Stadswacht

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Stadswachten in Amsterdam wekken een man die op een bankje in slaap is gevallen
Dienstauto van de Stadswacht in Hengelo

Een stadswacht is in Nederland en België een gemeentelijk toezichthouder. Enkele gangbare namen zijn toezichthouder of handhaver, in België ook gemeenschapswacht of gemachtigd opzichter. De taken en bevoegdheden van stadswachten verschillen per gemeente.

Organisatorisch kunnen stadswachten deel uitmaken van de gemeente of in dienst zijn van een daartoe opgerichte stichting. Zij werken samen met de politie. Zij hebben in het algemeen een bij hun functie passende opleiding gevolgd. Stadswachten vindt men in de meeste grote en middelgrote gemeenten, en in een deel van de overige gemeenten. Handhavers hebben veelal de bevoegdheid van buitengewoon opsporingsambtenar. Zij zijn opgeleid voor handhaving van de regels in het openbaar gebied mbt verkeersregels, milieudelicten en parkeerovertredingen.

Geschiedenis[bewerken]

De eerste stadswachten werden aangesteld in de tweede helft van de jaren 1980. Dit gebeurde als werkgelegenheidsproject, dus om mensen werk te bieden, eerst met behoud van uitkering en later als zogenoemde melkertbanen (Nederland) of als PWA-er (Belgie). Bezuinigingen bij de rijksoverheid hebben later geleid tot verwatering hiervan. Daarnaast bestonden er in Nederland bij de voormalige Gemeente- en Rijkspolitie de zogenaamde onbezoldigde ambtenaren van politie. Deze hoedanigheid werd, bij het integreren van beide politiekorpsen in de regiopolitie, vanaf 1993 vastgelegd in het Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar. De taken van de onbezoldigde ambtenaren van politie gingen veelal over naar de gemeenten.

Taken[bewerken]

In enkele grotere Nederlandse gemeenten zijn diversen handhavende diensten zoals parkeerpolitie, milieupolitie en stadswacht samengevoegd in een dienst handhaving.

De taken van de stadswacht zijn preventief, dienstverlenend en corrigerend. Zij worden voor het overgrote deel uitgevoerd op straat.

  • Surveillance en toezicht houden op de openbare orde/leefbaarheid, bijdragen aan de veiligheid en netheid, bijvoorbeeld met betrekking tot agressie op straat, hondenpoep, wildplassen en graffiti
  • handhaving van en toezicht op betaald parkeren, en opmaken processen verbaal ten behoeve van parkeerboetes
  • uitschrijven processen verbaal voor overtredingen van de Algemene Plaatselijke Verordening
  • signaleren van ongewenste situaties en gemeentelijke diensten daarvan in kennis stellen, bijvoorbeeld met betrekking tot de groenvoorzieningen, openbare verlichting en vervuiling
  • dienstverlening aan burgers en toeristen, zoals de weg wijzen, bemiddelen bij conflicten op straat of verdwaalde kinderen helpen
  • toezicht en bewaking bijvoorbeeld in gemeentehuizen, parken, stranden, treinen, stations en bij evenementen.

In Nederland heeft de stadswacht steeds meer een politietaak gekregen, vooral in de grote steden. Mede door centralisatie van de politie als gevolg van de komst van de nationale politie verandert in grotere gemeenten de toezichttaak steeds meer in een semipolitiedienst. De criteria waaraan stadswachten moeten voldoen worden daardoor zwaarder. In de toekomst zal een diploma "Handhaver toezicht & veiligheid" (HTV mbo 3) verplicht worden gesteld voor elke toezichthouder met een bevoegdheid als buitengewoon opsporingsambtenaar (boa).

Bevoegdheden[bewerken]

Een stadswacht heeft in elk geval de bevoegdheden die elke burger heeft, zoals aanhouding bij het op heterdaad betrappen op een misdrijf, het inschakelen van de politie en het aanspreken van mensen op hun gedrag. In Vlaanderen heeft een stadswacht geen extra bevoegdheid: hij/zij zal dus bij vaststelling van misdrijf of overtreding vooral een communicatieve opdracht hebben naar burgers en politiediensten. In Nederland zijn veel stadswachten buitengewoon opsporingsambtenaar, wat onder andere inhoudt dat zij bevoegd zijn tot het uitschrijven van processen-verbaal en het vorderen van inzage identiteitsbewijs, en gerechtigd zijn tot gebruik van geweld en het dragen van geweldsmiddelen zoals handboeien en wapenstok en pepperspray.

