Kabinet-Van Zuylen van Nijevelt

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Kabinet-Van Zuylen van Nijevelt
Kabinet in Nederland Vlag van Nederland
Premier Julius van Zuylen van Nijevelt
Politieke kleur Conservatief
Start 1 juni 1866
Demissionair 28 april 1868
Eind 4 juni 1868
Voorganger Fransen van de Putte
Opvolger Van Bosse-Fock
Nederlandse kabinetten van 1848 t/m WO II
Portaal  Portaalicoon   Politiek

Het kabinet-Van Zuylen van Nijevelt was een conservatief Nederlands kabinet dat regeerde van 1 juni 1866 tot en met 4 juni 1868.

Dit (koninklijke) minderheidskabinet bestond uit conservatieve ministers, onder wie een katholieke conservatief. Het kabinet gaat na nederlagen twee keer de strijd aan met de Tweede Kamer. Zowel in 1866 als 1868 wordt de Kamer namelijk ontbonden. Pas na een derde nederlaag eindigt deze 'conflictentijd' in een overwinning voor de (liberale) Kamermeerderheid.

Een belangrijk vraagstuk dat tijdens deze periode speelt, is de koloniale kwestie. Daarvoor wordt echter geen oplossing gevonden. Verder staat de buitenlandse politiek centraal, en dan vooral de positie van Luxemburg, waarvan koning Willem III groothertog is.

Bijzonderheden[bewerken]

Ontbinding 1866[bewerken]

Kort na het aantreden van het kabinet wordt minister van Koloniën Mijer, die als koloniaal specialist minister was geworden, benoemd tot gouverneur-generaal. De meerderheid van de Tweede Kamer bekritiseert deze handelwijze.

Door het kabinet wordt die kritiek beschouwd als een aanval op de koning, die formeel het opperbestuur over de koloniën heeft en de benoeming heeft gedaan.

De meerderheid wijst echter op de ministeriële verantwoordelijkheid: de ministers zijn verantwoordelijk voor de daden van de koning. De Kamer neemt daarop op 27 september 1866 met 39 tegen 23 stemmen een motie-Keuchenius aan, die uitspreekt 'dat de gedragslijn van het kabinet ten opzichte van het uittreden van de minister van Koloniën' wordt afgekeurd.

Op deze afkeuring volgt al de volgende dag het besluit tot ontbinding van de Tweede Kamer. In een proclamatie (zonder contraseignering) richt de koning zich hierna tot de kiezers en roept hen op bij de verkiezingen de kant van de regering te kiezen. De proclamatie wordt tegelijk met de stembriefjes aan de kiezers gezonden. De verkiezingen van 30 oktober 1866 leiden evenwel niet tot grote veranderingen in de krachtsverhoudingen: de liberalen blijven in de meerderheid. Het kabinet blijft desondanks aan.

Ontbinding 1868[bewerken]

In 1867 stelt de Franse keizer Napoleon III aan Willem III voor Luxemburg aan hem af te staan tegen een geldelijke schadevergoeding van vijf miljoen gulden. De Pruisische kanselier Bismarck doet naar buiten toe voorkomen alsof hij zich daartegen niet zal verzetten. Een positieve uitspraak hierover wil Pruisen echter niet doen. Pas als de zaak bijna rond is, wordt door Pruisen oorlogszuchtige taal gesproken. De overdracht aan Frankrijk gaat dan niet door.

Op een door de Russen in Londen belegde conferentie wordt Luxemburg neutraal verklaard; ook Nederland zal, zo verklaart minister Van Zuylen van Nijevelt, die neutraliteit garanderen.

In de Tweede Kamer is er weinig instemming met het beleid van Van Zuylen. Formeel heeft Nederland niets met Luxemburg te maken en het afgeven van een garantie was niet in het landsbelang. De slechte verhouding tussen meerderheid en kabinet komt tot uiting in de verwerping van de begroting voor Buitenlandse Zaken op 26 november 1867. Het kabinet biedt zijn ontslag aan. De koning weigert dit en ontbindt op 27 december wederom de Tweede Kamer.

De verkiezingen van 23 januari 1868 leiden er net als in 1866 toe dat de verhoudingen in de Tweede Kamer nauwelijks wijzigen. Het kabinet blijft echter aan. Tegen deze handelwijze komt Thorbecke op. Een kabinet kan volgens hem niet blijven zitten als het geen vertrouwen heeft in het parlement. In een motie-Blussé van Oud-Alblas spreekt de meerderheid op 23 maart uit dat de Kamerontbinding niet in het landsbelang was. Korte tijd later (op 28 april) wordt de begroting voor Buitenlandse Zaken voor de tweede maal verworpen. Het kabinet biedt wederom ontslag aan.

Vijf Eerste Kamerleden roepen de Eerste Kamer bijeen om te bezien of dat college zich met een adres tot de koning moet richten. In dat adres zou aan de koning moeten worden gevraagd af te zien van een derde Kamerontbinding. Dat blijkt echter niet nodig, want er is inmiddels al een formatie aan de gang. Die leidt uiteindelijk tot vorming van het liberale kabinet-Van Bosse-Fock. Het parlement is als overwinnaar uit de strijd gekomen.

overige bijzonderheden[bewerken]

Minister Heemskerk besluit in 1867 dat tot bestrijding van de veepest vee moet worden onteigend en afgemaakt.

Ministers[bewerken]

Minister van Buitenlandse Zaken en premier Julius van Zuylen van Nijevelt conservatief
Minister van Justitie Eduard Joseph Hubert Borret cons. kath van 1 juni 1866 tot 10 november 1867
Jan Heemskerk conservatief a.i., van 10 november 1867 tot 4 januari 1868
Willem Wintgens cons. lib. van 4 januari 1868 tot 4 juni 1868
Minister van Binnenlandse Zaken Jan Heemskerk conservatief
Minister van Financiën Rutger Jan graaf Schimmelpenninck van Nijenhuis conservatief
Minister van Oorlog Johannes Adrianus van den Bosch conservatief
Minister van Marine Gerhard Christiaan Coenraad Pels Rijcken conservatief
Minister van Koloniën Pieter Mijer conservatief van 30 mei 1866 tot 17 september 1866
Nicolaas Trakranen conservatief van 17 september 1866 tot 20 juli 1867
Johannes Jerphaas Hasselman conservatief van 20 juli 1867 tot 4 juni 1868
Minister van Zaken der rooms-katholieke Eredienst Aloysius Franciscus Xaverius Luyben cons. kath van 15 januari 1868 tot 4 juni 1868
Minister van Zaken van de Hervormde en andere Erediensten, behalve die der rooms-katholieke Constantijn Theodoor baron van Lynden van Sandenburg cons. prot. van 15 januari 1868 tot 4 juni 1868

Mutaties[bewerken]

  • Nadat de Tweede Kamer op 26 juni 1867 met 59 tegen 4 stemmen een amendement-Fransen van de Putte heeft aangenomen op het door Trakranen ingediende wetsontwerp inzake de uitgifte van gronden op Java, treedt deze minister af. Hij wordt opgevolgd door de Tielse burgemeester Hasselman, die eerder resident was in Nederlands-Indië.
  • In november 1867 overlijdt minister Borret. Zijn opvolger is het conservatieve Tweede Kamerlid Wintgens.