Unilever

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Unilever PLC
Logo
Oprichting 1930
Voorganger(s) Lever Brothers
Margarine Unie
Bestuur Alan Jope (bestuursvoorzitter)
Hoofdkantoor Unilever House
100 Victoria Embankment
London EC4Y 0DY
Verenigd Koninkrijk
Werknemers 175.000 (2017)
Producten Voedingsmiddelen en persoonlijke verzorging
Sector Consumptiegoederen
Omzet/jaar Gestegen € 52,7 miljard (2016)
Winst/jaar Gestegen € 5,5 miljard (2016)
Website Unilever.nl
Portaal  Portaalicoon   Economie

Unilever PLC is een multinationale onderneming op het gebied van voedingsmiddelen, persoonlijke verzorging en schoonmaakartikelen met Nederlandse en Britse beginselen. In 2016 behaalde het bedrijf een omzet van 52,7 miljard euro. Deze werd voor 38 procent gegenereerd in Europa, voor 35 procent in Noord- en Latijns-Amerika en voor 27 procent in de rest van de wereld.[1] In april 2017 had het bedrijf 175.000 mensen in dienst wereldwijd. Het hoofdkantoor is gevestigd in Londen.

Geschiedenis[bewerken | brontekst bewerken]

Sunlight zeep uit begin 20e eeuw
Voormalig hoofdkantoor Unilever in Rotterdam, tegenwoordig Hogeschool Rotterdam
Voormalig Unilever-hoofdkantoor aan het Weena in Rotterdam
Kantoorpand DeBrug te Rotterdam

Voorlopers[bewerken | brontekst bewerken]

William Hesketh Lever was groothandelaar in kruidenierswaren en bracht onder andere Sunlight zeep op de markt na overname van een zeepfabriekje. In 1885 richtte hij Lever Brothers op en vestigde hij zeepfabrieken in de hele wereld. In 1917 breidde hij zijn assortiment uit met voedingsmiddelen, waarvoor hij vis-, ijs- en conservenbedrijven kocht. Zijn enige zoon, William Hulme Lever, volgde hem na zijn dood in 1925 op.

Na aanvankelijk palmolie voor de zeep uit Brits-West-Afrika te halen, kreeg Lever in 1911 een concessie voor 750.000 hectare woud in Belgisch-Congo, geconcentreerd in het zuiden van Bandundu. De werkmaatschappij voor Lever heette 'Huileries du Congo Belge'. Bij de Grote Depressie van de jaren 30 zagen de Huileries zich genoodzaakt om de prijs per kilo geplukte palmnoten drastisch te verlagen terwijl de regering van Belgisch-Congo de lokale belastingen aanzienlijk verhoogde. Dit resulteerde in 1931 in sociale onlusten die bekendstaan als de revolutie van de Pende, waarbij uiteindelijk meer dan 400 leden van de Pende-stam omkwamen.[2][3]

Anton Jurgens en Samuel van den Bergh waren twee Nederlandse concurrerende margarineproducenten. Beide begonnen hun bedrijf in het Brabantse Oss. In 1908 sloten zij een poolovereenkomst. Zij besloten in 1927 tot een volledige fusie en samen te gaan in de Margarine Unie.

Ontstaan[bewerken | brontekst bewerken]

Unilever is op 1 januari 1930 ontstaan uit een fusie van het Nederlandse margarinebedrijf Margarine Unie en de Britse zeepfabrikant Lever Brothers. De fusie was voor beide bedrijven zinvol, omdat ze elkaar beconcurreerden om dezelfde grondstoffen, beide zich bezighielden met marketing op grote schaal van producten voor huishoudelijk gebruik en beide gebruikmaakten van soortgelijke distributiekanalen.

Tot 2000 was Calvé Delft een houdstermaatschappij van aandelen van Unilever, als gevolg van een overname middels aandelenruil. De houdstermaatschappij deed niet meer dan het dividend van Unilever doorgeven aan haar aandeelhouders. Op de Amsterdamse effectenbeurs noteerden de aandelen onder de intrinsieke waarde, met een hoger dividendrendement tot gevolg. Door fiscale perikelen (een latente belastingclaim) heeft deze vennootschap het toch nog zo lang uitgehouden.

Het bedrijf kende jarenlang twee directies, waarbij de bestuursvoorzitter van het Nederlandse bedrijf, de functie van vicevoorzitter vervulde bij de Britse onderneming en vice versa. Sinds 2005 hadden beide bedrijven één directie. De Nederlander Paul Polman werd benoemd tot topman. Medio 2007 werd de Zweed Michael Treschow de nieuwe voorzitter van Unilever.

