telden toen nog niet mee voor de stand) en de Maroons met tien zeges en twee nederlagen. De Cardinals werd de titel toegewezen, maar de eigenaar weigerde, omdat ze zelf van de Maroons hadden verloren dat seizoen. Toen de Cardinals in 1933 echter een andere eigenaar kregen, maakte die nieuwe eigenaar wel aanspraak op de titel van 1925. Tegenwoordig worden de Cardinals ook beschouwd als kampioen van dat seizoen.

Eastern en Western Conference[bewerken]

De titelstrijd van 1932 bleek de spannendste tot dan toe: aan het eind van het seizoen hadden zowel de Chicago Bears als de Portsmouth Spartans zes duels gewonnen en eentje verloren. Om de titel te beslechten werd er een beslissende wedstrijd georganiseerd in Chicago. De thuisploeg won met 9-0 en pakte de titel.[1] Deze wedstrijd was zo'n succes dat men besloot om elk jaar een beslissingswedstrijd om de titel te spelen. Vanaf het daaropvolgende seizoen werd de competitie verdeeld in twee divisies, de Eastern en de Western Division (later Eastern en Western Conference). Het beste team uit elke divisie zou zich plaatsen voor deze finale (het thuisvoordeel was om en om voor de westelijke, dan wel de oostelijke kampioen); mochten twee teams gedeeld eerste van hun divisie staan, dan werd er een beslissingswedstrijd gespeeld. 1936 was een mijlpaal in de geschiedenis van de NFL, want voor het eerst bleef de indeling gelijk aan die van vorig seizoen; er kwam dus geen nieuw team bij, noch werd er een team opgeheven. Daarnaast was 1936 ook het eerste jaar waarin alle ploegen een gelijk aantal wedstrijden speelden. Dit was vorig seizoen eigenlijk al het plan, maar dankzij het slechte weer werd er toen één wedstrijd afgelast en niet meer ingehaald. Acht van de negen teams die in 1936 aan de competitie deelnamen, zijn nu nog altijd NFL-lid. Dit waren de Boston Redskins, de Chicago Bears, de Chicago Cardinals, de Detroit Lions, de Green Bay Packers, de New York Giants, de Philadelphia Eagles en de Pittsburgh Pirates. Enkel de Brooklyn Dodgers, die in 1944 werden opgeheven, wisten het niet te redden.

NFL tijdens de Tweede Wereldoorlog[bewerken]

Met het toetreden van de Cleveland Rams in 1937 had de NFL de tien teams die komende zeven seizoenen (tot en met 1942) de competitie zouden vormen. De Tweede Wereldoorlog eiste echter ook haar tol in de NFL; op spelers die dienden in het leger kon immers geen beroep worden gedaan. Het zwaarst getroffen waren de Rams, de Eagles en de Pittsburgh Steelers (de nieuw naam van de Pirates sinds 1940) en de NFL gaf de Rams permissie om zich voor één seizoen terug te trekken uit de competitie. De Eagles en de Steelers besloten om voor dit seizoen te fuseren tot één team. In de officiële statistieken gebruikte men de naam Phil-Pitt Combine, maar in de volksmond sprak men van de Steagles, een porte-manteau van Steelers en Eagles. Het combinatieteam speelde vier thuisduels in Philadelphia en twee in Pittsburgh en als ze de laatste wedstrijd niet verloren hadden, waren ze zelfs gedeeld eerste geweest in hun divisie. In 1944 kwamen de Rams terug en werd er ook voor het eerst sinds 1937 een nieuw team toegelaten tot de competitie; de Boston Yanks. Daarnaast begonnen de Eagles weer voor zich alleen te spelen, wat resulteerde in een oneven aantal teams. Dit werd niet gezien als wenselijk, dus vroeg men de Steelers om nogmaals te fuseren met een ander team. Op voorwaarde dat de meeste wedstrijden werden gespeeld in Pittsburgh, vormden ze samen met de Chicago Cardinals de zogenaamde Card-Pitt. Dit was echter geen succes, want alle wedstrijden eindigden in een nederlaag. Als men dit seizoen meetelt als duels van de Cardinals, waren dit tien van de 29 wedstrijden die de Cardinals tussen 1942 en 1945 allemaal verloren. In 1945 vond ten slotte voor de laatste keer een fusie plaats: de Boston Yanks vormden één team met de Brooklyn Dodgers (eerder de Brooklyn Tigers). Hoewel het team officieel meedeed als the Yanks, zonder de naam van een stad ervoor, werden toch vier van de vijf thuisduels gewoon in Boston gespeeld. Met slechts drie zeges was dit jaar echter geen succes voor beide teams en volgend seizoen keerden de Dodgers ook niet terug in de NFL. Uiteindelijk bleken de Chicago Bears in deze oorlogsperiode het sterkste team, met drie titels in zes seizoenen.

