Politie in Nederland

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
(Doorverwezen vanaf Nationale politie (Nederland))
Ga naar: navigatie, zoeken
Logo van de Nederlandse politie; de ruit in het logo staat voor het wetboek en de daarop getekende vlam voor waakzaamheid
Standaard-Volkswagen Touran-politiewagen
Enkele motorrijders van de regiopolitie
Politieharley voor showdoeleinden
Een politiehelikopter van KLPD
Politievoertuigen naast elkaar in Amsterdam-Zuidoost tijdens een actie voor een goed doel op 20 juni 2015

Beluister

(info)

De politie in Nederland (Nationale Politie) is belast met het handhaven van de wetten van Nederland, het bewaren van de openbare orde en het verlenen van hulp. Ook vormt zij de opsporingsdienst voor het Openbaar Ministerie.[1]

Een en ander is geregeld in de Wet van 12 juli 2012 tot vaststelling van een nieuwe Politiewet (Politiewet 2012).

Erik Akerboom is sinds 1 maart 2016 eerste hoofdcommissaris.[2]

Organisatie[bewerken]

Politie-stopbord uit een LFL Liberty-lichtbalk

Het landelijk politiekorps bestaat uit tien regionale eenheden, een landelijke eenheid en een Politiedienstencentrum. Het hoofdkantoor van de Nationale Politie is gevestigd in Den Haag. Erik Akerboom is korpschef van de politie.

In geval van een crisis wordt met de brandweer en ambulancediensten samengewerkt in de betreffende veiligheidsregio, en met overige overheidsdiensten.

De politie valt onder de bestuurlijke verantwoordelijkheid van het ministerie van Veiligheid en Justitie. Het bevoegd gezag ter plaatse wordt gevormd door de burgemeester van de betreffende gemeente (waar het gaat om de openbare orde en veiligheid) en de (hoofd)officier van justitie (waar het gaat om onderzoek en opsporing).

In totaal waren er in 2014 in Nederland 60.888 politieambtenaren in dienst, waarvan 51.442 'op straat' werkten.

Regionale eenheden[bewerken]

De 10 regionale eenheden op de kaart.

De 10 regionale eenheden voeren alle operationele politietaken uit, behalve taken die een bijzondere expertise vereisen en taken die landelijk doeltreffender of goedkoper kunnen worden uitgevoerd. Die taken vallen onder de Landelijke Eenheid. Alle regionale eenheden zijn zo eenduidig mogelijk ingericht. Een politiechef leidt een regionale eenheid (RE).

De volgende 10 eenheden zijn in de plaats van de voormalige 25 regiokorpsen gekomen:[3]

Regionale eenheid Voorheen Werkgebied
Noord-Nederland korpsen Groningen, Fryslân en Drenthe Provincies Groningen, Friesland en Drenthe
Oost-Nederland korpsen IJsselland, Twente en de drie Gelderse korpsen Provincies Gelderland en Overijssel
Midden-Nederland korpsen Utrecht, Gooi en Vechtstreek en Flevoland Provincies Utrecht, Flevoland en Noord-Holland (ged.)
Noord-Holland korpsen Noord-Holland-Noord, Zaanstreek-Waterland en Kennemerland Provincie Noord-Holland (ged.)
Amsterdam korps Amsterdam-Amstelland Amsterdam en omstreken
Den Haag korpsen Haaglanden en Hollands Midden Den Haag en omstreken
Rotterdam korpsen Rotterdam-Rijnmond en Zuid-Holland Zuid Rotterdam en omstreken
Zeeland - West-Brabant korpsen Midden- en West-Brabant en Zeeland Provincies Noord-Brabant (ged.) en Zeeland
Oost-Brabant korpsen Brabant-Noord en Brabant Zuid-Oost Provincie Noord-Brabant (ged.)
Limburg korpsen Limburg-Noord en Limburg-Zuid Provincie Limburg

De werkgebieden van deze regio's omvatten steeds het volledige werkgebied van een aantal veiligheidsregio's (met dezelfde werkgebieden als de in de tabel genoemde voormalige politiekorpsen), en komen overeen met de werkgebieden van de rechterlijke indeling van Nederland in arrondissementen (zie aldaar voor de precieze beschrijving in termen van grondgebieden van provincies en gemeenten), behalve dat de Regionale Eenheid Oost-Nederland de werkgebieden van de arrondissementen Overijssel en Gelderland combineert.

Een regionale eenheid bestaat uit:[4]

  • Districten
  • Dienst Regionaal Operationeel Centrum
  • Dienst Regionale Recherche
  • Dienst Regionale Informatieorganisatie (incl. CIE en RID)
  • Dienst Regionale en Operationele Samenwerking
  • Dienst Bedrijfsvoering
  • Staf

Een district op zijn beurt bestaat uit:

  • Basisteams
  • Districtsrecherche
  • Flexteam

De taken van de basisteams zijn:

  • eerste aanspreekpunt;
  • afhandelen van noodhulp en niet-spoedeisende meldingen, onder centrale aansturing van de meldkamer;
  • opsporing gericht op veelvoorkomende criminaliteit;
  • handhaving: jeugd, huiselijk geweld, evenementen, horeca, geestelijke gezondheidszorg, verkeer, vreemdelingentoezicht, milieu- en executietaken.

