Kabinet-Cals

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Kabinet-Cals
De bordesscène van het kabinet-Cals bij Paleis Soestdijk op 14 april 1965
De bordesscène van het kabinet-Cals bij Paleis Soestdijk op 14 april 1965
Coalitie KVP, PvdA, ARP
Zeteltal TK 50 + 43 + 13 = 106
Premier mr. J.M.L.Th. (Jo) Cals
Beëdiging 14 april 1965
Demissionair 14 oktober 1966
Ontslagdatum 22 november 1966
Voorganger Marijnen
Opvolger Zijlstra
Zetels in de Tweede Kamer
Zetels in de Tweede Kamer
Overzicht kabinetten
Portaal  Portaalicoon   Politiek

Het kabinet-Cals was de uitvoerende tak van de Nederlandse overheid van 14 april 1965 tot 22 november 1966. Het kabinet werd gevormd door de politieke partijen Katholieke Volkspartij (KVP), Partij van de Arbeid (PvdA) en de Anti-Revolutionaire Partij (ARP) na de val van het kabinet-Marijnen op 27 februari 1965. Het centrum-linkse kabinet-Cals was een meerderheidskabinet dat zowel in de Eerste Kamer en Tweede Kamer kon rekenen op een ruime meerderheid. Het kabinet-Cals was het laatste naoorlogse meerderheidskabinet dat werd gevormd na de val van een kabinet zonder een tussentijdse verkiezing.[1][2]

Verloop[bewerken]

Het kabinet krijgt te maken met een lagere economische groei en met hogere inflatie. Vicepremier en minister van Financiën Anne Vondeling verhoogt de uitgaven voor onder andere de bouw van sporthallen, aanleg van wegen, woningbouw en herstructurering van de economie. Door een lichte economische recessie moeten de plannen worden bijgesteld. De werkloosheid stijgt ten gevolge van bedrijfssluitingen van grotere bedrijven. De toegenomen welvaart maakt echter wel verdere uitbouw van de sociale verzorgingsstaat mogelijk. In mei 1966 neemt het minister Anne Vondeling maatregelen om te sterke stijging van lonen en prijzen tegen te gaan om een inflatiespiraal te voorkomen.

Daarnaast zet het kabinet zich in voor de hervorming van de sociale zekerheid. Het kabinet zegt in 1965 dat het in de resterende kabinetsperiode wil komen tot een voorlopige afronding van het sociale zekerheidsstelsel, na de invoering per 1 januari 1967 van een arbeidsongeschiktheidsverzekering en een volksverzekering tegen zware geneeskundige risico's. Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid Gerard Veldkamp houdt zich vervolgens tijdens de kabinetsperiode bezig met het voorbereiden van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO) en start met de voorbereidingen voor invoering van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ).

Op 17 december 1965 kondigt minister van Economische Zaken Joop den Uyl de geleidelijke sluiting aan van de steenkolenmijnen in Zuid-Limburg. Het voorstel bevat naast het mijnsluitingsprogramma een pakket van steunmaatregelen voor mijnondernemingen die met het oog op de werkgelegenheid de productie zullen voortzetten en maatregelen om industrievestiging in het herstructureringsgebied te stimuleren. Er zullen in het sociale vlak voorzieningen getroffen voor mijnwerkers die hun arbeidsplaats verloren zien gaan en die nieuw werk moeten vinden.[3][4]

Het huwelijk van prinses Beatrix en Claus van Amsberg op 10 maart 1966 in Amsterdam leidt tot rellen.

In 1966 verschijnt de Tweede nota ruimtelijke ordening daarin wordt ervan uitgegaan dat er in het jaar 2000 ca. 20 miljoen inwoners in Nederland zullen zijn. Gebundelde deconcentratie wordt beleidsuitgangspunt bij het beleid om die groei op te vangen. Tussen stedelijke gebieden moeten groene bufferzones blijven bestaan. Verstedelijking moet plaatsvinden aan de buitenranden van de Randstad, waardoor het Groene Hart 'groen' kan blijven.

Personele wijzigingen[bewerken]

Op 5 februari 1966 overleed staatssecretaris van Defensie voor Luchtmacht Zaken Jan Borghouts (KVP) aan de gevolgen van slopende ziekte op slechts 55–jarige leeftijd. Op 22 juni 1966 wordt voormalig bevelhebber der Luchtstrijdkrachten en voorzitter van het Comité Verenigde Chefs van Staven luitenant-generaal b.d. Heije Schaper die tot dan werkzaam is als chef van het Militair Huis en adjudant-generaal in buitengewone dienst van Koningin Juliana benoemd als zijn opvolger.

