Driehoek (overheid)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

De driehoek van een bepaald gebied is het overlegorgaan tussen de vertegenwoordigers van politie, Openbaar Ministerie en lokale overheid in Nederland. Afhankelijk van het gebied waar de driehoek betrekking op heeft, spreekt men van lokale of plaatselijke driehoek, regionale driehoek, of bijvoorbeeld simpelweg van "de Haagse driehoek".

Een lokale driehoek bestaat bijvoorbeeld uit:

Dit overlegorgaan heet 'driehoek', omdat het altijd bestaat uit drie personen die ieder een andere instantie vertegenwoordigen.

Soorten driehoek[bewerken]

Er bestaat driehoeksoverleg op vele niveaus.

Regionale driehoek[bewerken]

Sinds de reorganisatie van de Nederlandse politie in 1994 hebben gemeenten geen gemeentepolitie meer. Er zijn 25 regiokorpsen en een korps landelijke politiediensten. Een politieregio omvat dus meerdere gemeenten. De burgemeester van één van die gemeenten treedt namens alle gemeenten in de regio op als korpsbeheerder. Samen met de korpschef van die regio en de betreffende hoofdofficier van justitie vormt hij de regionale driehoek.

Lokale driehoek[bewerken]

Daarnaast kunnen gemeenten een lokale driehoek hebben. In grote steden met stadsdeelraden vindt wel een 'mini-driehoek' plaats. Daarin voeren de wijkteamchef van de politie, een officier van justitie, en de stadsdeelvoorzitter overleg.

Landelijke driehoek[bewerken]

In 2002 hebben de ministers De Vries en Korthals voorgesteld om één instantie de bevoegdheid te geven te beslissen over de inzet van de landelijke capaciteit. Die instantie werd de landelijke driehoek genoemd.

Voor de politietaak in de krijgsmacht vindt er ook een soort driehoeksoverleg plaats tussen de commandant, plaatselijk hoofd van de Koninklijke Marechaussee, en de officier van justitie voor militaire zaken.

Voor het Korps landelijke politiediensten geldt overigens een soortgelijke beheersconstructie: de rol van korpsbeheerder wordt dan door de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, of namens hem door de gemandateerd korpsbeheerder, de Directeur Generaal Openbare Orde en Veiligheid van hetzelfde Ministerie. De hoofdofficier is dan de hoofdofficier van justitie van het landelijk parket van het Openbaar Ministerie.

Wettelijke basis[bewerken]

Het driehoeksoverleg is gebaseerd op de volgende artikelen uit de Politiewet uit 2012.

Artikel 13 
De burgemeester en de officier van justitie overleggen regelmatig tezamen met het hoofd van het territoriale onderdeel van het regionale politiekorps, binnen welks grondgebied de gemeente geheel of ten dele valt, en, zo nodig, met de korpschef, over de taakuitvoering van de politie.
Artikel 41 
De regioburgemeester en de hoofdofficier van justitie overleggen regelmatig met de politiechef van een regionale eenheid.

Daarnaast is voorgeschreven dat de commissaris van de Koning en het College van procureurs-generaal regelmatig met elkaar overleg plegen over de taakuitoefening van de politie en de Koninklijke Marechaussee (Artikel 20).

Het overleg[bewerken]

De reden voor het driehoeksoverleg is, dat het openbaar ministerie verantwoordelijk is voor de handhaving van de wet en het vervolgen van wetsovertreders en de burgemeester voor de openbare orde en veiligheid. Beiden hebben ze de politie nodig. Bovendien hebben ze alle drie elkaar nodig, omdat ze verschillende bevoegdheden hebben.

  • De burgemeester is niet alleen bevoegd om noodmaatregelen te nemen in geval van verstoring van de openbare orde, maar vertegenwoordigt ook de gemeente die verordeningen kan uitvaardigen, vergunningen verleent, en bijvoorbeeld kan bepalen tot hoe laat de cafés open mogen zijn.
  • De politie is als enige bevoegd om zo nodig geweld te gebruiken. Bijvoorbeeld een straat schoon te vegen met een peloton ME.
  • De officieren van justitie zijn als enige bevoegd om iemand te laten bestraffen voor een overtreding.

De onderwerpen die gewoonlijk in het driehoeksoverleg aan de orde komen zijn: