Holocaustontkenning

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Holocaustontkenning of Holocaustrevisionisme is het geheel of gedeeltelijk verwerpen van de geschiedschrijving rondom de Holocaust.

Gedurende de Tweede Wereldoorlog pleegde nazi-Duitsland grootschalige en systematische genocide op Joden en andere bevolkingsgroepen dat later bekend is geworden onder de term Holocaust. Holocaustrevisionisten ontkennen de officiële lezing over deze historische feiten en gebeurtenissen. Zij zetten vraagtekens bij het aantal doden, de intenties van het naziregime en de wijze waarop de slachtoffers stierven.

Terminologie[bewerken]

Historici gebruiken de academische term 'historisch revisionisme' voor het onderzoek naar de verhalen die als geschiedenis worden verteld; dit onderzoek wordt gedaan om de geschiedschrijving te herzien aan de hand van nieuw ontdekte feiten en informatie die minder vooroordelen bevat of preciezer is. Ook gevestigde geschiedkundigen staan open voor de mogelijkheid dat geschiedenis, zoals die traditioneel wordt verteld, misschien niet helemaal accuraat is en dus onderworpen kan worden aan een herziening. Historisch revisionisme is in deze zin een algemeen geaccepteerd deel van geschiedkundige studies.

De term historisch revisionisme wordt ook gebruikt door Holocaustontkenners. Critici stellen dat Holocaustontkenners historisch revisionisme op een onjuiste wijze toepassen door er bijvoorbeeld van uit te gaan dat de Holocaust niet heeft plaatsgevonden en de feiten daaraan aanpassen.[1]

Holocaustontkenning en het Israëlisch-Palestijns conflict[bewerken]

Volgens Joseph Massad, professor arabische politiek verbonden aan de Columbia-universiteit dient Holocaustontkenning in het Midden-Oosten vooral te worden bezien in het licht van het volgende: Volgens het zionistische standpunt rechtvaardigt de Holocaust het bestaan van de Joodse staat en impliceert de erkenning van de Holocaust, de erkenning van het bestaansrecht van de Joodse staat. Critici echter, spreken dit verband tussen de Holocaust en Israël tegen en stellen bovendien dat de Israëlische regering en pro-Israëlische groeperingen de herinnering aan de Holocaust en angst voor antisemitisme aanwenden voor politieke doeleinden. Desondanks trokken de meeste mensen in het Midden-Oosten de Israëlische uitleg niet in twijfel, die zegt dat wie de Joodse genocide erkent vanzelf het bestaansrecht van Israël erkent. Dit zou volgens Massad het gevolg hebben gehad dat deze mensen de Holocaust zijn gaan zien als louter een voorwendsel om de Israëlische onderdrukking van de Palestijnen te rechtvaardigen.[2]

Diverse Arabische regeringen en staten zoals die van Irak, Syrië, Egypte en Jordanië evenals de Palestijnse Autoriteit publiceren Holocaustontkennende werken.[3][4] Veelal betreft het vertalingen van Westerse revisionisten. Deze werden bestsellers in een aantal Arabische naties. De Palestijnse president Mahmoud Abbas schreef een proefschrift waarin hij onder verwijzing naar Robert Faurisson en Raul Hilberg stelde dat er helemaal geen zes miljoen, maar maximaal 890.000 Joden omgebracht zouden zijn.

Ahmadinejad[bewerken]

Tijdens zijn ambtstermijn van 2005 tot 2013 deed de president van Iran, Mahmoud Ahmadinejad, regelmatig Holocaustontkennende uitspraken in het openbaar en oproepen tot 'eliminatie van de Joodse entiteit', onder enthousiaste bijval van vele radicale en fundamentalistische groeperingen in die regio. In het algemeen kan geconstateerd worden dat bij Holocaustontkennende uitspraken tegelijk grove antisemitische termen gebruikt worden waarbij tegelijkertijd ook nog eens de wens wordt uitgesproken om de zionistische entiteit te vernietigen.

In Teheran werd op 11 en 12 december 2006 de conferentie International Conference to Review the Global Vision of the Holocaust gehouden, over het ontkennen van de Holocaust. Tijdens de conferentie zou Ahmadinejad hebben opgeroepen de staat Israël te vernietigen.[5] Dit citaat zou echter verkeerd zijn vertaald. Ahmadinejad zou gezegd hebben dat het Israëlische regime moest verdwijnen, wat een wezenlijk verschil uitmaakt.

