Kabinet-Drees II

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Kabinet-Drees II
Drees III
De bordesscène van het kabinet-Drees II bij Paleis Soestdijk op 2 september 1952
De bordesscène van het kabinet-Drees II bij Paleis Soestdijk op 2 september 1952
Coalitie PvdA, KVP, ARP, CHU
Zeteltal TK 30 + 30 + 12 + 9 = 81
Premier dr. W. (Willem) Drees
Beëdiging 2 september 1952
Demissionair 13 juni 1956
Ontslagdatum 13 oktober 1956
Voorganger Drees I
Opvolger Drees III
Zetels in de Tweede Kamer
Zetels in de Tweede Kamer
Overzicht kabinetten
Portaal  Portaalicoon   Politiek

Het kabinet-Drees II (ook bekend als Drees III)[1] was de uitvoerende tak van de Nederlandse overheid van 2 september 1952 tot 13 oktober 1956. Het kabinet werd gevormd door de politieke partijen Partij van de Arbeid (PvdA), Katholieke Volkspartij (KVP), Anti-Revolutionaire Partij (ARP) en de Christelijk-Historische Unie (CHU) na de Tweede Kamerverkiezingen van 1952. Het centrum kabinet-Drees II was een meerderheidskabinet dat zowel in de Eerste Kamer en Tweede Kamer kon rekenen op een ruime meerderheid. Het kabinet-Drees II was een voortzetting van de rooms-rode coalitie.[2]

Personele wijzigingen[bewerken]

Op 1 oktober 1953 treed staatssecretaris van Sociale Zaken en Volksgezondheid Piet Muntendam (PvdA) af nadat hij zich niet kon aarden in de landelijke politiek.

Op 4 februari 1956 overleed minister van Justitie Leendert Donker (PvdA) op slechts 56–jarige leeftijd. Vicepremier en minister van Binnenlandse Zaken Louis Beel (KVP) neemt de functie waar tot en met 15 februari 1956 als Julius van Oven (PvdA) voorheen werkzaam als rector magnificus en hoogleraar Romeins recht op de Universiteit Leiden wordt beëdigt als minister van Justitie.

Op 18 juli 1956 overleed minister van Overzeese Rijksdelen Willem Kernkamp (CHU) na een lang ziektebed op zijn 57e verjaardag. Hij wordt die zelfde dag opgevolgd door minister van Oorlog en Marine Kees Staf (CHU) die de functie waarneemt tot het aantrede van Gerard Helders (CHU) in het nieuwe kabinet op 16 februari 1957.

Op 7 juli 1956 treed vicepremier en minister van Binnenlandse Zaken Louis Beel (KVP) af nadat hij is benoemd tot voorzitter van de Commissie-Beel die de Greet Hofmans-affaire moet onderzoeken. Hij wordt die zelfde dag opgevolgd door minister van Justitie Julius van Oven (PvdA) die de functie waarneemt tot het aantrede van Ko Suurhoff (PvdA) op 13 oktober 1956 als waarnemend minister van Binnenlandse Zaken in het nieuwe kabinet.

De bewindslieden van het kabinet-Drees II tijdens de eerste ministerraadsvergadering in de Trêveszaal op 2 september 1952.
Directeur-generaal van Rijkswaterstaat August Godfried Maris, minister van Verkeer en Waterstaat Jacob Algera en hoogleraar voor theoretische en experimentele hydraulica op de Technische Universiteit Delft Jo Thijsse tijdens de presentatie van de Deltacommissie op 21 februari 1953.
Minister van Financiën Johan van de Kieft overhandigt de miljoenennota in de Tweede Kamer op 20 september 1955.
Israëlische minister van Financiën Levi Eshkol en minister van Financiën Johan van de Kieft op 10 mei 1956.

