Kabinet-Rutte II

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Kabinet-Rutte II
Rutte-Asscher
Bordesfoto van de ministers van het kabinet-Rutte II met in het midden vooraan koningin Beatrix
Bordesfoto van de ministers van het kabinet-Rutte II met in het midden vooraan koningin Beatrix
Coalitie VVD, PvdA
Zeteltal TK 41 + 38 = 79 (tot 13 november 2014)
41 + 36 = 77 (13 november 2014-27 februari 2015)
40 + 36 = 76 (27 februari 2015-7 november 2016)
40 + 35 = 75 (7 november 2016-23 maart 2017)
33 + 9 = 42 (sinds 23 maart 2017)
Premier Mark Rutte
Beëdiging 5 november 2012
Demissionair 14 maart 2017[1]
Ontslagdatum 26 oktober 2017[2]
Voorganger Rutte I
Opvolger Rutte III
Zetelverdeling coalitie en oppositie van kabinet in Tweede Kamer in de oorspronkelijke verhoudingen.
Zetelverdeling coalitie en oppositie van kabinet in Tweede Kamer in de oorspronkelijke verhoudingen.
Overzicht kabinetten
Portaal  Portaalicoon   Politiek
Persconferentie regeerakkoord VVD en PvdA

Het kabinet-Rutte II, ook wel het kabinet-Rutte-Asscher genoemd, was een Nederlands kabinet van 5 november 2012 tot en met 26 oktober 2017. Het bestond uit de politieke partijen VVD en PvdA en stond onder voorzitterschap van premier Mark Rutte en was de opvolger van kabinet-Rutte I, na de Tweede Kamerverkiezingen van 12 september 2012 en de daaropvolgende kabinetsformatie. Het kabinet heeft in de Eerste Kamer nooit een meerderheid gehad. In de Tweede Kamer heeft het zijn meerderheid gedurende de regeerperiode verloren, doordat er verschillende afsplitsingen van de regeringsfracties hebben plaatsgevonden.

Het was het eerste Nederlandse kabinet sinds 1998 dat de gehele parlementaire periode volmaakte[3] en het langstzittende Nederlandse kabinet sinds de Tweede Wereldoorlog.[4]

Totstandkoming[bewerken]

Formatie[bewerken]

1rightarrow blue.svg Zie Kabinetsformatie Nederland 2012 voor het hoofdartikel over dit onderwerp.
  • Ontslagaanvraag voorgaand kabinet: 23 april 2012
  • Beëdiging kabinet: 5 november 2012
  • Duur formatie: 54 dagen
  • Verkenner:
    Henk Kamp (VVD), 6 dagen
  • Informateurs:
    - Henk Kamp (VVD) en Wouter Bos (PvdA), 42 dagen
  • Formateur: Mark Rutte (VVD), 5 dagen

Na de Tweede Kamerverkiezingen van 12 september 2012 ging de kabinetsformatie van start onder leiding van verkenner Henk Kamp. Die concludeerde dat er onderzocht moest worden of er een kabinet mogelijk was van de grootste partijen, VVD en PvdA. Onder leiding van informateurs Henk Kamp (VVD) en Wouter Bos (PvdA) werden de onderhandelingen gestart. Eerst werd er een deelakkoord op de financiën bereikt, later ook een regeerakkoord. Vervolgens werd VVD-leider Mark Rutte benoemd tot formateur en gaf het PvdA-congres groen licht om toe te treden tot het kabinet.

Het kabinet werd beëdigd op 5 november 2012 en was met 54 dagen formeren voor Nederlandse begrippen relatief snel gevormd. Het was de eerste Nederlandse kabinetsformatie waarbij het staatshoofd (koningin Beatrix) geen rol speelde. De beëdiging van de ministers en staatssecretarissen was voor het eerst rechtstreeks via televisie en radio te volgen.

Motto[bewerken]

Het motto van het regeerakkoord is 'Bruggen slaan'.

Wijzigingen ministeries[bewerken]

Van het Ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie werd de naam gewijzigd in Ministerie van Economische Zaken. Tevens verdween de minister voor Immigratie, Integratie en Asiel. Er werden twee nieuwe ministersposten gecreëerd: de posten van minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking en de minister voor Wonen en Rijksdienst. Dit waren formeel ministers zonder portefeuille, ondergebracht bij respectievelijk de ministeries van Buitenlandse en Binnenlandse zaken.

