Pieter Omtzigt

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Pieter Omtzigt
PieterOmtzigt2 (cropped).jpg
Algemene informatie
Volledige naam Pieter Herman Omtzigt
Geboren 8 januari 1974
Functie Lid Tweede Kamer
Partij CDA (vanaf 2000)
Religie Rooms-katholiek
Titulatuur Dr.
Politieke functies
2003-2010 Lid Tweede Kamer
2010-heden Lid Tweede Kamer
Biografie op Parlement.com
Portaal  Portaalicoon   Politiek
Nederland

Pieter Herman Omtzigt (Den Haag, 8 januari 1974) is een Nederlands politicus. Hij is namens het Christen-Democratisch Appèl (CDA) sinds 2003, met een korte onderbreking in 2010, lid van de Tweede Kamer der Staten-Generaal. Omtzigt houdt zich in het parlement bezig met onder andere pensioenen, belastingen, het nieuwe zorgstelsel, vernieuwing van de sociale zekerheid en buitenlandse zaken.

Levensloop[bewerken | brontekst bewerken]

Jeugd en studie[bewerken | brontekst bewerken]

Omtzigt werd in 1974 geboren als een van een tweeling. Op zijn vierde verhuisde hij met vader, moeder en twee broers naar Borne waar hij opgroeide. Hij doorliep het gymnasium aan het R.K. Lyceum De Grundel in Hengelo. Van 1992 tot 1996 studeerde hij economie en statistiek aan de Universiteit van Exeter in Engeland en voor een uitwisselingsjaar aan de Libera Università Internazionale degli Studi Sociali Guido Carli (LUISS) in Rome, Italië. Van 1991 tot 1993 was Omtzigt lid van het hoofdbestuur van CNV Jongeren.

Na zijn studie deed Omtzigt promotieonderzoek aan het European University Institute in Florence. Hij promoveerde in december 2003 in de econometrie met een proefschrift getiteld Essays in Cointegration Analysis.

Loopbaan[bewerken | brontekst bewerken]

2000-2009[bewerken | brontekst bewerken]

Omtzigt was van 2000 tot 2002 onderzoeker aan de Università degli Studi dell'Insubria in Varese, Italië. Vanaf 2002 was hij post-doctoraal onderzoeker aan de vakgroep kwantitatieve economie van de Universiteit van Amsterdam. Bij de Tweede Kamerverkiezingen van 2003 stond Omtzigt op de 51e plaats van de kandidatenlijst van het CDA. Hij werd niet direct gekozen, maar kwam op 3 juni 2003 alsnog in het parlement nadat een aantal Kamerleden toetrad tot het kabinet-Balkenende II. In het parlement ontwikkelde hij zich met name tot een expert op het gebied van pensioenen. Zo pleitte hij in een opinie-artikel in NRC Handelsblad in 2004 voor een samenhangend gezins- en familiebeleid om een krimpende bevolking, vergrijzing en een daarmee gepaard gaande druk op pensioenstelsels tegen te gaan. Hij sprak zich uit tegen financiële prikkels voor het krijgen van nakomelingen.[1]

Vanaf november 2004 is Omtzigt lid van de Parlementaire Assemblee van de Raad van Europa en de West-Europese Unie. Hij is vicevoorzitter van de Monitoring Committee die zich inzet voor mensenrechten van christenen in het Midden-Oosten, met name de Syrisch-orthodoxe Kerk in Turkije, Irak en Syrië, en stelt landen onder curatele die mensenrechten schenden.[2] Bij de Tweede Kamerverkiezingen van 2006 stond Omtzigt op een 37e plaats. Doordat zijn partij 41 zetels haalde, werd hij direct gekozen.

Als rapporteur van de Raad van Europa speelde Omtzigt een grote rol bij het tot stand brengen van een verdrag dat de aangesloten landen verplicht om onder voorwaarden elkaar gegevens te verstrekken over banktegoeden van burgers. Dit om zwart geld uit misdaad en belastingfraude beter te kunnen opsporen en vorderen. Belastingparadijzen als Zwitserland en Luxemburg maken deel uit van het verdrag van Den Haag.[3]

2010-2019[bewerken | brontekst bewerken]

Bij de Tweede Kamerverkiezingen van 2010 stond Omtzigt op de 29e plaats van de kandidatenlijst van het CDA. Door een groot verlies van zijn partij werd hij niet herkozen in het parlement. In oktober 2010 keerde hij toch terug in de Kamer, nadat een aantal Kamerleden van het CDA toetraden tot het nieuwgevormde kabinet-Rutte I. Omtzigt kreeg na ingediende moties in 2010 en 2011 uiteindelijk een pilot van het Ministerie van Sociale Zaken waarin vijf pensioenfondsen - undercover - aangaven voor één miljard aan premies te hebben vervreemd. Het rapport geeft aan dat de boekhouding van het pensioenfonds niet op orde was.[4]

In juli 2011 stelde Omtzigt schriftelijke vragen in de Raad van Europa over seksueel misbruik en sekstoerisme naar aanleiding van de Vereniging MARTIJN.[5] Op 24 november 2011 wordt bekend dat het CDA en de ChristenUnie werken aan een wetsvoorstel dat het mogelijk maakt de vereniging te verbieden hun activiteiten voort te zetten.[6] Op 27 juni 2012 heeft de rechtbank in Assen de vereniging verboden.