Verhuizing naar het westen en de AAFC[bewerken]

In 1946 trad er een nieuwe speler aan op het American football-toneel, de All-America Football Conference (AAFC). Deze nieuwe competitie wilde professioneel de strijd aangaan met de NFL en was de eerste competitie die daar behoorlijk in slaagde. Een voordeel voor de AAFC was dat de NFL nog herstellende was van de perikelen tijdens de oorlog. Daarnaast waren de teameigenaren van de (oorspronkelijk acht) AAFC-teams rover het algemeen ijker dan de eigenaren van de NFL-teams. Ook probeerde de AAFC nieuwe markten aan te boren. De NFL was begonnen in het noordoosten van het land, maar had nooit echt verder gekeken. De AAFC begon echter, nu reizen steeds makkelijker werd, met een team in Florida en twee in Californië. Toch begon ook de NFL haar horizon te verbreden; de eigenaar van de Rams wilde zijn team verhuizen naar Los Angeles en hoewel de NFL daar eerst niet erg blij mee was, wist hij de verhuizing toch door te drukken. Zo werden de Rams het eerste NFL-team dat aan de West Coast begon te spelen. De AAFC bleek uiteindelijk de competitie niet lang vol te houden. Een groot probleem was ook het verschil in kwaliteit tussen de teams. Elk jaar werden de Cleveland Browns kampioen en in 1948 deden ze dat zelfs met een perfect season (ze wonnen alle wedstrijden). Dit was de eerste keer dat een dergelijke prestatie in professioneel American football voorkwam en enkel de de Miami Dolphins wisten die later nog te herhalen.[2] Na 1949 besloten de AAFC en de NFL te fuseren en drie teams (de Browns, de San Francisco 49ers en de Baltimore Colts) werden volwaardig NFL-lid. Dat de dominantie van de Browns niet alleen kwam door de weinige tegenstand in de AAFC, bewezen ze het eerste seizoen al, door direct de NFL-titel te grijpen (en tot en met 1955 wonnen ze zelfs elk jaar de Eastern Conference).

'Old line' en de AFL[bewerken]

Wegens financiële problemen werden de Colts al na hun eerste NFL-seizoen opgeheven. Ook de Yanks hielden het een jaar later voor gezien. Hun plekje werd opgevuld door de Dallas Texans, maar dat bleek een fiasco: de Texanen liepen niet warm voor NFL-wedstrijden en financieel liep het ook niet lekker. Men had de intentie om terug te keren naar Baltimore en Bert Bell (de voorzitter van de NFL) daagde de stad uit om 15.000 seizoenskaarten te verkopen binnen zes weken, zodat de NFL terug zou keren naar hun stad. Aangezien het quotum binnen een maand werd gehaald, werden de Texans verkocht aan Baltimore, hoewel er officieel sprake was van een nieuw team. De oude naam van de Colts werd ook gebruikt voor dit nieuwe team. De twaalf teams die in 1953 aan de competitie begonnen (de Bears, de Browns, de Cardinals, de Colts, de Eagles, de 49ers, de Giants, de Lions, de Packers, de Rams, de Redskins en de Steelers), bleven dat tot en met 1959 doen in deze samenstelling. Deze twaalf oudste, nog bestaande ploegen, die werden opgericht voor de AFL, werden samen ook wel de old line genoemd. De populariteit van de NFL begon in de jaren 50 flink te groeien, maar de Chicago Cardinals konden niet profiteren: ze deelden de stad met de Bears en die waren veel populairder. In 1958 trokken de Bears in thuisduels bijvoorbeeld meer dan twee keer zo veel toeschouwers (gemiddeld 44.000 per wedstrijd voor de Bears om 20.000 voor de Cardinals) en dat was geen verrassing, want dat seizoen was het elfde jaar op rij dat de Bears meer wedstrijden wonnen dan de Cardinals. Om toch rendabel te blijven, wilde de eigenaars het team verhuizen naar Saint Louis, maar dat werd niet goedgekeurd door de NFL. Een poging om het team te verkopen lukte ook niet, omdat de eigenaars hun meerderheidsbelang niet op wilde geven. De potentiële kopers van de Cardinals, van wie Lamar Hunt de bekendste was, probeerden NFL-voorzitter Bell over te halen om de competitie uit te breiden, maar Bell hield vast aan twaalf ploegen. Hunt kwam toen op het idee om een nieuwe, concurrerende competitie te starten. Hij wist enkele andere zakenlieden enthousiast te maken voor het plan, wat uiteindelijk resulteerde in de oprichting van de American Football League. Dit was de vierde competitie met dezelfde naam; de vorige AFL's wisten alle slechts enkele jaren te overleven. Deze versie van de AFL (alle vier de competities hadden overigens niets met elkaar te maken, behalve dezelfde naam) bleek echter succesvoller te zijn en de grootste concurrent van de NFL te worden. De NFL was niet blij met deze rivaliserende competitie en probeerde haar start op verschillende manieren te ondermijnen; de Cardinals kregen bijvoorbeeld toch toestemming om te verhuizen naar Saint Louis. Ook besloot de NFL om toch uit te breiden: in 1960 werden de Dallas Cowboys lid van de NFL en de ondernemers die een AFL-team wilden starten in de Twin Cities in Minnesota zagen daar vanaf, toen zij een team beloofd kregen in de NFL. De Minnesota Vikings begonnen een jaar na de Cowboys dan ook als veertiende team in de NFL te spelen.

