Buitengewoon opsporingsambtenaar

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Een boa van de gemeente Rotterdam schrijft een bekeuring uit aan een automobilist.

Een buitengewoon opsporingsambtenaar (BOA of boa) is in Nederland een beëdigd functionaris die is bevoegd tot de opsporing van bepaalde, meestal een beperkt aantal of een specifieke groep, strafbare feiten. Voorbeelden van buitengewone opsporingsambtenaren zijn jachtopzieners, parkeercontroleurs, milieuambtenaren, conducteurs, viscontroleurs en sociaal rechercheurs. Dit in tegenstelling tot algemene opsporingsambtenaren, die bevoegd zijn tot opsporing van alle strafbare feiten.

In veel gevallen hebben buitengewoon opsporingsambtenaren een functie die mede de handhaving van openbare rust en orde omvat.

Er zijn in Nederland circa 30.000 boa's (stand begin 2013).[1]

Domeinen[bewerken]

De verschillende functies en opsporingsbevoegdheden die een boa kan hebben zijn ondergebracht in 6 zogenoemde domeinen (werkterreinen):

  • I. Openbare ruimte
  • II. Milieu, welzijn en infrastructuur
  • III. Onderwijs
  • IV. Openbaar vervoer
  • V. Werk, inkomen en zorg
  • VI. Generieke opsporing

Een boa kan in maximaal twee domeinen werken, maar alleen als de boa bij twee verschillende boa-werkgevers in dienst is en voldoet aan de bekwaamheidseisen van de twee domeinen.[2]

Om te voorkomen dat Domein I een verzameling wordt van onsamenhangende bevoegdheden, wat het gericht opleiden van de boa’s zou bemoeilijken en zou leiden tot onduidelijkheid bij de burger wordt voor het taken- en bevoegdhedenpakket getoetst aan het criterium leefbaarheid (kleine ergernissen, verloedering en overlast).[3]

Soorten buitengewone opsporingsambtenaren[bewerken]

Personen die de boa-status kunnen hebben zijn onder andere:

  • IV. Openbaar vervoer
    • Conducteur
    • Controleur Openbaar Vervoer (boa-OV)
    • Buitengewoon opsporingsambtenaar in dienst van een bedrijf (bijvoorbeeld ProRail)
    • Buitengewoon opsporingsambtenaar in dienst van een gemeente en belast met handhaving openbare orde (bijvoorbeeld het veiligheidsteam openbaar vervoer Gemeente Amsterdam)

Boa's bij de politie hebben geen politierang. Wel hebben de boa's van politie net als alle andere buitengewoon opsporingsambtenaren bevoegdheden, zoals het staande houden van verdachten en het opsporen van strafbare feiten waarvoor zij zijn aangewezen. Aan boa's kunnen door de Minister van Justitie bepaalde bevoegdheden die in beginsel zijn voorbehouden aan de ambtenaren van politie aangesteld voor de uitvoering van de politietaak, zoals gebruik van geweld, worden toegekend.

Boa's bij de politie zijn als zij in uniform gekleed zijn veelal te herkennen aan het politielogo op hun schouder. Dit logo is echter ook in gebruik voor medewerkers van de politie die niet over opsporingsbevoegdheid beschikken. Vóór de invoering van het nieuwe politie-uniform in 2006 waren er verschillende onderscheidingstekens voor verschillende diensten. Deze zijn nu allen samengevoegd tot één teken ("het vlammetje"). Niet alle politie boa's werken in uniform. Zij dienen zich bij hun optreden ongevraagd te legitimeren.

Bevoegdheden[bewerken]

Niet elke boa heeft dezelfde bevoegdheden. De akte van opsporingsbevoegdheid van een buitengewoon opsporingsambtenaar bepaalt of deze bepaalde politiebevoegdheden (geweldgebruik en veiligheidsfouillering) heeft en eventueel welke geweldsmiddelen deze ambtenaar mag gebruiken.