In 2011 kreeg Unilever van de Europese Commissie een boete van ruim 100 miljoen euro wegens deelname aan een ruim drie jaar durend kartel dat verboden prijsafspraken maakte over wasmiddelen in diverse Europese landen waaronder Nederland en België.[4]

Afbouw[bewerken | brontekst bewerken]

Tot 2008 had Unilever zes fabrieken in Nederland. Het concern sloot in dat jaar de vestigingen in Delft (Calvé pindakaas), Loosdrecht (Knorr, Conimex) en Vlaardingen (wasmiddelen), waardoor 474 banen verdwenen.[5] De productie is verplaatst naar grote productiefaciliteiten elders in Europa, zoals Polen (maaltijdpakketten, kruidenmixen, schoonmaakmiddelen en artikelen voor persoonlijke verzorging), Spanje (sauzen), Tsjechië (mayonaise), Italië, Frankrijk, Zwitserland, Duitsland en Hongarije. De plannen leidden in oktober 2007 bij alle Nederlandse fabrieken van Unilever tot stakingen om werkgarantie en een betere CAO af te dwingen.

In 2017 werd de Unox-fabriek voor productie van soepen, sauzen en rookworst in Oss verkocht aan branchegenoot Zwanenberg, de Unilever-merken bleven daar geproduceerd worden. Hetzelfde jaar werd de fabriek te Rotterdam, waar onder andere Blue Band-margarine en Calvé-pindakaas gemaakt wordt, voor een bedrag van 6,8 miljard euro verkocht aan de Amerikaanse investeringsmaatschappij KKR, als onderdeel van de verkoop van de margarinetak. De Ben & Jerry's-fabriek te Hellendoorn is anno 2018 nog de enige Unilever productiefaciliteit in Nederland.

Overnamebod[bewerken | brontekst bewerken]

In januari 2017 deed de Kraft Heinz Company een overnamebod op Unilever van 130 miljard euro, ofwel 47 euro per aandeel.[6] Unilever wees het bod af.[7] De Kraft Heinz Company trok later het bod in.[8]

Vereenvoudiging[bewerken | brontekst bewerken]

Unilever had tot 29 november 2020 een duale bedrijfsstructuur met zijn hoofdkantoor op twee locaties: in Rotterdam (Unilever N.V.) en in Londen (Unilever PLC). Op basis van een egalisatie-overeenkomst vertegenwoordigt een aandeel in de N.V. hetzelfde onderliggende economische belang in de Unilever Group als een aandeel in de PLC, afgezien van fluctuaties in de wisselkoers.[9] Deze structuur was vergelijkbaar met die van RELX en voorheen met die van Shell. Het bedrijf is zowel aan de Amsterdamse effectenbeurs als die van Londen genoteerd. Het aandeel Unilever hoort op beide beurzen al jaren tot de belangrijkste beursindex: in Amsterdam de AEX, en in Londen de FTSE 100. Beide raden van bestuur hadden dezelfde leden.

Voorgesteld is in 2018 een vereenvoudiging van de bedrijfsstructuur met één moederbedrijf, in Rotterdam, genaamd Unilever International Holdings N.V., ook genoemd New Unilever N.V.[10] Wegens verzet van vooral Britse aandeelhouders ging dit niet door.[11] Eén van de redenen om tegen te stemmen was het feit dat het aandeel zijn plek in de FTSE 100 aandelenindex zou verliezen, waardoor indexbeleggers hun aandelen zouden moeten verkopen en de koers onder druk kwam te staan.[11] Verder dachten de Britse aandeelhouders dat Unilever in Nederland beter beschermd zou zijn tegen vijandige overnames.[12]

Op 29 november 2020 zijn Unilever N.V. en Unilever PLC gefuseerd en is Unilever PLC de moedermaatschappij voor het geheel geworden.[13] De aandeelhouders van Unilever N.V. kregen voor elk aandeel van de N.V. een nieuw uitgegeven aandeel van de PLC.[14] Zowel de aandeelhouders van de N.V. als die van de PLC hebben hier vóór gestemd.[15]

Naast de vereenvoudiging van de bedrijfsstructuur ging het bedrijf ook zijn productportfolio heroverwegen. Zo verkocht het in 2017 zijn margarineafdeling, met daarin onder andere Becel en Blue Band, aan een Amerikaanse investeringsmaatschappij.[16] Later werd bekend dat ook de theedivisie afgestoten zou worden.[17] En in april 2021 volgde de Elida Beauty-afdeling, een verzameling van wattenstaafjes, zepen en shampoos.[18]