Verloop[bewerken]

Start[bewerken]

Het kabinet bijeen tijdens het debat over de regeringsverklaring

Al voordat het kabinet beëdigd was, ontstond onduidelijkheid over het plan van het kabinet voor een inkomensafhankelijke zorgpremie. De VVD en PvdA hebben geen meerderheid in de Eerste Kamer, en zoals het voorstel er lag, zouden oppositiepartijen de plannen ook niet aan een meerderheid in de Senaat helpen.[5] Eerder had PvdA-voorzitter Hans Spekman het plan en de daarmee samenhangende inkomensnivellering 'een feest' genoemd.[6] De vier grootste oppositiepartijen, PVV, SP, CDA en D66, eisten inzicht in koopkrachtberekeningen uit de formatie.[7] Later wilde ook GroenLinks meer inzicht in de koopkrachtcijfers. Het debat over de regeringsverklaring werd uitgesteld totdat het Nibud de koopkrachteffecten had doorgerekend.

Ondertussen ontstond in de samenleving een hoop onrust na koopkrachtcijfers van het CPB en van het kabinet zelf. Een aanzienlijk deel van de bevolking zou volgens die cijfers, in de komende kabinetsperiode, 5 tot 10 procent moeten inleveren. Deze groep bestond hoofdzakelijk uit middeninkomens, maar ook uit bijstandsmoeders of pensioengerechtigden met een klein pensioen. De VVD halveerde daardoor in de peilingen en kreeg te maken met honderden opzeggingen.[8] De coalitiepartijen VVD en PvdA kwamen beiden met verschillende reacties op de cijfers. Op 9 november 2012 kwam het kabinet daarom bijeen voor een crisisberaad. Het regeerakkoord werd daarbij weer opengegooid. Nadat VVD en PvdA een akkoord bereikten en dit aan hun fracties voorlegden, dienden de fractievoorzitters Halbe Zijlstra (VVD) en Diederik Samsom (PvdA) tijdens het debat over de regeringsverklaring een succesvolle motie in. De motie haalde de inkomensafhankelijke zorgpremie uit het akkoord. Via inkomensafhankelijke heffingskortingen in het belastingsysteem zal vervolgens aan inkomensnivellering worden gedaan.

Het regeerakkoord werd formeel aangepast middels de aangenomen motie-Zijlstra/Samsom[9] over de alternatieve maatregelen voor de inkomensafhankelijke zorgpremie (33410, nr. 32).[10] Voor 2015 geeft deze overbekende afspraak toch nog gedoe met naheffingen door de belastingdienst.[11]

Positie ten opzichte van de Tweede Kamer[bewerken]

Na mislukte onderhandelingen met het CDA, sloot het kabinet op 15 februari 2013 een woonakkoord met D66, CU en SGP[12], dat nog door de Tweede en Eerste Kamer moest worden aangenomen. PvdA-senator Adri Duivesteijn noemde de plannen 'ondoordacht'.[13] D66 en ChristenUnie reageerden verbaasd.[14] Op 12 maart aanvaardde de Eerste Kamer de huurverhogingen met een meerderheid van een ternauwernood gecorrigeerde 1 stem.[15][16] Op 18 april verwierp de Tweede Kamer, 48 voor en 98 tegen, een motie van wantrouwen tegen staatssecretaris Teeven vanwege de zaak-Aleksandr Dolmatov, die door SP, GroenLinks en de PvdD werd ingediend. De motie kreeg ook steun van CDA, D66 en ChristenUnie.[17] Op 15 mei verwierp de Tweede Kamer een motie van wantrouwen, 63 voor en 87 tegen, tegen staatssecretaris Weekers wegens fraude met toeslagen van met name Bulgaren zonder vaste verblijfplaats. De motie werd ingediend door het CDA en werd gesteund door PVV, SP, D66, GroenLinks, PvdD en 50Plus. VVD, PvdA, ChristenUnie en SGP stemden tegen de motie. Op 25 september 2013 diende Geert Wilders een motie van wantrouwen in tijdens de eerste termijn van de Algemene Beschouwingen deze motie werd door de SP en Partij voor de Dieren gesteund maar kreeg geen meerderheid in de Tweede Kamer.[18]

