BMW

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Icoontje doorverwijspagina Zie BMW (doorverwijspagina) voor andere betekenissen van BMW.
Bayerische Motoren Werke AG
BMW
Beurs Deutsche Börse: BMW
Oprichting 1913
Oprichter(s) Karl Friedrich Rapp
Sleutelfiguren Harald Krüger (CEO)
Hoofdkantoor Vlag van Duitsland München
Werknemers 130.000 (2017)
Producten personenwagens
motoren
Omzet 98,7 miljard[1] (2017)
Winst € 8,7 miljard[1] (2017)
Marktkapitalisatie € 56 miljard (31 dec. 2017)
Website (en) BMW Group.com
Portaal  Portaalicoon   Economie
BMW 132 vliegtuigmotor

Bayerische Motoren Werke, kortweg BMW, (Nederlands: Beierse Motorfabrieken) is een Duitse onderneming die auto's en motorfietsen produceert. De onderneming is gevestigd in München.

Activiteiten[bewerken]

BMW is ook het moederbedrijf van Rolls-Royce Motor Cars, en produceert eveneens automobielen onder de naam Mini. In 2014 produceerde BMW voor het eerst in de bedrijfsgeschiedenis meer dan 2 miljoen voertuigen. In 2017 werden 2,5 miljoen voertuigen verkocht, waarvan 2,1 miljoen BMW's, 370.000 Mini's en 2262 luxewagens van Rolls-Royce.[1] Hiervan waren 104.000 elektrische auto's van de typen BMWi, BMW iPerformance en MINI Electric vehicles (2016: 62.000 voertuigen). BMW verkoopt zijn motorfietsen onder de merknaam BMW Motorrad. In 2017 werkten bijna 130.000 mensen voor het bedrijf.

In 2017 was de Volksrepubliek China de belangrijkste afzetmarkt, hier werd een kwart van de autoverkopen gerealiseerd. Duitsland stond op de derde plaats na de Verenigde Staten.[1] Deze drie landen namen de helft van alle voertuigverkopen voor hun rekening.

De meeste voertuigen werden in Duitse fabrieken gefabriceerd. In het Amerikaanse Spartanburg liepen 370.000 voertuigen van de lopende band, de Chinese joint venture leverde 400.000 voertuigen en VDL Nedcar in Born produceerde zo'n 170.000 MINI's.[1]

Resultaten[bewerken]

BMW produceerde in 2014 voor het eerst meer dan twee miljoen voertuigen. Het BMW merk heeft veruit het grootste aandeel, van de Mini werden er ruim 300.000 geproduceerd en de productie van Rolls-Royce voertuigen is niet meer dan enkele duizenden. Het aandeel van de motorenverkoop in de totale omzet is bescheiden en was in 2017 iets meer 2 miljard euro of minder dan 3% van het totaal. Van de totale omzet werd in 2014 iets minder dan de helft gerealiseerd in Europa, zo'n 20% in Noord-Amerika en 30% in Azië.

bedragen luiden in miljoenen
Jaar[2] Autoverkopen
(x 1000)
Motoren-
verkopen
(x 1000)
Aantal
werknemers
(x 1000)
Omzet Nettoresultaat
2005 1328 97 106 €46.656 €2239
2010 1461 98 95 €60.477 €3243
2011 1669 104 100 €68.821 €4907
2012 1845 106 106 €76.848 €5111
2013 1964 115 110 €76.059 €5329
2014 2118 123 116 €80.401 €5817
2015 2247 137 122 €92.175 €6396
2016 2360 145 125 €94.163 €6910
2017 2464 164 130 €98.678 €8706

Vestigingen[bewerken]

De hoofdvestiging van Bayerische Motoren Werke in München is de BMW Viercilinder, een gebouw dat qua vorm zijn naam eer aan doet. Het gebouw is door de Oostenrijkse architect Karl Schwanzer ontworpen. Een ander gebouw in de stad, eveneens van de hand van Schwanzer, is het BMW Museum. Beide gebouwen werden opgeleverd voor het begin van de Olympische Zomerspelen 1972.

Een nieuwe vestiging in München voor het concern is BMW Welt, een complex dat werd ontwikkeld door het architectenconcern Coop Himmelb(l)au. BMW heeft met dit gebouw voor ogen de dialoog met de klant te versterken en een belevingservaring op te wekken wanneer ze hun nieuwe voertuig afhalen. In het gebouw wordt ook voorzien in gastronomische verzorging, informatiedienstverlening en winkels met BMW-onderdelen.