Dividendbelasting[bewerken | brontekst bewerken]

Aanhangig in Nederland is de Spoedwet conditionele eindafrekening dividendbelasting (waar ook wel aan wordt gerefereerd met vertrekbelasting). De wet geldt, als die wordt aangenomen, met terugwerkende kracht tot 18 september 2020. Degenen die direct vóór de fusie aandeelhouders van Unilever N.V. waren, worden dan geacht een dividendbelastingschuld te hebben ter grootte van 15% (het dividendbelastingtarief) van hun aandeel in nog niet uitgekeerde winst, inclusief latente winst. Deze zou naar gelang van uitkering van dividend over de in ruil gekregen aandelen Unilever PLC moeten worden afgelost, zodat hierover effectief 15% dividendbelasting zou worden betaald aan de Nederlandse staat, tot de schuld is afbetaald. Het zou in totaal gaan om ongeveer 11 miljard euro. Voor Nederlandse personen en bedrijven zou deze aflossing overigens net als gewone dividendbelasting verrekenbaar zijn met respectievelijk inkomstenbelasting en vennootschapsbelasting. Unilever heeft op basis van het oorspronkelijk ingediende wetsvoorstel gesteld dat de wet in strijd zou zijn met het internationale recht, maar dat als deze toch zou worden aangenomen het niet in het belang van Unilever en de aandeelhouders zou zijn het vertrek door te laten gaan.[19][20] In oktober 2020 is het wetsvoorstel aangepast, mede met het oog op de juridische houdbaarheid.[21][22][23] De fusie is doorgegaan, hoewel er nog onzekerheid is over het aannemen van het wetsvoorstel.

Controverse[bewerken | brontekst bewerken]

In 2021 raakte Unilever in conflict met Israël, nadat Ben & Jerry's (dat bij de overname door Unilever in 2000 een grote mate van handelingsvrijheid bedongen had inzake zijn maatschappelijke inzet) bekendmaakte dat het met ingang van 2023 wil stoppen met ijsverkoop in de door Israël bezette Palestijnse gebieden. Premier Bennett van Israël waarschuwde bestuursvoorzitter Jope van het bedrijf telefonisch dat Israël dit als antisemitisme beschouwt. Ook riep de Israëlische regering haar bondgenoten op tot maatregelen tegen Unilever als het bedrijf bij zijn besluit bleef. Hierbij werd een ultimatum gesteld van negentig dagen. Enkele Amerikaanse staten (Arizona, Texas, New Jersey, New York, Illinois, Maryland en Rhode Island) zijn inmiddels begonnen hieraan gevolg te geven op grond van daar aangenomen anti-BDS-wetgeving. Zij zetten een proces richting desinvesteren in gang. Volgens Hanneke Faber, hoofd van de voedingstak van Unilever, veroorzaakt deze zaak "schuring" binnen het bedrijf. "Ze willen geen ijs meer verkopen in bezette Palestijnse Gebieden. De rest van Unilever wil die beslissing niet nemen", zegt de topvrouw tegen Het Financieele Dagblad . Unilever zal volgens haar over te nemen bedrijven voortaan niet meer zoveel vrijheid geven. "Onze nieuwe merken hebben ontzettend veel vrijheid. Maar bij geen enkel ander merk is de besluitvorming zo ingewikkeld als bij Ben & Jerry's. Dus nee, dat gaan we niet meer doen."[24]

De joodse oprichters van Ben&Jerry's, Cohen en Greenfield, zeiden dat het geen boycot van Israël betrof, maar van de door Israël bezet gehouden Palestijnse gebieden. Zij staan achter het bestaansrecht van Israël, maar niet achter de bezetting[25].

Tijdlijn[bewerken | brontekst bewerken]

