Strafblad

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Een strafblad is een registratie van misdrijven en bepaalde overtredingen.[1]

Nederland[bewerken | brontekst bewerken]

Justitieel register[bewerken | brontekst bewerken]

In Nederland bepaalt de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens welke gegevens over iemand in het register worden opgenomen en hoelang die bewaard worden. Dit register wordt het Justitieel Documentatie Register genoemd.

Informatie over wanneer/hoe deze gegevens naar boven kunnen komen zijn terug te vinden in het Besluit Justitiële gegevens en de Wet Justitiële en Strafvorderlijke gegevens. De gegevens worden beheerd door de Justitiële Informatiedienst (JustID) te Almelo; vaak worden informatieverzoeken hieromtrent via de Dienst Justis (Justitiële uitvoeringsdienst Toetsing, Integriteit en Screening) afgehandeld.

Een strafblad wordt aangemaakt na strafrechtelijke veroordeling voor een overtreding of een misdrijf. De tijd dat het strafblad blijft bestaan voor overtredingen is 5 jaar of 10 jaar als er ook sprake is van een taakstraf of vrijheidsstraf. Voor misdrijven geldt een termijn van 20 jaar (of 12 jaar na overlijden) bij een onherroepelijke gevangenisstraf van minder dan zes jaar of 30 jaar (of 20 jaar na overlijden) bij een gevangenisstraf van zes jaar of meer. Deze termijn gaat in na onherroepelijke afdoening van de strafzaak. De termijn voor misdrijven kan onder sommige omstandigheden verlengd worden:

▪︎ De bewaartermijn van 20 en 30 jaar wordt verlengd als er een nieuwe einduitspraak volgt voor een ander strafbaar feit. Concreet betekent dit dat als er meerdere misdrijven staan geregistreerd, alle geregistreerde misdrijven pas worden verwijderd zodra de bewaartermijn, die het verst in de toekomst ligt, is verstreken. Dat heet verlenging of cumulatie.

▪︎ Bij een gevangenisstraf van meer dan 20 jaar of een terbeschikkingstelling die meer dan 20 jaar duurt is de termijn 50 jaar (of 20 jaar na overlijden).

Een andere uitzondering zijn zedendelicten (art 240b t/m 250 Sr). Deze gegevens blijven 80 jaar bewaard. Dit geldt ook voor een levenslange gevangenisstraf of een terbeschikkingstelling die meer dan 40 jaar duurt.

Indien een veroordeling plaats heeft gevonden conform het jeugdstrafrecht, ofwel overeenkomstig Art. 77g t/m 77gg Sr, gelden ook een aantal uitzonderingen. Indien de delicten gepleegd zijn terwijl betrokkene 16 jaar of ouder was, gelden dezelfde gegevens als voor volwassenen. Was betrokkene 15 jaar of jonger, dan dient een aantal andere criteria gehanteerd te worden. Dat het strafblad gewist wordt bij het bereiken van de 18-jarige leeftijd is dus een misverstand.

De aanwezigheid van een strafblad kan betekenen dat men bijvoorbeeld geen visum, verblijfsvergunning of wapenvergunning krijgt (bijvoorbeeld als sportschutter), althans, niet binnen een bepaalde periode (gewoonlijk acht jaar, vier jaar voor jeugdstrafrecht). Ook kan het hebben van een strafblad gevolgen hebben voor de uitoefening van bepaalde beroepen als rechter, notaris, officier van justitie, advocaat, docent, deurwaarder, beëdigd vertaler, politieagent, militair en werken in overheidsdienst.

Vaak zullen er voor dergelijke verzoeken aanvragen gedaan moeten worden, die in verschillende mate van 'diepgaand onderzoek' uitgevoerd zijn. Iemand die solliciteert als politieagent zal van onbesproken gedrag moeten zijn. Gaat het om de aanvraag van een visum dan wordt vaak na de gewoonlijke periode (8 jaar volwassenen, 4 jaar jeugd) geen melding meer gegeven.

Boetes[bewerken | brontekst bewerken]

Verkeersovertredingen die onder de Wet Mulder vallen worden niet geregistreerd in het Justitieel Documentatie Systeem en staan dus niet op het strafblad. Dit zijn boetes van het Centraal Justitieel Incassobureau (CJIB) voor bijvoorbeeld te hard rijden en zijn herkenbaar aan de letter 'M' die rechtsboven op de boete staat. Bij een strafbeschikking boven € 100 wordt de overtreder opgenomen in het documentatieregister.

