Kabinet-Drees III

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Kabinet-Drees III
Drees IV
De bewindslieden van het kabinet-Drees III in de Trêveszaal op 13 oktober 1956
De bewindslieden van het kabinet-Drees III in de Trêveszaal op 13 oktober 1956
Coalitie PvdA, KVP, ARP, CHU
Zeteltal TK 50 + 49 + 15 + 13 = 127
Premier dr. W. (Willem) Drees
Beëdiging 13 oktober 1956
Demissionair 11 december 1958
Ontslagdatum 22 december 1958
Voorganger Drees II
Opvolger Beel II
Zetels in de Tweede Kamer
Zetels in de Tweede Kamer
Overzicht kabinetten
Portaal  Portaalicoon   Politiek

Het kabinet-Drees III (ook bekend als Drees IV)[1] was de uitvoerende tak van de Nederlandse overheid van 13 oktober 1956 tot 22 december 1958. Het kabinet werd gevormd door de politieke partijen Partij van de Arbeid (PvdA), Katholieke Volkspartij (KVP), Anti-Revolutionaire Partij (ARP) en de Christelijk-Historische Unie (CHU) na de Tweede Kamerverkiezingen van 1956. Het centrum kabinet-Drees III was een meerderheidskabinet dat zowel in de Eerste Kamer en Tweede Kamer kon rekenen op een ruime meerderheid. Het kabinet-Drees III was een voortzetting van het vorige kabinet Drees II en de rooms-rode coalitie.[2]

Verloop[bewerken]

Het kabinet krijgt te maken met verschillende internationale spanningen. Eind 1956 leiden een crisis rond het Suezkanaal en een opstand tegen het Stalinistische bewind in Hongarije tot internationale monetaire en economische problemen. Op financieel gebied ontstaan als gevolg van belangrijke loonstijgingen en belastingverlagingen er een overbesteding en dreigt de export in gevaar te komen. Minister van Financiën Henk Hofstra komt daarom met een 'bestedingsbeperking' die vanaf 1957 de 'tering naar de nering' moet zetten. Op 17 februari 1957 brengt minister Henk Hofstra daarover een nota uit. Zowel de inkomens van de burgers als de uitgaven en investeringen van de overheid worden gematigd. Bij het rijk gaat het om een bezuiniging van 200 miljoen.

Op 25 maart 1957 ondertekent minister van Buitenlandse Zaken Joseph Luns namens de regering de Verdragen van Rome waarmee onder meer de Europese Economische Gemeenschap wordt opgericht en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie. Hiermee wordt een verdere stap gezet naar economische integratie in West-Europa. In 1958 wordt in Den Haag een verdrag ondertekend over instelling van de Benelux economische unie, waardoor de grenzen tussen Nederland, België en Luxemburg geleidelijk zullen verdwijnen.

Personele wijzigingen[bewerken]

Op 16 maart 1957 stapt staatssecretaris van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen Anna de Waal (KVP) op nadat minister van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen Jo Cals (KVP) in haar ogen zicht te veel met de onderwijspolitiek ging bemoeien. Ook speelde er mee dat er op 12 november 1956 een tweede staatssecretaris op het ministerie van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen werd toegevoegd die enkele portefeuilles zoals Volksontwikkeling en Jeugdwerk van haar over had genomen.

Op 1 januari 1958 treedt minister van Landbouw, Visserij en Voedselvoorziening Sicco Mansholt (PvdA) af na dat hij is benoemd tot eurocommissaris. Op 13 januari 1958 wordt PvdA–Tweede Kamerlid Anne Vondeling beëdigt als zijn opvolger.

Op 1 juni 1958 stapt staatssecretaris van Oorlog Ferdinand Kranenburg (PvdA) op na dat er ernstige kritiek ontstond op zijn aanschaffingsbeleid. Op 25 oktober 1958 wordt de voormalig burgemeester van Enschede Meine van Veen (PvdA) benoemd als zijn opvolger

Op 10 oktober 1958 treed minister van Verkeer en Waterstaat Jacob Algera (ARP) af vanwege gezondheidsredenen. Op 1 november 1958 wordt de Haagse wethouder Jan van Aartsen (ARP) beëdigt als zijn opvolger

Minister van Financiën Henk Hofstra overhandigt de miljoenennota in de Tweede Kamer op 17 september 1957.
Minister van Landbouw, Visserij en Voedselvoorziening Sicco Mansholt en voorzitter van de Tweede Kamer Rad Kortenhorst op 12 december 1957.