Fusie met de AFL[bewerken]

De NFL besteedde in eerste instantie niet al te veel aandacht aan de AFL. Men verwachtte dat de AFL-teams enkel afdankertjes van de NFL zouden krijgen, en dat de supporters ook de AFL niet wilden zien als ze NFL konden kijken. De AFL hield echter ook een draft, waarin de teams dezelfde spelers konden kiezen als in de NFL Draft en van de eerste keuzes van de NFL-teams, tekende slechts de helft daadwerkelijk in de NFL; de andere spelers gingen in de AFL spelen. Een ander voordeel voor de AFL was dat ze nieuwe markten aanboorden: in 1963 speelden zes van de acht AFL-teams in een gebied waar geen NFL-team speelde. Ook werden de AFL-wedstrijden op televisie uitgezonden: de eerste jaren op de ABC en in 1965 werd een contract (ter waarde van 36 miljoen dollar) gesloten met de NBC. Deze rivaliteit en competitiviteit leidde uiteindelijk tot het punt waarop aan jonge spelers – die zich nog niet eens op professioneel niveau hadden bewezen – hoge salarissen in het vooruitzicht werd gesteld, omdat de competities allebei hengelden naar de beste spelers. Al Davis, de voorzitter van de AFL, wilde de strijd met de NFL winnen, maar de meeste teameigenaars wilden de strijd om de topspelers niet blijven spelen en lid worden van de NFL. Toch was het de NFL die het initiatief nam; in 1966 nam Texas Schramm, de eigenaar van de Cowboys in het geheim contact op met Hunt, die eigenaar was van de Kansas City Chiefs in de AFL.[3] AFL-president Davis was echter niet op de hoogte van de gesprekken. Na veelvuldig overleg, zowel tussen beide competities, als intern binnen de NFL en de AFL, lag er een plan op tafel waar alle teams mee konden leven. Alle AFL-teams zouden in 1970 lid worden van de NFL en geen enkel team zou moeten verhuizen. Ook zouden de teams één gezamenlijke draft houden, wat een einde maakte aan het opbieden tegen elkaar. Ten slotte zouden de kampioenen van beide competities in de laatste jaren voor de fusie een finale spelen, om te bepalen welk team nu echt het beste van het land was. Deze wedstrijd zou later bekendstaan als de Super Bowl en de eerste editie daarvan werd in januari 1967 gespeeld.

Na de fusie[bewerken]

De NFL had voor de fusie zestien teams: de twaalf teams uit de old line, de Cowboys de Vikings, de Atlanta Falcons en de New Orleans Saints; die laatste twee waren in resp. 1966 en 1967 toegetreden. De AFL had tien teams; de Boston Patriots, de Buffalo Bills, de Cincinnati Bengals, de Denver Broncos, de Houston Oilers, de Kansas City Chiefs, de Miami Dolphins, de New York Jets, de Oakland Raiders en de San Diego Chargers. Acht daarvan speelden in een regio zonder NFL-team; enkel de Jets (speelden net als de Giants in Groot-New York) en de Raiders (speelden net als de 49ers in de San Francisco Bay Area) deelden een markt met een NFL-team en moesten daar een soort 'schadevergoeding' voor betalen. Voor de gezamenlijke competitie werd een nieuwe competitie-indeling gemaakt. De oud-AFL-teams zouden in de American Football Conference komen en de andere teams kwamen in de National Football Conference. Om beide conferences gelijk te trekken, verhuisden drie teams (de Colts, de Browns en de Steelers) naar de AFL. De conferences bestonden allebei uit drie divisies en per conference zouden alle winnaars en de beste nummer twee zich plaatsen voor de play-offs. De kampioenen van de AFC en de NFC zouden vervolgens spelen in de Super Bowl. Tussen de fusie en de jaren 90 werd de competitie met twee teams uitgebreid: in 1976 werden zowel de Seattle Seahawks als de Tampa Bay Buccaneers verwelkomd in de NFL.

Jaren '90 tot heden[bewerken]

In 1982 gingen de Raiders vanuit Oakland naar Los Angeles. De Colts verruilden Baltimore in 1984 voor Indianapolis en de Cardinals verlieten Saint Louis voor Phoenix in 1989. Dit was echter slechts een voorbode voor de jaren '90, waarin zeven teams verhuisden of lid werden van de competitie. Het begon in 1995, toen de Raiders teruggingen naar Oakland. Eveneens gingen de Rams naar Saint Louis, zodat die stad na zes jaar weer een NFL-team had. Met het vertrek van zowel de Raiders als de Rams ging Los Angeles in één jaar van twee naar nul NFL-teams. Ook werden er wederom twee teams aan de competitie toegevoegd: de Carolina Panthers en de Jacksonville Jaguars brachten het aantal ploegen op dertig. Een controversiële verhuizing kwam een jaar later: de eigenaar van de Cleveland Browns wilde zijn team verhuizen naar Baltimore, dat al twaalf jaar zonder NFL-team zat. Na veelvuldig overleg tussen de NFL, de Browns en beide steden, werd gekozen voor een opmerkelijke oplossing: de geschiedenis van de Browns zou in Cleveland blijven tot die stad weer een team zou krijgen, dus het team in Baltimore (de Ravens) zou worden gezien als een nieuw team. De spelers en het personeel van de Browns zouden echter meeverhuizen naar Baltimore. Drie jaar later, in 1999, werden de Browns inderdaad heropgericht, wat het aantal teams op 31 bracht. Twee jaar eerder waren de Houston Oilers al verhuisd naar Tennessee (hun naam werd later veranderd in Tennessee Titans). Dit was tot op heden de laatste verhuizing van een NFL-ploeg naar een andere regio, maar net als Baltimore, Saint Louis en Cleveland hoefde Houston niet lang te wachten op een nieuw team. Samen met Los Angeles en Toronto was de stad een van de gegadigden die het 32ste team toegewezen zouden krijgen. De topkandidaat om het team te krijgen was L.A., maar die stad had enkele grote problemen die niet opgelost werden (er was bijvoorbeeld geen stadion en over de financiering van een nieuw te bouwen stadion konden de NFL en Los Angeles het niet eens worden). De plannen van Houston waren beter uitgewerkt en zo kwam het dat de Texans in 2002 in de NFL begonnen als 32ste en, tot op heden, nieuwste team.