Op 31 augustus 1966 treed minister van Binnenlandse Zaken Jan Smallenbroek (ARP) af nadat hij betrokken is geweest bij een verkeersovertreding. Tijdens een nachtelijke rit heeft hij onder invloed een geparkeerde auto beschadigd en dit pas de volgende dag bij de politie gemeld. Op 5 september 1966 wordt Koos Verdam (ARP) die tot dan werkzaam is als hoogleraar Romeins- en internationaal recht op de Vrije Universiteit Amsterdam beëdigt als minister van Binnenlandse Zaken.

De bewindslieden van het kabinet-Cals tijdens de eerste ministerraadsvergadering in de Trêveszaal op 15 April 1965.
Vicepremier en minister van Landbouw en Visserij Barend Biesheuvel en vicepremier en minister van Financiën Anne Vondeling in de Trêveszaal op 15 April 1965.
Minister van Onderwijs en Wetenschappen Isaäc Diepenhorst tijdens een bezoek aan de Vrije Universiteit Amsterdam op 15 oktober 1965.
Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening Pieter Bogaers tijdens een debat over de huurwet in de Tweede Kamer op 25 oktober 1965.
Minister van Buitenlandse Zaken Joseph Luns tijdens een persconferentie op Schiphol op 27 januari 1966.
Minister van Binnenlandse Zaken Jan Smallenbroek tijdens een debat over de rellen tijdens het huwelijk van prinses Beatrix en Claus van Amsberg in de Tweede Kamer op 19 juli 1966.
Tweede Kamerlid Connie Patijn en minister van Buitenlandse Zaken Joseph Luns tijdens een debat over het verkopen van militair materiaal aan Zuid-Afrika in de Tweede Kamer op 3 augustus 1966.
Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid Gerard Veldkamp en staatssecretarissen van Sociale Zaken en Volksgezondheid Louis Bartels en José de Meijer tijdens een debat over volksgezondheid in de Tweede Kamer op 21 september 1966.
Minister-president Jo Cals tijdens de algemene beschouwingen in de Tweede Kamer op 13 oktober 1966.
Vicepremier en minister van Financiën Anne Vondeling presenteert de miljoenennota tijdens de algemene beschouwingen in de Tweede Kamer op 14 oktober 1966.
Vicepremier en minister van Landbouw en Visserij Barend Biesheuvel en minister van Binnenlandse Zaken Koos Verdam op 18 november 1966.

Ambtsbekleders[bewerken]

Ambtsbekleders Ministers / Ministerie Termijn Partij
J.M.L.Th. (Jo) Cals mr.
J.M.L.Th. (Jo) Cals

(1914–1971)
Minister-president Algemene Zaken 14 april 1965 –
22 november 1966
KVP
A. (Anne) Vondeling dr.ir.
A. (Anne) Vondeling

(1916–1979)
Vicepremier /
Minister
Financiën 14 april 1965 –
22 november 1966
PvdA
B.W. (Barend) Biesheuvel mr.
B.W. (Barend) Biesheuvel

(1920–2001)
Vicepremier /
Minister
Landbouw en Visserij 24 juli 1963 –
5 april 1967
ARP
Minister Surinaamse en Nederlands-Antilliaanse Zaken
J. (Jan) Smallenbroek J. (Jan) Smallenbroek
(1909–1974)
Minister Binnenlandse Zaken 14 april 1965 –
31 augustus 1966
(afgetreden)
ARP
I. (Ivo) Samkalden mr.dr.
I. (Ivo) Samkalden

(1912–1995)
31 augustus 1966 –
5 september 1966
(waarnemend)
PvdA
P.J. (Koos) Verdam mr.dr.
P.J. (Koos) Verdam

(1915–1998)
5 september 1966 –
5 april 1967
ARP
J.M.A.H. (Joseph) Luns mr.dr.
J.M.A.H. (Joseph) Luns

(1911–2002)
Minister Buitenlandse Zaken 2 september 1952 –
6 juli 1971
KVP
I. (Ivo) Samkalden mr.dr.
I. (Ivo) Samkalden

(1912–1995)
Minister Justitie 14 april 1965 –
22 november 1966
PvdA
J.M. (Joop) den Uyl dr.
J.M. (Joop) den Uyl

(1919–1987)
Minister Economische Zaken 14 april 1965 –
22 november 1966
PvdA
P.J.S. (Piet) de Jong P.J.S. (Piet) de Jong
(1915–2016)
Minister Defensie 24 juli 1963 –
5 april 1967
KVP
G.M.J. (Gerard) Veldkamp dr.
G.M.J. (Gerard) Veldkamp