Veelvoorkomende bevoegdheden die een BOA heeft zijn : - Staande houden van een verdachte, ter zake het vaststellen van de identiteit, of indien het wetboek van strafvordering dit toestaat. - Het opmaken van een proces verbaal. ( Proces verbaal van aanhouding, combibonnen, proces verbaal van bevindingen, parkeerbon, uitstellen van betalingen). - Aanhouden van een verdachte, waarna de voorgeleiding plaatsvindt. - Betreden van plaatsen, zoals bedoeld in de Algemene wet op binnentreden. - Het geven van vorderingen, aanwijzingen, of bevelen. - Alle bevoegdheden die een politieagent ( een algemeen opsporingsambtenaar) ook heeft, indien dit in de akte van opsporingsbevoegdheid is vermeld. - Het dragen van handboeien, het gebruik mogen maken van fysiek geweld, en het dragen van geweldsmiddelen of wapens, en het uitoefenen van een fouillering. Een buitengewoon opsporingsambtenaar kan een proces-verbaal op ambtseed of -belofte opmaken, dat bewijskracht heeft. Dit in tegenstelling tot een (schriftelijke) verklaring van een willekeurige burger.

Gewelds- en politiebevoegdheden[bewerken]

Een BOA heeft niet altijd de beschikking over geweldsbevoegdheden en/of geweldsmiddelen. Deze dienen naast de akte van opsporing te worden aangevraagd bij de Minister van Veiligheid en Justitie. De geweldsmiddelen worden in de regel alleen toegekend als de noodzaak daarvoor kan worden aangetoond. De Minister vraagt over het verstrekken van geweldsmiddelen advies van de lokale politiecommissaris en Hoofdofficier van Justitie.

De mogelijke bewapening van boa's verschilt per opsporingsdomein.

  • Domein 1 - Openbare Ruimte (BOA moet in dienst zijn van overheid, inhuur boa's kunnen enkel worden uitgerust met handboeien.)
    • Handboeien
    • Wapenstok
    • Pepperspray
  • Domein 2 - Milieu, Welzijn en Infrastructuur
    • Handboeien
    • Wapenstok
    • Pepperspray
    • Vuurwapen
    • Surveillancehond
  • Domein 3 - Onderwijs
    • Handboeien
  • Domein 4 - Openbaar Vervoer
    • Handboeien
    • Wapenstok
  • Domein 5 - Werk, Inkomen en Zorg
    • Handboeien
  • Domein 6 - Generieke Opsporing
    • Handboeien
    • Wapenstok
    • Pepperspray
    • Vuurwapen
    • Surveillancehond

Wettelijke regeling[bewerken]

In 1994 werd er een uniforme regeling voor buitengewone opsporingsambtenaren opgenomen in het Wetboek van Strafvordering, als artikel 142. Deze verving meerdere afzonderlijke regelingen. De bevoegdheid van algemene opsporingsambtenaren is geregeld in artikel 141. Het algemeen toezicht is ondergebracht bij het Ministerie van Justitie, Dienst Justis (Justitiële uitvoeringsdienst Toetsing, Integriteit & Screening).

Medewerkers van de parketpolitie vallen onder het korps regiopolitie met als rang politiesurveillant (parketwachter A) of -agent (parketwachter B). Beide typen ambtenaren zijn vuurwapendragend en -bevoegd en hebben een algemene opsporingsbevoegdheid met een beperkte taakstelling. Deze beperkte taakstelling betreft bewaking, transport, uitvoering van opgelegde straffen, en executietaken inzake verkeersovertredingen (wet Mulder).