Competitieverloop[bewerken]

In tegenstelling tot veel andere competities, spelen de teams in de NFL niet elk jaar tegen alle competitiegenoten. Zo speelt een ploeg die de play-offs niet haalt bijvoorbeeld maar tegen dertien van de 31 andere teams. Het seizoen begint meestal op de eerste donderdag na Labor Day (begin september) en de eerste officiële wedstrijd is de zogeheten kickoff game. Dat is normaal gesproken een thuiswedstrijd van de titelverdediger, die live wordt uitgezonden op de NBC. Het slot van het seizoen is de Super Bowl, die begin februari wordt gehouden en beslist over het kampioenschap. Een seizoen in de NFL bestaat uit twee delen; het reguliere seizoen en de play-offs.

Reguliere seizoen[bewerken]

Het reguliere seizoen bestaat sinds 1978 uit zestien wedstrijden. De wedstrijdschema's voor elk team worden op een vaste manier bepaald, die voor elke ploeg gelijk is. Zo speelt een team in een bepaald seizoen:

  • 6 wedstrijden tegen de andere teams uit de divisie (twee wedstrijden tegen elk team).
  • 4 wedstrijden tegen de teams uit een andere divisie binnen dezelfde conference.
  • 2 wedstrijden tegen de teams uit de andere twee divisies binnen dezelfde conference, die vorig seizoen op dezelfde positie zijn geëindigd.
  • 4 wedstrijden tegen de teams uit een divisie van de andere conference.

Voorbeeld: de Seattle Seahawks (NFC West) speelden in 2014 twee keer tegen de Arizona Cardinals, de San Francisco 49ers en de St. Louis Rams (de andere teams in de NFC West). Ze speelden ook tegen de Dallas Cowboys, de Philadelphia Eagles, de New York Giants en de Washington Redskins (teams uit de NFC East). Omdat de Seahawks in 2013 de NFC West wonnen, speelden ze eveneens tegen de winnaars van de NFC North en NFC South: de Green Bay Packers en de Carolina Panthers. Ten slotte speelden ze de laatste vier duels tegen de teams uit de AFC West: de Denver Broncos, de San Diego Chargers, de Kansas City Chiefs en de Oakland Raiders.

Er is een rotatiesysteem voor de divisies waartegen de teams elk seizoen spelen. Dankzij dit systeem zijn teams verzekerd dat ze een team uit dezelfde conference (maar uit een andere divisie) minstens eens in de drie jaar treffen en een team uit de andere conference minstens eens in de vier jaar. Naast het reguliere seizoen is de Super Bowl de enige mogelijkheid om een team uit de andere conference te treffen. In de voorbereiding (de vier weken voor het reguliere seizoen) spelen teams dan ook regelmatig tegen een team uit de andere conference. Rivaliteiten tussen teams uit dezelfde staat worden vaak gespeeld; zo speelden de Kansas City Chiefs (AFC West) en de St. Louis Rams (NFC West) tussen 1995 (eerste seizoen van de Rams in Saint Louis) en 2014 slechts tijdens drie seizoenen geen onderlinge wedstrijd. Ook de Tampa Bay Buccaneers (NFC South) en de Miami Dolphins (AFC East) spelen vaak tegen elkaar in de voorbereiding; in de 21e eeuw hebben ze elk jaar tegen elkaar gespeeld, ook als ze in het reguliere seizoen al tegen elkaar zouden spelen.[4]

Play-offs[bewerken]

Aan het eind van het reguliere seizoen plaatsen twaalf teams (zes per conference) zich voor de play-offs richting de Super Bowl. Dit zijn sinds 2002 in elke conference de vier divisie-winnaars, aangevuld met de twee beste niet-winnaars (de wild cards). De zes teams worden gerangschikt van 1-6. De divisie-winnaars krijgen nummer 1-4 en de wild cards krijgen nummer 5 en 6. Het laagste (beste) nummer is steeds voor het team met de meeste overwinningen (een gelijkspel telt voor een halve overwinning). Indien twee teams gelijk staan, zijn er meer dan tien criteria die bekeken worden om te bepalen welk team het beste nummer toegewezen krijgt.[5]

De play-offs bestaan uit vier rondes:

  • Wild Card Playoffs (in de praktijk de achtste finales van de Super Bowl). De nummers 1 en 2 hebben hier een vrijstelling.
  • Divisional Playoffs (kwartfinales)
  • Conference Championships (halve finales)
  • Super Bowl

In elke ronde speelt het laagste nummer thuis tegen het hoogste nummer (in de Wild Card Playoffs gaan de wedstrijden dus tussen nummer 3 en 6 en tussen nummer 4 en 5), behalve in de Super Bowl. Het stadion van die wedstrijd wordt enkele jaren van tevoren al bepaald en is daarom meestal een neutraal terrein. Door dit systeem zijn alle divisie-winnaars verzekerd van een thuiswedstrijd, terwijl een team dat zich met een wild card plaatste alleen thuis kan spelen als ze nummer 5 hebben, het Conference Championship van hun conference halen en daarin tegen de nummer 6 spelen. Dit is sinds de invoering van dit systeem nog niet voorgekomen.

Voor de invoering van dit systeem had de NFL verschillende andere systemen gehad voor de play-offs:

  • In 1970-1977 plaatsten vier teams zich: drie divisie-winnaars plus een wild card. Er waren dus geen vrijstellingen.
  • In 1978-1989 plaatsten vijf teams zich: drie divisie-winnaars plus twee wild cards. De divisie-winnaars hadden in de eerste week een vrijstelling.[6]
  • In 1990-2001 plaatsten zes teams zich: drie divisie-winnaars plus drie wild cards. De twee beste divisie-winnaars hadden in de eerste week een vrijstelling.

