Spaanse griep

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Een militair hospitaal tijdens de Spaanse griep in Camp Funston (nabij Manhattan (Kansas))

De Spaanse griep was een grieppandemie in de jaren 1918-1919. Deze wereldwijde epidemie eiste naar schatting 20 tot 100 miljoen levens, een aantal dat het totale dodental van de Eerste Wereldoorlog ruimschoots overtreft.[1][2][3] Het virus dat de Spaanse griep veroorzaakte was van het type H1N1.

Geschiedenis[bewerken | brontekst bewerken]

Naamgeving[bewerken | brontekst bewerken]

Ondanks de naam ligt de oorsprong van deze ziekte naar alle waarschijnlijkheid niet in Spanje. Het is niet bekend, waar de pandemie begon. De Verenigde Staten, Frankrijk, het Verenigd Koninkrijk en China, alsook andere landen, worden in verscheidene studies als mogelijk land van origine genoemd.[4][5]

Een van de theorieën situeert het begin van de Spaanse griep in Haskell County (Kansas). Hier brak in januari 1918 een griepepidemie uit die niet ouderen en kinderen trof, maar jongvolwassenen. In februari viel een aantal doden. De plattelandsarts stuurde een beschrijving naar de gezondheidsautoriteiten, die haar op 5 april publiceerden.

De epidemie was eind februari weer even plotseling verdwenen als ze was gekomen, en de opgeroepen jongemannen uit de streek hadden zich voor legerdienst gemeld bij Camp Funston op Fort Riley. Prompt brak daar de ziekte uit, te beginnen met de legerkok op 4 maart. De troepentransporten naar Europa zorgden voor een verdere verspreiding. Dit nieuwe virus, van het subtype H1N1, heeft uiteindelijk geleid tot de pandemie.

Het werd Spaanse griep genoemd, omdat kranten in Spanje, een neutraal land in de Eerste Wereldoorlog, er het eerst over berichtten. In Spanje, waar geen oorlogscensuur bij de media heerste, sloegen de kranten groot alarm toen verschillende mensen aan het virus stierven. De dood trad in na enkele dagen van koortsaanvallen die aan griep deden denken. Zo kreeg het virus zijn nogal misleidende naam. De Spaanse griep begon met hoge koorts, hoesten, spierpijn en keelpijn, gevolgd door extreme moeheid en flauwten. Men verloor zoveel energie dat men niet meer kon eten en drinken. De ademhaling werd steeds moeilijker en binnen enkele dagen trad de dood in. De Spaanse griep had de opmerkelijke eigenschap om jonge volwassenen te treffen. Dit in tegenstelling tot gangbare griepepidemieën, waarbij met name kinderen en bejaarden de ziekte krijgen en laatstgenoemden de grootste risico’s lopen.[6] In augustus 1918 had de helft van de 2 miljoen [7] Amerikaanse soldaten in Europa de ziekte: 43.000 man overleefden het niet. (Dit is bijna de helft van het aantal Amerikanen dat in Europa stierf; aan het front vielen ruim 50.000 man.) De ziekte sloeg snel over naar andere legerkorpsen, ook de Duitse.

Verspreiding[bewerken | brontekst bewerken]

Bij de oorlog, die op 11 november 1918 eindigde, waren vijfenzestig miljoen militairen betrokken. Acht miljoen daarvan stierven, en eenentwintig miljoen raakten gewond. Ook waren er zes miljoen burgerdoden.[8]

