Yara (bedrijf)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Yara International ASA
Yara's hoofdkantoor in Oslo
Beurs Euronext: YAR
Oprichting 1905
Eigenaar Noorse staat heeft 36,2% van de aandelen
Sleutelfiguren Svein Tore Holsether (President en CEO)
Land Vlag van Noorwegen Noorwegen
Hoofdkantoor Drammensveien 131
PO Box 343,
Skøyen
Werknemers 17.000 (2020)
Producten kunstmest
Omzet/jaar US$ 11,7 miljard (2020)
Winst/jaar US$ 691 miljoen (2020)
Marktkapitalisatie NOK 95,5 miljard (31 dec. 2020)
Website www.yara.com
Portaal  Portaalicoon   Economie
Ammoniakfabriek van Yara te Porsgrunn

Yara is een Noors bedrijf, dat onder meer kunstmest vervaardigt.

Activiteiten[bewerken | brontekst bewerken]

Yara is een grote producent van kunstmest. In 2020 had het een jaaromzet van bijna 12 miljard dollar, vooral Europa en Brazilië zijn belangrijke afzetmarkten en hier wordt bijna 60% van de omzet gerealiseerd. De belangrijkste grondstof is aardgas en dit wordt hoofdzakelijk gebruikt voor de productie van ammoniak.

In 2020 werd 7,7 miljoen ton ammoniak geproduceerd. Een klein deel werd als zodanig verkocht, maar veruit het grootste deel werd verwerkt in de eigen fabrieken tot kunstmest. In 2020 werd in totaal 21 miljoen ton kunstmest geproduceerd, waarbij ureum, nitraat en NPK (een combinatie van stikstof, fosfor en kalium) zo'n 80% uitmaakten.

Tegenwoordig telt Yara 17.000 medewerkers en is actief in 60 landen. De producten worden verkocht in 160 landen wereldwijd. Naast een grote fabriek in Sluiskil heeft het nog fabrieken in onder andere Tertre (België), Rostock, Brunsbuttel, Uusikaupunki (Finland), Belle Plaine (Saskakchewan, Canada), Mamonal Cartagena (Colombia), Savonetta (Trinidad en Tobago), Ponta Grossa (Brazilië), Rio Grande (Brazilië) en Karratha (Australië).

Geschiedenis[bewerken | brontekst bewerken]

In 1905 werd Norsk Hydro opgericht, een bedrijf dat elektriciteit produceerde op basis van waterkracht. Deze goedkope elektriciteit werd ingezet voor industriële activiteiten. In 1903 werd het Birkeland-Eydeproces uitgevonden, waarmee men calciumnitraat kon vervaardigen, dat als Noorse salpeter op de markt werd gebracht en ingezet werd als kunstmest. Proeffabrieken verschenen in Notodden (1907) en Rjukan (1909). Overigens was het Birkeland-Eydeproces zeer energie-intensief. Veel efficiënter was het Ostwaldproces, dat in 1906 werd ontwikkeld en gebruik maakte van een katalysator. Bovendien werd in 1910 het Haber-Boschproces gepatenteerd waarmee men luchtstikstof kon binden tot ammoniak. Norsk Hydro ging later dan ook over op het Ostwaldproces. In 1929 werd te Herøya, gemeente Porsgrunn, de eerste grootschalige stikstofkunstmestfabriek gebouwd. Later werd ook zwaar water en CO2-gas geproduceerd. In 1949 werd een fabriek geopend te Glomfjord, waar calciumnitraat en NPK-meststoffen werden geproduceerd.

In de jaren zestig van de 20e eeuw werd een ammoniakfabriek opgestart te Porsgrunn en in 1969 kwam te Quatar een dergelijke fabriek gereed onder de naam Quafco. In augustus 2020 verkocht Yara het aandelenbelang van 25% in Qatar Fertiliser Company voor US$ 1 miljard waarmee een einde kwam aan een relatie die meer dan 50 jaar heeft geduurd.[1]

Omstreeks 1979 werden door Norsk Hydro een aantal buitenlandse bedrijven gekocht, waaronder de Nederlandse Stikstof Maatschappij (NSM) te Sluiskil, Supra in Zweden, Windmill te Vlaardingen (1986, gesloten in 1999), en Cofaz (Compagnie Française de l'Azôte) in Frankrijk. In de loop der jaren ontwikkelde Norsk Hydro zich tot een conglomeraat van bedrijven. In 2004 ging de kunstmesttak van Norsk Hydro als zelfstandig bedrijf naar de Oslo Børs onder de naam Yara.

In oktober 2020 maakte Yara plannen bekend in Sluiskil een elektrolysefabriek te bouwen voor de productie van groene ammoniak.[2] Ørsted is nauw betrokken bij de bouw van Windpark Borssele I & II en zal elektriciteit opgewekt door windenergie leveren aan de fabriek. De elektrolyse-capaciteit wordt 100 megawatt en dit moet resulteren in zo'n 75.000 ton ammoniak per jaar.[2] Eind 2021 of begin 2022 zal het definitieve investeringsbesluit worden genomen en de fabriek komt dan uiterlijk in 2025 in gebruik.[2]