In vorige systemen speelden het laagste nummer niet altijd tegen het hoogste nummer. Van 1970 tot en met 1974 was er nog geen plaatsing en werd er via een rotatiesysteem bepaald welke divisie-winnaar uit moest spelen (het team met de wild card speelde sowieso uit). Van 1975 tot aan 1989 was er wel plaatsing, maar konden teams uit dezelfde divisie niet tegen elkaar spelen in de Divisional Playoffs.[7] Als het team met de wild card (vanaf 1978 de winnaar van een Wild Card Playoff) uit dezelfde divisie kwam als de nummer 1, dan zouden ze dus spelen tegen de nummer 2 (en de nummer 1 zou tegen de nummer 3 spelen).

Teams[bewerken]

Er zijn 32 NFL-teams. Elke club is gedurende het reguliere seizoen gelimiteerd tot 53 spelers. In tegenstelling tot de Major League Baseball, Major League Soccer, National Basketball Association en de National Hockey League, kent de competitie geen Canadese teams omdat dit land met de Canadian Football League zijn eigen competitie heeft.

De meeste grote steden in de VS herbergen een NFL-team. De belangrijkste uitzondering is de op een na grootste stad van het land Los Angeles. Deze stad heeft sinds seizoen 2016 weer een team: Los Angeles Rams, voorheen St. Louis Rams. De Washington Redskins zijn het meest lucratieve NFL-team en het meest winstgevende sportteam van de Verenigde Staten in het algemeen met een geschatte waarde van $1,4 miljard.

Sinds 2002 komende de volgende teams in de NFL uit:

American Football Conference
Divisie Team Stadion Stad/gebied
East Buffalo Bills New Era Field Orchard Park (Buffalo)
Miami Dolphins Hard Rock Stadium Miami Gardens (Miami)
New England Patriots Gillette Stadium Foxborough (Massachusetts)
New York Jets MetLife Stadium East Rutherford (New York)
North Baltimore Ravens M&T Bank Stadium Baltimore
Cincinnati Bengals Paul Brown Stadium Cincinnati
Cleveland Browns FirstEnergy Stadium Cleveland
Pittsburgh Steelers Heinz Field Pittsburgh
South Houston Texans NRG Stadium Houston
Indianapolis Colts Lucas Oil Stadium Indianapolis
Jacksonville Jaguars EverBank Field Jacksonville
Tennessee Titans Nissan Stadium Nashville
West Denver Broncos Sports Authority Field at Mile High Denver
Kansas City Chiefs Arrowhead Stadium Kansas City
Oakland Raiders Oakland-Alameda County Coliseum Oakland
Los Angeles Chargers StubHub Center Los Angeles
National Football Conference
Divisie Team Stadion Stad/gebied
East Dallas Cowboys AT&T Stadium Arlington (Dallas)
New York Giants MetLife Stadium East Rutherford (New York)
Philadelphia Eagles Lincoln Financial Field Philadelphia
Washington Redskins FedEx Field Landover (Washington)
North Chicago Bears Soldier Field Chicago
Detroit Lions Ford Field Detroit
Green Bay Packers Lambeau Field Green Bay
Minnesota Vikings U.S. Bank Stadium Minneapolis
South Atlanta Falcons Georgia Dome Atlanta
Carolina Panthers Bank of America Stadium Charlotte
New Orleans Saints Mercedes-Benz Superdome New Orleans
Tampa Bay Buccaneers Raymond James Stadium Tampa
West Arizona Cardinals University of Phoenix Stadium Glendale (Phoenix)
Los Angeles Rams Los Angeles Memorial Coliseum Los Angeles
San Francisco 49ers Levi's Stadium Santa Clara (San Francisco)
Seattle Seahawks CenturyLink Field Seattle

Winnaars[bewerken]

Als eerste winnaars van de APFA ontvingen de Akron Pros de Brunswick-Balke Collender Cup, een zilveren beker die was gedoneerd door de Brunswick-Balke-Collender Company. Het plan was dat de beker elk jaar zou worden overgedragen aan de nieuwe kampioen en dat een team de beker mocht houden als ze drie keer kampioen waren geworden. Na het eerste seizoen is hij echter nooit meer uitgereikt en het is onbekend waar de beker nu is of hoe hij eruitzag.[8] Vanaf 1934 werd een nieuwe beker uitgereikt aan de kampioen, de Ed Thorp Memorial Trophy, genoemd naar de kort daarvoor overleden scheidsrechter Ed Thorp. Ook dit was een wisselbeker, maar deze mocht nooit gehouden worden. De winnaars kregen wel een replica die ze mochten houden. Deze beker werd uitgereikt totdat de NFL fuseerde met de AFL.[9] Van 1966 tot 1969 speelde de NFL-kampioen tegen de winnaar van de AFL in de Super Bowl en de winnaar van die wedstrijd ontving de Vince Lombardi Trophy. Na de fusie werd de Super Bowl de finale van de NFL en de 'Vince Lombardi' is sindsdien de trofee voor de kampioen van de NFL. De winnaars mogen hem, in tegenstelling tot de vorige bekers, wel houden: elk jaar wordt er een nieuwe trofee gemaakt.[10]

Voor 1933 was er geen finale die besliste om het kampioenschap. Omdat de teams een verschillend aantal wedstrijden speelden, kreeg het team met de beste balans[11] de titel toegewezen. Vanaf 1934 speelden de winnaars van de Eastern en de Western Division tegen elkaar om de titel. Ook toen de divisies werden omgedoopt in American en National Conference (1950) en in Eastern en Western Conference (1953) bleef dit systeem intact. In 1966 werd de AFL-NFL Championship Game (in 1968 hernoemd naar Super Bowl) gecreëerd, waarin de NFL-kampioen het opnam tegen de winnaar van de AFL. Vanaf 1970 is de Super Bowl de titelstrijd van de NFL, die gaat tussen de winnaar van de AFC en de NFC.

