Gedoogsteun

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Gedoogsteun is, in de politiek, steun die een oppositiepartij geeft aan een minderheidskabinet ofwel rompkabinet. Een rompkabinet kan in tegenstelling tot een demissionair kabinet wel beleid maken, maar is daarvoor altijd afhankelijk van gedoogsteun, bijv. uit de Tweede Kamer in Nederland.

Toelichting[bewerken]

In democratische parlementaire systemen is het normaal dat als geen enkele partij de meerderheid heeft, er door meerdere partijen een coalitie wordt gevormd die een meerderheid heeft in het parlement. De partijen in de coalitie leveren ministers voor een regering die door de coalitiepartijen in het parlement wordt gesteund, een meerderheidskabinet. Bij minderheidskabinetten gaat het meestal om een ongebruikelijke situatie die is ontstaan na het (gedeeltelijk) uiteenvallen van een coalitie, waarna dan de overgebleven partijen als rompkabinet of demissionair kabinet doorgaan. Wanneer het vormen van een meerderheidskabinet niet mogelijk blijkt of, wat vaker voorkomt, een coalitiepartij haar steun aan de regering opzegt, wordt de zittende regering een minderheidskabinet. Om haar plannen en programma voort te kunnen zetten is de regering in een dergelijke situatie afhankelijk van gedoogsteun buiten de coalitie. Gedoogsteun wordt doorgaans geleverd door partijen die ideologische of programmatische overeenkomsten hebben met een of meerdere coalitiepartijen.

Soms kan overeenstemming met betrekking tot of het belang van de doelstellingen van de regering aanleiding geven voor een oppositiepartij om gedoogsteun te geven aan een regering. Omdat afhankelijkheid van gedoogsteun de stabiliteit van de regering ondermijnt en het uitvoeren van plannen lastig maakt, is het gebruikelijk dat een kabinet zijn ontslag indient en demissionair wordt. Demissionaire kabinetten zijn beperkt in hun bevoegdheden en mogen slechts lopende zaken afhandelen die niet controversieel zijn. Ook moet een demissionair kabinet nieuwe verkiezingen uitschrijven. Hierdoor wordt de afhankelijkheid van een kabinet op gedoogsteun sterk verminderd.

Gedoogsteun in de Nederlandse politiek[bewerken]

1rightarrow blue.svg Zie ook Nederlands kabinet en Politiek en overheid in Nederland

De Nederlandse parlementaire geschiedenis heeft een traditie van meerderheidskabinetten. In de periode 2000-2010 zijn er echter enkele minderheidskabinetten of vergelijkbare situaties geweest.

Tijdens de formatie in 2002 gaf Gerrit Zalm aan dat de VVD een eventueel minderheidskabinet bestaande uit het CDA en de LPF gedoogsteun zou willen verlenen.[1] Uiteindelijk besloot de VVD toch mee te werken aan de vorming van een meerderheidskabinet bestaande uit deze drie partijen en werd het Kabinet-Balkenende I gevormd.

Het kabinet-Balkenende III was wel een echt voorbeeld van een minderheidskabinet. Dit kabinet volgde het kabinet-Balkenende II op dat was gestrand op het integratiebeleid en commotie rond Ayaan Hirsi Ali. Balkenende III had als missie het doorvoeren van de begroting voor 2007 en het uitschrijven van nieuwe verkiezingen in november. Voor het uitvoeren van de resterende plannen was dit kabinet afhankelijk van gedoogsteun van wisselende meerderheden in de Tweede Kamer. Partijen die gedoogsteun leverden aan Balkenende-III waren onder andere de LPF, de ChristenUnie, de SGP en, in mindere mate, D66.

Op 14 oktober 2010 kreeg Nederland opnieuw een minderheidskabinet, het kabinet-Rutte I, dat bestond uit de VVD en het CDA. De PVV leverde gedoogsteun aan dit kabinet. Bij deze opzet was er een combinatie van een regeerakkoord met een gedoogakkoord. Alle drie de partijen hadden het gedoogakkoord ondertekend, maar alleen de VVD en het CDA zetten tevens hun handtekening onder het regeerakkoord. Op 21 april 2012 beëindigde de PVV haar gedoogsteun, na stukgelopen onderhandelingen over een bezuinigingspakket. Hiermee kwam er een einde aan het kabinet Rutte-I.

Hoewel het kabinet-Rutte II geen officieel gedoogakkoord met oppositiepartijen heeft gesloten, wordt er naar een aantal partijen waar het kabinet vaker mee onderhandelt, bijvoorbeeld over de Begrotingsafspraken 2014, wel gerefereerd als partijen die het kabinet gedoogsteun geven vanwege het ontbreken van een meerderheid in de Senaat na de Eerste Kamerverkiezingen 2015 op 26 mei.

Gedoogsteun in andere landen[bewerken]

In andere landen, zoals Canada, Denemarken en Spanje, komen minderheidsregeringen vaker voor en zijn deze afhankelijk van gedoogsteun.

  • Canada - Het kabinet van Stephen Harper was tot 7 september 2008 een minderheidskabinet. Het was het langstzittende minderheidskabinet in de Canadese geschiedenis.
  • Denemarken - De Dansk Folkeparti leverde van 2001 tot 2011 gedoogsteun aan drie regeringscoalities, ten laatste de liberaal-Det Konservative Folkeparti coalitie van Lars Løkke Rasmussen. Sinds 2015 is er een regering bestaande uit Venstre, met gedoogsteun van de Dansk Folkeparti, Det Konservative Folkeparti, en de Liberal Alliance.
  • Spanje - Als de socialistische PSOE of de conservatieve PP niet de absolute meerderheid behaalt, vormt de grootste van de twee een minderheidsregering die met gedoogsteun van verschillende kleine partijen regeert.

Trivia[bewerken]

In 2010 was gedoogsteun het Woord van het jaar van het Genootschap Onze Taal

Beluister

(info)