In 1994 opende BMW in de Amerikaanse staat South Carolina zijn eerste assemblagefabriek op het Amerikaanse continent: BMW Manufacturing Co. Spartanburg. Begin 2014 gaf BMW aan de fabriek sterk uit te breiden. Met een investering van 1 miljard dollar gespreid over twee jaren wordt de capaciteit met 50% uitgebreid. In 2016 kan BMW er 450.000 voertuigen per jaar maken en werken er zo'n 8800 medewerkers.[3] In Mexico bouwt BMW een fabriek in San Luis Potosi.[4] Deze fabriek gaat in 2019 open en krijgt ongeveer 1500 medewerkers.

Sinds 2003 heeft BMW een joint venture met Brilliance in de Volksrepubliek China. BMW Brilliance Automotive is verantwoordelijk voor de productie en verkoop van voertuigen in het land. Er zijn diverse fabrieken in Shenyang, waaronder een complete automotorenfabriek geopend in 2016, en de joint venture telt zo'n 17.000 medewerkers.[5]

Aandeelhouders[bewerken]

BMW is een familiaal, doch beursgenoteerd bedrijf, waarvan het aandelenkapitaal verdeeld is over twee klassen van aandelen:

  • gewone aandelen (common stock): 656.494.740 stuks (eind 2014), van elk 1 euro nominale waarde; deze maken ongeveer 91,7 % van het totale aandelenkapitaal uit, en
  • bevoorrechte aandelen (preferred stock): 54.499.544 stuks (eind 2014), met eveneens een nominale waarde van 1 euro, maar hebben geen stemrecht; ze maken ongeveer 8,3 % uit van het totale aandelenkapitaal.

De familie Quandt heeft nog steeds het grootste deel van de aandelen in handen: eind 2014 bezaten Johanna Quandt (16,87% van het totale aandelenkapitaal, waarvan 0,4% direct en 16,4% indirect via haar vennootschap Johanna Quandt GmbH & Co. KG für Automobilwerte) en haar 2 kinderen Stefan Quandt (17,4% van de aandelen, indirect via zijn vennootschap AQTON SE) en Susanne Klatten (naam van haar echtgenoot; 12,6%, indirect via haar vennootschap Susanne Klatten Beteiligungs GmbH) als belangrijkste aandeelhouders samen 46,8% van alle aandelen.[6] Deze drie personen zetelen ook als bestuurders in de Raad van Bestuur van BMW. De vrij verhandelbare aandelen bedraagt ongeveer 53%.

De 16,4% van de aandelen die indirect in het bezit waren van Johanna Quandt, heeft zij wel de bijhorende stemrechten behouden, maar de naakte eigendom via schenking doorgegeven aan haar twee kinderen. In 2011 werd het zeggenschap over de commanditaire vennootschap verdeeld in 3 stukken: 1% bleef in handen van Johanna en beide kinderen kregen elk 49,5% van de aandelen in handen via hun respectievelijke vennootschappen, AQTON SE van Stefan en de Susanne Klatten Beteiligungs GmbH van Susanne.[7] Johanna Quandt stierf op 3 augustus 2015 op 89-jarige leeftijd in haar huis te Bad Homburg vor der Höhe.

Geschiedenis[bewerken]

Oprichting door Karl Rapp en Gustav Otto[bewerken]

De geschiedenis begint op 15 februari 1912 bij de oprichting door de Duitse ingenieur in mechanica en luchtvaartpionier Karl Friedrich Rapp van zijn vliegtuigmotorfabriek met de naam Rapp Motorenwerke GmbH, voor het bouwen en commercialiseren van motoren voor ééndekkers- en tweedekkers-vliegtuigen. Als locatie werd het Milbertshofendistrict in de Beierse stad München gekozen. Het bedrijf groeit snel en telt al 370 medewerkers in 1915.

In 1916 verkoopt Karl Rapp zijn bedrijf aan Gustav Otto, die het fusioneert met zijn in 1912 opgerichte bedrijf "Aerowerke Gustav Otto" (A.G.O.). Het nieuwe bedrijf krijgt de naam Bayerische Flugzeug Werke. BMW beschouwt de oprichtingsdatum van zijn juridische voorganger Bayerische Flugzeug Werke (7 maart 1916) als zijn echte oprichtingsdatum en op 7 maart 2016 werd de 100-ste verjaardag van het concern gevierd.

