Kabinet-Rutte III

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Kabinet-Rutte III
Bordesfoto van de ministers van het kabinet-Rutte III
Coalitie VVD, CDA, D66, ChristenUnie
Zeteltal TK 33 + 19 + 19 + 5 = 76
Premier Mark Rutte
Beëdiging 26 oktober 2017
Demissionair 15 januari 2021
Voorganger Rutte II
Zetelverdeling Tweede Kamer bij aanvang van het kabinet
Overzicht kabinetten
Portaal  Portaalicoon   Politiek
Nederlandse politiek
Wapen van Nederland
Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden
Nederlandse Grondwet
Nederlandse regering
Hoge Colleges van Staat
Hoge Raad der Nederlanden
Decentrale overheden

Portaal   Politiek
Portaal   Nederland

Het kabinet-Rutte III is het huidige (demissionaire) Nederlandse kabinet. Het is gevormd door de partijen VVD, CDA, D66 en ChristenUnie. Het staat onder voorzitterschap van minister-president Mark Rutte en werd op 26 oktober 2017 beëdigd als opvolger van het kabinet-Rutte II, na de Tweede Kamerverkiezingen van 15 maart 2017 en de daaropvolgende kabinetsformatie. Op 15 januari 2021 besloot het kabinet collectief zijn ontslag aan te bieden, twee maanden voor de Tweede Kamerverkiezingen, als reactie op het rapport van de Parlementaire ondervragingscommissie Kinderopvangtoeslag in de toeslagenaffaire dat 17 december aan de Tweede Kamer was gepresenteerd.

Totstandkoming[bewerken | bron bewerken]

Formatie[bewerken | bron bewerken]

Zie Kabinetsformatie Nederland 2017 voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Na de Tweede Kamerverkiezingen van 15 maart 2017 ging de kabinetsformatie van start onder leiding van verkenner Edith Schippers. Het was van meet af aan duidelijk dat de kern van een nieuw kabinet zou worden gevormd door het zgn. "motorblok", bestaande uit VVD, CDA en D66. Deze drie partijen beschikten echter niet over een parlementaire meerderheid.

Op 28 maart werd Schippers door de Tweede Kamer voorgedragen als informateur om verder te gaan met concrete onderhandelingen voor een kabinet van VVD–CDA–D66–GroenLinks. Op 15 mei mislukte deze formatiepoging, als gevolg van de verschillende standpunten van de partijen over asiel en migratie.

Toen op 23 mei een tweede formatiepoging, dit keer met de ChristenUnie, mislukte, stelde Schippers voor een nieuwe informateur te benoemen, Herman Tjeenk Willink. Hernieuwde gesprekken met GroenLinks leidden niet tot overeenstemming.

Op 27 juni gaf de informateur in zijn eindverslag aan dat de enige mogelijkheid voor een meerderheidskabinet een kabinet was met de vier partijen VVD, CDA, D66 en ChristenUnie. Gerrit Zalm werd een dag later benoemd tot informateur.

Op 9 oktober, 208 dagen na de verkiezingen, lag er een voorlopig coalitieakkoord op tafel voor een nieuw te vormen kabinet-Rutte III.

Op 12 oktober werd Rutte op voorstel van de vier hoofdonderhandelaars door de Tweede Kamer aangesteld als formateur. Rutte streefde ernaar om het nieuwe kabinet op 26 oktober te laten beëdigen.

Op 25 oktober rondde Rutte zijn taken als formateur af en overhandigde hij zijn eindverslag aan Tweede Kamervoorzitter Khadija Arib.[1]

Motto[bewerken | bron bewerken]

Het motto van het kabinet is "Vertrouwen in de toekomst".

Wijzigingen ministeries[bewerken | bron bewerken]

Het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit werd heropgericht, nadat het tussen 2010 en 2017 was ondergebracht bij het ministerie van Economische Zaken.

Het ministerie van Economische Zaken werd het ministerie van Economische Zaken en Klimaat, het ministerie van Infrastructuur en Milieu werd het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat. Het ministerie van Veiligheid en Justitie heette voortaan ministerie van Justitie en Veiligheid.