Op 5 februari 2014 reageerden de oppositie en regeringspartij VVD fel op een brief van de ministers Plasterk en Hennis-Plasschaert. In de brief wordt aangegeven dat de Nederlandse inlichtingendiensten 1,8 miljoen 'metadata'-gegevens via 'meeluisteren' op satellietcommunicatie over telefoongesprekken en surfgedrag verzameld hebben.[19] Plasterk gaf echter in oktober 2013 aan dat de Amerikaanse NSA deze data had afgetapt.[20] De Tweede Kamer wil weten of zij verkeerd is ingelicht door Plasterk, of dat Plasterk zijn eigen ambtenaren niet onder controle heeft.[21] In de derde termijn van het debat diende D66 een motie van wantrouwen tegen Plasterk in. De motie werd behalve door D66 ook gesteund door SP, PVV, CDA, GroenLinks, Partij voor de Dieren, 50Plus en het lid Bontes en haalde hiermee een minderheid van 63 zetels, waarna zij werd verworpen.[22]

Op 25 februari 2014 gaf ChristenUnie-fractievoorzitter Arie Slob aan dat zijn partij de steun aan de akkoorden die zijn afgesloten met VVD, PvdA, D66, ChristenUnie en SGP intrekt als het kabinet illegaliteit strafbaar stelt. VVD-fractievoorzitter Halbe Zijlstra gaf aan dat het de ChristenUnie vrij staat tegen deze wet te stemmen, maar dat hij verwacht dat de partij zich aan de gemaakte afspraken houdt.[23]

In augustus 2014 kwamen de coalitiepartijen en D66, ChristenUnie en SGP tot een akkoord over de begroting 2015.[24]

Op 13 november 2014 werden Tunahan Kuzu en Selçuk Öztürk uit de PvdA-fractie gezet. Zij gingen verder als onafhankelijke Kamerleden.[25] Het kabinet behield met 77 zetels een meerderheid in de Tweede Kamer.

Op 27 februari 2015 besloot Mark Verheijen (VVD) de Tweede Kamer te verlaten nadat hij in opspraak was geraakt wegens onjuist declaratiegedrag. Daarop werd de eerder opgestapte Johan Houwers door de Kiesraad opnieuw benoemd tot lid van de Tweede Kamer. Houwers werd op 16 maart 2015 echter door het Openbaar Ministerie schuldig verklaard aan hypotheekfraude. Fractievoorzitter Halbe Zijlstra liet daarop weten dat er voor fraudeurs geen plek was in de fractie. Op 29 maart liet Houwers weten wel terug te zullen keren naar de Tweede Kamer, maar niet als lid van de VVD-fractie. Hij werd op 25 maart geïnstalleerd en begon een eenmansfractie. Hierdoor bleef er een nipte meerderheid over van 76 zetels.

Op 16 december 2015 werd een motie van afkeuring verworpen. Bij een hoofdelijke stemming, stemden 65 leden voor de motie, en 77 leden tegen. De motie werd ingediend wegens de onjuiste informatie die werd verstrekt naar de Kamer omtrent de Teevendeal.[26]

In november 2016 stapte PvdA-Kamerlid Jacques Monasch uit de fractie, waardoor het kabinet nog maar 75 zetels in de Tweede Kamer had: geen meerderheid.

Positie ten opzichte van de Eerste Kamer[bewerken]

Kabinet-Rutte II in de oorspronkelijke samenstelling

Na de Provinciale Statenverkiezingen 2015 kozen de Statenleden de Eerste Kamer door middel van getrapte verkiezingen. De coalitie van VVD en PvdA haalde samen 21 zetels, een verlies van 9 zetels ten opzichte van de vorige verkiezingen. Hierdoor had het kabinet sinds 28 mei 2015 in de Eerste Kamer een minderheid met 21 van de 75 zetels, waardoor het afhankelijk werd van steun van oppositiepartijen, zoals CDA (12 zetels), D66+CU+SGP (samen 15 zetels), D66 én GroenLinks (samen 14 zetels), PVV (9 zetels) of SP (9 zetels).

Op 19 augustus 2013 had D66-leider en fractievoorzitter in de Tweede Kamer Alexander Pechtold bekendgemaakt dat het kabinet stopte met het overleg met de oppositie over de bezuinigingsplannen voor 2014.[27]

Het kabinet voerde eerder overleg met oppositiepartijen D66 en GroenLinks over het sociaal leenstelsel en de hervorming van de kindregelingen. De partijen wilden extra geld voor de kwaliteit van het onderwijs. GroenLinks wilde daarnaast een forse vergroening van het belastingstelsel en geld voor de kinderopvang. Op 8 oktober 2013 werd er een debat gevoerd in de Eerste Kamer over het wetvoorstel van de pensioenplannen. De Eerste Kamer wees het wetvoorstel over pensioenplannen af, daardoor moet het kabinet de plannen aanpassen. Dit wetvoorstel zou als eerste weer door de Tweede Kamer moeten worden behandeld om het wetvoorstel daarna alsnog goedgekeurd te krijgen door de Eerste Kamer.

Na Prinsjesdag 2013 startte het kabinet onderhandelingen met de oppositie over de begroting. PVV en SP weigerden het aanbod tot onderhandelingen van minister Dijsselbloem, later haakten de Partij voor de Dieren, 50Plus, het CDA en GroenLinks af. De coalitie onderhandelde samen met D66, ChristenUnie en SGP. De onderhandelingen waren vooral bedoeld om de plannen door de Eerste Kamer te krijgen, toch vond het overleg plaats tussen de fractievoorzitters en Kamerleden uit de Tweede Kamer. Met steun van D66, ChristenUnie en SGP ontstaat er in de Eerste Kamer een nipte meerderheid van 38 zetels.[28] Op 11 oktober 2013 legden de onderhandelaars het resultaat voor aan hun fracties.[29] Op dezelfde datum maakten zij 's avonds via een persconferentie bekend dat de vijf partijen, D66, ChristenUnie, SGP, PvdA en VVD, met het kabinet waren gekomen tot de Begrotingsafspraken 2014.[30]

Op 18 december 2013 werd bekend dat de Eerste Kamer instemde met het woonakkoord. PvdA-senator Adri Duivesteijn dreigde tegen het akkoord te stemmen omdat hij het oneens was met de verhuurdersheffing, waardoor er 1,7 miljard euro naar de schatkist zou gaan, in plaats van naar de woningcoöperaties. De stem van Duivesteijn was cruciaal. Als hij tegen had gestemd, was het woonakkoord verworpen op één stem. Uiteindelijk stemde Duivesteijn, na aanpassingen van de minister voor Wonen en Rijksdienst, Stef Blok, voor het akkoord, waardoor er een nipte meerderheid was.[31] Het woonakkoord was gesloten tussen de coalitiepartijen VVD en PvdA en oppositiepartijen D66, ChristenUnie en SGP. De oppositiepartijen gaven aan te wachten met het pensioenakkoord presenteren totdat het woonakkoord aangenomen was. Ook andere akkoorden met deze partijen zouden op losse schroeven komen te staan. Minister Ronald Plasterk gaf aan dat hij een kabinetscrisis vreesde als Duivesteijn tegen had gestemd. Stef Blok gaf aan dat "het heel spannend was". Minister Lodewijk Asscher zei dat er geen gevaar voor het kabinet is geweest.[32][33][34]

Op 16 december 2014 werd het wetsvoorstel ter beperking van de vrije artsenkeuze door de Senaat verworpen. Voorstemmers waren 33 leden uit de fracties van de VVD, PvdA (behoudens 3 leden), SGP, ChristenUnie en D66. Tegenstemmers waren 38 leden uit de fracties van de PVV, SP, GroenLinks, CDA, PvdD, OSF en 50Plus. 4 leden waren afwezig.[35] Dit was een pijnlijke nederlaag voor het kabinet. Het feit dat er drie PvdA-senatoren tegen hadden gestemd, speelde hierbij een voorname rol.

Samenstelling[bewerken]

Het kabinet-Rutte II bestond uit dertien ministers, minister-president en minister van Algemene Zaken Rutte meegeteld, en zeven staatssecretarissen. Zeven ministers zijn van de VVD, zes ministers van de PvdA. De VVD levert drie staatssecretarissen, de PvdA vier. Na het aftreden op 27 januari 2017 van Ard van der Steur heeft de VVD evenals de PvdA zes ministers. Per 1 september 2017 was ook het aantal staatssecretarissen gelijk verdeeld op drie per partij nadat Martijn van Dam het reeds demissionaire kabinet verliet voor een baan bij de NPO. Nadat Klaas Dijkhoff op 4 oktober 2017 het staatssecretariaat van Veiligheid en Justitie verruilde voor het ministerschap van Defensie heeft de VVD nog twee staatssecretarissen, tegenover drie voor de PvdA.