Toen overwinnaars en verslagenen naar huis terugkeerden verspreidde het virus zich over de wereld. In de Verenigde Staten stierven op een bevolking van naar schatting 103 miljoen 675.000 mensen, in Frankrijk met 39 miljoen inwoners 200.000, in Engeland (43 miljoen inwoners) 200.000, in België (acht miljoen inwoners) vielen naar schatting 30.000 a 80.000 griepslachtoffers,[9] in Nederland stierven meer dan 38.000 van de zeven miljoen inwoners.[10] Al met al lijkt het erop dat 20% van de toenmalige wereldbevolking besmet raakte, in totaal een half miljard mensen van de geschatte 1,8 miljard. De meest voorzichtige schattingen komen op 20 tot 40 miljoen doden. En net zo snel als het kwam, verdween het virus ook weer: eind 1919 was het voorbij. Alleen Australië heeft de ziekte tijdelijk buiten de deur kunnen houden door het instellen van een strikte maritieme quarantaine.[11] In 1919 brak de pandemie ook in Australië uit en ondanks de maatregelen de verspreiding te beperken, werd 40% van de bevolking ziek en stierven 15.000 mensen. De ziekte was in de tussentijd tot een mildere vorm geëvolueerd en buiten Australië was bijna iedereen immuun geworden, waardoor de pandemie uitstierf.

Nederland[bewerken | brontekst bewerken]

Het officiële aantal slachtoffers van de griep in Nederland in 1918 was 17.396. In 1919 was dat 1550, en in 1920, 2454.[12][13] Volgens het CBS zijn in Nederland zo’n 38.000 personen aan deze pandemie en bijbehorende complicaties als longontsteking gestorven, bijna 4 op de 1000 inwoners.[14] Het sterftecijfer schoot in 1918 omhoog van 13,12 in 1917 naar 17,10 per 1000 inwoners.[15] Verhoudingsgewijs vielen de meeste griepslachtoffers in de provincie Drenthe 67,92 per 10.000, bijna 2,5 maal zo hoog als het gehele land.[16] De oorzaak daarvan was mogelijk dat de griep over de oostgrens het land binnenkwam.

Nederlands-Indië[bewerken | brontekst bewerken]

In de voormalig Nederlandse kolonie Nederlands-Indië eiste de Spaanse griep veel slachtoffers. Daar vielen alleen al in november 1918 486.000 doden, terwijl het sterftecijfer in heel 1917 70.000 bedroeg. De krant Het Volk meldde op 20 december 1918 dat er alleen al op Java een miljoen personen waren overleden.[17] In Nederlands-Indië vielen in totaal 1,5 miljoen slachtoffers te betreuren op een geschatte bevolking van 52 miljoen inwoners. Indonesisch onderzoek uit 2012 op basis van volkstellingen komt uit op een beduidend hogere schatting; een verlies van bevolkingsgroei van meer dan vier miljoen mensen op het eiland Java alleen.[18]

Andere landen[bewerken | brontekst bewerken]

In koloniaal India stierven 12-13 miljoen mensen op een totale bevolking van ongeveer 300 miljoen.[19] De Spaanse griep werd Bombay Fever genoemd. [20]

In Japan stierven 450.000 mensen.[21] Japan had 57 miljoen inwoners.

De oversterfte in Spanje wordt berekend op 400.000 op 21 miljoen mensen, Duitsland 400.000 op 62 miljoen, Italie 550.000 op 36 miljoen, koninkrijk Portugal 130.000 op 6 miljoen.[22] In Keizerrijk Oostenrijk wordt de sterfte aan de spaanse griep berekend op 250.000 doden op 51 miljoen inwoners. [23]

In Rusland woedde tussen 1914 en 1922 een burgeroorlog die naar schatting 18 miljoen van de 150 miljoen inwoners het leven kostte door oorlogsgeweld, honger en epidemieën zoals cholera, vlektyfus en Spaanse griep. Het precieze aantal dat aan de laatst genoemde ziekte stierf is niet bekend.[24][25]

In China (400 miljoen inwoners) was de Spaanse griep veelvuldig aanwezig maar beduidend minder dodelijk, in Shanghai zijn minder dan 1000 doden en in Hong Kong minder dan 1500 gerapporteerd. [26]

Risicogroep[bewerken | brontekst bewerken]

