Wopke Hoekstra

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Wopke Hoekstra
Wopke Hoekstra in 2019
Algemene informatie
Volledige naam Wopke Bastiaan Hoekstra
Geboren Bennekom, 30 september 1975
Functie Minister van Financiën
Sinds 26 oktober 2017
Partij CDA
Religie remonstrants[1]
Titulatuur Mr., MBA
Alma mater Universiteit Leiden & INSEAD
Politieke functies
2011-2017 Lid Eerste Kamer
2017-heden Minister van Financiën
2021-heden Lid Tweede Kamer
2021-heden Fractievoorzitter in de Tweede Kamer
Biografie op Parlement.com
Portaal  Portaalicoon   Politiek
Nederland

Wopke Bastiaan Hoekstra (Bennekom, 30 september 1975) is een Nederlands politicus voor het Christen-Democratisch Appèl (CDA). Sinds 26 oktober 2017 is hij minister van Financiën in het kabinet-Rutte III. Eerder was hij lid van de Eerste Kamer (2011-2017).[2] Op 11 december 2020 werd hij door het CDA-partijbestuur voorgedragen als lijsttrekker bij de Tweede Kamerverkiezingen in maart 2021 en daarmee als partijleider.

Biografie[bewerken | brontekst bewerken]

Wopke Hoekstra's vader was internist en hoogleraar interne geneeskunde. Zijn moeder was werkzaam als pedagoge op het instituut Bartiméus voor blinden en slechtzienden. In een dubbelinterview met oud-premier Jan Peter Balkenende beschrijft Hoekstra hoe hij al als 8-jarige met zijn vader keek naar de persconferenties van toenmalig premier Ruud Lubbers.[3] Op 20-jarige leeftijd verloor hij zijn moeder aan slokdarmkanker.[4]

Hoekstra studeerde rechten in Leiden en haalde daar ook zijn propedeuse geschiedenis. In Leiden was hij praeses van het collegium van de Leidse Studenten Vereniging Minerva.[5] In 2000 studeerde hij rechten en internationale politiek in Rome en in 2005 behaalde hij zijn MBA aan INSEAD in Fontainebleau en Singapore.[6]

Voor zijn ministerschap was Hoekstra partner bij organisatieadviesbureau McKinsey en voorzitter van de Raad van Toezicht van het Scheepvaartmuseum. Eerder werkte hij voor Shell in Berlijn, Hamburg en Rotterdam.[7]

Politieke carrière[bewerken | brontekst bewerken]

Voor het CDA was hij onder meer penningmeester van de Eduardo Freistichting en bestuurslid van de afdeling Amsterdam. Hij werd bij de Eerste Kamerverkiezingen van 2011 verkozen tot senator en op 7 juni 2011 beëdigd. Op 6 december dat jaar hield Hoekstra zijn maidenspeech tijdens het debat over de geleidelijke afbouw van de dubbele heffingskorting voor kostwinners. Daarna behandelde hij onder andere de wetsvoorstellen over de AOW en de nationale politie.

Senator[bewerken | brontekst bewerken]

Als Eerste Kamerlid was Hoekstra onder meer actief in de Eerste Kamercommissie voor Financiën. Hij was daarnaast woordvoerder bij de behandeling van het enige wetsvoorstel in de periode 2015-2019 van de Eerste Kamer waarbij de zogenaamde 'Wet van Noten' (die stelt dat partijen zelden tot nooit anders stemmen in de Eerste Kamer dan in de Tweede Kamer) niet opging. Het CDA hielp het kabinet bij het niet-indexeren van de kinderbijslag in 2013 aan een meerderheid in de senaat. Ook stemde hij als enige CDA-senator voor afschaffing van de gewetensbezwaarde trouwambtenaren en voor het wetsvoorstel over lesbisch ouderschap.[6]

In 2016 was hij voorzitter van de commissie die het CDA-verkiezingsprogramma voor de Tweede Kamerverkiezingen 2017 opstelde. Na die verkiezingen vormde het CDA met verkiezingswinnaar VVD, D66 en de ChristenUnie een centrum-rechts kabinet, het kabinet-Rutte III. Hoekstra werd minister van Financiën en werd op 26 oktober 2017 beëdigd. Een dag eerder had hij afscheid genomen als Eerste Kamerlid.

Op 2 september 2019 hield Hoekstra de elfde HJ Schoo-lezing, waarin hij stelde dat "de Nederlandse identiteit in gevaar" zou zijn.[8]

In 2013 werd Hoekstra door de parlementaire pers genomineerd voor politiek talent van het jaar.[bron?] In 2016 was hij de een-na-jongste in de Volkskrant Top-200 van invloedrijkste Nederlanders.[bron?]