Basisteams hebben opsporingscapaciteit voor de aanpak van veelvoorkomende criminaliteit. De districtsrecherche is echter verantwoordelijk voor de aanpak van delicten met een grote impact. Zij levert ondersteuning aan de basisteams.

Korps Politie BES[bewerken]

Het Korps Politie Bonaire, Sint Eustatius en Saba vormt de politiemacht in Caribisch Nederland. Het korps werd ingesteld op 10 oktober 2010. De minister van Veiligheid en Justitie is de korpsbeheerder.

In tegenstelling tot de andere Nederlandse politiekorpsen die onder de Politiewet 2012 vallen, valt dit korps onder de “Rijkswet politie van Curaçao, van Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba[5].

Landelijke Eenheid[bewerken]

Naast de tien regionale eenheden is de Landelijke Eenheid (LE) gevormd. Het Korps Landelijke Politiediensten (KLPD) vormde daarvan de basis.

De landelijke eenheid bestaat uit een eenheidsstaf, een dienst Landelijk Operationeel Centrum (DLOC), een dienst Landelijke Recherche (DLR), een dienst Landelijke Informatieorganisatie (DLIO), een dienst Landelijke Operationele Samenwerking (DLOS), een dienst Infrastructuur (DINFRA), een dienst Bewaken en Beveiligen (DB&B), een dienst Speciale Interventies (DSI) en een dienst Bedrijfsvoering landelijke eenheid (DBV LE) in de vorm van Planning en Capaciteitsmanagement.

Politiedienstencentrum[bewerken]

Naast deze operationele eenheden heeft de Nationale Politie een landelijke concerndienst, het Politiedienstencentrum (PDC). In dit centrum wordt een belangrijk deel van de ondersteuning ondergebracht. Tot de bedrijfsvoering van de Nationale Politie behoren de aspecten personeelszaken, facilitair management, financiën, informatievoorziening en communicatie.

Het PDC wordt op 3 locaties in Nederland gevestigd, namelijk Rotterdam, Zwolle en Eindhoven.

Politieacademie[bewerken]

De Politieacademie (PA), het opleidingsinstituut van de politie, valt voorlopig althans formeel buiten de vorming van de Nationale Politie, en behoudt zijn zelfstandige status. De PA heeft echter zeker te maken met de gevolgen van de nieuwe structuur; onder meer worden er taken van het instituut overgedragen aan de politie, al blijft onduidelijk welke taken precies. In december 2012 ontaardden de gesprekken hierover in een openlijke vertrouwensbreuk tussen de ondernemingsraad en het bestuur van de Politieacademie.[6]

Geschiedenis[bewerken]

Van eind 1945 tot 1993 bestond de Nederlandse politie uit de gemeentepolitie en de rijkspolitie. Gemeentelijke politiekorpsen bestonden in de gemeenten met 25.000 of meer inwoners. De burgemeester was daar zowel verantwoordelijk voor de openbare orde als voor het beheer van de politie (onder toezicht van de gemeenteraad). In de kleinere gemeenten werd het politiewerk gedaan door de rijkspolitie, die daarnaast een aantal landelijke diensten omvatte.

1993-2013: regiokorpsen[bewerken]

Van 1993 tot 2013 was de politie in Nederland opgedeeld in 25 regiokorpsen en een Korps Landelijke Politie Diensten (KLPD).

Met de Politiewet 1993, die officieel inging op 1 april 1994, werd de oude scheiding in grote en kleine gemeenten opgeheven. De gemeentepolitiekorpsen en de regionale districten van de rijkspolitie werden samengevoegd tot 25 regiokorpsen.

In elk regiokorps had een korpschef in de rang van hoofdcommissaris de dagelijkse leiding. Hierboven stond als 'korpsbeheerder' de burgemeester van de grootste gemeente in die regio. Korpsbeheerder en korpschef overlegden regelmatig met de (hoofd)officier van justitie in de betreffende regio in de zogeheten 'driehoek' (met de korpsbeheerder als voorzitter). Hierboven stond als algemeen bestuur een regionaal college bestaande uit alle burgemeesters uit die politieregio en de hoofdofficier van justitie. Daarnaast had in principe ieder gemeente recht op een eigen driehoeksoverleg met daarin de eigen burgemeester. De gemeenteraden hadden in dit nieuwe bestel nog maar zeer indirecte invloed op het beheer van politie, iets wat in deze periode wel een 'democratisch gat' werd genoemd.

Een regio bestaat uit een aantal districten, met elk een districtschef. Elk district bestaat uit een aantal lokale eenheden (basiseenheden of teams). Ook beschikte elk regiokorps over een Criminele Inlichtingen Eenheid (CIE) en een Regionale Inlichtingendienst (RID).

Bepalend voor het aantal politieagenten en andere politiemedewerkers (de "politiesterkte") binnen een regio is het aantal inwoners in die regio, en de hoeveelheid criminaliteit in de regio. Hoewel de randvoorwaarden landelijk werden bepaald, konden de regiokorpsen tot op grote hoogte een eigen beleid voeren, zo maakte elk korps eigen keuzen op het gebied van ICT, wat in de loop van de jaren een notoir probleem werd.