Kampioenen 1920-1932

# Seizoen Kampioen Balans[12] Percentage Nummer 2 Balans[12] Percentage
1 1920 Akron Pros 8-0 (3) 1,000 Decatur Staleys 10-1 (2) 0,909
2 1921[13] Chicago Staleys 9-1 (1) 0,900 Buffalo All-Americans 9-1 (2) 0,900
3 1922 Canton Bulldogs 10-0 (2) 1,000 Chicago Bears 9-3 (0) 0,750
4 1923 Canton Bulldogs 11-0 (1) 1,000 Chicago Bears 9-2 (1) 0,818
5 1924 Cleveland Bulldogs 7-1 (1) 0,875 Chicago Bears 6-1 (4) 0,857
6 1925 Chicago Cardinals 11-2 (1) 0,846 Pottsville Maroons 10-2 (0) 0,833
7 1926 Frankford Yellow Jackets 14-1 (2) 0,933 Chicago Bears 12-1 (3) 0,923
8 1927 New York Giants 11-1 (1) 0,917 Green Bay Packers 7-2 (1) 0,778
9 1928 Providence Steam Roller 8-1 (2) 0,889 Frankford Yellow Jackets 11-3 (2) 0,786
10 1929 Green Bay Packers 12-0 (1) 1,000 New York Giants 13-1 (1) 0,929
11 1930 Green Bay Packers 10-3 (1) 0,769 New York Giants 13-4 (0) 0,765
12 1931 Green Bay Packers 12-2 (0) 0,857 Portsmouth Spartans 11-3 (0) 0,857
13 1932[14] Chicago Bears 7-1 (6) 0,875 Green Bay Packers 10-3 (1) 0,769