Verklaring omtrent het gedrag[bewerken | brontekst bewerken]

Een strafblad kan gevolgen hebben voor de verklaring omtrent het gedrag (VOG) ook wel verklaring (of bewijs) van goed gedrag genoemd. Iedere werkgever kan voor aanvang van een nieuwe baan naar een dergelijke verklaring vragen. Het is een verklaring waaruit blijkt dat het gedrag van de sollicitant geen bezwaar oplevert voor de nieuwe baan. Rijden onder invloed is voor een onderwijzer niet relevant, maar voor een taxichauffeur wel. Ook als de sollicitant gaat werken met vertrouwelijke gegevens of geld kan zijn nieuwe werkgever om een VOG vragen.[2]

In artikel 35 van de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens staat beschreven in welke gevallen de Minister (een VOG wordt immers uit naam van de Minister afgegeven) een VOG kan weigeren: "Onze Minister weigert de afgifte van een verklaring omtrent het gedrag, indien in de justitiële documentatie met betrekking tot de aanvrager een strafbaar feit is vermeld, dat, indien herhaald, gelet op het risico voor de samenleving en de overige omstandigheden van het geval, aan een behoorlijke uitoefening van de taak of de bezigheden waarvoor de verklaring omtrent het gedrag wordt gevraagd, in de weg zal staan."

Kort gezegd houdt dit dus in dat een VOG geweigerd kan worden indien de recidive van het strafbare feit: A. een risico voor de maatschappij oplevert (denk aan moord, doodslag, verkrachting, e.d.) en/of B. het strafbare feit direct te maken heeft met het doel waarvoor de VOG wordt aangevraagd (denk aan de veroordeelde pedoseksuele delinquent die kleuterleider wil worden).

Een verklaring van geen bezwaar (VGB) is een diepgaander onderzoek.

Politieregister[bewerken | brontekst bewerken]

De politie slaat meldingen op in regionale of landelijke registers. Eén daarvan is het landelijke Herkenningsdienstsysteem. In het systeem BVH (Basis Voorziening Handhaving) legt de politie op lokaal of regionaal niveau de contacten tussen burger en politie vast.

Inzagerecht[bewerken | brontekst bewerken]

Op basis van de privacywetgeving zijn burgers gerechtigd om de gegevens die over hen persoonlijk zijn opgenomen in registers in te zien. Hiervoor moet in de regel wel een schriftelijk verzoek worden ingediend, er kunnen leges worden gevraagd voor de onkosten. Op deze wijze kan iemand bijvoorbeeld controleren of na verloop van een aantal jaren veroordelingen uit het verleden uit het register gewist worden. Strafvorderlijke gegevens van anderen kunnen niet door burgers worden geraadpleegd.

Europees register[bewerken | brontekst bewerken]

Ten behoeve van de bestrijding van de internationale misdaad en terrorisme besprak de Europese Commissie in juli 2004 de mogelijkheid van een Europees strafregister. De aanleiding voor deze plannen was het onderzoek naar de Franse seriemoordenaar Michel Fourniret. Fourniret kwam in 1987 in Frankrijk vrij na zes jaar gevangenisstraf te hebben uitgezeten wegens kindermisbruik. Hij vertrok naar België, waar de overheid niets wist over het criminele verleden van de voormalige boswachter. Dit voorstel om alle justitiële registers binnen de EU samen te voegen tot een systeem is in 2009 definitief afgewezen, onder meer op basis van het gebrek aan praktische haalbaarheid als gevolg van het feit dat wetgeving afwijkt per lidstaat. Justitiële autoriteiten kunnen wel gegevens over verdachten opvragen bij de autoriteiten van een ander land, maar ze kunnen niet zelf de registers van een ander land onbeperkt inzien.

Na de bomaanslagen in Madrid op 11 maart 2004 werd er geopperd door de Europese ministers van Justitie en Binnenlandse Zaken dat er in principe een Europees strafregister moet komen. In 2005 is dat voorstel formeel afgewezen, wel is er toen besloten dat in het geval van een veroordeling in het buitenland, het geboorteland van de dader geïnformeerd zou worden via het zgn. Network of Judicial Registers (NJR).[3] België, Duitsland, Frankrijk en Spanje sloten op 4 april 2005 een overeenkomst om te komen tot een elektronische uitwisseling van strafbladen en andere documentatie over criminaliteit. In 2007 sloot Nederland zich daar bij aan.

In 2012 is ECRIS geïmplementeerd, waarbij de strafrechtelijke gegevens elektronisch tussen de EU-lidstaten worden uitgewisseld door de nationale registers van EU-landen aan elkaar te koppelen. In dit concept blijft het uitgangspunt dat een lidstaat beschikt over het volledige strafrechtelijke beeld van hun onderdanen, dus van veroordelingen van personen met de eigen nationaliteit. Het is dus niet mogelijk om via ECRIS informatie op te vragen van niet-onderdanen, zonder relevant rechtshulpverzoek.[4]

Tijdschriften[bewerken | brontekst bewerken]

Er bestaan diverse tijdschriften en verenigingsbladen op het gebied van het strafrecht met de titel Strafblad.[5]

Externe links[bewerken | brontekst bewerken]