BNP Paribas

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
BNP Paribas S.A.
Een vestiging van BNP Paribas in Parijs
Een vestiging van BNP Paribas in Parijs
Beurs Euronext: BNP
Grootaandeelhouders Institutionele investeerders 75,8%
FPIM (Belgische Staat) 10,3%
Werknemers 5,2%
Luxemburg 1,0%
Motto of slagzin The bank for a changing world
Oprichting 2000 uit een fusie
Sleutelfiguren Jean-Laurent Bonnafé (CEO)
Hoofdkantoor Vlag van Frankrijk Parijs, Frankrijk
Omzet € 39,2 miljard (2014)[1]
Winst € 157 miljoen (2014)[1]
Website bnpparibas.com
Portaal  Portaalicoon   Economie

BNP Paribas S.A. is een van de grootste bankgroepen ter wereld. Het hoofdkantoor van de van oorsprong Franse bank staat in Parijs. De bank vloeit voort uit onder meer de oude Bank van Parijs en de Nederlanden en ontstond in 2000 door de fusie tussen Banque Nationale de Paris en Paribas.

Activiteiten[bewerken]

BNP Paribas heeft vestigingen in bijna 75 landen en heeft 184.000 medewerkers, waarvan de ruime meerderheid in Europa.[1] Sinds BNP Paribas in 2009 het Belgische Fortis opkocht, is de bank de grootste bank van Europa gemeten naar beheerd vermogen[2] en sinds 2010 de grootste bank ter wereld gemeten naar balanstotaal.[3]

BNP Paribas vormt deel van de Euro Banking Association EBA. De EBA is een samenwerkingsverband van Europese Banken, gericht op het mogelijk maken van het betalingsverkeer binnen het Euro-gebied. Dochterondernemingen van BNP Paribas zijn onder andere Arval, BGL BNP Paribas, BNP Paribas Cardif, BNP Paribas Fortis, Cetelem, Cortal Consors, SINVIM, Union de Crédit pour le Bâtiment (UCB).

Overname van Fortis[bewerken]

Fortis Bank, het onderdeel dat vooral in België geld beheert, en ook o.a. de voormalige Turkse Dışbank zou voor 75% in handen van BNP Paribas komen en voor 25% in handen van de Belgische staat. Dit werd echter verworpen door de aandeelhouders van Fortis. Maar op de aandeelhoudersvergadering van 28 en 29 april 2009 werd de deal wel aanvaard en dat betekende dat BNP Paribas 75% van de bank in handen kreeg en de Belgische overheid 25%. Ook kreeg BNP Paribas 25% van Fortis Insurance in handen, de overige driekwart zijn nog in handen van Ageas. In november 2013 verkocht de Belgische federale regering het 25% aandelenbelang in BNP Paribas Fortis voor 3,25 miljard euro aan BNP Paribas.[4] Daarmee is het vroegere Fortis volledig in Franse handen.

Fortis Investments, de vermogensbeheertak van Fortis, is ook in bezit gekomen van BNP Paribas. In april 2008 lijfde de vermogensbeheerder van Fortis de activiteiten van ABN AMRO Asset Management in. Bij de overname door BNP Paribas had Fortis Investments wereldwijd 200 beleggingsfondsen, die door 40 teams in veertien landen werden aangestuurd.[5] In Nederland had Fortis Investment destijds ongeveer €40 miljard onder zijn beheer.

Problemen[bewerken]

In Europa[bewerken]

In 2009 kreeg de bank BNP Paribas een bestuurlijke boete van 120.000 euro van de Autoriteit Financiële Markten omdat de bank gedurende bijna een jaar het belang van BNP Paribas Cardif in Volta Finance Limited ongemeld had gelaten.[6] Volta Finance Limited is een aan de Euronext genoteerde beleggingsinstelling.

In de Verenigde Staten[bewerken]

Wegens verboden handel met Soedan en Iran rekende de Franse bank in juni 2014 erop een schikking te moeten betalen van $10 miljard.[7] Een dergelijk bedrag zal voor deze bank een negatief effect hebben op haar verplichte bankbuffers.[8]

Op 26 juni 2014 werd bekend dat BNP Paribas een akkoord had bereikt met de Amerikaanse autoriteiten over een schikking voor een bedrag van $8,9 miljard (ongeveer €6,5 miljard). De bank zal schuld bekennen aan het schenden van sancties tegen landen als Iran en Cuba.[9] Tevens volgen er zware handelssancties voor de bank. De hoge boete werd mede opgelegd omdat de bank ondanks waarschuwingen de illegale praktijken gewoon voortzette.[10] De bank weigerde verder volledig mee te werken aan het Amerikaanse onderzoek en zou „arrogant” en „amateuristisch” hebben geopereerd.[10] BNP realiseerde in 2013 een nettowinst van 4,8 miljard euro en de boete brengt de kredietwaardigheid van de bank niet in gevaar. Het eigen vermogen van BNP blijft met 10% boven de internationale norm die na de bankencrisis is aangescherpt.[10]

Ethische screening[bewerken]

Volgens de vooraf bepaalde criteria van zowel de Belgische als de Franse Bankwijzer (eerlijke geldwijzer) scoort BNP Paribas zeer slecht in vergelijking met de onderzochte banken op het vlak van het ethische beleid.[11] Hieruit blijkt dat BNP Paribas nauwelijk richtlijnen heeft en naleeft op het vlak van mensenrechten, investeringen in de wapenindustrie, reduceren van broeikasgassen, natuurbehoud en transparantie. Uit Dirty Profits V blijkt de bank te investeren in (op één na) alle geselecteerde controversiële bedrijven.

BNP Paribas is een grote investeerder in de wapenindustrie. Uit een onderzoek dat in 2016 gepubliceerd werd bleek de bank aanwezig te zijn in de "Hall of Shame" van het rapport "Do Not Bank on the Bomb."[12] De bank investeert in bedrijven die kernwapens produceren (311 miljoen in Leonardo en 304 miljoen in H.P.). BNP Paribas is de enige Europese bank die in de top tien staat van investeerders in nucleaire wapens.[11]

Uit het document 'Fossielvrije banken in de strijd tegen de koolstofzeepbel" blijkt dat de bank bijna 30 miljard investeert in milieuvervuilende energiebronnen zoals gas, olie en steenkool.[13] Deze energiebronnen zijn verantwoordelijk voor een aanzienlijk deel van CO2-uitstoot en globale klimaatopwarming. Bovendien blijkt de bank meer dan 100 miljoen € te investeren in milieuvervuilende bedrijven zoals Norilsk Nikkel en Mylan (beiden bedrijven die veel afvalstoffen loodsen die schadelijk zijn voor de volksgezondheid).[14][11]

BNP Paribas was een officiële sponsor van de klimaatconferentie van Parijs in 2015 (die als doel had maatregelen te nemen om de uitstoot van broeikasgassen te reduceren en de klimaatopwarming tegen te gaan). Externe non-profit organisaties spreken echter van greenwashing omdat de bank zelf miljarden euro's investeert in de fossiele brandstofindustrie.[13]

Externe link[bewerken]

Zie ook[bewerken]