NFL-finales 1933-heden

# Seizoen Datum Winnend team Score Verliezend team Stadion Stad Toeschouwers
14 1933 17 december 1933 Chicago Bears 23-21 New York Giants Wrigley Field Chicago, Illinois 26.000
15 1934 9 december 1934 New York Giants 30-13 Chicago Bears Polo Grounds New York, New York 35.039
16 1935 15 december 1935 Detroit Lions 26-7 New York Giants University of Detroit Stadium Detroit, Michigan 15.000
17 1936 13 december 1936 Green Bay Packers 21-6 Boston Redskins Polo Grounds New York, New York 29.545
18 1937 12 december 1937 Washington Redskins 28-21 Chicago Bears Wrigley Field Chicago, Illinois 15.878
19 1938 11 december 1938 New York Giants 23-17 Green Bay Packers Polo Grounds New York, New York 48.120
20 1939 10 december 1939 Green Bay Packers 27-0 New York Giants Dairy Bowl West Allis, Wisconsin 32.379
21 1940 8 december 1940 Chicago Bears 73-0 Washington Redskins Griffith Stadium Washington, District of Columbia 36.034
22 1941 21 december 1941 Chicago Bears 37-9 New York Giants Wrigley Field Chicago, Illinois 13.341
23 1942 13 december 1942 Washington Redskins 14-6 Chicago Bears Griffith Stadium Washington, District of Columbia 36.006
24 1943 26 december 1943 Chicago Bears 41-21 Washington Redskins Wrigley Field Chicago, Illinois 34.320
25 1944 17 december 1944 Green Bay Packers 14-7 New York Giants Polo Grounds New York, New York 46.016
26 1945 16 december 1945 Cleveland Rams 15-14 Washington Redskins Cleveland Stadium Cleveland, Ohio 32.178
27 1946 15 december 1946 Chicago Bears 24-14 New York Giants Polo Grounds New York, New York 58.346
28 1947 28 december 1947 Chicago Cardinals 28-21 Philadelphia Eagles Comiskey Park Chicago, Illinois 30.759
29 1948 19 december 1948 Philadelphia Eagles 7-0 Chicago Cardinals Shibe Park Philadelphia, Pennsylvania 36.309
30 1949 18 december 1949 Philadelphia Eagles 14-0 Los Angeles Rams Los Angeles Memorial Coliseum Los Angeles, Californië 27.980
31 1950 24 december 1950 Cleveland Browns 30-28 Los Angeles Rams Cleveland Stadium Cleveland, Ohio 29.751
32 1951 23 december 1951 Los Angeles Rams 24-17 Cleveland Browns Los Angeles Memorial Coliseum Los Angeles, Californië 59.475
33 1952 28 december 1952 Detroit Lions 17-7 Cleveland Browns Cleveland Stadium Cleveland, Ohio 50.934
34 1953 27 december 1953 Detroit Lions 17-16 Cleveland Browns Briggs Stadium Detroit, Michigan 54.577
35 1954 26 december 1954 Cleveland Browns 56-10 Detroit Lions Cleveland Stadium Cleveland, Ohio 43.827
36 1955 26 december 1955 Cleveland Browns 38-14 Los Angeles Rams Los Angeles Memorial Coliseum Los Angeles, Californië 87.695
37 1956 30 december 1956 New York Giants 47-7 Chicago Bears Yankee Stadium New York, New York 56.836
38 1957 29 december 1957 Detroit Lions 59-14 Cleveland Browns Briggs Stadium Detroit, Michigan 55.263
39 1958 28 december 1958 Baltimore Colts 23-17 n.v. New York Giants Yankee Stadium New York, New York 64.185
40 1959 27 december 1959 Baltimore Colts 31-16 New York Giants Memorial Stadium Baltimore, Baltimore 57.545
41 1960 26 december 1960 Philadelphia Eagles 17-13 Green Bay Packers Franklin Field Philadelphia, Pennsylvania 67.325
42 1961 31 december 1961 Green Bay Packers 37-0 New York Giants City Stadium Green Bay, Wisconsin 39.029
43 1962 30 december 1962 Green Bay Packers 16-7 New York Giants Yankee Stadium New York, New York 64.892
44 1963 29 december 1963 Chicago Bears 14-10 New York Giants Wrigley Field Chicago, Illinois 45.801
45 1964 27 december 1964 Cleveland Browns 27-0 Baltimore Colts Cleveland Stadium Cleveland, Ohio 79.544
46 1965 2 januari 1966 Green Bay Packers 23-12 Cleveland Browns Lambeau Field Green Bay, Wisconsin 50.852
47 1966 1 januari 1967 Green Bay Packers 34-27 Dallas Cowboys Cotton Bowl Dallas, Texas 74.152
48 1967 31 december 1967 Green Bay Packers 21-17 Dallas Cowboys Lambeau Field Green Bay, Wisconsin 50.861
49 1968 29 december 1968 Baltimore Colts 34-0 Cleveland Browns Cleveland Stadium Cleveland, Ohio 80.628
50 1969 4 januari 1970 Minnesota Vikings 27-7 Cleveland Browns Metropolitan Stadium Bloomington, Minnesota 47.900
51 1970 17 januari 1971 Baltimore Colts 16–13 Dallas Cowboys Miami Orange Bowl Miami, Florida 79.204
52 1971 16 januari 1972 Dallas Cowboys 24–3 Miami Dolphins Tulane Stadium New Orleans, Louisiana 81.023
53 1972 14 januari 1973 Miami Dolphins 14–7 Washington Redskins Los Angeles Memorial Coliseum Los Angeles, Californië 90.182
54 1973 13 januari 1974 Miami Dolphins 24–7 Minnesota Vikings Rice Stadium Houston, Texas 71.882
55 1974 12 januari 1975 Pittsburgh Steelers 16–6 Minnesota Vikings Tulane Stadium New Orleans, Louisiana 80.997
56 1975 18 januari 1976 Pittsburgh Steelers 21–17 Dallas Cowboys Miami Orange Bowl Miami, Florida 80.187
57 1976 9 januari 1977 Oakland Raiders 32–14 Minnesota Vikings Rose Bowl Pasadena, Californië 103.438
58 1977 15 januari 1978 Dallas Cowboys 27–10 Denver Broncos Louisiana Superdome New Orleans, Louisiana 76.400
59 1978 21 januari 1979 Pittsburgh Steelers 35–31 Dallas Cowboys Miami Orange Bowl Miami, Florida 79.484
60 1979 20 januari 1980 Pittsburgh Steelers 31–19 Los Angeles Rams Rose Bowl Pasadena, Californië 103.985
61 1980 25 januari 1981 Oakland Raiders 27–10 Philadelphia Eagles Louisiana Superdome New Orleans, Louisiana 76.135
62 1981 24 januari 1982 San Francisco 49ers 26–21 Cincinnati Bengals Pontiac Silverdome Pontiac, Michigan 81.270
63 1982 30 januari 1983 Washington Redskins 27–17 Miami Dolphins Rose Bowl Pasadena, Californië 103.667
64 1983 22 januari 1984 Los Angeles Raiders 38–9 Washington Redskins Tampa Stadium Tampa, Florida 72.920
65 1984 20 januari 1985 San Francisco 49ers 38–16 Miami Dolphins Stanford Stadium Stanford, Californië 84.059
66 1985 26 januari 1986 Chicago Bears 46–10 New England Patriots Louisiana Superdome New Orleans, Louisiana 73.818
67 1986 25 januari 1987 New York Giants 39–20 Denver Broncos Rose Bowl Pasadena, Californië 101.063
68 1987 31 januari 1988 Washington Redskins 42–10 Denver Broncos Jack Murphy Stadium San Diego, Californië 73.302
69 1988 22 januari 1989 San Francisco 49ers 20–16 Cincinnati Bengals Joe Robbie Stadium Miami, Florida 75.129
70 1989 28 januari 1990 San Francisco 49ers 55–10 Denver Broncos Louisiana Superdome New Orleans, Louisiana 72.919
71 1990 27 januari 1991 New York Giants 20–19 Buffalo Bills Tampa Stadium Tampa, Florida 73.813
72 1991 26 januari 1992 Washington Redskins 37–24 Buffalo Bills Metrodome Minneapolis, Minnesota 63.130
73 1992 31 januari 1993 Dallas Cowboys 52–17 Buffalo Bills Rose Bowl Pasadena, Californië 98.374
74 1993 30 januari 1994 Dallas Cowboys 30–13 Buffalo Bills Georgia Dome Atlanta, Georgia 72.817
75 1994 29 januari 1995 San Francisco 49ers 49–26 San Diego Chargers Joe Robbie Stadium Miami, Florida 74.107
76 1995 28 januari 1996 Dallas Cowboys 27–17 Pittsburgh Steelers Sun Devil Stadium Tempe, Arizona 76.347
77 1996 26 januari 1997 Green Bay Packers 35–21 New England Patriots Louisiana Superdome New Orleans, Louisiana 72.301
78 1997 25 januari 1998 Denver Broncos 31–24 Green Bay Packers Qualcomm Stadium San Diego, Californië 68.912
79 1998 31 januari 1999 Denver Broncos 34–19 Atlanta Falcons Pro Player Stadium Miami, Florida 74.803
80 1999 30 januari 2000 St. Louis Rams 23–16 Tennessee Titans Georgia Dome Atlanta, Georgia 72.625
81 2000 28 januari 2001 Baltimore Ravens 34–7 New York Giants Raymond James Stadium Tampa, Florida 71.921
82 2001 3 februari 2002 New England Patriots 20–17 St. Louis Rams Louisiana Superdome New Orleans, Louisiana 72.922
83 2002 26 januari 2003 Tampa Bay Buccaneers 48–21 Oakland Raiders Qualcomm Stadium San Diego, Californië 67.603
84 2003 1 februari 2004 New England Patriots 32–29 Carolina Panthers Reliant Stadium Houston, Texas 71.525
85 2004 6 februari 2005 New England Patriots 24–21 Philadelphia Eagles Alltel Stadium Jacksonville, Florida 78.125
86 2005 5 februari 2006 Pittsburgh Steelers 21–10 Seattle Seahawks Ford Field Detroit, Michigan 68.206
87 2006 4 februari 2007 Indianapolis Colts 29–17 Chicago Bears Dolphin Stadium Miami, Florida 74.512
88 2007 3 februari 2008 New York Giants 17–14 New England Patriots University of Phoenix Stadium Glendale, Arizona 71.101
89 2008 1 februari 2009 Pittsburgh Steelers 27–23 Arizona Cardinals Raymond James Stadium Tampa, Florida 70.774
90 2009 7 februari 2010 New Orleans Saints 31–17 Indianapolis Colts Sun Life Stadium Miami, Florida 74.059
91 2010 6 februari 2011 Green Bay Packers 31–25 Pittsburgh Steelers Cowboys Stadium Arlington, Texas 103.219
92 2011 5 februari 2012 New York Giants 21–17 New England Patriots Lucas Oil Stadium Indianapolis, Indiana 68.658
93 2012 3 februari 2013 Baltimore Ravens 34–31 San Francisco 49ers Mercedes-Benz Superdome New Orleans, Louisiana 71.024
94 2013 2 februari 2014 Seattle Seahawks 43–8 Denver Broncos MetLife Stadium East Rutherford, New Jersey 82.529
95 2014 1 februari 2015 New England Patriots 28-24 Seattle Seahawks University of Phoenix Stadium Glendale, Arizona 70.288
96 2015 7 februari 2016 Denver Broncos 24-10 Carolina Panthers Levi's Stadium Santa Clara, Californië 71.088
97 2016 5 februari 2017 New England Patriots 34-28 Atlanta Falcons NRG Stadium Houston, Texas
98 2017 februari 2018 U.S. Bank Stadium Minneapolis, Minnesota
99 2018 februari 2019 Mercedes-Benz Stadium Atlanta, Georgia
100 2019 februari 2020 Hard Rock Stadium Miami Gardens, Florida
101 2020 februari 2021 City of Champions Stadium Inglewood, Californië