Uitrusting[bewerken]

Stadswachten zijn gekleed in een uniform dat per gemeente verschilt. In februari 2014 is het besluit genomen om voor handhavers een universeel uniform te ontwerpen. Gemeente mogen zelf bepalen of zij hun opsporingsambtenaren gaan voorzien van dit uniform. In veel gemeenten hebben de beambten niet meer de aanduiding Stadswacht op het uniform maar Handhaving op de mouw, schouder en rug. Dat past bij de omschakeling naar meer repressief optreden. In Nederland kunnen de gemeentelijke handhavers beschikken over middelen als handboeien, wapenstok, pepperspray of zelfs vuurwapen, als de noodzaak voor het dragen van deze middelen is aangetoond door de burgemeester.

Geweldsmiddelen Nederland[bewerken]

In een aantal Nederlandse gemeenten zijn boa's in bepaalde werkdomeinen bevoegd tot het gebruik van geweld en optioneel uitgerust met handboeien en/of andere geweldsmiddelen. Dit is vastgelegd in een wettelijke vastgesteld protocol. De Regeling Toetsing Geweldbeheersing Buitengewoon Opsporingsambtenaar (RTGB). De Boa welke over deze bevoegdheid beschikt dient elk jaar examen hierin te doen om de bevoegdheid te behouden. De training die de boa in het geweldsniveau volgt is gelijk aan dat onderdeel als die van de politie. De examinering vindt plaats door examinatoren van de Nederlandse Politieacademie. Indien een Boa niet slaagt voor het RTGB examen en zijn bevoegdheid is verlopen dan dient hij zijn geweldsmiddelen bij zijn leidinggevende in te leveren.

Om over geweldsmiddelen te beschikken zoals wapenstok en pepperspray dient een boa in bezoldigde gemeente dienst te zijn, dat wil zeggen voor honderd procent in dienst bij de gemeente en een ambtelijke status. Een ingehuurde boa (onbezoldigd) kan maximaal over alleen handboeien beschikken.

De minister van Veiligheid en Justitie overweegt de invoering van een uitschuifbare wapenstok voor bepaalde boa's. Indien deze wordt ingevoerd dan vervalt de uitrusting met de korte wapenstok.[bron?]

Naast de gemeenten zijn er diversen openbaar vervoer bedijven waar boa's over handboeien beschikken, dit zijn onder ander het Amsterdamse GVB, het Rotterdamse RET, De Nederlandse spoorwegen en Connexion.

Geweldsbevoegdheid RTGB in niveau[bewerken]

De geweldsniveau's waarover een Boa optioneel kan beschikken.

  1. Niveau 1: Bevoegd tot het gebruik van geweld.
  2. Niveau 2: Bevoegd tot het gebruik van geweld en veiligheidsfouillering.
  3. Niveau 3: Bevoegd tot het gebruik van geweld,veiligheidsfouillering en handboeien.
  4. Niveau 4: Bevoegd tot het gebruik van geweld,veiligheidsfouillering, handboeien en wapenstok
  5. Niveau 5: Bevoegd tot het gebruik van geweld,veiligheidsfouillering, handboeien, wapenstok en pepperspray.
  6. Niveau 6: Bevoegd tot het gebruik van geweld,veiligheidsfouillering, handboeien, wapenstok,pepperspray en vuurwapen.

Ook kan in domeinen 2 (Milieu, welzijn en infrastructuur) en 6 (Generieke opsporing) een gecertificeerde politiehond worden toegewezen welke als geweldmiddel mag worden ingezet, echter wordt dit niet binnen de RTGB opleiding getraind maar in een afzonderlijke cursus voor hondengeleiders.

Domeinen[bewerken]

Domeinen volgens de Beleidsregeling Boa:

  1. Openbare Ruimte
  2. Milieu, welzijn en infrastructuur
  3. Onderwijs
  4. Openbaar vervoer
  5. Werk, Inkomen en Zorg
  6. Generieke Opsporing

Bronnen[bewerken]

Noot[bewerken]