Ambtsbekleders[bewerken]

Ambtsbekleders Ministers / Ministerie Termijn Partij
M. (Mark) Rutte drs.
M. (Mark) Rutte

(1967)
Minister-president /
Minister
Algemene Zaken 14 oktober 2010 –
heden
[36]
VVD
L.F. (Lodewijk) Asscher mr.dr.
L.F. (Lodewijk) Asscher

(1974)
Vicepremier /
Minister
Sociale Zaken en
Werkgelegenheid
5 november 2012 –
26 oktober 2017
PvdA
R.H.A. (Ronald) Plasterk dr.
R.H.A. (Ronald) Plasterk

(1957)
Minister Binnenlandse Zaken
en Koninkrijksrelaties
5 november 2012 –
29 juni 2016
(ziekte verlof)
PvdA
S.A. (Stef) Blok drs.
S.A. (Stef) Blok

(1964)
29 juni 2016 –
16 september 2016
(tijdens ziekte verlof
van Ronald Plasterk)
VVD
R.H.A. (Ronald) Plasterk dr.
R.H.A. (Ronald) Plasterk

(1957)
16 september 2016 –
26 oktober 2017
PvdA
F.C.G.M. (Frans) Timmermans drs.
F.C.G.M.
(Frans) Timmermans

(1961)
Minister Buitenlandse Zaken 5 november 2012 –
17 oktober 2014
(afgetreden na benoeming
tot eurocommissaris)
PvdA
A.G. (Bert) Koenders drs.
A.G. (Bert) Koenders

(1958)
17 oktober 2014 –
26 oktober 2017
PvdA
J.R.V.A. (Jeroen) Dijsselbloem ir.
J.R.V.A. (Jeroen) Dijsselbloem

(1966)
Minister Financiën 5 november 2012 –
26 oktober 2017
PvdA
I.W. (Ivo) Opstelten mr.
I.W. (Ivo) Opstelten

(1944)
Minister Veiligheid en Justitie 14 oktober 2010 –
10 maart 2015
[36]
(afgetreden)
VVD
S.A. (Stef) Blok drs.
S.A. (Stef) Blok

(1964)
10 maart 2015 –
20 maart 2015
(waarnemend)
VVD
G.A. (Ard) van der Steur mr.
G.A. (Ard) van der Steur

(1969)
20 maart 2015 –
27 januari 2017
(afgetreden)
VVD
S.A. (Stef) Blok drs.
S.A. (Stef) Blok

(1964)
27 januari 2017 –
26 oktober 2017
VVD
H.G.J. (Henk) Kamp H.G.J. (Henk) Kamp
(1952)
Minister Economische Zaken 5 november 2012 –
26 oktober 2017
VVD
J.A. (Jeanine) Hennis-Plasschaert J.A. (Jeanine)
Hennis-Plasschaert

(1973)
Minister Defensie 5 november 2012 –
4 oktober 2017
(afgetreden)
VVD
K.H.D.M. (Klaas) Dijkhoff mr.dr.
K.H.D.M. (Klaas) Dijkhoff

(1981)
4 oktober 2017 –
26 oktober 2017
VVD
E.I. (Edith) Schippers drs.
E.I. (Edith) Schippers

(1964)
Minister Volksgezondheid,
Welzijn en Sport
14 oktober 2010 –
26 oktober 2017
[36]
VVD
M. (Jet) Bussemaker dr.
M. (Jet) Bussemaker

(1961)
Minister Onderwijs, Cultuur
en Wetenschap
5 november 2012 –
26 oktober 2017
PvdA
M.H. (Melanie) Schultz van Haegen drs.
M.H. (Melanie)
Schultz van Haegen

(1970)
Minister Infrastructuur en Milieu 14 oktober 2010 –
26 oktober 2017
[36]
VVD
Ambtsbekleders Minister / Portefeuille / Ministerie Termijn Partij
S.A. (Stef) Blok drs.
S.A. (Stef) Blok

(1964)
Minister • Wonen
• Rijksdienst

(Binnenlandse Zaken
en Koninkrijksrelaties
)
5 november 2012 –
27 januari 2017
(afgetreden na benoeming
tot minister van
Veiligheid en Justitie)
VVD
E.M.J. (Lilianne) Ploumen drs.
E.M.J. (Lilianne) Ploumen

(1962)
Minister • Buitenlandse Handel
Ontwikkelingssamenwerking

(Buitenlandse Zaken)
5 november 2012 –
26 oktober 2017
PvdA
Ambtsbekleders Staatssecretarissen / Portefeuille / Ministerie Termijn Partij
F.H.H. (Frans) Weekers mr.drs.
F.H.H. (Frans) Weekers

(1967)
Staatssecretaris
[37]
• Fiscale Zaken
• Belastingdienst
• Agglomeratie Zaken
• Staatsloterij
• Muntwezen

(Financiën)
14 oktober 2010 –
30 januari 2014
[36]
(afgetreden)
VVD
E.D. (Eric) Wiebes ir.
E.D. (Eric) Wiebes

(1963)
4 februari 2014 –
26 oktober 2017
VVD
F. (Fred) Teeven mr.
F. (Fred) Teeven

(1958)
Staatssecretaris
[38]
• Integratie
• Immigratie
• Asielzaken
• Vreemdelingenzaken
• Rechtsbescherming
• Privaatrecht
• Privacybeleid
• Personen- en Familierecht
• Jeugdbescherming
• Kansspelen
• Delinquentenzorg
• Rehabilitatie
• Reclassering
• Gevangeniswezen

(Veiligheid en Justitie)
14 oktober 2010 –
10 maart 2015
[36]
(afgetreden)
VVD
K.H.D.M. (Klaas) Dijkhoff mr.dr.
K.H.D.M. (Klaas) Dijkhoff

(1981)
20 maart 2015 –
4 oktober 2017
(afgetreden na benoeming
tot minister van defensie)
VVD
J.C. (Co) Verdaas dr.
J.C. (Co) Verdaas

(1966)
Staatssecretaris
[39]
• Toerisme
• Landschapsbeheer
• Natuurbeheer
• Voedselkwaliteit
• Visserij
• Dierenwelzijn

(Economische Zaken)
5 november 2012 –
6 december 2012
(afgetreden)
PvdA
S.A.M. (Sharon) Dijksma S.A.M. (Sharon) Dijksma
(1971)
18 december 2012 –
5 november 2015
(afgetreden na benoeming
tot staatssecretaris van
Infrastructuur en Milieu )
PvdA
M.H.P. (Martijn) van Dam ir.
M.H.P. (Martijn) van Dam

(1978)
3 november 2015 –
1 september 2017
(afgetreden)
PvdA
M.J. (Martin) van Rijn drs.
M.J. (Martin) van Rijn

(1956)
Staatssecretaris • Jeugdbeleid
• Ouderenbeleid
• Gehandicaptenbeleid
• Verpleging- en Verzorging
• Medische Ethiek
• Biotechnologie

(Volksgezondheid,
Welzijn en Sport
)
5 november 2012 –
26 oktober 2017
PvdA
J. (Jetta) Klijnsma drs.
J. (Jetta) Klijnsma

(1957)
Staatssecretaris • Sociale Zekerheid
• Arbeidsomstandigheden
• Armoedebeleid
• Bijstandszaken
• Pensioenen
• Verzekeringen

(Sociale Zaken en
Werkgelegenheid
)
5 november 2012 –
26 oktober 2017
PvdA
S. (Sander) Dekker drs.
S. (Sander) Dekker

(1975)
Staatssecretaris • Hoger Onderwijs
• Voorbereidend Wetenschappelijk
Onderwijs
• Wetenschappelijk Onderwijs
• Lerarenbeleid
• Wetenschapsbeleid
• Cultuurbeleid
• Kunstbeleid
• Mediabeleid

(Onderwijs, Cultuur
en Wetenschap
)
5 november 2012 –
26 oktober 2017
VVD
W.J. (Wilma) Mansveld W.J. (Wilma) Mansveld
(1962)
Staatssecretaris
[40]
• Openbaar Vervoer
• Luchtvaart
• Spoorwegen
• Milieuzaken
• KNMI