Korps Landelijke Politie Diensten[bewerken]

Naast de regiokorpsen was er het Korps Landelijke Politie Diensten (KLPD), bestaande uit de volgende diensten:

Het KLPD hield zich onder andere bezig met handhaving van de verkeersveiligheid op de autowegen, op het spoor, te water en in de lucht, bestrijding zware en georganiseerde criminaliteit, handhaven van de veiligheid van het Koninklijk Huis en overige door de daartoe door de bevoegde minister aangewezen personen (bijvoorbeeld diplomaten en politici).

Vorming van nationale politie[bewerken]

In april 2011 maakte het kort ervoor opgerichte ministerie van Veiligheid en Justitie (met Ivo Opstelten als bewindsman) plannen bekend om het politiebestel geheel om te gooien. Uiteindelijk trad op 1 januari 2013 de Politiewet 2012 in werking. Deze bepaalde dat alle 26 politiekorpsen (25 regiokorpsen en de KLPD) opgingen in één nationaal politiekorps, met een hoofdkantoor in Den Haag en verdeeld in tien regionale eenheden, een landelijke eenheid en een Politiedienstencentrum onder een eenhoofdige leiding. Dit zou bureaucratie en 'bestuurlijke drukte' moeten verminderen en moeten leiden tot effectievere opsporing.

In de praktijk kostte de vorming van het nationale korps nog verscheidene jaren. Een groot aantal politieambtenaren moest naar een nieuwe functie solliciteren omdat de oude functie werd opgeheven. De verwachte einddatum voor de reorganisatie moest in 2015 worden verschoven naar 2018. Ook kostte de operatie twee keer zoveel geld als verwacht. Vakbonden uitten kritiek vanwege de overmatige onzekerheid waarmee de agenten kampten in deze periode, wat zich ook uitte in een hoger ziekteverzuim. De eerste korpschef van de Nationale Politie, Gerard Bouman, ruimde op 1 oktober 2015 het veld. Hij werd opgevolgd door Erik Akerboom.[7]

Ambtenaren van politie[bewerken]

Artikel 2, eerste lid onder a. betreft ambtenaren van politie die zijn aangesteld voor de uitvoering van de politietaak. Artikel 141 van het Wetboek van Strafvordering regelt dat deze met de opsporing van strafbare feiten zijn belast. Ze zijn algemeen opsporingsambtenaar en hebben een politierang.

Artikel 2, eerste lid onder b. betreft ambtenaren van politie die zijn aangesteld voor de uitvoering van technische, administratieve en andere taken ten dienste van de politie. Deze kunnen al of niet buitengewoon opsporingsambtenaar (boa, in dit geval politieboa) zijn.

Rangen[bewerken]

De Nederlandse politie kent de volgende rangen:

Rangen van de Nederlandse Politie
Rang Schuifpassant Epaulet
Niet executief
Ranks Dutch police wikimedia by venturedesign 300dpi Boa.png
Dutch Police BOA.png
Aspirant
Ranks Dutch police wikimedia by venturedesign 300dpi Aspirant.png
Dutch Police Rank Aspirant.png
Surveillant
Ranks Dutch police wikimedia by venturedesign 300dpi Surveillant.png
Dutch Police Rank Surveillant.png
Agent
Ranks Dutch police wikimedia by venturedesign 300dpi Agent.png
Dutch Police Rank Agent.png
Hoofdagent
Ranks Dutch police wikimedia by venturedesign 300dpi Hoofdagent.png
Dutch Police Rank Hoofdagent.png
Brigadier
Ranks Dutch police wikimedia by venturedesign 300dpi Brigadier.png
Dutch Police Rank Brigadier.png
Inspecteur
Ranks Dutch police wikimedia by venturedesign 300dpi Inspecteur.png
Dutch Police Rank Inspecteur.png
Hoofdinspecteur
Ranks Dutch police wikimedia by venturedesign 300dpi Hoofdinspecteur.png
Dutch Police Rank Hoofdinspecteur.png
Commissaris
Ranks Dutch police wikimedia by venturedesign 300dpi Commissaris.png
Dutch Police Rank Commissaris.png
Hoofdcommissaris
Ranks Dutch police wikimedia by venturedesign 300dpi Hoofdcommissaris.png
Dutch Police Rank Hoofdcommissaris.png
Eerste

Hoofdcommissaris

Ranks Dutch police wikimedia by venturedesign 300dpi Eerste Hoofdcommissaris.png
Dutch Police Rank Eerste Hoofdcommissaris.png

Epauletten voorzien van alleen het politielogo geeft aan dat de persoon in dienst is bij de politie. Dit epaulet geeft aan dat die persoon werkzaam is als niet-executieve medewerker. Executieve medewerkers zijn in het bezit van het politiediploma en zijn algemeen Opsporingsambtenaar op basis van artikel 141 van het Wetboek van Strafvordering, in tegenstelling tot de niet-executieve politiemedewerker.

Niet-executieve politiemedewerkers zijn veelal in bezit van een Buitengewoon Opsporingsambtenaar-certificaat. Deze medewerkers hebben een beperkte opsporingsbevoegdheid die staat beschreven in hun aanstellingsakte. BOA's kunnen afhankelijk van hun aanstelling bewapend zijn.