Ambtsbekleders[bewerken]

Ambtsbekleders Ministers / Ministerie Termijn Partij
W. (Willem) Drees dr.
W. (Willem) Drees

(1886–1988)
Minister-president Algemene Zaken 7 augustus 1948 –
22 december 1958
PvdA
A.A.M. (Teun) Struycken mr.
A.A.M. (Teun) Struycken

(1906–1977)
Vicepremier /
Minister
Binnenlandse Zaken, Bezitsvorming en
Publiekrechtelijke Bedrijfsorganisatie
29 oktober 1956 –
19 mei 1959
KVP
J.M.A.H. (Joseph) Luns mr.dr.
J.M.A.H. (Joseph) Luns

(1911–2002)
Minister Buitenlandse Zaken 2 september 1952 –
6 juli 1971
KVP
H.J. (Henk) Hofstra mr.
H.J. (Henk) Hofstra

(1904–1999)
Minister Financiën 13 oktober 1956 –
22 december 1958
PvdA
I. (Ivo) Samkalden mr.dr.
I. (Ivo) Samkalden

(1912–1995)
Minister Justitie 13 oktober 1956 –
22 december 1958
PvdA
J. (Jelle) Zijlstra dr.
J. (Jelle) Zijlstra

(1918–2001)
Minister Economische Zaken 2 september 1952 –
19 mei 1959
ARP
C. (Kees) Staf ir.
C. (Kees) Staf

(1905–1973)
Minister Oorlog 15 maart 1951 –
19 mei 1959
CHU
Marine
J.G. (Ko) Suurhoff J.G. (Ko) Suurhoff
(1905–1967)
Minister Sociale Zaken en Volksgezondheid 2 september 1952 –
22 december 1958
PvdA
J.M.L.Th. (Jo) Cals mr.
J.M.L.Th. (Jo) Cals

(1914–1971)
Minister Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen 2 september 1952 –
24 juli 1963
KVP
J. (Jacob) Algera mr.
J. (Jacob) Algera

(1902–1966)
Minister Verkeer en Waterstaat 2 september 1952 –
10 oktober 1958
(afgetreden)
ARP
H.B.J. (Herman) Witte ir.
H.B.J. (Herman) Witte

(1909–1973)
10 oktober 1958 –
1 november 1958
(waarnemend)
KVP
J. (Jan) van Aartsen mr.
J. (Jan) van Aartsen

(1909–1992)
1 november 1958 –
19 mei 1959
ARP
S.L. (Sicco) Mansholt dr.
S.L. (Sicco) Mansholt

(1908–1995)
Minister Landbouw, Visserij en Voedselvoorziening 25 juni 1945 –
1 januari 1958
(afgetreden na benoeming
tot eurocommissaris)
PvdA
C. (Kees) Staf ir.
C. (Kees) Staf

(1905–1973)
1 januari 1958 –
13 januari 1958
(waarnemend)
CHU
A. (Anne) Vondeling dr.ir.
A. (Anne) Vondeling

(1916–1979)
13 januari 1958 –
22 december 1958
PvdA
H.B.J. (Herman) Witte ir.
H.B.J. (Herman) Witte

(1909–1973)
Minister Volkshuisvesting en Bouwnijverheid 2 september 1952 –
19 mei 1959
KVP
M.A.M. (Marga) Klompé dr.
M.A.M. (Marga) Klompé

(1912–1986)
Minister Maatschappelijk Werk 13 oktober 1956 –
24 juli 1963
KVP
C. (Kees) Staf ir.
C. (Kees) Staf

(1905–1973)
Minister Zaken Overzee 13 oktober 1956 –
16 februari 1957
(waarnemend)
CHU
G.Ph. (Gerard) Helders mr.
G.Ph. (Gerard) Helders

(1905–2013)
16 februari 1957 –
19 mei 1959
CHU
Ambtsbekleders Staatssecretarissen / Portefeuille / Ministerie Termijn Partij
W.K.N. (Norbert) Schmelzer drs.
W.K.N. (Norbert) Schmelzer

(1921–2008)
Staatssecretaris Bezitsvorming en Publiekrechtelijke Bedrijfsorganisatie
(Binnenlandse Zaken, Bezitsvorming en
Publiekrechtelijke Bedrijfsorganisatie
)
29 oktober 1956 –
19 mei 1959
KVP
E.H. (Ernst) van der Beugel dr.
E.H. (Ernst) van der Beugel