  • 1870 - Oprichting Stoomboterfabriek te Oss, de latere Anton Jurgens' Margarinefabrieken en de eerste margarinefabriek ter wereld
  • 1872 - Simon van den Bergh start, eveneens te Oss, een margarinefabriek
  • 1884 - William Hesketh Lever brengt samen met zijn broer Sunlightzeep op de markt. Hun bedrijf heet: Lever & Co.
  • 1886 - Knorr introduceert soeptabletten
  • 1887 - Lever produceert 450 ton/jaar aan Sunlightzeep. Port Sunlight bij Liverpool wordt gebouwd
  • 1888 - Zowel Jurgens als Van den Bergh expanderen naar Duitsland
  • 1890 - Lever & Co. wordt: Lever Brothers Ltd.
  • 1891 - Van den Bergh vertrekt uit Oss naar Rotterdam
  • 1894 - Introductie Lifebuoy-zeep door Lever
  • 1894 - Introductie van de merknaam Zeeuws Meisje
  • 1895 - Lever produceert 40 kton/jaar Sunlightzeep en begint met internationale expansie
  • 1898 - Van den Bergh introduceert het merk Vitello
  • 1899 - Lever introduceert, als alternatief voor harde zeep, zeepvlokken onder de naam Sunlight Flakes. In 1899 zijn de zeepvlokken ook al in Nederland te koop.
  • 1900 - Sunlight Flakes wordt Lux Flakes
  • 1900 - Jurgens introduceert het margarinemerk Solo
  • 1901 - Sunlight verschijnt op de Nederlandse markt
  • 1904 - Lever introduceert Vim schuurpoeder
  • 1904 - Lever start palmplantages in Zuid-Afrika
  • 1910 - Lever start met plantages en bedrijven in West-Afrika
  • 1911 - Bouw van een onderzoekslaboratorium in Port Sunlight
  • 1912 - Eerste Sunlightzeep van Congo palmolie is gegeven aan Koning Albert
  • 1913 - Een walvistraankartel van Europese bedrijven, Whale Oil Pool, wordt opgericht
  • 1914 - Lever maakt nu 135 kton zeep per jaar
  • 1914 - Van den Bergh en Jurgens kopen kleinere Nederlandse margarinefabrikanten systematisch op
  • 1915 - Er zijn nog 30 margarinefabrieken (plantenboterfabrieken) in Nederland, alsmede 66 zeepziederijen en stoomzeepfabrieken
  • 1917 - Lever verwerft het Britse Pears Soap (opgericht in 1789)
  • 1917 - Jurgens sluit een overeenkomst met Kellogg Company ter voorbereiding van expansie naar de Verenigde Staten
  • 1917 - Levers Zeepmaatschappij te Vlaardingen begint de productie van Sunlightzeep
  • 1920 - Het merk Lux verschijnt op de Nederlandse markt
  • 1921 - Het merk Vim verschijnt op de Nederlandse markt
  • 1922 - Lever koopt 't bedrijf Wall's. In de zomer gaat dit consumptie-ijs produceren
  • 1923 - Blue Band wordt in Nederland geïntroduceerd
  • 1927 - Van den Bergh en Jurgens gaan samen in de Margarine Unie. Hier sluiten zich diverse andere Europese margarinefabrikanten bij aan
  • 1928 - De Margarine Unie verwerft de Calvé-groep
  • 1929 - De Margarine Unie verwerft Hartog's Vleeschfabrieken, waaraan ook een margarinefabriek verbonden was
  • 1929 - Margarine Unie en Lever Brothers gaan samen en vormen Unilever
  • 1929 - Jurgens vertrekt uit Oss naar Rotterdam en voegt zich bij Van den Bergh, zodat Van den Bergh en Jurgens' Margarinefabrieken ontstaat
  • 1930 - Concurrent Procter & Gamble betreedt de Britse markt en koop Thomas Hedley Ltd.
  • 1935 - Het accent verschuift geleidelijk van harde zeep naar vlokken en poeders. Het wasmiddel Radion wordt geïntroduceerd
  • 1943 - Unilever verwerft Frosted Foods, waardoor de basis voor een diepvriesgroep werd gelegd, waartoe later ook Iglo zou behoren
  • 1950 - Introductie van Royco soepen op de Nederlandse markt
  • 1952 - Het synthetisch wasmiddel, Omo verschijnt op de Nederlandse markt
  • 1954 - Introductie van Sunsilk shampoo in het Verenigd Koninkrijk
  • 1954 - Introductie van wasmiddel Sunil in Nederland
  • 1955 - Introductie van vissticks
  • 1956 - Introductie van zeep onder de naam Dove
  • 1957 - Introductie van de merknaam Unox voor soep en worst
  • 1958 - Introductie van de merknaam Iglo voor diepvriesproducten
  • 1959 - Eerste margarine in plastic kuipje (Blauband in Duitsland en Flora in Groot-Brittannië), ter vervanging van het vetvrij papiertje