Ambtsbekleders[bewerken]

Ambtsbekleders Ministers / Ministerie Termijn Partij
W. (Willem) Drees dr.
W. (Willem) Drees

(1886–1988)
Minister-president /
Minister
Algemene Zaken 7 augustus 1948 –
22 december 1958
PvdA
L.J.M. (Louis) Beel mr.dr.
L.J.M. (Louis) Beel

(1902–1977)
Vicepremier Binnenlandse Zaken 2 september 1952 –
7 juli 1956
(afgetreden)
KVP
Minister 6 december 1951 –
7 juli 1956
(afgetreden)
J.C. (Julius) van Oven mr.dr.
J.C. (Julius) van Oven

(1881–1963)
7 juli 1956 –
13 oktober 1956
(waarnemend)
PvdA
J.W. (Johan) Beyen mr.
J.W. (Johan) Beyen

(1897–1976)
Minister Buitenlandse Zaken 2 september 1952 –
13 oktober 1956
Onafhankelijk
J. (Johan) van de Kieft J. (Johan) van de Kieft
(1884–1970)
Minister Financiën 2 september 1952 –
13 oktober 1956
PvdA
L.A. (Leendert) Donker mr.
L.A. (Leendert) Donker

(1899–1956)
Minister Justitie 2 september 1952 –
4 februari 1956
(overleden)
PvdA
L.J.M. (Louis) Beel mr.dr.
L.J.M. (Louis) Beel

(1902–1977)
4 februari 1956 –
15 februari 1956
(waarnemend)
KVP
J.C. (Julius) van Oven mr.dr.
J.C. (Julius) van Oven

(1881–1963)
15 februari 1956 –
13 oktober 1956
PvdA
J. (Jelle) Zijlstra dr.
J. (Jelle) Zijlstra

(1918–2001)
Minister Economische Zaken 2 september 1952 –
19 mei 1959
ARP
C. (Kees) Staf ir.
C. (Kees) Staf

(1905–1973)
Minister Oorlog 15 maart 1951 –
19 mei 1959
CHU
Marine
J.G. (Ko) Suurhoff J.G. (Ko) Suurhoff
(1905–1967)
Minister Sociale Zaken en Volksgezondheid 2 september 1952 –
22 december 1958
PvdA
J.M.L.Th. (Jo) Cals mr.
J.M.L.Th. (Jo) Cals

(1914–1971)
Minister Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen 2 september 1952 –
24 juli 1963
KVP
J. (Jacob) Algera mr.
J. (Jacob) Algera

(1902–1966)
Minister Verkeer en Waterstaat 2 september 1952 –
10 oktober 1958
ARP
S.L. (Sicco) Mansholt dr.
S.L. (Sicco) Mansholt

(1908–1995)
Minister Landbouw, Visserij en Voedselvoorziening 25 juni 1945 –
1 januari 1958
PvdA
H.B.J. (Herman) Witte ir.
H.B.J. (Herman) Witte

(1909–1973)
Minister Wederopbouw en Volkshuisvesting 2 september 1952 –
19 mei 1959
KVP
L.J.M. (Louis) Beel mr.dr.
L.J.M. (Louis) Beel

(1902–1977)
Minister Maatschappelijk Werk 2 september 1952 –
9 september 1952
(waarnemend)
KVP
F.J.F.M. (Frans-Jozef) van Thiel mr.
F.J.F.M. (Frans-Jozef) van Thiel

(1906–1993)
9 september 1952 –
13 oktober 1956
KVP
W.J.A. (Willem) Kernkamp mr.dr.
W.J.A. (Willem) Kernkamp

(1899–1956)
Minister Uniezaken en Overzeese Rijksdelen 2 september 1952 –
1 januari 1953
CHU
Overzeese Rijksdelen 1 januari 1953 –
18 juli 1956
(overleden)
C. (Kees) Staf ir.
C. (Kees) Staf

(1905–1973)
18 juli 1956 –
16 februari 1957
(waarnemend)
CHU
Ambtsbekleders Minister / Portefeuille / Ministerie Termijn Partij
A.C. de Bruijn A.C. de Bruijn
(1887–1968)
Minister Publiekrechtelijke bedrijfsorganisatie
(Binnenlandse Zaken)
2 september 1952 –
13 oktober 1956
KVP
J.M.A.H. (Joseph) Luns mr.dr.
J.M.A.H. (Joseph) Luns