(1918–2004)
Staatssecretaris Europese Zaken
(Buitenlandse Zaken)
8 januari 1957 –
22 december 1958
PvdA
G.M.J. (Gerard) Veldkamp dr.
G.M.J. (Gerard) Veldkamp

(1921–1990)
Staatssecretaris Middenstand en Toerisme
(Economische Zaken)
10 oktober 1952 –
17 juli 1961
KVP
F.J. (Ferdinand) Kranenburg mr.
F.J. (Ferdinand) Kranenburg

(1911–1994)
Staatssecretaris Materieelvoorzieningen
(Oorlog)
1 juni 1951 –
1 juni 1958
(afgetreden)
PvdA
M. (Meine) van Veen M. (Meine) van Veen
(1893–1970)
25 oktober 1958 –
22 december 1958
PvdA
H.C.W. (Harry) Moorman H.C.W. (Harry) Moorman
(1899–1971)
Koninklijke Marine
(Marine)
1 mei 1949 –
19 mei 1959
KVP
A.A. (Aart) van Rhijn mr.dr.
A.A. (Aart) van Rhijn

(1892–1986)
Staatssecretaris Sociale Zaken en Werkgelegenheid
(Sociale Zaken en Volksgezondheid)
15 februari 1950 –
22 december 1958
PvdA
A. (Anna) de Waal dr.
A. (Anna) de Waal

(1906–1981)
Staatssecretaris Hoger-, Voortgezet- en Nijverheid Onderwijs
(Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen)
2 februari 1953 –
16 maart 1957
(afgetreden)
KVP
R.G.A. (René) Höppener mr.
R.G.A. (René) Höppener

(1903–1983)
Volksontwikkeling, Lichamelijke Opvoeding,
Jeugdwerk, Sport, Media, Cultuur,
Kunsten en Natuurbescherming
(Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen)
12 november 1956 –
19 mei 1959
KVP
Bron: Kabinet-Drees III Rijksoverheid.nl

Kabinetsformatie[bewerken]

Reden ontslagaanvraag[bewerken]

1rightarrow blue.svg Zie Kabinetscrisis over verlenging belastingverhoging voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Op 11 december 1958 kwam er een einde aan de dertien jaar samenwerking van de christendemocraten ('rooms') en sociaaldemocraten ('rood') de zogenoemde rooms-rode coalitie. In de maanden voor de crisis waren de verhoudingen tussen de partijen verslechterd. De oorzaken ervan lagen veel dieper en hadden hun wortels al in de verkiezingsstrijd en kabinetsformatie van 1956. Bovendien had de PvdA eerder in 1958 bij de Staten- en gemeenteraadsverkiezingen nederlagen geleden. Tijdens een Kamerdebat over de verlenging van de belastingverhoging werd er door KVP–Tweede Kamerlid Anton Lucas een amendement ingediend met het voorstel om enkele tijdelijke belastingverhogingen niet met twee, maar slechts met één jaar te verlengen. In zijn betoog gaf minister van Financiën Henk Hofstra (PvdA) aan dat het door de Tweede Kamer aanvaarden van dit amendement zou kunnen leiden tot een kabinetscrisis. Een poging van KVP–Tweede Kamer fractievoorzitter Carl Romme om tot een compromis te komen mislukte. De Tweede Kamerlid nam het amendement met 88 tegen 55 stemmen aan. Alleen PvdA en CPN stemden tegen. De PvdA–bewindslieden boden hierop hun ontslag aan en de overige bewindslieden stelden hierna hun portefeuilles ter beschikking. Het kabinet bleef demissionair aan tot het werd opgevolgd door het rompkabinet Beel II op 22 december 1958.

Noemenswaardigheden[bewerken]

  • Willem Drees was met een leeftijd van 72 jaar en 170 dagen de op een na oudste dienende minister-president in de parlementaire geschiedenis na Johan Rudolph Thorbecke (74 jaar en 142 dagen).
  • Maar liefst vijf bewindslieden van het kabinet; Drees, Samkalden, Zijlstra, Cals en Klompé werden later benoemd tot minister van staat.
  • Vier ambtsbekleders van het kabinet diende ooit als partijleider; Drees en Vondeling (PvdA), Zijlstra (ARP) en Schmelzer (KVP).
  • Vier bewindslieden van het kabinet; Struycken, Algera, Helders, Van Rhijn zijn later benoemd als lid van de Raad van State.
  • Maar liefst twee ambtsbekleders van het kabinet bereikte een leeftijd van meer dan honderd jaar; Willem Drees (101 jaar en 314 dagen) en Gerard Helders (107 jaar en 303 dagen).

Zie ook[bewerken]