Kabinetsformatie Nederland 2017

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Actuele gebeurtenis In dit artikel wordt een actuele gebeurtenis beschreven.
De informatie op deze pagina kan daardoor snel veranderen of inmiddels verouderd zijn.

De formatie van het Nederlandse kabinet in 2017 begon na bekendmaking van de uitslag van de Tweede Kamerverkiezingen van 15 maart 2017. Op 10 oktober 2017 werd het regeerakkoord Vertrouwen in de toekomst gepresenteerd door informateur Gerrit Zalm.

Mogelijke coalities[bewerken]

Zetelverdeling 2017-2021
14
9
3
14
5
5
19
4
19
3
33
2
20
14 14 19 19 33 20 
De 150 zetels zijn als volgt verdeeld:

██ SP: 14

██ PvdA: 9

██ DENK: 3

██ GL: 14

██ PvdD: 5

██ CU: 5

██ D66: 19

██ 50Plus: 4

██ CDA: 19

██ SGP: 3

██ VVD: 33

██ FVD: 2

██ PVV: 20

Mogelijke partijencoalities (incompleet)
Partijen Zetels Opmerkingen
TK EK
VVD, PVV 53 22 Grootst mogelijke (minderheids)combinatie met twee partijen
VVD, PVV, CDA 72 34 Grootst mogelijke (minderheids)combinatie met drie partijen. Na aparte verkenningsgesprekken met de partijleiders op 22 maart bleek dat VVD en CDA niet met PVV wilden regeren.
VVD, CDA, D66 71 35 In de media vaak het "motorblok" genoemd. Van deze partijen werd verwacht dat zij, met een vierde partij, de kern van een meerderheidscoalitie vormen.
+ GL 85 39 Eerste informatiepoging na verkenning door Schippers, onder informateurs Schippers en Tjeenk Willink.
+ SP 85 44
+ PvdA 80 43
+ CU 76 38 Tweede informatiepoging onder informateurs Tjeenk Willink en Zalm.
CDA, D66, GL, SP, PvdA 75 43
+ CU 80 46
+ PvdD 80 45

Verloop van de formatie[bewerken]

Verkenning[bewerken]

Demissionair minister van VWS Edith Schippers (VVD) werd aangesteld tot verkenner en vervolgens tot informateur.

De VVD is bij de verkiezingen met 33 zetels de grootste partij gebleven en mocht daarom het voortouw nemen bij de formatie.[1] Op 16 maart 2017 vergaderde de voorzitter van de Tweede Kamer, Khadija Arib, met de beoogde fractievoorzitters in de nieuw gekozen Tweede Kamer. Vervolgens werd demissionair minister voor Volksgezondheid Edith Schippers (VVD) aangesteld als verkenner.[2] Na een door de fractieleiders gevraagde post-electorale rustperiode van 3 dagen,[1] sprak Schippers op 20 maart met alle 13 fractieleiders afzonderlijk.[3]

De eerst onderzochte coalitie was VVD–CDA–D66–GroenLinks, die de voorkeur genoot van Alexander Pechtold (D66), Lodewijk Asscher (PvdA) en Gert-Jan Segers (ChristenUnie) en goed bespreekbaar was volgens Sybrand Buma (CDA) en Mark Rutte (VVD); Jesse Klaver (GroenLinks) was minder enthousiast vanwege grote inhoudelijke verschillen met de VVD. De veelgehoorde tweede keus was VVD–CDA–D66–ChristenUnie, die goed bespreekbaar was voor Buma en Rutte, de tweede keus was voor Segers en de voorkeur van Kees van der Staaij (SGP), maar niet van Pechtold, die graag met GroenLinks wilde regeren. Klaver zag veel liever een 'progressief christelijke' coalitie van CDA–D66–GroenLinks–SP–PvdA–ChristenUnie en werd hierin gesteund door Emile Roemer (SP) en Tunahan Kuzu (DENK), maar met name Buma had bezwaren. Volgens Pechtold had deze zespartijencombinatie voor D66 niet de voorkeur en de PvdA wilde überhaupt liever niet regeren na de grote electorale nederlaag. Een coalitie met de PVV van Geert Wilders bleek onmogelijk; deze werd uitgesloten door een ruime Kamermeerderheid bestaande uit onder meer VVD, CDA, D66, GroenLinks en SP.[3]

Op 21 maart ging Schippers opnieuw afzonderlijk in gesprek met Rutte, Klaver, Buma en Pechtold om een mogelijke coalitie tussen deze vier partijen te bespreken. Volgens Klaver zijn de inhoudelijke verschillen tussen VVD en GroenLinks 'megagroot' en genoot deze coalitie niet zijn voorkeur, maar was het gesprek wel 'goed' en 'heel serieus'.[4]