Verder verdween de minister zonder portefeuille voor Wonen en Rijksdienst. Nieuwe ministers waren die voor Rechtsbescherming, Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media, en Medische Zorg, respectievelijk ondergebracht bij de ministeries van Justitie en Veiligheid, Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en Volksgezondheid, Welzijn en Sport.

Enkele beleidsterreinen werden ten opzichte van de voorgaande regeerperiode ondergebracht bij een ander ministerie:[1]

  • Ruimtelijke ontwikkeling en ruimtelijke ordening (voorheen bij het ministerie van Infrastructuur en Milieu) ging naar het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.
  • Klimaat (voorheen ministerie van Infrastructuur en Milieu) ging naar het ministerie van Economische Zaken en Klimaat.
  • Landbouw, visserij, natuur, voedselkwaliteit en regionaal economisch beleid (voorheen ministerie van Economische Zaken) ging naar het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit.
  • Groen onderwijs (voorheen ministerie van Economische Zaken) ging naar het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.
  • Maatschappelijke stage (voorheen Onderwijs, Cultuur en Wetenschap) ging naar het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.

Uit een rapport van de Auditdienst Rijk uit oktober 2018 bleek dat de herstructureringen en naamswijzigingen naar schatting € 31,7 miljoen hebben gekost.[2]

Verloop[bewerken | bron bewerken]

Start[bewerken | bron bewerken]

In de eerste honderd dagen van het kabinet werd de wet-Hillen afgeschaft. Die maatregel moet stapsgewijs een eind maken aan het belastingvoordeel voor huiseigenaren die hun hypotheek volledig hebben afgelost. Oppositiepartijen 50PLUS en PVV filibusterden dit debat en namen uren het woord. Uiteindelijk stemden zowel de Tweede als Eerste Kamer in met de afschaffing.[3] Vier maanden na de start van het kabinet trad minister Halbe Zijlstra van Buitenlandse Zaken af. Hij had in een toespraak in 2016 en bij andere gelegenheden verteld dat hij in 2006 aanwezig was bij een bijeenkomst in het buitenhuis van de Russische president Vladimir Poetin, waarbij deze gesproken zou hebben over zijn ambitie voor een "Groot-Rusland": een uitbreiding van Rusland met Wit-Rusland, Oekraïne, de Baltische staten en eventueel Kazachstan.[4] Na mediavragen bekende Zijlstra dat hij niet bij deze bijeenkomst was geweest. Verder bleek dat Poetins woorden over "Groot Rusland" alleen historisch waren bedoeld en had hij niet gesuggereerd het grondgebied van Rusland te willen uitbreiden.

Positie ten opzichte van de Tweede Kamer[bewerken | bron bewerken]

Op 25 april 2018 steunde de oppositie, uitgezonderd de SGP, een motie van afkeuring tegen minister-president Rutte. Reden was de manier waarop Rutte omgegaan was met het afschaffen van de dividendbelasting. De oppositie vond dat Rutte de Tweede Kamer beter had moeten inlichten over de memo's die er waren over de dividendbelasting. Aanleiding was een debat naar aanleiding van de kabinetsformatie in november 2017. Rutte gaf toen aan zich dergelijke memo's niet te herinneren. Uiteindelijk bleken deze memo's er wel te zijn.[5]

Op 24 september 2019 zette de VVD het lid Wybren van Haga uit de Tweede Kamerfractie, omdat hij zich tegen de gemaakte afspraken in zou zijn blijven bemoeien met zijn vastgoedbedrijf.[6] Van Haga besloot zijn zetel niet op te geven en door te gaan als eenmansfractie, waardoor de regering haar krappe meerderheid van 76 zetels verloor.[7]

Positie ten opzichte van de Eerste Kamer[bewerken | bron bewerken]

Door de Eerste Kamerverkiezingen van 27 mei 2019 verloor het kabinet zijn meerderheid in de Eerste Kamer.[8]

Coronacrisis[bewerken | bron bewerken]

Zie Coronacrisis in Nederland voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Nederland kreeg in februari 2020 te maken met de coronacrisis door de COVID-19-pandemie. Op 27 februari 2020 werd de eerste besmetting in Loon op Zand geconstateerd. Het kabinet gaf het advies geen handen meer te schudden. Later kwamen er meer maatregelen bij, zoals zoveel mogelijk thuis werken en geen bijeenkomsten met meer dan honderd personen te houden. De maatregelen werden in de loop van de tijd verder aangescherpt, waarbij scholen, horeca en andere uitgaansgelegenheden hun deuren moesten sluiten.

