Ard van der Steur

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Ard van der Steur
Ard-van-der-steur-1369335506.jpg
Algemene informatie
Volledige naam Gerard Adriaan van der Steur
Geboren 7 oktober 1969
Geboorteplaats Haarlem
Partij VVD
Titulatuur mr.
Politieke functies
2002-2006 lid gemeenteraad Warmond
2006-2014 lid gemeenteraad Teylingen
2010-2015 lid Tweede Kamer der Staten-Generaal
2015-2017 minister van Veiligheid en Justitie
Parlement & Politiek - biografie
Portaal  Portaalicoon   Politiek
Nederland

Gerard Adriaan (Ard) van der Steur (Haarlem, 7 oktober 1969) is een Nederlands politicus van de VVD. Op 20 maart 2015 werd hij minister van Veiligheid en Justitie in het kabinet-Rutte II. Op 26 januari 2017 maakte hij zijn aftreden bekend, na een Kamerdebat over de "Teevendeal".[1]

Biografie[bewerken]

Studie[bewerken]

Van der Steur komt uit een kleermakersgeslacht en is een zoon van Ab van der Steur. Hij studeerde, na het atheneum aan het Lyceum Sancta Maria te Haarlem, van 1988 tot 1995 Nederlands Recht aan de Universiteit Leiden. Hij was een actieve wedstrijddebater en won het Nederlands Kampioenschap Debatteren[2] en het eerste Cicero debattoernooi.

(Politieke) carrière[bewerken]

Van der Steur was van 1992 tot 1995 medewerker bij de Nederlandse Orde van Advocaten. Van 1995 tot 2006 was hij advocaat en ook coördinator werving en selectie bij het advocatenkantoor NautaDutilh in Rotterdam. Van 2005 tot 1 januari 2006 was hij er partner. Van der Steur was eigenaar van een trainingsopleiding op juridisch gebied. Hij was van 2006 tot 2010 parttime docent burgerlijk recht aan het "Moot Court" voor gesimuleerde rechtszaken van de Leidse rechtenfaculteit.

Van der Steur was namens de VVD van 1 januari 2006 tot 27 maart 2014 lid van de gemeenteraad van Teylingen en was dat eerder in Warmond van 14 maart 2002 tot 1 januari 2006, waar hij fractievoorzitter was. In totaal is hij driemaal lijsttrekker geweest voor de VVD op gemeentelijk niveau.

Van 17 juni 2010 tot 20 maart 2015 was hij lid van de Tweede Kamer. Als Kamerlid hield Van der Steur zich met name bezig met justitie, staatsrechtelijke vraagstukken en bestuursrecht. Bij de Tweede Kamerverkiezingen van 2010 stond hij bij de VVD als 26ste op de kandidatenlijst en kreeg 1273 voorkeurstemmen. Bij die van 2012 stond hij op de 15de plaats. Deze keer was hij goed voor 2012 voorkeurstemmen.

Minister van Veiligheid en Justitie[bewerken]

Op 20 maart 2015 volgde hij Ivo Opstelten op als minister van Veiligheid en Justitie.[3] Van der Steur kwam sindsdien enkele malen in het nieuws door incidenten die deels te beschouwen waren als de nasleep van beleidsdaden van zijn voorganger Opstelten en staatssecretaris Fred Teeven, maar ook op zijn eigen handelen werd kritiek uitgeoefend in het parlement en de media.

Van der Steur bood begin oktober 2015 aan de Tweede Kamer zijn excuses aan voor de Kamer verkeerd informeren over de totstandkoming van een foto van Volkert van der Graaf, de voorwaardelijk vrijgelaten moordenaar van Pim Fortuyn, in dagblad De Telegraaf op 17 juni dat jaar. In eerste instantie liet hij de Kamer weten dat het Openbaar Ministerie (OM) pas één dag van tevoren ervan op de hoogte was gesteld dat de foto gemaakt zou worden en dat zijn ministerie niet was ingelicht. Uiteindelijk bleek dat het OM niet alleen ervan wist, maar zelfs het initiatief had genomen voor de foto en dat Van der Steurs ministerie daarvan op de hoogte was geweest. Van der Steur gaf aan dat bij de informatieverstrekking aan de Kamer de interne communicatie tussen de afdelingen van zijn ministerie niet goed gefunctioneerd had en beloofde beterschap.

Twee maanden later verontschuldigde hij zich voor het feit dat in een persbericht van zijn voorganger Opstelten verkeerde informatie had gestaan over de zogenaamde "Teevendeal". Aan het opstellen van dit bericht had Van der Steur, toen nog Kamerlid, zijn medewerking verleend.

In januari 2016 ontstond er weer controverse rondom de minister. Deze keer bood Van der Steur zijn excuses aan voor het door hem publiekelijk onheus behandelen van de patholoog-anatoom George Maat, die hij in april 2015 verweten had een ongepaste en onsmakelijke lezing te hebben gehouden met foto's van de lichamen van de slachtoffers die waren omgekomen bij de MH17-rampvlucht. Maat werd daarop verwijderd uit het onderzoeksteam dat de slachtoffers moest identificeren. Naderhand bleek het een gewoonterecht van onderzoekers te zijn dat dergelijke lezingen, voor vakgenoten, gegeven werden. De politie pleitte Maat vrij. Het politierapport was door Van der Steur naar de Tweede Kamer gestuurd, maar de delen die Maat vrijpleitten waren zwartgelakt. Van der Steur bood de Tweede Kamer pas zijn excuses aan nadat Maat het originele rapport in zijn geheel had ingezien, overgeschreven en publiek gemaakt. Van der Steur gaf aan in het vervolg zorg te zullen dragen voor een betere informatievoorziening aan de Tweede Kamer.

Een week later kwam Van der Steur naar aanleiding van de Teevendeal opnieuw in het nieuws toen een sterk vermoeden ontstond dat het parlement onjuist is geïnformeerd over de overeenkomst in 2001 van het Openbaar Ministerie met crimineel Cees H.[4] Er zou een ambtelijke opdracht gegeven zijn het bewijs van de afrekening ("het bonnetje") niet te vinden, terwijl Ivo Opstelten had aangegeven dat het afschrift onvindbaar was en er ook geen back-upsysteem meer bestond. Van der Steur riep hierop de "Onderzoekscommissie ontnemingsschikking", die in december 2015 haar bevindingen had gepresenteerd, opnieuw in het leven. Zij moest de vragen beantwoorden die door voorzitter Marten Oosting zelf waren geformuleerd.

In januari 2017 kwam Van der Steur weer in opspraak naar aanleiding van de Teevendeal. Nieuwsuur-verslaggever Bas Haan onthulde een e-mail uit maart 2015, waaruit bleek dat Van der Steur als Kamerlid wist van de bedragen in de Teevendeal.[5] Volgens de oppositie bleek uit de e-mail tevens dat hij aan toenmalig minister Opstelten adviseerde deze bedragen niet kenbaar te maken aan de Tweede Kamer. Van der Steur ontkende dit.[6] Tijdens een Tweede Kamerdebat op 26 januari 2017 maakte hij bekend zijn ontslag aan te bieden bij de Koning.[7]


Voorganger:
Ivo Opstelten
Minister van Veiligheid en Justitie
2015–2017
Opvolger:
Stef Blok