Schippers kondigde aan haar verkenningsopdracht, die zij oorspronkelijk op 23 maart had willen afronden, met een week te verlengen.[5]

Op 22 maart voerde Schippers een nieuw gesprek met Wilders over een mogelijk herstel van vertrouwen met de VVD en het CDA. Wilders was daartoe bereid, maar aansluitend apart overleg met Buma en Rutte bevestigde dat het CDA en de VVD niet bereid waren om opnieuw een coalitie of gedoogkabinet te vormen met de PVV.[6] In haar eindrapport van 27 maart bevestigde de verkenner dat 'de lijsttrekkers van VVD, CDA, D66, GL, SP, PvdA en Denk onafhankelijk van elkaar hebben verklaard niet beschikbaar te zijn voor een coalitie waar ook de PVV deel van uitmaakt.'[7] Op 28 maart lichtten Buma en Rutte in de Tweede Kamer nogmaals toe dat het mislukken van het Catshuisoverleg in 2012 over de begroting van 2013 een definitieve vertrouwensbreuk heeft veroorzaakt, die nieuwe samenwerking met Wilders onmogelijk maakte. Wilders verfoeide de beoogde samenwerking met D66 en GroenLinks en was teleurgesteld in Rutte en Buma, die echter beweerden dat hij het aan zichzelf te wijten had.[8]

Op 23 maart vond het eerste gezamenlijke gesprek plaats tussen Rutte, Klaver, Buma en Pechtold onder leiding van Schippers, waarbij iedere fractieleider werd gesecondeerd door een partijgenoot, namelijk Halbe Zijlstra (VVD), Pieter Heerma (CDA), Wouter Koolmees (D66) en Kathalijne Buitenweg (GroenLinks). Hoewel erkend werd dat er grote inhoudelijke verschillen zijn, met name over het vluchtelingenbeleid, de inkomensverdeling, het klimaat en medisch-ethische kwesties,[9] waren alle vier partijen bereid om serieus te bespreken of en zo ja hoe deze te overbruggen zouden zijn. De beoogde coalitie, die de meest voor de hand liggende combinatie lijkt, heeft een meerderheid met 85 zetels in de nieuwe Tweede Kamer (ruim) en 39 zetels in de Eerste Kamer (krap).[10]

Op 27 maart overhandigde Schippers haar rapport aan de voorzitter van de Tweede Kamer en rondde daarmee haar verkenningsopdracht af. Zij adviseerde om een informatie te starten met de opdracht een stabiel kabinet uit VVD, CDA, D66 en GL te onderzoeken.[7]

Informateur: Edith Schippers[bewerken]

Op 28 maart ging de Tweede Kamer in debat over de verkiezingsuitslag en de verkenning. Edith Schippers werd door de Tweede Kamer bij motie voorgedragen tot informateur om verder te gaan met concrete onderhandelingen voor een kabinet van VVD–CDA–D66–GroenLinks. Het idee om een tweede informateur aan te stellen, zoals bij de formatie van 2012, werd om verschillende redenen afgewezen.[11] In de ochtend van 29 maart vonden de eerste besprekingen plaats tussen de informateur en vertegenwoordigers van VVD, CDA, D66 en GroenLinks. Schippers schatte in dat er voor Pasen geen kabinet zou zijn, maar wellicht voor de zomer wel.[12] Op 6 april meldde Schippers dat er in de eerste week van de 'echte' gesprekken al intensief onderhandeld is over ongeveer acht onderwerpen, waaronder financiën, economie, globalisering, klimaat, mobiliteit en de arbeidsmarkt. Dossiers werden eerst voorbereid, uitgezocht en in vooroverlegjes besproken alvorens ze in de Stadhouderskamer te berde werden gebracht.[13]

Op 12 april verliet Jesse Klaver de onderhandelingen onverwacht na een medisch spoedgeval in zijn familie. Na de middag verving oud-partijleider van GroenLinks Bram van Ojik Klaver tijdelijk. Informateur Schippers besloot de onderhandelingen enkele dagen te staken, omdat ze niet zonder Klaver verder wilde gaan.[14][15] Vanwege het voorjaarsreces lag de formatie stil in week 17. Toen op 28 april Klavers moeder overleed, werd dit met een dag verlengd (tot en met 2 mei).[16] Op 3 mei gaven de vier partijleiders aan te geloven dat deze coalitie kon worden gesmeed, maar dat er veel tijd voor nodig was. Ze wezen erop dat de formatie niet trager verliep dan normaal; de snelle formatie van 2012 was een uitzondering op de regel.[17] Op 15 mei maakte Schippers echter bekend dat de formatiepoging was mislukt, als gevolg van de verschillende standpunten van de partijen over asiel en migratie.[18] In de eerste twee maanden na de verkiezingen hadden de vertegenwoordigers van de vier partijen en Schippers achttien dagen met elkaar vergaderd.

