Kiescollege (Verenigde Staten)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Kiesmannen per Amerikaanse staat 2012, 2016, 2020
Kiesmannen per Amerikaanse staat 2004, 2008

Het Kiescollege of United States Electoral College is in het Amerikaanse staatsrecht het lichaam dat de president kiest.

In de Verenigde Staten wordt de president niet rechtstreeks gekozen. Feitelijk wordt op de dag van de verkiezingen niet de president gekozen, maar een college dat hem of haar pas enige tijd later kiest. Dit kiescollege bestaat uit 538 kiesmannen. Dat is evenveel als het aantal senatoren en leden van het Huis van Afgevaardigden, aangevuld met drie extra zetels voor Washington D.C. Doordat het aantal leden van het Huis van Afgevaardigden per staat verschillend is, is ook het aantal kiesmannen per staat verschillend. Het minimumaantal voor een staat is drie, aangezien iedere staat twee senatoren heeft en ten minste één afgevaardigde.

De verkiezing door de kiesmannen gaat in de meeste staten volgens het principe First past the post. Dat wil zeggen dat degene die in een bepaalde staat de meeste stemmen haalt, de stemmen krijgt van alle kiesmannen van die staat. Uitzonderingen zijn de staten Maine en Nebraska. Daar worden twee kiesmannen op deze wijze gekozen; de andere (twee in Maine, drie in Nebraska) worden per congresdistrict gekozen.

Door dit systeem is het mogelijk dat de presidentskandidaat met de meeste stemmen de verkiezingen niet wint. Dat gebeurde bijvoorbeeld tijdens de presidentsverkiezingen van 2000, waarin Al Gore meer stemmen behaalde dan George W. Bush, maar toch een minderheid in het kiescollege had en dus de verkiezingen verloor. Dit gebeurde nog recenter ook tijdens de presidentsverkiezingen van 2016 waarbij Donald Trump zonder de meerderheid van de stemmen won van Hilary Clinton.[1] Tegenstanders van het systeem wijzen hierop wanneer zij voor afschaffing pleiten. Voorstanders zeggen dat het systeem de overmacht van de (qua inwonertal) grotere staten tegengaat en verkiezingsfraude moeilijker maakt.

Na iedere volkstelling, die in de VS elke tien jaar wordt gehouden, wordt het aantal afgevaardigden per staat aangepast, en dus ook het aantal kiesmannen per staat.

De verdeling van 2010 tot en met 2020, met tussen haakjes de toe- of afname van het aantal kiesmannen sinds de vorige verdeling, is als volgt:

Als een lid van het kiescollege anders stemt dan hij of zij zou moeten doen krachtens het mandaat van de kiezers van de bewuste staat, wordt zo iemand een faithless elector genoemd. Het hangt van de wetgeving van die staat af of dit gedrag strafbaar is, en of de stem ongeldig wordt verklaard. Er zijn bijzondere gevallen, zoals het overlijden van de kandidaat[2], waarbij er afgeweken werd van de uit te brengen stem.

Het bestaan van het kiescollege is historisch te verklaren als een tegemoetkoming aan de zuidelijke slavenstaten.[3] Het college is opgericht door het grondwettelijk congres van Philadelphia en hervormd door het Twaalfde Amendement (1803) als reactie op de patstelling na de verkiezingen van 1800. Elke slaaf telde voor 3/5 mee in het bepalen van het aantal kiesmannen waarop een staat recht had. Het kiescollege moest toelaten dat staten het stemrecht ontzegden aan zwarten en vrouwen zonder hierdoor aan macht in te boeten.