(1921–1990)
Minister Sociale Zaken en Volksgezondheid 17 juli 1961 –
5 april 1967
KVP
I.A. (Isaäc) Diepenhorst mr.dr.
I.A. (Isaäc) Diepenhorst

(1916–2004)
Minister Onderwijs en Wetenschappen 14 april 1965 –
5 april 1967
ARP
J.G. (Ko) Suurhoff J.G. (Ko) Suurhoff
(1905–1967)
Minister Verkeer en Waterstaat 14 april 1965 –
1 mei 1966
(ziekte verlof)
PvdA
P.C.W.M. (Pieter) Bogaers drs.
P.C.W.M. (Pieter) Bogaers

(1924–2008)
1 mei 1966 –
30 juni 1966
(waarnemend)
KVP
J.G. (Ko) Suurhoff J.G. (Ko) Suurhoff
(1905–1967)
30 juni 1966 –
22 november 1966
PvdA
P.C.W.M. (Pieter) Bogaers drs.
P.C.W.M. (Pieter) Bogaers

(1924–2008)
Minister Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening 24 juli 1963 –
22 november 1966
KVP
M. (Maarten) Vrolijk mr.
M. (Maarten) Vrolijk

(1919–1994)
Minister Cultuur, Recreatie en Maatschappelijk Werk 14 april 1965 –
22 november 1966
PvdA
Ambtsbekleder Minister / Portefeuille / Ministerie Termijn Partij
Th.H. (Theo) Bot mr.
Th.H. (Theo) Bot

(1911–1984)
Minister Ontwikkelingssamenwerking
(Buitenlandse Zaken)
14 april 1965 –
5 april 1967
KVP
Ambtsbekleders Staatssecretarissen / Portefeuille / Ministerie Termijn Partij
Netherlands politic personality icon.svg drs.
Th.J. (Theo) Westerhout

(1922–1987)
Staatssecretaris Gemeentelijke- en Provinciale Herindelingen,
Agglomeratiezaken en Organisatie Rijksdienst
(Binnenlandse Zaken)
12 juli 1965 –
22 november 1966
PvdA
L. (Leo) de Block mr.
L. (Leo) de Block

(1904–1988)
Staatssecretaris Europese Zaken
(Buitenlandse Zaken)
3 september 1963 –
5 april 1967
KVP
M. (Max) van der Stoel mr.dr.
M. (Max) van der Stoel

(1924–2011)
Internationale Samenwerking
(Buitenlandse Zaken)
22 juli 1965 –
22 november 1966
PvdA
W.L.G.S. (Wiel) Hoefnagels dr.
W.L.G.S. (Wiel) Hoefnagels

(1924–1978)
Staatssecretaris Fiscale Zaken
(Financiën)
31 mei 1965 –
22 november 1966
KVP
J.A. (Joop) Bakker drs.
J.A. (Joop) Bakker

(1921–2003)
Staatssecretaris Middenstand en Regionale Industrialisatie
(Economische Zaken)
3 september 1963 –
22 november 1966
ARP
G.H.J.M. (Gerard) Peijnenburg G.H.J.M. (Gerard) Peijnenburg
(1919–2000)
Staatssecretaris Koninklijke Landmacht
(Defensie)
13 mei 1965 –
5 april 1967
Onafhankelijk
A. (Adri) van Es A. (Adri) van Es
(1913–1994)
Koninklijke Marine
(Defensie)
14 augustus 1963 –
16 september 1972
ARP
J.J.F. (Jan) Borghouts J.J.F. (Jan) Borghouts
(1910–1966)
Koninklijke Luchtmacht
(Defensie)
12 juli 1965 –
5 februari 1966
(overleden)
KVP
H. (Heije) Schaper H. (Heije) Schaper
(1906–1996)
22 juni 1966 –
5 april 1967
Onafhankelijk
A.J.H. (Louis) Bartels dr.
A.J.H. (Louis) Bartels

(1915–2002)
Staatssecretaris Volksgezondheid
(Sociale Zaken en Volksgezondheid)
3 september 1963 –
5 april 1967
KVP
J.F.G.M. (José) de Meijer dr.
J.F.G.M. (José) de Meijer

(1915–2000)
Sociale Zaken
(Sociale Zaken en Volksgezondheid)
15 november 1963 –
5 april 1967
KVP
J.H. (Hans) Grosheide mr.
J.H. (Hans) Grosheide