Op 16 maart 2020 sprak minister-president Mark Rutte het land toe door middel van een radio- en televisietoespraak. De laatste keer dat een Nederlandse minister-president bij een crisis de bevolking toesprak, was in 1973 tijdens de oliecrisis. De Coronacrisis leidde op 19 maart 2020 tot het aftreden van Bruno Bruins, de minister voor Medische Zorg, wegens oververmoeidheid, nadat hij een dag eerder tijdens een Kamerdebat onwel was geworden. Op 23 maart 2020 werden bestaande maatregelen verlengd en uitgebreid. Arie Slob, de minister voor Basis- en Voorgezet Onderwijs, kondigde een dag later aan dat de eindexamens voor de middelbare scholieren niet door zou gaan. Eerder werd de verplichte eindtoets basisonderwijs al afgelast.

Reden ontslagaanvraag[bewerken | bron bewerken]

Zie Toeslagenaffaire voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Naar aanleiding van het rapport van de parlementaire ondervragingscommissie gepresenteerd op 17 december 2020 over de toeslagenaffaire, beraadde het kabinet zich op een reactie, inclusief mogelijke politieke gevolgen. Op 10 januari 2021 kondigde GroenLinks-fractievoorzitter Jesse Klaver aan een motie van wantrouwen in te dienen tegen kabinet-Rutte III tijdens een aankomend debat op 15 januari 2021 over het rapport van de parlementaire ondervragingscommissie.[9] De PVV, SP, Partij voor de Dieren, DENK, FvD en de eenmansfracties Krol en Van Kooten-Arissen gaven aan deze te steunen. Ook de PvdA, 50PLUS en de SGP gaven aan dit te overwegen, waardoor mogelijk de voltallige oppositie voor zou stemmen.[10] Vlak voor dat debat besloot het kabinet na een ministerraad af te treden en demissionair door te gaan tot de geplande Tweede Kamerverkiezingen die twee maanden later zullen plaatsvinden. Daarnaast besloot minister van Economische Zaken Eric Wiebes direct op te stappen.[11]

Afwikkeling lopende zaken[bewerken | bron bewerken]

Aangezien de val van het kabinet in de coronacrisis viel, waren er zorgen over of dit van invloed zou zijn op het corona-beleid.[12] Rutte gaf bij bekendmaking van de ontslagaanvraag aan dat de bestrijding van het coronavirus onverminderd door zou gaan.[13]

Samenstelling[bewerken | bron bewerken]

Het demissionaire kabinet-Rutte III bestaat uit zestien ministers (inclusief minister-president en minister van Algemene Zaken Rutte) en acht staatssecretarissen. De VVD levert zes ministers en twee staatssecretarissen[14][15], het CDA en D66 beide vier ministers[15] en twee staatssecretarissen[16], en de ChristenUnie twee ministers en één staatssecretaris.

 VVD
 CDA
 D66
 ChristenUnie

Ministers[bewerken | bron bewerken]

Ambtsbekleder Ministers Ministerie Termijn Partij
Mark Rutte drs. M. (Mark) Rutte
(1967)
Minister-president /

Minister

Algemene Zaken (AZ) 26 oktober 2017 – heden VVD
Hugo de Jonge H.M. (Hugo) de Jonge
(1977)
Vicepremier / Minister Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) 26 oktober 2017 – heden CDA
Kajsa Ollongren drs. K.H. (Kajsa) Ollongren
(1967)
Vicepremier Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) 26 oktober 2017 – 1 november 2019

(ziekteverlof)

D66
Minister
R.W. (Raymond) Knops drs. R.W. (Raymond) Knops
(1971)
1 november 2019 – 14 april 2020

(tijdens ziekteverlof van Kajsa Ollongren)

CDA
Kajsa Ollongren drs. K.H. (Kajsa) Ollongren
(1967)
14 april 2020 – heden D66
Vicepremier 14 mei 2020 – heden
C.J. (Carola) Schouten drs. C.J. (Carola) Schouten
(1977)
Vicepremier / minister Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) 26 oktober 2017 – heden ChristenUnie
W. (Wouter) Koolmees drs. W. (Wouter) Koolmees
(1977)
Minister Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) 26 oktober 2017 – heden D66
Vicepremier 1 november 2019 – 14 mei 2020