Meeste titels[bewerken]

Recordkampioen zijn de Green Bay Packers met dertien NFL-titels, gevolgd door de Chicago Bears en de New York Giants, met respectievelijk negen en acht titels.
In deze tabel staan de gewonnen NFL-titels in de periode 1966-1969 onder Ed Thorp Memorial Trophy. De Super Bowl-titels uit die periode zijn niet vermeld, omdat de Super Bowl toen nog niet de kampioenswedstrijd was van de NFL. Opgeheven teams zijn cursief geschreven.

Team Totaal NFL-titels 1920-1933 Ed Thorp Memorial Trophy Vince Lombardi Trophy
Green Bay Packers 13 3 8 2[15]
Chicago Bears 9 3 5 1
New York Giants 8 1 3 4
Pittsburgh Steelers 6 6
Dallas Cowboys 5 5
Indianapolis Colts 5[16] 3[16] 2
San Francisco 49ers 5 5
Washington Redskins 5 2 3
Cleveland Browns 4 4
Detroit Lions 4 4
New England Patriots 4 4
Denver Broncos 3 3
Oakland Raiders 3 3
Philadelphia Eagles 3 3
St. Louis Rams 3 2 1
Arizona Cardinals 2 1 1
Baltimore Ravens 2 2
Canton Bulldogs 2 2
Miami Dolphins 2 2
Akron Pros 1 1
Cleveland Bulldogs 1 1
Frankford Yellow Jackets 1 1
Minnesota Vikings 1[16] 1[16]
New Orleans Saints 1 1
Providence Steam Roller 1 1
Seattle Seahawks 1 1
Tampa Bay Buccaneers 1 1

Van de huidige 32 ploegen wonnen er tien nooit de NFL, te weten:

Regels[bewerken]

De regels in de NFL zijn anders dan de regels in NCAA (National Collegiate Athletic Association) of CFL (Canadian Football League). In Nederland en België wordt er volgens de NCAA regels gespeeld.

Zie ook[bewerken]

Externe links[bewerken]