Op 17 mei 2017 werd Schippers voor de tweede keer benoemd tot informateur.[19] Na een nieuwe reeks verkennende gesprekken met de partijleiders concludeerde zij op 22 mei dat alle andere opties (onder andere SP en PvdA als vierde partij) voor het vervolg van de formatie zijn uitgesloten en daarom tot formatiegesprekken te komen met de ChristenUnie. Na urenlange 'intensieve' verkenningsgesprekken tussen Pechtold (D66) en Segers (ChristenUnie) op 23 mei kwamen zij tot de conclusie dat er onvoldoende ruimte bleek voor verdere onderhandelingen; met name medisch-ethische kwesties waren voor D66 een groot punt van verschil.[20] D66 wees namelijk een samenwerking met de ChristenUnie af vanwege onenigheid over een wetsvoorstel van D66 over het toestaan van hulp bij het beëindigen van iemands leven bij een zogenaamd "voltooid leven".

Informateur: Herman Tjeenk Willink[bewerken]

Minister van staat Herman Tjeenk Willink (PvdA) volgde Schippers op als informateur.

Schippers adviseerde in haar eindverslag van 29 mei om een andere informateur, aangezien "elke tot nu toe geopperde variant voor een meerderheidscoalitie op bezwaren van ten minste één van de betrokken fracties stuit." Zij stelde voor Herman Tjeenk Willink te benoemen.[21] Op 30 mei ging de Tweede Kamer in debat over de impasse, waarbij verschillende partijen elkaar verweten de formatie te blokkeren, maar zelf wel bereid te zijn tot onderhandelen. Na het debat werd Tjeenk Willink zoals verwacht aangesteld als nieuwe informateur; hij kreeg het vertrouwen van alle partijen behalve van de PVV en FvD.[22] Zijn opdracht hield in dat hij de mogelijkheid moest onderzoeken voor een meerderheids- of een minderheidskabinet dat op voldoende steun kon rekenen in de volksvertegenwoordiging. Een dag later gaf Tjeenk Willink te kennen dat hij zich zou richten op een meerderheidskabinet dat op voldoende steun kon rekenen in de Eerste en Tweede Kamer en "dat grote vraagstukken aanpakt". Vanaf het begin richtte hij zich op een kabinet waarvan in elk geval VVD, CDA en D66 deel uit zouden maken. In de Nederlande media kregen deze drie de term motorblok mee. Tjeenk Willink nodigde voor de vorming van een kabinet vijf fractievoorzitters uit: Rutte (VVD), Buma (CDA), Gert-Jan Segers (ChristenUnie), Jesse Klaver (GroenLinks) en Alexander Pechtold (D66). D66 bleef echter zijn bedenkingen houden over samenwerking met de ChristenUnie. De gesprekken gingen daarom verder met GroenLinks. Op 12 juni stuurde de informateur een tussenverslag naar Tweede Kamervoorzitter Arib. Daarin gaf hij aan dat de laatste gesprekken met de fractievoorzitters van VVD, CDA, D66 en GroenLinks zich richtten op het onderwerp migratie, "met name op de afspraken tussen de EU en Turkije en de mogelijkheid van vergelijkbare afspraken met andere landen".

Aangezien het voor hem niet mogelijk bleek hierover tot een akkoord te komen, werd door de partijen geconcludeerd dat een meerderheidscombinatie van VVD, CDA, D66 en GroenLinks niet mogelijk was. Drie dagen later concludeerde hij dat een meerderheidskabinet met de SP en of PVV op "inhoudelijke gronden" evenmin realistisch was. Zo wilde de SP niet met de VVD in zee en het motorblok niet met de PVV. Op 20 juni liet fractievoorzitter Asscher van de PvdA opnieuw weten dat zijn partij niet wenste deel te nemen aan een nieuw kabinet met VVD, CDA en D66,[23] waarna de ChristenUnie in de persoon van Segers op 21 juni in gesprek ging met Tjeenk Willink als overgebleven optie. Op 27 juni gaf de informateur in zijn eindverslag aan dat de enige mogelijkheid voor een meerderheidskabinet een kabinet was met de vier partijen VVD, CDA, D66 en ChristenUnie. De partijen hadden ditmaal met zijn allen aangegeven met elkaar verder te willen praten. Hij adviseerde voor de vervolggesprekken een informateur van VVD-huize en zei dat VVD-prominent en voormalig minister van Financiën Gerrit Zalm beschikbaar was. De volgende dag voerde de Tweede Kamer hier een debat over en nam een motie aan om Zalm te benoemen tot informateur met als opdracht een kabinet met de vier partijen te verkennen.