(tijdens ziekteverlof van Kajsa Ollongren)

H. (Halbe) Zijlstra drs. H. (Halbe) Zijlstra
(1969)
Minister Buitenlandse Zaken (BZ) 26 oktober 2017 – 13 februari 2018

(afgetreden)

VVD
S.A.M. (Sigrid) Kaag S.A.M. (Sigrid) Kaag
(1961)
13 februari 2018 – 7 maart 2018
(waarnemend)
D66
Stef Blok drs. S.A. (Stef) Blok
(1964)
7 maart 2018 – 25 mei 2021

(tijdelijk benoemd tot minister van EZK)

VVD
S.A.M. (Sigrid) Kaag S.A.M. (Sigrid) Kaag
(1961)
25 mei 2021 - heden

(tijdens afwezigheid van Stef Blok)

D66
Ank Bijleveld drs. A.T.B. (Ank) Bijleveld
(1962)
Minister Defensie (Def.) 26 oktober 2017 – heden CDA
Minister AIVD

(Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties)

1 november 2019 – 14 april 2020

(tijdens ziekteverlof van Kajsa Ollongren)

E.D. (Eric) Wiebes ir. E.D. (Eric) Wiebes
(1963)
Minister Economische Zaken en Klimaat (EZK) 26 oktober 2017 – 15 januari 2021

(afgetreden)

VVD
Cora van Nieuwenhuizen drs. C. (Cora) van Nieuwenhuizen

(1963)

15 januari 2021 – 20 januari 2021

(waarnemend)

Netherlands politic personality icon.svg B. (Bas) van 't Wout

(1979)

20 januari 2021 – 25 mei 2021

(met ziekteverlof)

Stef Blok drs. S.A. (Stef) Blok
(1964)
25 mei 2021 - heden

(tijdens ziekteverlof van Bas van 't Wout)

Wopke Hoekstra mr. W.B. (Wopke) Hoekstra
(1975)
Minister Financiën (Fin.) 26 oktober 2017 – heden CDA
C. (Cora) van Nieuwenhuizen drs. C. (Cora) van Nieuwenhuizen
(1963)
Minister Infrastructuur en Waterstaat (I&W) 26 oktober 2017 – heden VVD
Ferdinand Grapperhaus prof.mr. F.B.J. (Ferdinand) Grapperhaus
(1959)
Minister Justitie en Veiligheid (J&V) 26 oktober 2017 – heden CDA
I.K. (Ingrid) van Engelshoven mr.drs. I.K. (Ingrid) van Engelshoven
(1966)
Minister Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) 26 oktober 2017 – heden D66
Ambtsbekleder Ministers Minister zonder Portefeuille / Ministerie Termijn Partij
Sigrid Kaag S.A.M. (Sigrid) Kaag
(1961)
Minister Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking
(Buitenlandse Zaken)
26 oktober 2017 – heden D66
Sander Dekker drs. S. (Sander) Dekker
(1975)
Minister Rechtsbescherming
(Justitie en Veiligheid)
26 oktober 2017 – heden VVD
Bruno Bruins mr.drs. B.J. (Bruno) Bruins
(1963)
Minister Medische Zorg en Sport
(Volksgezondheid, Welzijn en Sport)
26 oktober 2017 – 19 maart 2020

(afgetreden)

VVD
Martin van Rijn drs. M.J. (Martin) van Rijn (1956) 23 maart 2020 – 9 juli 2020

(tijdelijk)

op persoonlijke titel
(PvdA)[17]
Tamara van Ark drs. T. (Tamara) van Ark
(1974)
9 juli 2020 – heden VVD
A. (Arie) Slob drs. A. (Arie) Slob
(1961)
Minister Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media
(Onderwijs, Cultuur en Wetenschap)
26 oktober 2017 – heden ChristenUnie
Stientje van Veldhoven drs. S. (Stientje) van Veldhoven
(1973)
Minister Milieu en Wonen
(Infrastructuur en Waterstaat)
1 november 2019 – 14 april 2020

(tijdens ziekteverlof van Kajsa Ollongren)