Het meest bevreemdend van de Spaanse griep was de groep mensen waarin de mortaliteit het hoogst was. De gangbare risicogroepen bij de jaarlijkse "gewone" griepgolven zijn bejaarden en jonge kinderen met hartstoornissen. Van deze groepen vormen de bejaarden verreweg de grootste risicogroep, waarbij het sterftecijfer als gevolg van de griep het hoogst is. Zuigelingen en peuters tot en met 4 jaar hebben over het algemeen nog antilichamen (immuniteit) meegekregen van de moeder, voornamelijk door borstvoeding. De Spaanse griep had de hoogste mortaliteit echter in de leeftijdsgroep 14- tot 21-jarigen. Na onderzoek van de longen van personen die aan de Spaanse griep zijn gestorven en in Alaska zijn begraven, is het virus nagemaakt. Hieruit bleek dat de griep vooral mensen in de leeftijdsgroep 20 tot 40 jaar trof, die normaliter het sterkste immuunsysteem hebben. Het kan daarom zijn, dat de sterfte veroorzaakt wordt door een te sterke reactie van het immuunsysteem (cytokinestorm).

Amerikaans onderzoek wijst op comorbiteit met de toen vaak voorkomende ziekte tuberculose. Dit zou een verklaring kunnen zijn voor het hoge sterftecijfer onder volwassenen. Tuberculose is een ziekte van volwassenen en geen ouderdomsziekte.[27]

Oorsprong[bewerken | brontekst bewerken]

Er bestaan ten minste drie theorieën over de oorsprong van het virus.

Sommige onderzoekers nemen aan dat de oorzaak van de griep een gemuteerd varkensvirus uit China was, dat misschien via Chinese spoorwegarbeiders in de VS belandde.

Een tweede theorie is dat het vogelvirus spontaan muteerde in Fort Riley, Kansas. In dit fort fokte men kippen en varkens voor eigen gebruik. Een kok zou besmet kunnen zijn geraakt met het virus, dat vanuit de kippen via de varkens dus bij de mens aankwam. Door mutatie was het virus in staat om besmetting van mens tot mens tot stand te brengen.

Volgens een derde theorie zou deze griep mogelijk voor het eerst zijn waargenomen in een Brits legerhospitaal in het Noord-Franse Étaples, waar artsen vanaf eind 1916 een uitbraak van 'etterige bronchitis' constateerden. Vrijwel tegelijkertijd werden deze verschijnselen ook gesignaleerd bij een legeronderdeel in het Zuid-Engelse Aldershot.[4]

In september 2005 zijn microbiologen van het US Armed Forces Institute for Pathology erin geslaagd om het virus na te maken. Het onderzoek was gebaseerd op viraal RNA uit de long van een soldaat die in 1918 was gestorven. De eiwitmantel van het virus had een structuur met als type H1N1.

Impact[bewerken | brontekst bewerken]

Economisch[bewerken | brontekst bewerken]

De Spaanse griep maakte dat in Verenigde Staten veel bedrijven in de ontspannings- en dienstensector verlies leden, terwijl in de gezondheidszorg extra winsten werden gemaakt. Historicus Nancy Bristow stelt dat de pandemie, samen met het stijgend aantal vrouwen dat hoger onderwijs volgde, bijdroeg aan het imago van vrouwen in de verpleging. Deels was dit volgens haar het gevolg van het feit dat de artsen, overwegend mannen, bij het inperken en voorkomen van de ziekte faalden. Verplegend personeel, voornamelijk vrouwen, werden gewaardeerd vanwege de zorg voor de patiënten. Aan het feit dat het verplegen ook risico's van verspreiding van de ziekte met zich meebracht werd weinig aandacht geschonken.[28]

Een studie uit 2020 toonde aan dat steden uit de VS die op tijd uitgebreide maatregelen invoerden (quarantaine enz.) geen economisch nadeel ondervonden hierdoor,[29] vergeleken met steden die de maatregelen later of helemaal niet invoerden.[30]

Cultureel[bewerken | brontekst bewerken]

Architecturaal voorbeeld van Weense Secessie uit 1898.