Niet-executieve politiemedewerkers hebben andere taken dan executieve politiemedewerkers, denk hierbij aan facilitair medewerker, administratieve ondersteuning, financieel-, technisch- en forensisch onderzoekers, enzovoorts. Het hangt van de taak van de medewerker af of deze een uniform draagt.

Uniform en uitrusting[bewerken]

Operationeel politie-uniform (bron: publicatiecampagne nationale politie)
Koppel van de Nederlandse politie met VLNR: Portofoon, transportboeien, patroonhouder, multitool, transportboei sleutels, tasje met reanimatiemasker en 2 paar handschoenen, zaklamp ring, holster, pepperspray, mobiele telefoon, LED-zaklampje met daaroverheen een deurklem en sleutelhanger

Uniform en uitrusting worden geregeld in het Besluit van 13 oktober 2012, houdende regels over de bewapening, de uitrusting en de kleding van de politie en de bijzondere bijstandseenheden alsmede regels over de taakuitvoering door de politie en de eisen aan de bekwaamheid van de ambtenaren van politie en van de bijzondere bijstandseenheden (Besluit bewapening en uitrusting politie).

Van het uniform van de politie zijn er twee versies, namelijk het operationele uniform en het reguliere/ceremoniële uniform. Het operationele uniform wordt op straat gedragen door de executieve agenten en wordt sinds medio 2014 uitgerold over Nederland. Het operationele uniform bestaat uit de volgende onderdelen:

Cap: Een cap gebaseerd op Spaans model, voorzien van :::politie::: aan weerszijden en een geel logo op het voorpand.

Polo: Donkerblauw poloshirt met lange of korte mouw voorzien van gele strepen en politielogo's.

Operationele broek: Een donkerblauwe 'worker' met opzetzakken op beide bovenbenen. De broekzakken zullen zijn voorzien van het politielogo.

Hoge operationele schoen: Dragers van het politie-uniform kunnen kiezen uit schoenen van de merken Meindl of Haix.

Veiligheidsvest: De politie draagt het veiligheidsvest over de kleding. Dit vest is voorzien worden van drie verschillende hoezen; een fluor gele met reflecterende strepen en het politiebeeldmerk op voor- en achterzijde. Deze hoes zal gedragen worden wanneer extra zichtbaarheid gewenst is. Een blauwe hoes met gele strepen en het politiebeeldmerk op voor- en achterzijde voor de reguliere politiediensten en ten slotte nog een witte hoes om het vest desgewenst onder de kleding te kunnen dragen.

Als jas is een z.g.n. 'softshell' beschikbaar om ónder het veiligheidsvest te dragen, en een all-weather-jacket om óver het veiligheidsvest te dragen.

De uitrusting van de politie wordt meestal om het middel gedragen aan een koppel. Deze koppels zijn van het Franse GK Professional. De uitrusting die aan de koppel gedragen wordt omvat globaal :

Ook aspiranten en surveillanten die in opleiding zijn voor de rang van agent en hoger, mogen een vuurwapen dragen als zij hiertoe de benodigde trainingen met succes hebben afgelegd. Vanaf mei 2013 wordt het huidige pistool P5 van de Duitse fabrikant Walther geleidelijk vervangen door de P99. In 2015 zullen alle vuurwapendragende agenten van het nieuwe model zijn voorzien.

In 2016 zal de Nederlandse politie een nieuwe wapenstok gaan aanbesteden ter vervanging van de huidige korte gummiknuppel. Het nieuwe aan te besteden model zal een telescopische wapenstok zijn die een zwaardere impact heeft wanneer er een slag mee wordt gegeven. De nieuwe wapenstok zal in uitgeschoven stand circa 50 centimeter bedragen en dus 10 cm langer zijn dan het huidige model.

De uitrusting kan verder bestaan uit onder andere een reanimatiemasker, handschoenen, draagring voor een zaklamp, mobiele telefoon, deurklem, enzovoorts. Een politieagent kan zelf kiezen welke van deze extra uitrustingsstukken hij of zij bij zich draagt.

Voertuigen[bewerken]

Momenteel gebruikt de Nederlandse politie 4 verschillende voertuigen: De Volkswagen Transporter, vaak gebruikt voor het transport van verdachten naar het politiebureau, de Touran, welke meestal gebruikt wordt bij noodhulp-diensten, de Golf en Golf variant veelal gebruikt voor handhaving/toezicht doeleinden, de polo veelal burger auto's en twee motoren van BMW.

In 2011 is de Volkswagen Touran onderworpen aan een grote upgrade, de volgende onderdelen zijn aan de nieuwe Touran's toegevoegd:

  • De mogelijkheid om vanuit de auto, zonder de inzet van de meldkamer iemands NAW-gegevens, kenteken etc. na te trekken.
  • Een ANPR (Automatic Number Plate Reader) systeem, dit systeem leest elke nummerplaat van auto's die de politieauto van rechts of links inhaalt, alsmede het tegemoetkomende verkeer. Het ANPR systeem kan de dienders op de hoogte brengen als een auto bijvoorbeeld staat gemarkeerd als gestolen, of als de eigenaar van de auto in het verleden is aangehouden wegens alcohol of drugsgebruik tijdens het rijden.
  • Nieuw mobilofoon-systeem, waar de diender(s) direct kunnen schakelen tussen vooraf ingestelde kanalen. Eventueel kunnen er ook statusberichten naar de meldkamer worden gestuurd, om zo de etherdiscipline beter te waarborgen.
  • Dienders hebben vanuit de auto direct toegang tot het BVH-systeem, als ze bijvoorbeeld naar een adres worden gestuurd, kunnen ze in dit systeem kijken wat er op dat verleden al precies is voorgevallen en of de dienders rekening moeten houden met andere zaken zoals agressiviteit of andere dingen.