D66

Staatssecretarissen[bewerken | bron bewerken]

Ambtsbekleder Staatssecretarissen Staatssecretariaat[18] Termijn Partij
R.W. (Raymond) Knops R.W. (Raymond) Knops
(1971)
Staatssecretaris
  • Koninkrijksrelaties
  • Rijksvastgoedbedrijf
  • Grensoverschrijdende Samenwerking

(Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties)

26 oktober 2017 – 1 november 2019

(tijdelijk benoemd tot minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties)

CDA
14 april 2020 – heden
B. (Barbara) Visser drs. B. (Barbara) Visser
(1977)
Staatssecretaris
  • Personeelsvoorziening
  • Materieelvoorziening
  • Bedrijfsvoering

(Defensie)

26 oktober 2017 – heden VVD
Mona Keijzer, Women and Entrepreneurship Session GES 2019 (cropped).jpg mr.drs. M.C.G. (Mona) Keijzer
(1968)
Staatssecretaris
  • Mededinging
  • MKB
  • Digitalisering
  • Telecom
  • Post

(Economische Zaken en Klimaat)

26 oktober 2017 – heden CDA
D. (Dilan) Yeşilgöz-Zegerius D. (Dilan) Yeşilgöz-Zegerius (1977)
  • Klimaat
  • Energie

(Economische Zaken en Klimaat)

25 mei 2021 – heden

(tijdens ziekteverlof van Bas van 't Wout)

VVD
M. (Menno) Snel drs. M. (Menno) Snel
(1970)
Staatssecretaris
  • Fiscale Zaken
  • Holland Casino
  • Staatsloterij en Muntwezen

(Financiën)

26 oktober 2017 – 18 december 2019

(afgetreden)

D66
HansVijlbrief2020-cropped.jpg dr. J.A. (Hans) Vijlbrief
(1963)
29 januari 2020 – heden D66
Alexandra van Huffelen drs. A.C. (Alexandra) van Huffelen
(1968)
  • Toeslagen
  • Douane

(Financiën)

29 januari 2020 – heden D66
Stientje van Veldhoven, MVO 2017.jpg drs. S. (Stientje) van Veldhoven
(1973)
Staatssecretaris
  • Milieu (niet-klimaat)
  • Openbaar Vervoer en Spoor
  • KNMI
  • Bodem

(Infrastructuur en Waterstaat)

26 oktober 2017 – 1 november 2019

(tijdelijk benoemd tot minister voor Milieu en Wonen)

D66
14 april 2020 – heden
Mark Harbers, Ambassadeursconferentie 2018 (cropped).jpg M.G.J. (Mark) Harbers
(1969)
Staatssecretaris
  • Vreemdelingenzaken (mag in het buitenland de titel 'minister voor Asiel- en Migratiezaken' voeren)

(Justitie en Veiligheid)[1]

26 oktober 2017 – 21 mei 2019[19][20](afgetreden) VVD
Ankie Broekers-Knol Senate of Poland (cropped).jpg mr. A. (Ankie) Broekers-Knol
(1946)
11 juni 2019 – heden VVD
T. (Tamara) van Ark drs. T. (Tamara) van Ark
(1974)
Staatssecretaris
  • Participatiewet,
  • Arbeidsomstandigheden
  • Armoede en Schuldhulpverlening

(Sociale Zaken en Werkgelegenheid)

26 oktober 2017 – 9 juli 2020

(afgetreden na benoeming tot minister voor Medische Zorg en Sport)

VVD
Netherlands politic personality icon.svg B. (Bas) van 't Wout
(1979)
9 juli 2020 – 20 januari 2021

(afgetreden na benoeming tot minister van Economische zaken)

VVD
P. (Paul) Blokhuis drs. P. (Paul) Blokhuis
(1963)
Staatssecretaris
  • GGZ
  • Maatschappelijke Diensttijd
  • Gezondheidsbevordering

(Volksgezondheid, Welzijn en Sport)

26 oktober 2017 – heden ChristenUnie

Personele wijzigingen[bewerken | bron bewerken]