(1911–2002)
Minister Verenigde Naties en Benelux aangelegenheden,
Luchtvaart en Transportkwesties
(Buitenlandse Zaken)
2 september 1952 –
13 oktober 1956
KVP
Ambtsbekleders Staatssecretarissen / Portefeuille / Ministerie Termijn Partij
W.H. (Willem) van den Berge mr.dr.
W.H. (Willem) van den Berge

(1905–1987)
Staatssecretaris Fiscale Zaken
(Financiën)
2 februari 1953 –
13 oktober 1956
PvdA
G.M.J. (Gerard) Veldkamp dr.
G.M.J. (Gerard) Veldkamp

(1921–1990)
Staatssecretaris Middenstand en Toerisme
(Economische Zaken)
10 oktober 1952 –
17 juli 1961
KVP
F.J. (Ferdinand) Kranenburg mr.
F.J. (Ferdinand) Kranenburg

(1911–1994)
Staatssecretaris Materieelvoorzieningen
(Oorlog)
1 juni 1951 –
1 juni 1958
PvdA
H.C.W. (Harry) Moorman H.C.W. (Harry) Moorman
(1899–1971)
Marinebeleid
(Marine)
1 mei 1949 –
19 mei 1959
KVP
A.A. (Aart) van Rhijn mr.dr.
A.A. (Aart) van Rhijn

(1892–1986)
Staatssecretaris Sociale Zaken en Werkgelegenheid
(Sociale Zaken en Volksgezondheid)
15 februari 1950 –
22 december 1958
PvdA
P. (Piet) Muntendam dr.
P. (Piet) Muntendam

(1901–1986)
Volksgezondheid
(Sociale Zaken en Volksgezondheid)
1 april 1950 –
1 oktober 1953
(afgetreden)
PvdA
A. (Anna) de Waal dr.
A. (Anna) de Waal

(1906–1981)
Staatssecretaris Hoger-, Voortgezet- en Nijverheid Onderwijs
(Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen)
2 februari 1953 –
16 maart 1957
KVP
Bron: Kabinet-Drees II Rijksoverheid.nl

Kabinetsformatie[bewerken]

Kabinetscrisis[bewerken]

1rightarrow blue.svg Zie Kabinetscrisis over de huurwet voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

De Tweede Kamer verwierp op 17 mei 1955 de ontwerp-Huurwet. Het kabinet bood daarop zijn ontslag aan.

Reden ontslagaanvraag[bewerken]

Einde van de parlementaire periode.

Noemenswaardigheden[bewerken]

  • Julius van Oven was met een leeftijd van 74 jaar en 76 dagen de oudste ambtsbekleder in de parlementaire geschiedenis aan het begin van zijn termijn.
  • Het leeftijdsverschil tussen de oudste bewindspersoon minister van Justitie Julius van Oven en de jongste ambtsbekleder staatssecretaris van Economische Zaken Gerard Veldkamp was maar liefst 39 jaar.
  • Vier ambtsbekleders van het kabinet; Drees, Beel, Zijlstra en Cals diende ooit als minister-president en werden later benoemd tot minister van staat.
  • Het kabinet kende twee ministers voor Buitenlandse Zaken. Dit omdat enkele partijen geen katholiek wensten op die post, aangezien alle andere landen van de Europese Gemeenschap op dat moment ook een katholieke minister van buitenlandse zaken hadden. Men vreesde een te papistisch Europa. Hierom werd gekozen voor een constructie met twee ministers: de partijloze liberaal Johan Beyen en de KVP-politicus Joseph Luns. De laatste was een minister zonder portefeuille. De beide ministers konden niet goed met elkaar overweg, en de constructie met twee ministers op deze post werd na 1956 dan ook niet voortgezet.

Zie ook[bewerken]