Omtzigt interpelleerde in juni 2011 minister van Volksgezondheid Edith Schippers over het Elektronisch patiëntendossier (EPD). Een maand later vroeg Omtzigt aan Schippers of er mogelijkheden zijn om ex-neuroloog Ernst Jansen Steur tuchtrechtelijk te vervolgen en hij daarmee op een zwarte lijst geplaatst kan worden, die ervoor moet zorgen dat hij niet meer elders aan het werk kan.[7] In januari 2013 bleek dat Jansen Steur werkzaam is in het Zuid-Duitse Heilbronn. In 2012 bracht hij een initiatiefnota uit over de situatie van het Syrisch-orthodoxe Mor Gabriel-klooster en Aramees sprekende christenen in Turkije.[8] Omtzigt wilde dat minister van Buitenlandse Zaken Uri Rosenthal bezwaar zou maken tegen de dreigende grondonteigening van het klooster door de Turkse staat.

In 2012 werd Omtzigt door de Tweede Kamer aangewezen als Nederlandse rapporteur voor voorstellen van de Europese Commissie op het gebied van de pensioenen. In deze rol diende hij de Nederlandse pensioenen en de bemoeienis van de Europese Commissie in de gaten te houden. In de Kamer heeft Omtzigt tweemaal een aangenomen motie ingediend om de invloed van Brussel op de Nederlandse pensioenen terug te dringen. Als gevolg hiervan ging een pensioenplan van de Europese Commissie niet door: de Nederlandse regering moest namelijk een veto uitspreken. In juni 2012 liet Omtzigt weten zo snel mogelijk opheldering van de Europese Unie te willen over de plannen van EU-voorzitter Herman Van Rompuy om lidstaten hervormingen in het pensioenstelsel op te leggen. Omtzigt vindt ingrijpen door de EU alleen acceptabel als een pensioenstelsel van een land financieel onhoudbaar blijkt te zijn.[9] Op 6 september sprak Omtzigt in Brussel met Eurocommissaris Michel Barnier over de toekomst van het pensioen in de Europese Unie. Nederland kan bij negen lidstaten een gele kaart trekken die Omtzigt probeert in te dienen samen met Europese medestanders tegen de Europese pensioenpot.[10][11]

Voor de Tweede Kamerverkiezingen van 2012 werd Omtzigt door de kiescommissie van zijn partij aanvankelijk niet op de kandidatenlijst gezet. Na een actie, opgezet door Twentse afdelingen van zijn partij en gesteund door verscheidene partijprominenten, besloot het verkiezingscongres van het CDA Omtzigt de 39e plaats toe te bedelen. Dat was onvoldoende om herkozen te worden, maar na een intensieve verkiezingscampagne, gesteund door de pensioensector, werd hij als enige CDA-kandidaat rechtstreeks met voorkeurstemmen gekozen. In totaal kreeg hij 36.750 voorkeurstemmen; om herkozen te worden had hij 15.708 stemmen nodig. In de 14 Twentse steden behaalde hij alleen al 27.348 stemmen.

Op 6 november 2013 werd Omtzigt door de Raad van Europa benoemd tot rapporteur afluisteren en klokkenluiders.[12]

Sinds 2015 probeert Omtzigt te achterhalen welke Nederlanders (of hun nabestaanden) van de Duitse overheid nog steeds een pensioen genieten omdat ze tijdens de Tweede Wereldoorlog in Duitse krijgsdienst hebben gezeten en over die toelage geen belasting betaalden. Op 13 september 2019 stelde de Nederlandse regering de kwestie opnieuw bij het Kabinet-Merkel IV aan de orde. Zowel Otto Fricke van de FDP als Omtzigt eisen een reactie van de Duitse regering.