(Infrastructuur en Milieu)
5 november 2012 –
28 oktober 2015
(afgetreden)
PvdA
S.A.M. (Sharon) Dijksma S.A.M. (Sharon) Dijksma
(1971)
5 november 2015 –
26 oktober 2017
PvdA
Bron: Kabinet-Rutte II Rijksoverheid.nl

Personele wijzigingen[bewerken]

  • Op 6 december 2012 diende Co Verdaas zijn ontslag in in verband met een affaire, ontstaan in zijn vorige functie als gedeputeerde van de provincieGelderland. De gehele oppositie verweet premier Rutte een onzorgvuldige selectieprocedure.[41]
  • Op 18 december 2012 trad Sharon Dijksma aan als staatssecretaris van Economische Zaken als opvolger van Co Verdaas.
  • Op 30 januari 2014 diende Frans Weekers zijn ontslag in. In een debat in de Tweede Kamer had hij geconcludeerd onvoldoende draagvlak in de Kamer te hebben over zijn beleid inzake de Belastingdienst.[42]
  • Op 4 februari 2014 trad Eric Wiebes aan als staatssecretaris van Financiën als opvolger van Frans Weekers.
  • Op 17 oktober 2014 trad Frans Timmermans af als minister van Buitenlandse Zaken, in verband met zijn benoeming tot eurocommissaris. Bert Koenders volgde hem dezelfde dag op.
  • Op 9 maart 2015 trad Ivo Opstelten af als minister van Veiligheid en Justitie. Fred Teeven, staatssecretaris bij hetzelfde ministerie, trad eveneens af. Opstelten had de Tweede Kamer onjuist geïnformeerd over een in 2001 door Teeven, destijds officier van justitie, gemaakte deal met crimineel Cees H.[43] Stef Blok werd op 10 maart 2015 benoemd tot minister van Veiligheid en Justitie ad interim.
  • Op 20 maart 2015 werden Ard van der Steur en Klaas Dijkhoff beëdigd als nieuwe minister respectievelijk staatssecretaris van Veiligheid en Justitie.[44]
  • Op 28 oktober 2015 trad Wilma Mansveld af als staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu als gevolg van de resultaten van de Parlementaire enquête naar Fyra.
  • Op 3 november 2015 werd Martijn van Dam beëdigd als staatssecretaris van Economische Zaken als opvolger van Sharon Dijksma, die op haar beurt de afgetreden Wilma Mansveld opvolgde als staatssecretaris Infrastructuur en Milieu.
  • Van 29 juni tot 16 september 2016 werd minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties Ronald Plasterk vervangen door minister voor Wonen en Rijksdienst Stef Blok omdat hij een operatie moest ondergaan vanwege hartklachten
  • Op 26 januari 2017 trad Ard van der Steur af als Minister van Veiligheid en Justitie. 's Anderendaags volgde Stef Blok, tot dan minister voor Wonen en Rijksdienst, Van der Steur op. Zijn bevoegdheden Wonen en Rijksdienst werden overgenomen door minister van Binnenlandse zaken Ronald Plasterk.
  • Per 1 september 2017 trad Martijn van Dam af als staatssecretaris van Economische Zaken om lid te worden van de Raad van Bestuur van de NPO. Zijn bevoegdheden werden overgenomen door minister van Economische Zaken Henk Kamp.
  • Op 3 oktober 2017 vond met minister Jeanine Hennis-Plasschaert een Kamerdebat plaats vanwege een kritisch rapport van de Onderzoeksraad voor Veiligheid, dit naar aanleiding van een ongeluk met een mortier tijdens de militaire missie in Mali. Bij dit ongeval kwamen twee militairen om het leven.[45][46] Hennis trad tijdens dit debat af als minister van Defensie.
  • Op 4 oktober 2017 werd Klaas Dijkhoff benoemd als minister van Defensie. Zijn bevoegdheden als staatssecretaris van Veiligheid en Justitie worden overgenomen door Stef Blok, de minister van Veiligheid en Justitie.

Ontslagaanvraag[bewerken]

Premier Mark Rutte bood de koning op 14 maart 2017 het ontslag aan van zijn kabinet, in verband met de verkiezing van de leden van de Tweede Kamer die de volgende dag zou plaatsvinden.[3] Het kabinet-Rutte II was het eerste kabinet sinds het kabinet-Kok I (1998) dat de volledige regeerperiode uitzat.