Eerste Wereldoorlog[bewerken]

In 1916 verkreeg het bedrijf een contract om V12 motoren te bouwen voor Oostenrijk-Hongarije. Rapp zocht extra kapitaal en vond dat bij Camillo Castiglioni en Max Friz. Een te snelle uitbreiding zorgde voor problemen, waarna Rapp het bedrijf verliet. De leiding van het bedrijf werd overgenomen door Franz Josef Popp, en het bedrijf werd omgedoopt tot Bayerische Motoren Werke GmbH. In 1918 werd de rechtsvorm van het bedrijf veranderd van een GmbH in een AG (Aktiengesellschaft): "Bayerische Motoren Werke AG".

Na de Eerste Wereldoorlog werd de fabriek eerst een tijdje gesloten, omdat het Duitse bedrijf door de bepalingen van het Verdrag van Versailles verboden werd om nog (militaire) vliegtuigmotoren te produceren. Na heropening ging de fabriek voornamelijk remmen voor spoorwegwagens produceren, onder de naam Süddeutsche Bremsen-AG ("Südbremse"). Na verkoop van het bedrijf aan Knorr-Bremse koopt voormalig meerderheidsaandeelhouder Camillo Castiglioni in 1922 de naam BMW terug en verkoopt deze aan de Bayerische Flugzeug Werke. Onder de nieuwe naam BMW produceerde de voormalige BFW motors voor verscheidene producten, later ook voor motorfietsen en personenwagens. In 1923 begon Bayerische Motoren Werke (BMW) met de productie van de eerste motorfiets, de BMW R32. In 1928 nam BMW de voertuigfabriek Eisenach A.G. over, waar men de kleine Dixi bouwde. Dit was voor Bayerische Motoren Werke de start als autofabrikant. In maart 1929 produceerde BMW de eerste auto: de BMW 3/15 (de 15 verwees naar het aantal pk), een afgeleide van de Austin Seven.

BMW's eerste echte eigen auto's werden vanaf 1933 geproduceerd. Dit waren meer geavanceerde 6-cilinder sportwagens en sedans. Vooral de 327 sedan en 328 roadster, snelle 2-liter wagens, waren zeer geavanceerd voor hun tijd. Onder meer dankzij deze modellen kreeg BMW een naam als bouwer van sportieve auto's.

Tweede Wereldoorlog[bewerken]

Tijdens de Tweede Wereldoorlog leverde het motoren aan de Luftwaffe en motorfietsen en andere voertuigen aan de Wehrmacht. Een van de motortypen was de 801, een van de krachtigste motoren in die tijd. Een type zijspancombinatie werd Wehrmachtsgespann genoemd. Tot 1945 werden er in totaal meer dan 30.000 geproduceerd. De vestiging in München maakte voor de fabricage ervan ruim gebruik van dwangarbeiders: buitenlandse burgers, krijgsgevangenen en gevangenen uit het concentratiekamp Dachau.[8] De BMW-fabriek in Eisenach heeft ook onderzoek gedaan naar straalmotoren, en heeft op raketten gebaseerde wapens geproduceerd.

De fabrieken werden tegen het einde van de oorlog zwaar gebombardeerd. De fabriek in München werd voor het grootste deel verwoest. De fabrieken in oostelijk Duitsland (Eisenach, Dürrerhof, Basdorf en Zühlsdorf) werden door de Sovjet-Unie in beslag genomen. De Sovjets gingen de BMW ontwerpen nabouwen, maar het betrof feitelijk alleen auto's en de eencilinder BMW R35. Daarom zijn de merken IMZ Ural en KMZ Dnepr geen kopieën van het in Eisenach geproduceerde Wehrmachtsgespann. De Sovjet-boxermachines waren nagemaakte BMW R71 zijspancombinaties, die al in 1939 via Zweedse tussenpersonen waren aangekocht. Rusland produceert het type onder de naam IMZ Ural; Oekraïne onder de naam KMZ Dnepr; en Kazachstan onder de naam Kozak.

