Kabinet-Drees-Van Schaik

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Kabinet-Drees-Van Schaik
De ministers van het kabinet tijdens toespraak van Drees
De ministers van het kabinet tijdens toespraak van Drees
Coalitie KVP, PvdA, CHU, VVD
Zeteltal TK 32 + 27 + 9 + 8 = 76
Premier W. Drees
Beëdiging 7 augustus 1948
Demissionair 24 januari 1951
Ontslagdatum 15 maart 1951
Voorganger Beel I
Opvolger Drees I
ZetelsDreesI.svg
Overzicht kabinetten
Portaal  Portaalicoon   Politiek
Polygoonjournaal over het nieuwe kabinet

Het kabinet-Drees-Van Schaik was het Nederlandse kabinet van 7 augustus 1948 tot 15 maart 1951. Het wordt ook wel het kabinet-Drees I genoemd, maar die nummering wordt eveneens gebruikt voor het volgende kabinet onder Drees' leiding (1951-1952). De ministersploeg bevatte ministers uit vier verschillende partijen en daarnaast twee partijloze ministers. De coalitie besloeg ruim een tweederdemeerderheid (76 van de 100 zetels), zodat de grondwetswijziging die nodig was voor de onafhankelijkheid van Nederlands Oost-Indië ook in tweede aanleg door het parlement gevoerd kon worden.

In 1948 voerde Nederland voor de tweede maal een politionele actie uit in Indonesië, wat tot internationale afkeuring leidde. In 1949 werd Nederland lid van de NAVO en lijfde enkele kleinere gebieden van Duitsland in. Eind 1949 werd de onafhankelijkheid van Indonesië door Nederland erkend. In 1951 leidde uiteindelijk een motie over Nieuw-Guinea tot de val van het kabinet. Er werden geen nieuwe verkiezingen gehouden, maar met dezelfde partijen werd een nieuwe regering gevormd.

Ministers[bewerken]

  • Minister-president, minister van Algemene Zaken, dr. W. Drees (PvdA)
  • Minister van Buitenlandse Zaken, mr. D.U. Stikker (VVD)
  • Minister van Justitie
  • Minister van Binnenlandse Zaken
  • Minister van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen, dr. F.J.Th. Rutten (KVP)
  • Minister van Financiën, mr. dr. P. Lieftinck (PvdA)
  • Minister van Oorlog
  • Minister van Marine
    • mr. W.F. Schokking (CHU), a.i., definitief 14 mei 1949, afgetreden 16 okt. 1950
    • mr. H.L. s'Jacob (partijloos), 16 okt. 1950
  • Minister van Wederopbouw en Volkshuisvesting, dr. J. in 't Veld (PvdA)
  • Minister van Verkeer en Waterstaat
    • mr. J.R.H. van Schaik (KVP), a.i., tot 1 nov. 1948
    • mr. D.G.W. Spitzen (partijloos), 1 nov. 1948
  • Minister van Economische Zaken, dr. J.R.M. van den Brink (KVP)
  • Minister van Landbouw, Visserij en Voedselvoorziening, S.L. Mansholt (PvdA)
  • Minister van Sociale Zaken, mr. dr. A.M. Joekes (PvdA)
  • Minister van Overzeese Gebiedsdelen
    • mr. E.M.J.A. Sassen (KVP), afgetreden 14 feb. 1949
    • mr. J.H. van Maarseveen (KVP), a.i., 14 febr. 1949, definitief 15 juni 1949–27 dec. 1949
  • Minister van Uniezaken en Overzeese Rijksdelen, mr. J.H. van Maarseveen (KVP), vanaf 27 dec. 1949
  • Minister zonder portefeuille, belast met voorbereiding van de toekomstige structuur van het Koninkrijk, mr. J.R.H. van Schaik (KVP) (tevens viceminister-president)
  • Minister zonder portefeuille, belast met financieel-economische vraagstukken van Overzeese Gebiedsdelen, mr. L. Götzen (partijloos antirevolutionair)

Staatssecretarissen[bewerken]

  • Buitenlandse Zaken, mr. N.S. Blom (partijloos), 14 febr. 1950.
  • Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen, mr. J.M.L.Th. Cals (KVP), 15 mrt. 1950
  • Oorlog
  • Marine, H.C.W. Moorman (KVP), 1 mei 1949
  • Economische Zaken, dr. W.Ch.L. van der Grinten (KVP), 25 jan. 1949
  • Sociale Zaken (en Volksgezondheid)
    • mr. dr. A.A. van Rhijn (PvdA), 15 feb. 1950 (belast met sociale zaken en werkgelegenheid)
    • dr. P. Muntendam (PvdA), 1 april 1950 (belast met volksgezondheid)

Kabinetsformatie[bewerken]

Polygoonjournaal over het aftreden van het kabinet
  • Vervroegde Tweede Kamerverkiezingen: 7 juli 1948
  • Beëdiging kabinet: 7 augustus 1948
  • Duur formatie: 31 dagen
  • Formateur
    • dr. L.J.M. Beel (KVP), 10 dagen
    • dr. L.J.M. Beel (KVP), 9 dagen
    • mr. J.R.H. van Schaik (KVP), 8 dagen

Kabinetscrisis Nieuw-Guineabeleid[bewerken]

De fractie van de VVD in de Tweede Kamer stemde op 24 januari 1951 tijdens het debat over de Nieuw-Guineaconferentie voor de motie van afkeuring, die was ingediend door fractievoorzitter Oud. Hoewel de motie verworpen werd, bood de minister van Buitenlandse Zaken, Stikker (VVD), op 25 januari 1951 zijn ontslag aan en stelden de andere ministers hun portefeuilles ter beschikking.