Informateur: Gerrit Zalm[bewerken]

Ex-minister van Financiën en voormalig voorzitter van de Raad van Bestuur van de ABN AMRO-bank Gerrit Zalm (VVD) werd de opvolger van Herman Tjeenk Willink.

Op 28 juni werd Gerrit Zalm (VVD) benoemd tot informateur met als opdracht een onderzoek in te stellen naar een meerderheidskabinet van VVD, CDA, D66 en ChristenUnie dat streeft naar brede steun in de volksvertegenwoordiging.[24] Zalm gaf aan "de vaart in te willen zetten" en in tegenstelling tot de onderhandelingen met GroenLinks (waarbij maximaal vier dagen per week vergaderd werd) ging er dit keer vijf dagen per week onderhandeld worden.[25] Vanaf half juli werd wegens vakantie drie weken niet onderhandeld.

Op 15 augustus, de tweede week na de vakantie, publiceerde het AD dat de vier partijen een akkoord over medisch-ethische kwesties hadden. De krant zegt dat het inzage zou hebben gehad in de formatiestukken. De partijen zouden het eens zijn dat het komende kabinet geen steun zal geven aan een verruiming van de euthanasieregels, maar dat het wel meer ruimte en middelen wil geven aan embryo-onderzoek door de Embryowet te verruimen.[26] Op de dag van publicatie leek dit lek het vertrouwen tussen de onderhandelaars onder druk te zetten. CU-onderhandelaar Segers noemde het lek "heel schadelijk" voor het formatieproces, en ontkende dat er een akkoord was over dit compromis.[27]

De informateur en de onderhandelaars ontvingen op 5 september VNO-NCW-voorzitter Hans de Boer en vervolgens FNV-voorzitter Han Busker. Op 14 september spraken de onderhandelaars met vertegenwoordigers van het Interprovinciaal Overleg, de Unie van Waterschappen en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten.

Op 19 september vond Prinsjesdag plaats. Het kabinet-Rutte II presenteerde hierbij haar laatste begroting. Deze bevatte in verband met de demissionaire status van het kabinet geen grote plannen. Wel werd bekend dat er 270 miljoen euro voor het basisonderwijs vrijgemaakt zal worden.[28]

De onderhandelende partijen gaven aan dat ze het eigen risico in de zorg in 2018 niet wilden verhogen, maar om dit te bereiken moest uiterlijk 30 september de wet worden aangepast. Anders zou het eigen risico met vijftien euro stijgen. Het verzoek voor de wetswijziging werd op 20 september door Zalm overgebracht aan de minister van Volksgezondheid Schippers. Vijf dagen later werd door haar het benodigde wetsvoorstel ingediend. Een dag later stemden zowel de Tweede als de Eerste Kamer voor het niet verhogen van het eigen risico.[29]

Op 22 september schoven vertegenwoordigers van de vier grote steden, locoburgemeester Kajsa Ollongren (Amsterdam) en de burgemeesters Ahmed Aboutaleb (Rotterdam), Pauline Krikke (Den Haag) en Jan van Zanen (Utrecht), aan bij de kabinetsformatie. Onderwerpen waren onder andere veiligheid, woningbouw, klimaat, integratie en het openbaar vervoer.

Informateur Zalm biedt eindverslag aan

Op 9 oktober, 208 dagen na de verkiezingen, lag er een voorlopig coalitieakkoord op tafel voor een nieuw te vormen kabinet-Rutte III. De slogan van het nieuwe kabinet werd "vertrouwen in de toekomst".[30] Een dag later overhandigde Zalm zijn eindverslag aan de voorzitter van de Tweede Kamer, Khadija Arib, met het definitieve door de vier fracties ondersteunde regeerakkoord: twee dagen later, op 12 oktober was er een debat tussen de Tweede Kamer en de informateur over diens eindverslag.

Formateur: Mark Rutte[bewerken]

Op 12 oktober werd Rutte op voorstel van de vier hoofdonderhandelaars door de Tweede Kamer aangesteld als formateur met als opdracht "de vorming van een kabinet bestaande uit VVD, CDA, D66 en ChristenUnie".[31] De VVD levert conform het regeerakkoord zes ministers, D66 en CDA elk vier en de ChristenUnie twee; de staatssecretarissen worden als volgt verdeeld: drie voor de VVD, twee elk voor D66 en CDA en een voor de ChristenUnie. Rutte streefde ernaar om het nieuwe kabinet op 26 oktober te laten beëdigen.[32]

Tijdlijn[bewerken]

██ VVD, CDA, D66, GroenLinks

    

██ VVD, CDA, D66, ChristenUnie

Externe links[bewerken]