(1930)
Staatssecretaris Lager-, Middelbaar-, Nijverheid- en Voortgezet
Onderwijs en Lichamelijke Opvoeding
(Onderwijs en Wetenschappen)
3 september 1963 –
6 juli 1971
ARP
S.A. (Siep) Posthumus ir.
S.A. (Siep) Posthumus

(1910–1987)
Staatssecretaris Goederenvervoer en Internationale
Vervoersaangelegenheden
(Verkeer en Waterstaat)
4 mei 1965 –
22 november 1966
PvdA
C. (Cees) Egas C. (Cees) Egas
(1913–2001)
Staatssecretaris Maatschappelijk Werk
(Cultuur, Recreatie en Maatschappelijk Werk)
10 mei 1965 –
22 november 1966
PvdA
Bron: Kabinet-Cals Rijksoverheid.nl

Kabinetsformatie[bewerken]

1rightarrow blue.svg Zie Kabinetsformatie Nederland 1965 voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Reden ontslagaanvraag[bewerken]

1rightarrow blue.svg Zie Nacht van Schmelzer voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Op 14 oktober 1966 komt het kabinet ten val na dat KVP–Tweede Kamer fractievoorzitter Norbert Schmelzer een motie in stemming bracht gericht tegen zijn eigen regering. Deze stemming in de Tweede Kamer zou de geschiedenis in gaan als de Nacht van Schmelzer.[5]

De directe aanleiding was de dekking van de rijksbegroting. Gaten in de begroting wilde het kabinet onder meer opvangen door de inkomstenbelasting sneller te innen. Twee dagen eerder op 12 oktober 1966 waren de financieel-economische algemene beschouwingen van start gegaan. VVDTweede Kamer fractievoorzitter Edzo Toxopeus deelde toen al mee dat hij geen vertrouwen meer had in het kabinet, ook CHUTweede Kamer fractievoorzitter Henk Beernink had aangegeven dat er geen vertrouwen was in het financiële kabinetsbeleid. Hij beklaagde zich erover dat de inflatie voort sloop, de staatsfinanciën niet gezond waren en de belastingdruk steeg. Norbert Schmelzer gaf vervolgens aan dat het vertrouwen van de KVP–Tweede Kamer fractie door het kabinetsbeleid op de proef was gesteld. De algemene beschouwingen werden opgeschorst en uitgesteld tot de volgende dag.

Vicepremier en minister van Financiën Anne Vondeling (PvdA) gaf tijdens de beraadslagingen op 13 oktober 1966 aan dat er in de begroting na alle te nemen maatregelen slechts een tekort resteerde van 26 miljoen gulden, iets dat volgens hem binnen de foutenmarge van begroten lag en dat verder ingrijpen daarom niet nodig was. De KVP–Tweede Kamer fractie meende dat het tekort veel groter was. Edzo Toxopeus diende later die avond met enkele partijgenoten een motie in die door minister-president Jo Cals (KVP) werd gezien als een motie van wantrouwen. Ook ARP–Tweede Kamer fractievoorzitter Bauke Roolvink diende een motie in waarin hij vroeg om een nieuw dekkingsplan voor de begroting voor 1967. Norbert Schmelzer vroeg vervolgens omstreeks kwart over twee 's nachts een schorsing om met zijn fractie in beraad te kunnen gaan. Na een schorsing van anderhalf uur werd de vergadering hervat waarna om vijf over half vier in de ochtend Norbert Schmelzer de "Motie-Schmelzer" in diende. In de motie riep hij op dat het kabinet op het voorgenomen financieel-economische beleid meer waarborgen moest leggen voor een evenwichtige groei. Hij gaf vervolgens aan dat het niet gezien moest worden als een motie van wantrouwen. Minister-president Jo Cals vroeg vervolgens om een schorsing tot vier uur.

De vergadering werd om tien over vier hervat. In zijn betoog gaf minister-president Jo Cals aan dat het door de Tweede Kamer aanvaarden van de "Motie-Schmelzer" zou leiden tot een kabinetscrisis. Omstreeks half vijf werd de motie in stemming gebracht. De "motie-Schmelzer" werd aangenomen met 75 tegen 62 stemmen. Als gevolg kondigde minister-president Jo Cals aan dat hij de volgende dag Koningin Juliana het ontslag van zijn kabinet zou aanbieden. Het kabinet bleef demissionair aan tot het werd opgevolgd door het rompkabinet Zijlstra op 22 november 1966.[6][7]

Noemenswaardigheden[bewerken]

  • Maar liefst vier ambtsbekleders van het kabinet; Cals, Biesheuvel, Den Uyl en De Jong diende ooit als minister-president.

Levende bewindslieden[bewerken]

Zie ook[bewerken]