1945-2000[bewerken]

BMW Isetta
Medewerker in de BMW-fabriek in 1968, werkend aan een 1600-model

Na de oorlog herstelde BMW zich. De onderneming dreef vooral op de bouw van motorfietsen. Men bouwde na de oorlog voornamelijk grote sportwagens en limousines met V8 motor die maar mondjesmaat werden verkocht. De fabriek kwam daardoor op het randje van het bankroet. De redding kwam in de vorm van een driewielig 'scootmobiel' in licentie van het Italiaanse Iso, de BMW Isetta en de BMW 700. De doorbraak kwam met de BMW 1500 uit 1961. Halverwege de jaren zestig had BMW behoefte aan extra productiecapaciteit, terwijl de ontwikkelings- en productiekosten bij Hans Glas GmbH juist te hoog werden. BMW nam de firma Glas in Dingolfing in november 1966 over voor 9,1 miljoen DM. Sommige Glas modellen werden nog enkele jaren in productie gehouden, zoals de 1700 GT Coupé die als BMW 1600 Coupé verderging, en enkele Goggomobil modellen. De Glas 3000 V8 werd juist in productie genomen, en kreeg zelfs geen echt BMW uiterlijk, met uitzondering van het logo op de grille. In 1969 liep de laatste Goggomobil van de band in Dingolfing. Vanaf dat moment werden hier uitsluitend nog BMW's geproduceerd. Sindsdien bouwde BMW een gamma van sportieve sedans en coupés op die leverbaar waren met veel verschillende motoren, wat in de jaren zestig bijzonder was. Het merk creëerde een nieuw genre met de 323i uit 1977, een relatief kleine sedan met achterwielaandrijving en een 6-in-lijn benzinemotor onder de motorkap. Kenmerkend voor BMW-automobielen is dat de meeste van hun auto's achterwielaangedreven zijn, al is vierwielaandrijving tegenwoordig op veel modellen ook leverbaar.

Zoals vele andere automerken zag BMW zich in strijd met de concurrentie gedwongen uit te breiden. Het bedrijf nam in 1994 het Britse Rover over voor 1,7 miljard pond.[9] In 1998 verloor BMW de strijd om Rolls-Royce van Volkswagen, maar kaapte de rechten op de naam Rolls-Royce, die bij Rolls-Royce Aerospace bleken te berusten, voor de neus van Volkswagen weg. Rover bleek een miskoop en werd in maart 2000 in twee gedeelten van de hand gedaan, waarbij BMW slechts de rechten op de Mini behield.[10] De overname van Rover is een schoolvoorbeeld van een slechte acquisitie.[11] In 2002 bracht BMW een retro-versie van de vroegere Mini op de markt die wel succesvol is.

Ook in de motorfietsbranche deed BMW goede zaken, de bekende tweecilinder tweewielers werden vanaf de jaren zestig populair bij overheidsdiensten en het grote publiek. Begin jaren tachtig maakte BMW de fout de populaire boxermotor te willen laten vallen in het voordeel van 3- en 4-cilinder in lijnblokken. Dat besluit werd na stormachtige protesten snel weer teruggedraaid. BMW heeft sindsdien de typische boxermotor verder ontwikkeld tot een modern blok met 4 kleppen per cilinder en dubbele bougie. Tussen 2007 en 2013 was BMW ook eigenaar van de motorenfabriek van Husqvarna.

2000-[bewerken]

In mei 2003 richtte BMW samen met de Chinese automobielfabrikant Brilliance een joint venture op met de naam BMW Brilliance Automotive Ltd. (BBA). Het belangrijkste doel is de productie van BMW voertuigen in China, maar ook onderzoek en ontwikkeling, verkoop en after-sales services. BBA maakte in 2017 vijf modellen: BMW 1-series sedan, BMW-2 series Tourer, BMW 3-series, BMW 5-series en BMW X1. Al deze voertuigen worden geproduceerd in de twee fabrieken, Dadong en Tiexi, in Shenyang. In januari 2016 werd een automotorenfabriek geopend en in 2017 volgde een accufabriek.[12] In oktober 2018 bereikte BMW overeenstemming om haar belang in BBA te verhogen van 50% naar 75%.[13] BMW is bereid 3,6 miljard euro te betalen voor het extra aandelenbelang. Verder hebben de twee besloten het samenwerkingscontract te verlengen van 2028 tot 2040.[13]

Medio 2012 werd bekend dat VDL Nedcar vanaf de zomer 2014 BMW Mini’s gaat bouwen.[14] BMW zal jaarlijks 60.000 tot 90.000 Mini’s laten produceren tot het jaar 2020. Na een verbouwing werd op 17 juli 2014 de vernieuwde fabriek van VDL Nedcar officieel geopend. In 2017 produceerde VDL Nedcar bijna 170.000 Mini's, op een totale productie van 378.000 Mini's kwam het aandeel van VDL Nedcar op 45%.