Met deze nieuwe "technische snufjes" worden de auto's nu mobiele werkplekken, agenten krijgen in hun voertuig toegang tot informatie waar ze tot verkort de meldkamer voor nodig hadden.

Alle handelingen worden nu uitgevoerd in één overzichtelijk aanraakscherm. In de loop van de jaren zullen volgens Minister Opstelten van Veiligheid en Justitie 13.000 van dit soort politievoertuigen komen.

Op enkele uitzonderingen na zijn alle politievoertuigen voorzien van BZK-striping.

Taken[bewerken]

In artikel 3 van de Politiewet 2012 staat beschreven wat de taken van de politie zijn: De politie heeft tot taak in ondergeschiktheid aan het bevoegde gezag en in overeenstemming met de geldende rechtsregels te zorgen voor de daadwerkelijke handhaving van de rechtsorde en het verlenen van hulp aan hen die deze behoeven. In de praktijk wordt dit uitgesplitst in vier hoofdtaken.

  • Preventie (het voorkomen van overtredingen en misdrijven)
  • Opsporen van misdrijven en overtredingen
  • Handhaving van de rechtsorde
  • Hulpverlening

Binnen de politie zijn verschillende afdelingen met een deel van deze hoofdtaken bezig.

Meldkamer[bewerken]

De meldkamer van de politie is onderdeel van de Gemeenschappelijke Meldkamer van de betreffende veiligheidsregio. De primaire taak van de politiemeldkamer is het aannemen en uitzetten van meldingen. Deze meldingen kunnen via diverse informatielijnen de meldkamer bereiken; zoals via de alarmcentrale 112, het landelijke politienummer 0900-8844, overige hulpdiensten (brandweer en ambulance bijvoorbeeld), eenheden op straat en overige partners (particuliere alarmcentrales, Rijkswaterstaat, gemeenten, etc.).

Er is ook een nummer, de opsporingstiplijn, waar een persoon een tip omtrent een misdrijf kan doorgeven. Het telefoonnummer van deze tiplijn is 0800-6070. Als de persoon niet zijn naam wil noemen (wat verplicht is bij de gewone tiplijn), kan hij Meld Misdaad Anoniem bellen. Het telefoonnummer van Meld Misdaad Anoniem is 0800-7000. (Meld Misdaad Anoniem is eigenlijk geen politieonderdeel, maar de politie maakt er wel veel gebruik van.)

De medewerkers van de meldkamer beoordelen de melding en maken een inschatting hoe deze adequaat behandeld kan worden. De medewerker zal op basis van prioriteit bepalen welke politiemensen hij of zij naar welke melding(en) stuurt. De medewerkers van de meldkamer weten precies waar alle eenheden op straat zijn, door middel van een voertuigvolgsysteem (meestal AVLS, automatisch voertuiglocatiesysteem genaamd).

De meldingen die binnenkomen bij de meldkamer wordt een specifieke prioriteit meegegeven aan de hand van een aantal criteria, de zogenaamde prioriteiten. Er is veelal een prioriteitstelling één t/m vier:

  • Prioriteit één (Prio 1): levensbedreigende situatie waarbij binnen 15 minuten een eenheid ter plaatse moet zijn. Prio 1 meldingen gaan vaak samen met het voeren van de optische- en geluidssignalen.
  • Prioriteit twee (Prio 2): Spoedeisende inzet nodig, echter dit is niet bij levensbedreigende situaties. Hierbij wordt uitgegaan van een reactietijd van 30 minuten.
  • Prioriteit drie (Prio 3): directe inzet van de politie nodig in minder ernstige zaken. De reactietijd hierbij is maximaal 45 minuten.
  • Prioriteit vier (Prio 4): noemt men een uitgestelde inzet. Dit betekent dat er een servicetijd wordt gehanteerd van maximaal 24 uur, of dat er een afspraak wordt gemaakt om de melding met de melder te bespreken.
  • Prioriteit vijf (Prio 5): dit zijn vaak meldingen die langer dan een dag kunnen wachten of aandachtsvestigingen voor de meldkamer zoals als bijvoorbeeld een bepaald bedrijf aan deuren gaat in bepaalde wijk.

Secundair heeft de politiemeldkamer de taak eenheden te voorzien van informatie ten behoeve van haar werkzaamheden op straat. Zo behandelt de centralist informatieverzoeken over kentekens, gezochte personen, belangrijke telefoonnummers, etc. Ook ontvangt de meldkamer de live camerabeelden van een politiehelikopter in haar gebied en regelt zij andere (hulp)diensten naar een incident (denk hierbij aan Rijkswaterstaat, sleepdiensten, technische recherche, dierenambulance en dergelijke).

Op de politiemeldkamer werken buitengewoon opsporingsambtenaren en ervaren agenten die voorheen op straat werkten. Er werken echter ook combi-centralisten, agenten die zowel op straat en op de meldkamer werkzaam zijn.

Gebruikte systemen[bewerken]

  • Geïntegreerd Meldkamer Systeem (GMS)

Sinds een aantal jaren maken de meldkamers gebruik van het Geïntegreerd Meldkamer Systeem, afgekort GMS. Dit programma kent vele mogelijkheden. Primair wordt GMS gebruikt om meldingen aan te nemen, te verwerken en uit te geven. GMS is zodanig ontwikkeld dat het op alle aangesloten werkstations dezelfde informatie toont, realtime. Terwijl de telefonist de melding aanneemt en verwerkt op zijn of haar betreffende werkstation, kan de centralist de melding meelezen en direct eenheden aansturen. De locatie, prioriteit en de informatie van de melder zijn voor de centralist direct terug te lezen. Wanneer er een multidisciplinair incident is, kunnen de andere hulpdiensten worden aangevinkt waarna zij ook realtime kunnen meelezen.

Daarnaast fungeert GMS als plotsysteem, waarbij alle eenheden te zien zijn die de centralist tot zijn of haar beschikking heeft. Ook kent het systeem een databasefunctie voor procedures en telefoonnummers die nodig zijn voor een correcte uitvoering van de werkzaamheden. Ook vormt het systeem een koppeling met het C2000 systeem, de Arbi (telefooncentrale) en het kaartensysteem. De huidige GMS versie in gebruik is 4.12.

Ook de terugkoppelingen van de eenheden op straat (zoals spraakaanvragen, informatie aanvragen, noodoproepen e.d.) worden door GMS verwerkt.

  • Kaartensysteem

De meldkamer beschikt over een softwarepakket dat vergelijkbaar is met Google Maps. Alle meldkamers maken gebruik van meldkamer GIS-softwaresuites van CityGIS of Tensing. De software stelt de gebruiker in staat huisnummers te zien, kadastrale gegevens, straatnamen, GPS coördinaten, locatie van de eenheden, luchtfoto's, en vele andere opties.

  • Communicatiesysteem

C2000 is het digitale, niet afluisterbare communicatiesysteem waarmee de eenheden op straat in verbinding staan, zowel met elkaar als met de meldkamer. Aansturing via C2000 loopt middels het Radio BedieningsStation (RABS) waarop de software ElitePlus!Dispatch draait. Middels deze software beschikt elk werkstation over de voor hen relevante gespreksgroepen.

Daarnaast werkt de politie (beperkt) met het alarmeringssysteem P2000. Deze alarmering geschied rechtstreeks vanuit GMS, of bij uitval via PANCRAS. Ook wordt er gebruikgemaakt van Burgernet, voor zowel alarmering van burgers als de alarmering van eenheden.

Verder beschikt elke meldkamertafel over een uitgebreid telefoniesysteem, meestal een computer verbonden aan een server die meerdere simultane telefonielijnen tegelijk kan verwerken (arbitragesysteem). Daarom wordt de telefoon intern ook vaak een 'arbi' genoemd. Zowel de 112 telefonie komt hierop binnen; alsmede interne lijnen, 0900-8844 (bij drukte/gesloten servicecentrum), overloop 112 van de andere hulpdiensten, etc.

Boven op de meldkamer tafels is een zogenaamde "BusyLight" of soortgelijke constructie gemonteerd. Deze laat middels een gekleurd licht aan de andere centralisten zien wanneer de betreffende centralist in gesprek is.

De politie maakt gebruik van de Basisvoorziening Handhaving (BVH) voor de administratieve afhandeling van meldingen en incidenten. Dit systeem is een doorontwikkeling van voormalige 'Xpol' dat een aantal korpsen als registratiesysteem gebruikten. BVH is eenzijdig gekoppeld aan het GMS systeem, dat wil zeggen dat alle meldingen van de politie uit GMS in het BVH-systeem worden opgeslagen voor verdere afhandeling. De BVH bestaat uit een aantal 'satellieten' waaronder BosZ (Betere Opsporing door Sturing op Zaken). BosZ wordt gebruikt om overzicht te houden op de lopende onderzoeksdossiers. BosZ speelt verder een belangrijke rol in het afhandelen van een verdachte via ZSM waar intensief met het OM wordt samengewerkt.

  • BlueView

De meeste meldkamers beschikken over BlueView, een integrale bevragingsmodule die op trefwoord alle BVH's van alle politie-eenheden en het BPS (Bedrijfsprocessensysteem) van de Koninklijke Marechaussee kan doorzoeken voor relevante informatie. BlueView zorgt voor een zeer diepgaande informatienaslag voor de eenheden op straat.

