Quandt (familie)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Quandt is de familienaam van een industriële dynastie die al meer dan honderd jaar een stempel drukt op de wapen-, de chemische, de metaal- en de automobielindustrie in Duitsland. Tegenwoordig zijn de leden vooral achter de schermen actief in hun eigen investeringsmaatschappijen, die hen tot de rijkste inwoners van Duitsland hebben gemaakt.

Günther Quandt[bewerken]

Emil en Günther Quandt (1900)

Emil Quandt (1849–1925) stamde uit een textielfamilie. Zijn voorouders trokken rond 1700 uit Holland naar Brandenburg, en werkten als wevers. Hij nam in 1883 het bedrijf in Pritzwalk van zijn werkgever over en sloot een voordelig huwelijk met de dochter van een grote textielfabrikant. Met zijn schoonvaders bedrijf Reichswolle AG leverde hij tijdens de Eerste Wereldoorlog uniformen aan de Reichswehr.

Zoon Günther Quandt (1881 - 1954) richtte zich naast de textiel op de metaalindustrie. Hij belegde de oorlogswinsten in de aankoop van de accufabriek AFA (Accumulatoren Fabrik Aktiengesellschaft) in Berlijn-Hagen. Hij werd ook actief in de wapenindustrie en produceerde onder meer het Mausergeweer. Ook nam hij belang in de opkomende automobielfabrieken Daimler Benz en BMW.

Günthers eerste vrouw was in 1918 bezweken aan de Spaanse griep, en hij hertrouwde in 1921 met Magda Ritschel, een meisje half zo oud als hijzelf. In 1929 scheidde het paar. Zij hertrouwde met de propagandaleider van de NSDAP, waarna ze wereldbekend werd als Magda Goebbels.

Günther zelf was betrokken bij het naziregime vanaf de Machtergreifung in 1933. Hij woonde de geheime bijeenkomst bij in de ambtswoning van Herman Göring, president van de Rijksdag, op 20 februari 1933, drie weken na de vorming van het kabinet-Hitler. De top van het Duitse bedrijfsleven zegde daar 2 miljoen rijksmark toe aan de aanstaande verkiezingscampagne van de NSDAP.

Quandt deed grote zaken met de nazi's, zijn Deutsche Waffen- und Munitionsfabriken verdienden goed aan de Duitse herbewapening. Met zijn vermogen steunde hij de SS en hij werd beloond met de titel van "Reichswirtschaftsführer". Hij bemachtigde bezittingen van onteigende joodse industriëlen tegen spotprijsjes. Zijn accu's waren onderdeel van de U-boten en de V2-raketten. In de jaren 1940-1945 werkten in zijn fabrieken 50.000 dwangarbeiders uit de concentratiekampen en de bezette buurlanden. In het vooronderzoek van de Processen van Neurenberg werd het dossier-Quandt geseponeerd, omdat de Amerikaanse bezettingsautoriteiten Günther nuttig achtten voor de opbouw van een economisch krachtig West-Duitsland.[1]

Herbert Quandt[bewerken]

Günther Quandt had drie zonen. Helmut, de oudste, stierf al in 1927 en de jongste, Harald, kwam in 1967 om bij een vliegtuigongeluk. Die laatste, opgegroeid in het gezin Goebbels, was aan het einde van de Tweede Wereldoorlog in dienst als parachutist bij de Luftwaffe en afwezig toen zijn moeder haar andere zes kinderen en zichzelf doodde. Na de oorlog was hij behalve civiel ingenieur ook een playboy.

De middelste zoon, Herbert Quandt (1910-1982) was tijdens de oorlog personeelschef van de AFA in Hannover, waar de familie een eigen concentratiekamp liet bouwen met 1500 plaatsen. Volgens de boeken moesten maandelijks 80 mannen wegens sterfte worden vervangen door nieuwe dwangarbeiders uit Neuengamme in de omgeving van Hamburg. Het bedrijf beschikte over een eigen executieterrein.[2]

Herbert Quandt is buiten Duitsland vooral bekend als redder van de BMW-fabrieken in München . In 1959 dreigde dat bedrijf ten onder te gaan. Na een financiële injectie door grootaandeelhouder Quandt, kon het nieuwe model BMW 700 in productie worden genomen en krabbelde BMW met Herbert als grote baas achter de schermen weer overeind om in de volgende jaren op te klimmen tot een van de pijlers van de Zuid-Duitse economie.

Ook vormde Herbert in 1977 het AFA-concern om tot Altana AG, een farmacologisch conglomeraat dat vooral bekend is van de maagzuurremmer Pantoprazol.

Herbert Quandt huwde drie keer en kreeg zes kinderen, van wie rallyrijder Sven en zakenvrouw Suzanne het bekendst zijn geworden.

Sven Quandt[bewerken]

Sven Quandt (1956) is een zoon van Herbert uit diens tweede huwelijk. Sinds zijn 23e jaar is hij commissaris bij de verschillende familiebedrijven, maar hij is vooral bekend uit de wereld van de rallysport. Van 1991 tot 1998 nam hij als bestuurder van het GECO Raid Sport team deel aan de Rally Parijs-Dakar. In 1998 werd hij in Mitsubishi Pajero wereldkampioen rallyrijden.

In 2001 vormde hij X-Raid, een privérallyteam dat vanaf 2002 deelneemt aan Rally-raids zoals de Dakar-rally. Het team bouwt BMW's van het type X3 om tot rally-auto's. In 2011 schreef het team voor het eerst ook een zelf geprepareerde Mini Countryman in.

Sven was het enige lid van de familie dat in 2007 de documentairemaker Michael Hanfeld te woord wilde staan toen deze het oorlogsverleden van zijn vader en grootvader in beeld bracht. Het commentaar van de coureur kwam erop neer, dat niemand er baat bij had deze geschiedenis op te rakelen.[3]

Susanne Klatten[bewerken]

De kinderen uit het derde huwelijk van Herbert, zoon Stefan (1966) en dochter Susanne (1962), bezitten samen met hun moeder Johanna Bruhn 46 % van het BMW-concern. Ze beheren het erfgoed ieder in een eigen investeringsfonds. Susanne, die bedrijfskunde studeerde in Buckingham (GB), heeft de leiding van SKion, waarin delen van Altana en BMW zijn opgenomen. Zij is gehuwd met BMW-ingenieur Jan Klatten, maar kwam in 2007 in het nieuws toen ze bleek te worden afgeperst door een gigolo.[4] Verder is de familie zeer publiciteitsschuw. Zoon Stefan is enig aandeelhouder van Delton AG, een producent van medische producten. Tevens is hij commissaris bij BMW.

De Quandts zijn gulle gevers aan de politieke partijen in de Bondsrepubliek, die nog geen limiet kent aan de schenkingen aan verkiezingscampagnes. De CDU ontvangt verreweg de grootste bedragen, gevolgd door de FDP. Maar ook de SPD heeft in tien jaar tijd een miljoen euro aan steun ontvangen. Opschudding ontstond in oktober 2013, toen Johanna en haar kinderen elk 230.000 euro doneerden in de week, waarin de Europese Raad onder druk van bondskanselier Merkel afzag van een aanscherping van de normen voor de uitstoot van uitlaatgassen. Een samenhang tussen de giften, tezamen dus 690.000 euro, en het Europese besluit, werd door zowel de Quandts als de CDU in alle toonaarden ontkend.[5]