Ministerschap[bewerken | brontekst bewerken]

Hij trad als minister aan op het moment dat Nederland een belangrijk deel van de financiële crisis achter zich gelaten had. Dat betekende ook dat hij solide begrotingen kon presenteren op Prinsjesdag. Vanwege het ruime begrotingsoverschot, het feit dat de Nederlandse Staat zeer voordelig kan lenen en de noodzaak om enkele grote kapitaalintensieve investeringen te kunnen en moeten doen, ontwikkelde hij samen met minister Eric Wiebes van Economische Zaken het Nationaal Groeifonds, dat ruimte moet bieden aan grote investeringen op gebieden als innovatie, infrastructuur en verduurzaming. Het fonds, informeel Wopke-Wiebes-fonds, werd medio 2020 gelanceerd.

Op 26 februari 2019 maakte Hoekstra bekend dat de Nederlandse Staat onder zijn toezien in de voorgaande maanden in het diepste geheim extra aandelen had verworven in Air France-KLM. Het doel was om een aandelenpakket op te bouwen van gelijke omvang als dat van de Franse staat en zo meer invloed te kunnen uitoefenen op toekomstige ontwikkelingen bij het bedrijf, in het volgens het kabinet Nederlandse publieke belang.[9] Hoekstra werd later bekritiseerd vanwege de aankoop, omdat hij de Tweede Kamer niet tijdig en volledig had geïnformeerd, in strijd met het budgetrecht.[10] De Algemene Rekenkamer noemde de aandelenverwerving in een rapport op Verantwoordingsdag 2020 een in comptabel opzicht onrechtmatige transactie.[11] De waarde van het aandelenpakket was inmiddels met een half miljard euro gedaald, van de prijs die de staat betaalde, € 750 miljoen, naar € 230 miljoen.

Op Europees niveau verzette Hoekstra zich met succes tegen de uitgifte van eurobonds. Tijdens de coronacrisis kreeg hij felle kritiek uit Zuid-Europese landen, in het bijzonder Italië en Spanje. Later gaf hij toe dat zijn opstelling te weinig empathisch was geweest.[12]

Partijleider en lijsttrekker 2021[bewerken | brontekst bewerken]

Lange tijd werd Hoekstra gezien als favoriet voor het partijleiderschap van het CDA en het lijsttrekkerschap van deze partij bij de verkiezingen voor de Tweede Kamer in maart 2021. Op 17 juni 2020 gaf hij publiek te kennen zich niet kandidaat te stellen. Hij gaf aan zichzelf meer te zien als een bestuurder dan als een beroepspoliticus: 'Ik wil dicht bij mezelf blijven.'[13] Vervolgens werd hij door kandidaat-lijsttrekker Pieter Omtzigt genoemd als kandidaat-premier, maar Hugo de Jonge won de lijsttrekkersverkiezing nipt van Omtzigt.

Nadat op 10 december 2020 De Jonge zich als lijsttrekker had teruggetrokken, werd Hoekstra door het CDA-partijbestuur gevraagd zich alsnog kandidaat te stellen. Omtzigt gaf te kennen zijn kandidatuur te steunen. Hoekstra bewilligde in het verzoek, waarop het CDA-partijbestuur een dag later unaniem besloot Hoekstra voor te dragen.[14][15] Na de verkiezingen werd hij CDA-fractievoorzitter in de Tweede Kamer.

Lezingen en Politieke opvattingen: wederkerigheid en de middenklasse[bewerken | brontekst bewerken]

Omdat Hoekstra te boek stond als CDA-kroonprins was hij een veel gevraagd spreker op lezingen. Daarin zijn diverse terugkerende thema’s zichtbaar: herstel van de middenklasse en minder uitwassen van de markt (in zaken zoals koopkracht, baanzekerheid, onderwijs), het garanderen van toekomstige welvaart, en betere controle op asiel- en arbeidsmigratie plus meer nadruk op integratie. In al deze onderwerpen benadrukt hij vaak ‘wederkerigheid’ om tot oplossingen te komen.

Bilderbergconferentie 2 februari 2019[16] Opvallend gaf Hoekstra juist in de Bilderberglezing voor een publiek van CEO’s de nodige aandacht aan uitwassen van de markt en de impact op de middenklasse en de “Fear of falling”. Hij sprak de aanwezige bedrijfsleiders aan op wederkerigheid “Wilt u helpen door zich te beraden over de juiste balans, tussen wat u van uw werknemers verwacht, en wat zij van u mogen verwachten.” -“Ten eerste betekent een nieuw maatschappelijk evenwicht dat we de koek anders verdelen… Volgens de laatste cijfers moet de gemiddelde werknemer 171 jaar werken om het jaarsalaris van een CEO bijeen te sprokkelen”. -“Het aantal flexcontracten is nergens zo snel toegenomen als in Nederland. Ik ben ervan overtuigd dat het in het belang van de samenleving is om die trend te keren.” -“We moeten ons herbezinnen op Europese arbeidsmigratie. We kunnen daar alleen mee doorgaan als we er in slagen Nederlandse werknemers te beschermen tegen oneigenlijke verdringing.” -Hij voegde daar een niet-economisch punt aan toe: “de gebrekkige integratie van nieuwkomers”.

Deze onderwerpen blijven terugkomen in latere speeches.

Von Humboldt-lezing (Duitsland) 7 mei 2019[17] In de Von Humboldt-lezing was wederkerigheid zichtbaar in zijn houding ten aanzien van de EU. -“I believe that any state that does not make reforms or uses European funds unwisely should not be entitled to any more European funds”. Die in zijn ogen gewenste wederkerigheid zou hij later in de praktijk brengen in de discussie over economische steun aan Italië in het kader van de pandemie in ruil voor hervormingen. -“It is clear to me that we have to invest in the economy of the future… when it comes to investing in innovation, AI and biotech.” Deze gedachte was leidend bij het latere Wopke-Wiebes fonds. -“A 21st-century Europe must protect its external borders effectively… removing our internal borders was a great idea, but it can only work if the EU does what Germany and the Netherlands used to do: determine who and what comes in.”

Schoolezing 16 augustus 2019[18] Zijn belangrijkste lezing werd evenwel de HJ Schoo-lezing waarin hij een en ander samenvatte:

“Dat kleine land met z’n imponerende economie, met al z’n gaven en verworvenheden is tegelijkertijd ook kwetsbaar. En veel van de mensen die de ruggengraat van dit land vormen en die we vaak als de middenklasse omschrijven, zijn kwetsbaar… Wat er misgaat bij migratie is in de kern hetzelfde als bij de economische druk op de middenklasse: de balans is weg (…) Dat is wat de fear of falling van de middenklasse wordt genoemd. Die zorgen zijn terecht want oude en vertrouwde economische zekerheden staan onder druk. Een vaste baan? Van 8 miljoen werkenden hebben we er inmiddels 2 miljoen met een tijdelijk contract en een miljoen zzp’ers (…) Onze culturele identiteit, omgangsvormen, waarden en normen zijn gedurende eeuwen gevormd… Deze duidelijke eigen identiteit die zo vanzelfsprekend leek dat we het er nooit over hadden, dreigen we de laatste decennia stukje bij beetje kwijt te raken(...).

Nee, natuurlijk staan we niet aan de rand van de afgrond. Maar we moeten wel aan de slag. En dat kan ook(...). Daarom moet de politiek met werkgevers en werknemers in gesprek over hoe die nieuwe balans van rechten en plichten eruitziet(…). Van de politiek vraagt het vooral een principiële keuze voor verstandig investeren in plaats van financieel uitdijen als automatisme… Het betekent dat we onderweg naar 2030 de lasten moeten verlichten en financiële manoeuvreerruimte creëren voor de middenklasse (…). Wie hard werkt, moet daarvan de vruchten kunnen plukken. Precies die quid pro quo, die wederkerigheid was altijd de centrale belofte in het Nederland van na de Tweede Wereldoorlog. Wij zijn niet zozeer het land waarin een enkele krantenjongen miljonair wordt; wij zijn het land waarin heel veel dubbeltjes erin slagen om kwartjes te worden(…).

Ligt het niet voor de hand om er bij het opnemen van vluchtelingen voor te zorgen dat tijdelijk ook echt tijdelijk is?(...) Ook hier ontbreekt het namelijk aan fundamentele wederkerigheid. Het voorrecht om Nederlander te worden, leidt te vaak niet tot de inspanningen en resultaten, die de samenleving redelijkerwijs van nieuwkomers mag verwachten(...) Wie dat doet, wie hier echt werk van maakt, moet vervolgens ook ten volle kunnen rekenen op onze wederkerigheid. Op wederkerigheid vanuit de samenleving. Op alle rechten en verworvenheden, en op steun vanuit de politiek, bijvoorbeeld waar sprake is van discriminatie.…. Om de centrale gedachte van Renan’s te parafraseren: kies jij voor Nederland, dan kiest Nederland ook voor jou.”

Persoonlijk[bewerken | brontekst bewerken]

Hoekstra is verloofd. Samen hebben ze vier kinderen en wonen in Bussum. Hoekstra behoort tot de Remonstrantse Broederschap.[19]

Externe links[bewerken | brontekst bewerken]

Voorganger:
Jeroen Dijsselbloem
Minister van Financiën
2017 - heden
Opvolger:
-
Voorganger:
Pieter Heerma
Fractievoorzitter CDA in de Tweede Kamer
2021 - heden
Opvolger:
-