  • Integrale Bevraging (BVI-IB)

Oudere bevragingssystemen binnen de Nederlandse politie worden gemoderniseerd en samengevoegd. Een recent ingevoerd (2011) landelijk bevragingssysteem is 'Integrale Bevraging'. Op trefwoord doorzoekt dit systeem meerdere bronnen (CVI/HKS (simpel uitgelegd: strafrechtelijke geschiedenis van een persoon), RDW (technische en tenaamstellingsgegevens van een voertuig), de WAM (Wet Aansprakelijkheid Motorrijtuigen), OPS (opsporingsregister), PAPOS (ParketPolitieSysteem voor openstaande boetes), CRB (Rijbewijzenregister), GBA (Gemeentelijke Basis Administratie)) en toont de resultaten op het scherm. Integrale Bevraging vervangt onder andere 'P-Info'. Integrale Bevraging is ook beschikbaar als mobiele app op het BlackBerry-platform binnen de politie, om snel op straat een bevraging te kunnen doen.

Basispolitiewerk[bewerken]

Het basispolitiewerk bestaat uit de volgende taken:

  • door het zichtbaar aanwezig zijn op straat van de politie, probeert men te voorkomen dat mensen overtredingen en misdrijven plegen; steeds vaker gaan de politiemensen met een opdracht op straat, deze opdrachten komen voort uit eerdere opgedane zaken en aan de hand van cijfers.
  • noodhulp: de 24-uurs zorg ten behoeve van Prio 1 meldingen (binnen 15 minuten ter plaatse) waarbij direct een reactie nodig is van de politie, kan bijvoorbeeld zijn een aanrijding met gewonden, overvalmelding, conflicten, maar ook reanimaties of inbraakmeldingen. Prio 2 is ook een melding waarbij het gewenst is dat de politie binnen 30 minuten ter plaatse is, echter zonder gebruik te maken van de optische en geluidssignalen. Prio 3 en 4 zijn meldingen met een lagere prioriteit.

Bij bepaalde A-meldingen kan men de opdracht krijgen om met spoed ter plaatse te gaan (met gebruikmaking van de optische en geluidssignalen). Er zijn ook Prio 1 meldingen waarbij men geen gebruik maakt van deze signalen maar waarbij men wel spoedig ter plaatse dient te zijn, dat geeft wel eens een verwarrend beeld bij de burger, denk hierbij bijvoorbeeld aan een overvalmelding. Men dient dan wel snel ter plaatse te zijn maar maakt in principe geen gebruik van deze signalen. Zo zijn er meerdere voorbeelden denkbaar.

  • politie bekeurt politie: Bij de zogenaamde 'automatische' bekeuringen zoals het geflitst worden tijdens het rijden door rood verkeerslicht of bij te hoge snelheid, gaat de bekeuring naar het betreffende onderdeel. De leiding van dat onderdeel dient vervolgens een gemotiveerd rapport op te stellen waarin de verantwoording van de verkeersovertreding. Komt dat rapport er niet dan komt de bekeuring terecht bij de chauffeur van de politieauto die zelf de bekeuring dient te betalen.
  • kleine, eenvoudige recherchewerkzaamheden waarbij een verdachte in principe binnen 6 uur na verhoor heengezonden kan worden bijvoorbeeld: kleine diefstallen en inbraken worden door het basispolitiewerk zelf onderzocht.

De schriftelijke afwerking kan langer duren (dossiervorming, aangiften opnemen) zeker als er nog getuigen gehoord moeten worden ter bijvoeging in het dossier en bewijsstukken nodig zijn welke opgemaakt moeten worden door bijv. technische recherche, vuurwapendeskundigen, drugsexpertise, verkeersdienstondersteuning etc. Vaak dient dit te gebeuren tijdens de noodhulpdienst of tussen de meldingen door. Als voor de medewerker basispolitiezorg de zaak te lang gaat duren (er dient bijvoorbeeld een inverzekeringstelling op te volgen), kan het werk worden overgenomen door de recherche;

  • geven van preventieadviezen: het basispolitiewerk geeft onder andere adviezen ter voorkoming van inbraken, adviezen naar de gemeente over verkeerszaken, voorlichting enz.;
  • verlenen van hulp: hulp wordt verleend aan mensen die daarom vragen, maar ook aan instanties zoals jachtopzieners en gemeente;
  • afhandeling verkeersproblemen: het houden van verkeerscontroles, het afhandelen van verkeersongevallen, adviseren aan mensen en gemeente, filebeveiliging;
  • controleren van bijzondere wetten en regelingen zoals controle of niet-Nederlanders beschikken over de benodigde documenten (visum, verblijfsvergunning, werkvergunning, en dergelijke) samen met iemand van de vreemdelingendienst.

Specialistische taken[bewerken]

Naast de basispolitiezorg kent de politie een aantal taken, die specifieke kennis vereisen. Deze taken worden uitgevoerd door gespecialiseerde diensten van de politie. Een voorbeeld van een gespecialiseerde dienst is de jeugd- en zedenpolitie.

Specialistische taken binnen het politiebestel omvatten bijvoorbeeld:

Bereden politie voor op een demonstratie in Utrecht tegen het kraakverbod.

Operationeel ondersteunende taken[bewerken]

Naast de basispolitiezorg en de specialistische taken zijn er diensten die ondersteunend werken voor zowel de basispolitiezorg als de specialistische diensten. Voorbeelden van operationeel ondersteunende diensten zijn de dienst levende have politie (paarden en honden), de Mobiele Eenheid (ME, oproerpolitie), het arrestatieteam en het observatieteam.

