Opiumwet

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Opiumwet
Citeertitel Opiumwet
Titel Wet van 12 mei 1928, tot vaststelling van bepalingen betreffende het opium en andere verdoovende middelen
Afkorting Opw
Soort regeling Wet in formele zin
Toepassingsgebied Vlag van Nederland Nederland
Rechtsgebied Strafrecht
Status In werking
Goedkeuring en inwerkingtreding
Ondertekend op 12 mei 1928
Gepubliceerd in Stb. 1928, 167
In werking getreden op 1 oktober 1928
Geschiedenis
Opvolger van Opiumwet 1919
Wijzigingen Externe lijst
Lees online
Opiumwet
Portaal  Portaalicoon   Mens en Maatschappij

De Opiumwet (Opw) is een Nederlandse wet uit 1928, die een eerdere Opiumwet uit 1919 verving, en die sindsdien vele malen is gewijzigd. In deze wet wordt sinds 1976 onderscheid gemaakt in harddrugs (lijst I, artikel 2 en 10) en softdrugs (lijst II, artikel 3 en 11).

In beide gevallen is het in beginsel verboden om middelen die op de lijst staan:

  • A. binnen of buiten het grondgebied van Nederland te brengen (smokkelen);
  • B. te telen, te bereiden, te verwerken, te verkopen, af te leveren, te verstrekken of te vervoeren;
  • C. aanwezig te hebben (het bezit);
  • D. te vervaardigen.

In bepaalde gevallen is er ontheffing mogelijk, bijvoorbeeld voor medicinaal gebruik. Op grond van een uitzondering in de Opiumwet mogen apotheken bepaalde stoffen (grondstoffen en bereidingen) in bezit hebben, zij worden echter verplicht deze stoffen correct op te bergen (in een speciale, afsluitbare ruimte) en een zeer nauwkeurige administratie bij te houden. In de praktijk worden verder coffeeshops in bepaalde gevallen gedoogd, maar dit staat niet in de wet. Het in de handel brengen van producten die onder de Opiumwet vallen is dus strafbaar. Het gedoogbeleid wordt geregeld in de instructie van het Openbaar Ministerie, de zogeheten 'Richtlijnen voor het opsporings- en strafvorderingsbeleid inzake strafbare feiten van de Opiumwet'. De Opiumwet zelf is met slechts 15 artikelen tamelijk beknopt.

De hoogste straf op een delict uit de Opiumwet is twaalf jaar gevangenisstraf, voor drugssmokkel.

De lijsten kunnen bij Algemene Maatregel van Bestuur worden gewijzigd, na voorlegging aan de beide Kamers. Elk van de Kamers kan bepalen dat de wijziging geregeld dient te worden bij wet.

Er zijn in Nederland ook een Opiumwetbesluit en een Uitvoeringsregeling Opiumwet van kracht, die praktische zaken regelen middels een ministeriële regeling.

Legalisatie gebruik[bewerken]

De Opiumwet verbiedt productie, bezit en verkoop van harddrugs. Wat niet in de Opiumwet staat is het gebruik van harddrugs. Gemeentes kunnen het gebruik zelf verbieden door het op te nemen in de Algemene Plaatselijke Verordening (APV). Legalisatie van gebruik is derhalve te realiseren door het verbod uit de APV te schrappen[1][2] (voor zover het mogelijk is ze te gebruiken zonder ze op dat moment of direct daarvóór te bezitten). Op deze wijze wordt het gebruik zelf niet langer gecriminaliseerd.

Zie ook[bewerken]

Externe links[bewerken]