De Spaanse griep is een pandemie die niet ver is doorgedrongen in de kunstwereld.

De pandemie sloot direct aan op de Eerste Wereldoorlog. Na de gruweldaden van de oorlog, wilde men weer terug naar het normale leven en niet geconfronteerd worden met dood en verderf.[31]

Er werden voornamelijk strips voor in de kranten gemaakt, die als doel hadden een bewustzijn te creëren over de gevolgen van de Spaanse griep.[32]Tevens werden er humoristische strips gemaakt, die puur diende als een lichtpuntje in de donkere tijden.

Enkele prominente namen in de kunstwereld zijn overleden aan de Spaanse griep. Gustav Klimt en Egon Schiele, zijn beiden gestorven aan de Spaanse griep en maakte hiermee een abrupt einde aan de Weense Secessie; een plaatselijke variant van de jugendstil.[33]

Kunst[bewerken | brontekst bewerken]

Kunstenaar Egon Schiele en zijn zwangere vrouw overlijden 3 dagen na elkaar, als gevolg van de Spaanse griep en hebben hun eerste kind nooit ontmoet. Voor zijn dood was Schiele bezig met het schilderij De Familie, die nog altijd onvoltooid is. Afgebeeld is het gezin zelf inclusief hun ongeboren kind.[34]

Net als Schiele overleed de Fransman Guillaume Apolinaire, een dichter, kunstcriticus en een belangrijk man voor kubisme aan het virus.[35]

De Oostenrijkse kunstenaar Gustav Klimt kreeg in 1918 ook te maken met de Spaanse griep.[36] Er volgde een longontsteking, die hem uiteindelijk fataal werd. Egon Schiele tekende Klimt op zijn sterfbed. In deze tekening is Klimt zichtbaar afgepeigerd.

Edvard Munch was een van de weinige kunstenaars die de Spaanse griep had en daarover heeft geschilderd. Hij was een gezonde 56e jarige man, hierdoor overleefde hij het voorval en was geïnspireerd om de effecten van de Spaanse griep af te beelden die hij had ervaren.[37] Dit deed hij in twee zelfportretten.[37] In zijn zelfportret Self-portrait after the spanish flu uit 1918 beeldt Munch zichzelf af als een zieke en zwakke man in zijn kamer.[31] Hij ontmoet de blik van de kijker, zittend in een donker gewaad met verdunnend haar en een bleek gezicht. De neus, oren en mond zijn nog maar net zichtbaar.[31] De zelfportretten zijn een van zijn laatste werken.

Design[bewerken | brontekst bewerken]

Voorbeeld Bauhaus, zetel ontworpen door Breuer in 1925.

De kunstenaars Marcel Breuer en Paul Klee, aanhangers van het Bauhaus hadden in hun tijd te maken met de Spaanse griep. Zo ontwierp Breuer designs die toekomstige uitbraken zouden moeten tegengaan. Er was behoefte aan meubels die makkelijk schoon te maken waren. Hiervoor werden materialen zoals hout en staal gebruikt, in plaats van stof.[38] Paul Klee is een van de weinige personen die besmet raakte met het virus en het overleefde. Hij schreef in zijn dagboek: “I have clearly had influenza; the day before yesterday I had a fever and cough. But after a delirious night I was back to good health. It obviously wanted to break out but was not able to do so.”[39]

Trivia[bewerken | brontekst bewerken]

Literatuur[bewerken | brontekst bewerken]

  • Laura Spinney, De Spaanse griep. Hoe de pandemie van 1918 de wereld veranderde, 2018, ISBN 9029519746 (orig. Engels: Pale Rider. The Spanish Flu of 1918 and How it Changed the World, 2017)
Zie de categorie Spanish flu van Wikimedia Commons voor mediabestanden over dit onderwerp.