  • 1960 - Introductie van het schoonmaakmiddel Andy
  • 1960 - De Planta-affaire, die vele zieken en enkele dodelijke slachtoffers eiste, vestigt er de aandacht op dat 55 merken margarine alle uit dezelfde fabriek komen
  • 1962 - Introductie van het margarinemerk Becel
  • 1963 - Introductie van de merknaam Brio, voorheen Planta
  • 1965 - Introductie van het vloeibaar schuurmiddel Jif, later Cif
  • 1965 - Introductie van het afwasmiddel Sun voor de afwasmachine
  • 1969 - De eerste halvarine onder merknaam Era, later Linera
  • 1972 - Het theebedrijf Lipton werd gekocht
  • 1972 - Introductie van Impulse (deodorant), Royco Cup-a-Soup, en Mentadent tandpasta
  • 1977 - Er werken wereldwijd 177.000 mensen bij Unilever
  • 1977 - Zwanenberg wordt gekocht, dit wordt later opgenomen in Unilever Vlees Groep (UVG)
  • 1978 - Het Amerikaanse National Starch wordt gekocht
  • 1983 - Introductie van het deodorantmerk Axe
  • 1986 - Overname van Naarden Chemie, dat geur- en smaakstoffen produceert
  • 1990 - De mislukte introductie van Omo Power
  • 1992 - Cosmeticabedrijf Andrélon wordt overgenomen
  • 1996 - Calvé borrelnootjes verkocht aan Duyvis
  • 1996 - Zwanenberg wordt afgestoten
  • 1997 - National Starch wordt verkocht, evenals diverse andere chemiebedrijven
  • 1997 - De Royco fabriek in Utrecht wordt gesloten. De productie verhuist naar Poznań
  • 2000 - BestFoods, Slim&Fast Foods, en Ben & Jerry's worden gekocht[26]
  • 2001 - Het aantal merken wordt gereduceerd van 1600 naar 900
  • 2006 - De diepvriesgroep wordt afgestoten
  • 2008 - Sluiting van de fabrieken in Vlaardingen, Delft (Calvé), en Loosdrecht (Knorr, Conimex)[5]
  • 2010 - Sara Lee Household & Personal Care wordt overgenomen van Sara Lee. Unilever wordt eigenaar van onder andere Zwitsal, Prodent, Zendium, Sanex, Neutral, Radox.[27][28]
  • 2011 - Sanex wordt overgenomen door Colgate Palmolive. Op 14 oktober 2011 neemt Unilever een belang van 82% in het Russische Kalina voor $694 miljoen.[29]
  • 2017 - In december verkocht Unilever de margarinetak voor ruim 6,8 miljard euro aan KKR, een Amerikaanse investeringsmaatschappij.[30] De deal is medio 2018 afgerond. Unilever zette deze activiteit, met merken als Becel, Blue Band, Bona en Zeeuws Meisje, in het voorjaar van 2017 te koop.[30] De activiteit ging door onder de naam Upfield.
  • 2018 - Unilever maakt bekend het hoofdkantoor in het Verenigd Koninkrijk op te geven, en enkel het hoofdkantoor in Rotterdam te behouden. Na verzet van Britse aandeelhouders is dit besluit echter teruggedraaid.
  • 2018 - In december maakte het de overname bekend van GlaxoSmithKline's voedingsdivisie Health Food Drinks.[31] Unilever is bereid € 3,3 miljard te betalen voor een activiteit met een jaaromzet van € 0,5 miljard.[31] De aankoop werd pas in april 2020 afgerond.
  • 2020 - Unilever N.V. en Unilever PLC fuseren, Unilever PLC wordt de moedermaatschappij voor het geheel.

Merken[bewerken | brontekst bewerken]

Door de Path to Growth-strategie ('Weg naar groei') heeft er een forse rationalisatie van de merkportfolio plaatsgevonden. Voor die tijd had Unilever ongeveer 1.600 merken in zijn portfolio, waaronder Becel, Bertolli, Blue Band, Iglo en Mora. Deze werden in de loop der jaren verkocht. Na uitvoering van de strategie zijn er nog circa 400 leidende merken overgebleven, waarvan onderstaande de bekendste zijn.[32]

Voeding en dranken[bewerken | brontekst bewerken]

Huishoudelijke verzorging[bewerken | brontekst bewerken]

Persoonlijke verzorging[bewerken | brontekst bewerken]

Bekende (oud-)werknemers[bewerken | brontekst bewerken]

Literatuur[bewerken | brontekst bewerken]

  • Jurgens, M.A.J., Jurgens, generaties in beweging: 350 jaren kooplieden en fabrikanten. Anton Jurgens Belvoir Stiftung (1993). ISBN 9789090058450.

Externe link[bewerken | brontekst bewerken]

Zie de categorie Unilever van Wikimedia Commons voor mediabestanden over dit onderwerp.