Bekwaamheid en betrouwbaarheid[bewerken]

Elke buitengewoon opsporingsambtenaar moet voor de aanvraag van een akte van opsporingsbevoegdheid een examen afleggen met theorievragen over strafrecht, strafprocesrecht en staatsrecht en daarnaast moet de kandidaat een examen afleggen met theorievragen over het proces-verbaal. Een buitengewoon opsporingsambtenaar die in het openbaar vervoer werkzaam is, moet een proces-verbaal schrijven. Dit examen moet om de vijf jaar herhaald worden. Daarnaast kan er uiteraard een functie-specifieke opleiding vereist zijn. Buitengewoon opsporingsambtenaren worden voor hun benoeming gescreend, waarbij met name naar de eventuele aanwezigheid van een strafblad gekeken wordt. De betrouwbaarheid van de betrokken persoon is één van de vereisten voor de beëdiging (artikel 2 Besluit Buitengewoon Opsporingsambtenaar BBO). Op grond van de circulaire van het Ministerie van Justitie van 14 mei 2007 moet sindsdien ook bij de verlengingsaanvraag een verklaring omtrent het gedrag worden overgelegd. Naast deze verklaring wordt soms ook gebruikgemaakt van informatie afkomstig uit de registers van de justitiële documentatie en andere informatie van de politie. In het algemeen geldt de regel dat in de periode van vijf jaar voorafgaande aan de aanvraag de betrokken persoon niet strafrechtelijk mag zijn veroordeeld en hij mag ook geen transactie hebben betaald voor een feit, dat als een misdrijf strafbaar is gesteld.

Insigne en uniform[bewerken]

Het herkenningsteken van boa's is een zilverkleurig insigne dat een hand uitbeeldt die een staf/scepter omvat met daarachter een schild. Het insigne is in de loop van 2007 ingevoerd en vanaf 1 januari 2008 verplicht voor alle boa's die in uniform of bedrijfskleding zichtbaar werkzaam zijn in het publieke domein, met uitzondering van boa's bij douane, politie en de Koninklijke Marechaussee en enkele groepen die ontheffing van de draagplicht hebben, bijvoorbeeld omdat zij bij een opsporingsonderzoek juist niet als opsporingsambtenaar herkend mogen worden.

Het insigne dient om het voor de burger duidelijk te maken dat iemand bijzondere bevoegdheden heeft, zoals identiteitscontrole, boetes uitschrijven en aanhouden van verdachten. Door middel van dit insigne kunnen boa's worden onderscheiden van bijvoorbeeld politiemensen die algemeen opsporingsambtenaar zijn en van particuliere beveiligers.

Voor de Buitengewoon Opsporingsambtenaar werkzaam in het domein Openbare Ruimte is sinds 2015 een modeluniform vastgesteld door de Vereniging van Nederlandse Gemeenten. Dit is gedaan om de herkenbaarheid van de handhavers te vergroten. Daarvoor had iedere gemeente een eigen uniform. Dit zorgde bij de burger vaak voor verwarring. Gemeenten zijn niet verplicht het nieuwe uniform te gebruiken, echter volgen veel gemeenten de trend dit wel te doen.

Winkelboa[bewerken]

De gemeenten Roermond en Vlaardingen hebben een proef gedaan met gemeentelijke winkelboa's in het domein Openbare ruimte, die in geval van eenvoudige winkeldiefstal voor minder dan € 120 door een meerderjarige die alleen opereert en bij ontdekking rustig blijft extra bevoegdheden kregen, met de bedoeling de politie te ontlasten. De handelingen die winkelboa's kunnen verrichten zijn:

  • Het overnemen van de aangehouden verdachte van winkeldiefstal, door een winkelier of particuliere beveiliger.
  • Het opnemen van een aangifte.
  • Het horen van getuigen.
  • Het uitlezen van camerabeelden.
  • Het opmaken van een proces-verbaal.
  • Het fouilleren van de verdachte.
  • Het opnemen van afstandsverklaring gestolen goed.
  • Het vervoeren naar een politiebureau.
  • Het overdragen van verdachte aan de politie.

De politie moest echter bij zaken die door de winkelboa zijn afgehandeld bij dusdanig veel handelingen assisteren (insluiten van verdachten, voorgeleiden, Progis-zuil[5], overleggen met ZSM, invoer in BVH) dat er geen sprake is geweest van een taakverlichting, maar eerder van een taakverzwaring.[6] De pilot zal dan ook geen vervolg krijgen.[3]

Externe links[bewerken]