  • Op 13 februari 2018 diende Halbe Zijlstra zijn ontslag in als minister van Buitenlandse Zaken wegens leugens rond een zogenaamd bezoek van Zijlstra aan de datsja van Vladimir Poetin in 2006.[21] Zijn bevoegdheden werden waargenomen door minister Sigrid Kaag.
  • Op 7 maart 2018 werd Stef Blok beëdigd als opvolger van Halbe Zijlstra.[22]
  • Op 21 mei 2019 diende Mark Harbers zijn ontslag in als staatssecretaris Justitie en Veiligheid, vanwege achtergehouden cijfers van misdrijven door asielzoekers.[23]
  • Op 11 juni 2019 werd Ankie Broekers-Knol beëdigd als opvolger van Mark Harbers.[24]
  • Sinds oktober 2019 was Kajsa Ollongren afwezig om gezondheidsredenen.[25] Haar taken werden vanaf 1 november overgenomen door andere bewindslieden. Staatssecretaris Raymond Knops nam een deel van de portefeuille van de minister over en werd beëdigd als minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Staatssecretaris Stientje van Veldhoven nam een ander deel over en werd beëdigd als minister voor Milieu en Wonen. Wouter Koolmees werd benoemd als vicepremier namens D66. Ank Bijleveld nam de portefeuille betreffende de AIVD over.[26] Ollongren bleef minister (niet belast met de leiding van een ministerie) en lid van de regering.[27]
  • Op 18 december 2019 kondigde Menno Snel aan zijn ontslag in te dienen als staatssecretaris van Financiën. Als reden gaf de D66'er dat hij het vertrouwen had verloren van een aanzienlijk deel van de Tweede Kamer. Het ontslag werd nog dezelfde dag verleend.
  • Op 29 januari 2020 werden Alexandra van Huffelen en Hans Vijlbrief staatssecretaris van Financiën. Van Huffelen voor Toeslagen en Douane en Vijlbrief voor Fiscale Zaken, Holland Casino en Staatsloterij en Muntwezen.
  • Op 19 maart 2020 nam Bruno Bruins, tijdens de crisis rond het nieuwe coronavirus, wegens oververmoeidheid ontslag als minister voor Medische Zorg en Sport.[28] Een dag eerder was hij tijdens een debat onwel geworden in de Tweede Kamer. Zijn taken werden waargenomen door minister De Jonge van Volksgezondheid.
  • Op 23 maart 2020 werd Martin van Rijn geïnstalleerd als minister voor Medische Zorg, als opvolger van Bruno Bruins. Van Rijn is lid van de PvdA en trad niet namens zijn partij maar op persoonlijke titel toe tot het kabinet voor de duur van drie maanden.[29]
  • Op 14 april 2020 keerde Kajsa Ollongren terug als minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Haar vervanger, Raymond Knops werd weer staatssecretaris. Stientje van Veldhoven verving een deel van de portefeuille van Ollongren en werd weer staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat. Ank Bijleveld gaf de overgenomen portefeuille over de AIVD weer terug aan Ollongren. Wouter Koolmees bleef nog tot 14 mei 2020 vicepremier waarna Ollongren ook deze functie weer opnam.[30]
  • Op 9 juli 2020 verving Tamara van Ark Martin van Rijn als minister voor Medische Zorg. Bas van 't Wout volgde Van Ark op als staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.
  • Op 15 januari 2021 heeft Eric Wiebes ontslag verleend gekregen na de kinderopvangtoeslagenaffaire. Het beheer van het ministerie van Economische Zaken en Klimaat werd waargenomen door Cora van Nieuwenhuizen-Wijbenga.
  • Op 20 januari 2021 werd Bas van 't Wout benoemd als minister van Economische Zaken en Klimaat. Zijn taken als staatssecretaris op het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid werden overgenomen door minister Wouter Koolmees.
  • Op 25 mei 2021 trad Bas van 't Wout vanwege een burn-out voor een periode van tenminste drie maanden terug als minister van Economische Zaken en Klimaat; hij werd opgevolgd door Stef Blok. Sigrid Kaag werd benoemd als minister van Buitenlandse Zaken, als opvolger van Blok. Dilan Yesilgöz-Zegerius werd benoemd als staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat, belast met de portefeuille klimaat en energie.[31]

Zie ook[bewerken | bron bewerken]

Nieuwsberichten die bij dit onderwerp horen, zijn te vinden in de categorie Kabinet-Rutte III van Wikinieuws.