De politieke achtergrond hiervan is dat als de Holocaust niet bestaan zou hebben, de Joden dan ook geen recht zouden hebben op een eigen staat. Iran nodigde verscheidene westerse wetenschappers, antizionistische Joden en voor het merendeels revisionisten uit. Opmerkelijk was de aanwezigheid van Joden van Neturei Karta, een kleine ultra-orthodoxe stroming, die er niet de holocaust ontkenden maar aldus Rabbi Cohen tegen "het gebruik van de Holocaust als legitimisering van het lijden van andere mensen" is en "tegen het taboe van het discussiëren van de Holocaust is".[6] Onder andere werd ook David Duke uitgenodigd, voormalig leider van de Amerikaanse Ku Klux Klan. Ook werd de Franse hoogleraar Robert Faurisson uitgenodigd, die beweert dat de Holocaust een mythe is. De Duitser Fredrick Töben probeert met een schaalmodel van Treblinka aan te tonen dat het fysiek onmogelijk was om daar 700.000 mensen om te brengen. De Israëlisch Arabische jurist Khaled Kasab Mahameed en deskundige op het gebied van de Holocaust werd de toegang ontzegd, omdat hij over een Israëlisch paspoort beschikt. Onder andere de Belgische minister van Buitenlandse Zaken, Karel De Gucht veroordeelde het houden van de conferentie, evenals het Vaticaan, de Duitse bondskanselier Angela Merkel en de Britse premier Tony Blair.

Holocaustontkenning in wetgeving[bewerken]

Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens kwalificeert het ontkennen ('bewust miskennen') van de Holocaust wegens de onlosmakelijke verbondenheid met een antisemitisch streven als een vorm van misbruik van recht ex artikel 17 van het EVRM.[7]

In Canada, Frankrijk, Hongarije,[8] Israël, Litouwen, Nieuw-Zeeland, Oostenrijk, Polen, Slowakije, Zuid-Afrika en Zwitserland is Holocaustontkenning strafbaar. Sinds 1 april 2010 is het ontkennen, bagatelliseren of goedpraten van de Holocaust ook in Hongarije verboden en wordt dit bestraft met een gevangenisstraf van drie jaar.

Nederland[bewerken]

In Nederland is het bagatelliseren, ontkennen of goedpraten van de Holocaust niet via speciale wetgeving verboden, maar kunnen uitspraken op dit gebied vallen onder groepsbelediging. In Nederland heeft de Hoge Raad in 1995 (in de zaak tegen Siegfried Verbeke) bepaald dat onderwijsmateriaal waarin de gaskamers ontkend worden valt onder het discriminatieverbod en dus strafbaar is volgens de artikelen 137c en 137e van het Wetboek van Strafrecht[9]. Regelmatig wordt door het Meldpunt Discriminatie Internet tegen bepaalde uitingen van revisionisme op internet opgetreden. In 2009 stelde de fractieleider van de VVD Mark Rutte voor de ontkenning van de Holocaust in principe toe te staan onder de vrijheid van meningsuiting, wat tot wijdverbreide kritiek leidde[10].

België[bewerken]

Sinds 1995 kent België wetgeving waarin specifiek het ontkennen van misdrijven tegen de mensheid of het ontkennen van de genocide door de nazi's strafbaar gesteld wordt.[11]

Duitsland[bewerken]

In Duitsland wordt het openbaar ontkennen van de Holocaust naar §130[12] van het Duitse strafwetboek strafbaar gesteld. Het Bundesverfassungsgericht noemt het ontkennen van de Holocaust een 'bewezen onware uitlating' die niet beschermd wordt door de vrijheid van meningsuiting.[13]

Vooral in de jaren tachtig zijn in Duitsland zware straffen uitgesproken tegen mensen die openlijk hun twijfels uitten over de officiële Holocaustversie. In Duitsland kan sinds 1985 (de wetgeving is nog verder uitgebreid in 1992, 2002 en 2005) conform twee verschillende strafwetten, te weten artikel 130-Volksverhetzung (lid 1 en 3 maximaal vijf jaar gevangenisstraf, lid 4 maximaal drie jaar gevangenisstraf) en artikel 189-Verunglimpfung des Andenkens Verstorbener (maximaal twee jaar gevangenisstraf), worden gestraft. Begin 2009 werd de controversiële advocaat Horst Mahler door verschillende Duitse rechtbanken (onder andere München en Potsdam) in onafhankelijke zaken wegens Holocaustontkenning en banalisering van nazi-misdaden veroordeeld tot lange, na elkaar uit te zitten gevangenisstraffen.

Oostenrijk[bewerken]

Op 20 februari 2006 werd David Irving in Oostenrijk veroordeeld tot een gevangenisstraf van 3 jaar omdat hij tijdens een aantal lezingen in 1989 het bestaan van gaskamers had ontkend.[14]

Verenigde Staten[bewerken]

Sommige mensen die de Holocaust niet ontkennen, zoals Noam Chomsky, zijn desondanks tegen een verbod en vinden dat net als in de VS de vrijheid van meningsuiting zwaarder zou moeten wegen. Dit leidde tot een rel toen Serge Thion een van Chomsky's essays gebruikte als een voorwoord van een boek met Holocaustontkennende essays.

Lijst van bekende Holocaustontkenners[bewerken]

(Alfabetische rangschikking)


Bestrijders van de Holocaustontkenning[bewerken]

Zie ook[bewerken]

Externe links[bewerken]

'Debunking'-sites[bewerken]

Revisionistische websites[bewerken]