In 2014 produceerde BMW voor het eerst meer dan twee miljoen voertuigen.

Medio 2018 tekenden BMW en het Chinese Great Wall Motor een contract voor een nieuwe joint venture.[15] Zowel BMW als Great Wall Motor krijgen elk 50% van de aandelen. Het nieuwe samenwerkingsverband draagt de naam Spotlight Automotive Limited en gaat zich volledig richten op elektrische auto's en begint met de productie van volledig elektrische Mini's.[15] Later komen ook elektrische voertuigen van Great Wall Motor, met BMW-techniek, bij. De joint venture wordt gevestigd in Jiangsu, aan de Chinese oostkust, en daar komen ook de fabrieken.[15]

Autosport[bewerken]

BMW is groot geworden door de autosport. Er zijn ontelbare successen behaald in de belangrijkste nationale en internationale competities op het gebied van toerwagens. Kenmerkend voor BMW was vooral de verwantschap tussen de raceauto's enerzijds en de in serie geproduceerde auto's anderzijds, aldus Niki Lauda. In de formule 1 is BMW vooral succesvol geweest als motorenleverancier van het Engelse Brabham team. Met de sterke 1,5 liter 4 cilinder turbomotor werd Nelson Piquet in 1983 wereldkampioen. Het was de eerste keer in de geschiedenis van de formule 1 dat een auto voorzien van een turbomotor wereldkampioen werd. Later was BMW nog motorenleverancier voor het team BMW-Williams tussen 2000 en 2005. BMW stopte de samenwerking met Williams na het seizoen van 2005. Het kocht het Formule 1-team van Peter Sauber voor de aanvang van het seizoen 2006. Tot en met seizoen 2009 was BMW eigenaar van het team BMW Sauber. BMW heeft zijn eigen raceklasse in Nederland namelijk de BMW 130i Cup.

[bewerken]

Het logo bestaat uit een zwarte ring met de hoofdletters BMW. Daarbinnen staat een blauw-wit geblokt veld, een verwijzing naar het wapen van Beieren. Nadat BMW vliegtuigmotoren ging fabriceren, ontstond het verhaal dat het logo een verwijzing is naar een propeller. Ook BMW zelf hield dit verhaal in stand. Pas in 2005 werd de ware oorsprong van het logo weer bekend. De kleuren van het logo slaan op de kleuren van de Zuid-Duitse deelstaat Beieren. [16]

Tijdlijn personenauto's (1952 tot heden)[bewerken]

BMW, Mini en Rolls-Royce
Type Serie Jaren 50 Jaren 60 Jaren 70 Jaren 80 Jaren 90 Jaren 00 Jaren 10
2 3 4 5 6 7 8 9 0 1 2 3 4 5 6 7 8 9 0 1 2 3 4 5 6 7 8 9 0 1 2 3 4 5 6 7 8 9 0 1 2 3 4 5 6 7 8 9 0 1 2 3 4 5 6 7 8 9 0 1 2 3 4 5 6 7 8 9
Dwergauto Iso Isetta
Stadswagen 600 600
Mini 700 700
Compact 1 1600 GT 02 touring E36 compact E46 compact E81/E82
/E87/E88
F20/F21
3 1602,2002 E21 E30 E36 E46 E90-93 F30
Mid-size 5 1500/1800/2000 E12 E28 E34 E39 E60-E62 F10 G30
5 GT F07
Full-size 7 501/502/2.6/3.2/2600/3200 E3 E23 E32 E38 E65/E66 F01/F02 G11
Coupé 6 3200CS 2000CS E9 E24 E63/E64 F12/F13
8 Glas 3000 V8 E31
Roadsters Z Z1 (E30) Z3 (E36) Z4 (E85/E86) Z4 (E89)
Sportwagens   503/507 M1 Z8 (E52) Z10
SUV's X1 E84
X3 E83 F25 G01
X5 E53 E70 F15
X6 E71
EV i i3 / i8

Zie ook[bewerken]

Externe link[bewerken]