Bevoegdheden[bewerken]

De opsporingsbevoegdheden van de politie zijn aan regels gebonden en bij de Wet geregeld, zoals bv in de Politiewet 2012, de Wet wapens en munitie, de Opiumwet, de Wegenverkeerswet 1994, de Algemene wet op het binnentreden en het Wetboek van Strafvordering. Hierdoor heeft een agent bevoegdheden die andere burgers niet hebben, zoals staandehouding, aanhouding (overigens in geval van heterdaad wel toegestaan aan burgers), inbeslagname, inzage in ID vorderen etc. Daarnaast heeft de politie het geweldsmonopolie: de bevoegdheid om indien nodig geweld te gebruiken. Ook dit is aan wettelijke regels gebonden. Er mag alleen geweld worden gebruikt als er geen andere mogelijkheden zijn (subsidiariteit), en dan ook niet meer geweld dan noodzakelijk is voor het beoogde doel (proportionaliteit). Elk gebruik van geweld wordt achteraf getoetst, d.w.z. er wordt door het Openbaar Ministerie beoordeeld of het gebruik van geweld rechtmatig was. Bijzondere opsporingsbevoegdheden, zoals bv. stelselmatige observatie, infiltratie, pseudokoop, een telefoon tappen , mogen pas worden toegepast na toestemming van de officier van justitie of de rechter-commissaris.

De politie kan net als de andere hulpdiensten met optische en geluidssignalen rijden. Het betreffende voertuig wordt hierdoor een voorrangsvoertuig.

Tijdens de uitvoering van haar taak heeft de politie echter vrijstelling van het gehele Reglement Verkeersregels & Verkeerstekens (RVV). Dit betekent bijvoorbeeld dat een politieagent ten behoeve van zijn functievervulling door rood mag rijden zonder daarbij gebruik te maken van optische en geluidssignalen. Een ander voorbeeld van het geoorloofd overtreden van het RVV, is de zogenaamde 'inhalende surveillance', vaak toegepast door politieambtenaren belast met verkeerstoezicht. Zij mogen het overige verkeer inhalen, zelfs de snelheidslimiet enigszins overschrijden. De achterliggende gedachte is dat: 1. men over het algemeen geneigd is geen verkeersovertredingen te begaan tijdens of kort na het zien van een politievoertuig; en 2. de politieambtenaren meer weggebruikers kunnen zien en controleren op hun gedrag.

Er is afgesproken dat een politieagent geen optische en geluidssignalen mag voeren zonder mondelinge toestemming van de meldkamer. Deze toestemming kan ook komen te vervallen voordat de politie-eenheid ter plaatse is, omdat bijvoorbeeld een andere hulpdienst reeds ter plaatse is. Zo kan het dus voorkomen dat een politievoertuig met optische- en geluidssignalen een kruising oversteekt, om bij de volgende kruising met de normale verkeersstroom verder te rijden.

Tot slot zijn er meldingsclassificaties waarbij de politie wel met spoed maar zonder optische en geluidssignalen ter plaatse moet gaan. Denk hierbij aan gijzelingen, overvallen, inbraken, zelfdodingen, et cetera.

Samenwerking met andere diensten[bewerken]

Bij de hulpverlening werkt de politie samen met andere diensten. Bij een aanrijding met gewonden wordt bijvoorbeeld samengewerkt met:

Daarnaast werken de politie en de Koninklijke Marechaussee in voorkomende gevallen samen. In vroeger jaren verleende de Koninklijke Marechaussee bijvoorbeeld jarenlang bijstand aan de gemeentepolitie van Amsterdam en Den Haag.

Slachtofferhulp[bewerken]

Voor de hulp aan slachtoffers werkt de politie samen met de Bureaus Slachtofferhulp. De mensen die daar werken zijn getraind om slachtoffers van ongevallen en misdrijven te helpen. Ze zorgen ervoor dat de slachtoffers begeleid worden, maar ze helpen ook met het invullen van formulieren voor de verzekering of de advocaat.

Hulpverlening[bewerken]

De hulpverlening die de politie biedt is niet alomvattend en beperkt zich tot gevallen die dringend zijn en waarbij op dat moment geen ander specialistisch bedrijf of instantie beschikbaar is. Het betreft meestal de eerste opvang in noodsituaties, waarna wordt doorverwezen naar andere partijen die primair zijn aangewezen om op een bepaald terrein hulpverlening te bieden. Dit zijn bijvoorbeeld:

Literatuur[bewerken]

Zie ook[bewerken]

Externe links[bewerken]

  1. Over de politie Geraadpleegd op 2016-11-03
  2. Korpschef Erik Akerboom Geraadpleegd op 2016-11-03
  3. Politieregio's oud en nieuw
  4. Politie.nl: Organisatie regionaal en lokaal
  5. Rijkswet politie van Curaçao, van Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
  6. Ondernemingsraad zegt vertrouwen bestuur Politieacademie op, Het Parool, 11 december 2012
  7. http://www.volkskrant.nl/binnenland/korpschef-bouman-stapt-zonder-voldoening-op~a4154022/ Korpschef Bouman stapt 'zonder voldoening' op], de Volkskrant 1 oktober 2015