Op 16 september 2016 kreeg Omtzigt de Prinsjesprijs 2016 van juryvoorzitter Wim Deetman. Deze wordt uitgereikt aan een politicus die in optreden of handelen van bijzondere betekenis is of is geweest voor het gezag van het parlement en voor de vitaliteit van de parlementaire democratie van Nederland. De jury van de Prinsjesprijs noemde Omtzigt een luis in de pels van het kabinet. Eerdere winnaars waren PvdA-Kamerlid Gerdi Verbeet (2013), de financiële woordvoerders Wouter Koolmees (D66), Carola Schouten (ChristenUnie) en Elbert Dijkgraaf (SGP) in 2014 en CU-senator Roel Kuiper in 2015.[13]

In maart 2017 maakte Omtzigt kenbaar dat de Europese Unie (EU) het associatieverdrag met Turkije moet opzeggen, waarin onder meer behoud van Turks paspoort en geen verplichting tot inburgering geregeld staat. "Nederland moet de wet veranderen, zodat onvrije regimes hier niet onbeperkt politieke activiteiten kunnen ontplooien", aldus Omtzigt. Vanaf 2021 moeten Turken verplicht inburgeren.[14]

In november 2017 raakte Omtzigt in opspraak omdat hij volgens een artikel in het NRC Handelsblad in mei van dat jaar een Oekraïner een valse getuigenis had laten afleggen over het neerstorten van vlucht Malaysia Airlines-vlucht 17.[15] Hij erkende via Twitter dat hij onzorgvuldig gehandeld had en legde enkele dagen later het woordvoerderschap over het MH17-dossier neer.

In 2017 is Omtzigt door de Raad van Europa benoemd tot bijzonder rapporteur in een onderzoek naar de moordzaak van Daphne Caruana Galizia. Hij gaat met zijn onderzoek na of het moordonderzoek in Malta wel eerlijk verloopt.

Vanaf 2019 is Omtzigt heel sterk opgekomen voor de door de Belastingdienst sterk benadeelde en etnisch geprofileerde ouders in de zogeheten Kinderopvangtoeslagaffaire.[16]

2020-heden[bewerken | brontekst bewerken]

1rightarrow blue.svg Zie CDA-lijsttrekkersverkiezing 2020 voor het hoofdartikel over dit onderwerp

Op 25 juni 2020 stelde Omtzigt zich als vierde kandidaat als lijsttrekker van het CDA, met het oog op de Tweede Kamerverkiezingen op 17 maart 2021[17]. Nadat Kamerlid Martijn van Helvert zich op 30 juni terugtrok ging de strijd uiteindelijk tussen minister en vicepremier Hugo de Jonge, staatssecretaris Mona Keijzer en Omtzigt. Op 11 juli 2020 werd in evenementenhal De Remise de uitslag bekendgemaakt en bleek er een tweede ronde nodig: De Jonge kreeg 48,7% van de stemmen tegenover 39,7% van Omtzigt. De Jonge kwam exact 248 stemmen tekort om een tweede ronde te voorkomen.[18] Keijzer riep haar stemmers op Omtzigt te steunen.[19] De tweede ronde, waarvan de uitslag op 15 juli 2020 bekend werd gemaakt, verloor Omtzigt met 49,3% tegenover 50,7%.[20] Een maand na deze verkiezingen werden fouten ontdekt in de stemmingen. Zeker zes verwisselingen kwamen aan het licht; stem op de ene kandidaat en een bedankje voor een stem op de andere. Onder meer Keijzer zette ook vraagtekens over het verloop[21] waardoor het partijbestuur zich genoodzaakt zag een extern onderzoek te laten doen[22].

Stemmen[bewerken | brontekst bewerken]

Verkiezingen Plaats Omtzigt Zetels CDA Aantal stemmen
Tweede Kamerverkiezingen 2003 (kandidatenlijst CDA) 51 44 1.010
Tweede Kamerverkiezingen 2006 (kandidatenlijst CDA) 37 41 1.934
Tweede Kamerverkiezingen 2010 (kandidatenlijst CDA) 29 21 4.718
Tweede Kamerverkiezingen 2012 (kandidatenlijst CDA) 39 13 36.750
Tweede Kamerverkiezingen 2017 (kandidatenlijst CDA) 4 19 97.638
Tweede Kamerverkiezingen 2021 (kandidatenlijst CDA) 2

Publicaties[bewerken | brontekst bewerken]

Persoonlijk[bewerken | brontekst bewerken]

Omtzigt is getrouwd met de Syrisch-orthodoxe Ayfer Koç en heeft vier dochters. Koç is fractievoorzitter van het CDA in Enschede

Prijzen[bewerken | brontekst bewerken]

  • Uitzonderlijke Bijdrage aan de Pensioensector (2012), Nederlands Pensioen en Beleggingsnieuws.[23]
  • Kamerlid van het Jaar (2012), Parlementaire Pers Vereniging (PPV).[24]
  • Politieke Prestatie van 2019, EenVandaag, voor inzet in het blootleggen van de toeslagenaffaire.[25]


Externe link[bewerken | brontekst bewerken]