Naar inhoud springen

Noorse kroon

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Kroon
Land Vlag van Noorwegen Noorwegen
Verdeling 100 øre
ISO 4217-code NOK
Afkorting of
valutateken
kr
Wisselkoers EUR 1 = 11,91 NOK
NOK 1 = 0,084 EUR
(15 dec. 2025)
Noorse kroon
Portaal  Portaalicoon   Economie

De Noorse kroon (Noors: norsk krone) is de munteenheid van Noorwegen. Eén kroon is honderd øre.

Het muntgeld is beschikbaar in 1, 5, 10, 20 kronen (tot 2012 was 50 øre ook wettig betaalmiddel[1]). Het papiergeld is beschikbaar in 50, 100, 200, 500 en 1000 kronen.

Op enige munten is de afbeelding van koning Harald of Harald VII of Olav V zichtbaar.

Bankbiljetten

[bewerken | brontekst bewerken]
Huidige serie
Nominale waarde Grootte
(in mm)
Kleur Afbeelding Datum van uitgifte
50 Kronen 126×70 groen Utvær vuurtoren 2018
100 Kronen 133×70 rood Gokstadschip 2017
200 Kronen 140×70 blauw Kabeljauw 2017
500 Kronen 147×70 oranje Reddingsschip RS 14 ''Stavanger'' 2018
1000 Kronen 154×70 paars Golf in de zee 2019

De vorige serie biljetten:

Nominale
waarde
Grootte
(in mm)
Kleur Portret Datum van uitgifte
50 Kronen 128×60 groen Peter Christen Asbjørnsen 20 januari 1997
100 Kronen 136×65 rood Kirsten Flagstad 15 september 1997
200 Kronen 144×70 blauw Kristian Birkeland 1 november 1994
500 Kronen 152×75 bruin Sigrid Undset 7 juni 1999
1000 Kronen 160×80 paars Edvard Munch 19 juni 2001
Koers NOK - EUR.

In 1816, twee jaar na de breuk met Denemarken en Zweden, werd de centrale bank van Noorwegen, Norges Bank, opgericht. Als betaalmiddel werd geïntroduceerd de speciedaler of rixdollar, die weer onderverdeeld was in 120 skillings of vijf ort (rigsort) van elk 24 skillings.[2] De rixdollar was gekoppeld aan het zilver, waarbij een rixdollar gelijk was aan 233,85 gram zilver.

De relatie met het zilver bleef gehandhaafd tot 1 januari 1874.[2] Medio 1873 besloot de Storting de overstap te maken naar de gouden standaard. Verder werd de naamgeving van de munten gewijzigd, de kroon en øre werden geïntroduceerd, waarbij een rixdollar gelijk werd gesteld aan vier kronen. De nieuwe en oude munten circuleerden korte tijd naast elkaar. Op 17 april 1875 vervielen de oude munten en ging men uitsluitend verder met de kroon, die onderverdeeld was in 100 øre.[2] Op 16 oktober 1875 ging Noorwegen deelnemen aan de Scandinavische muntunie met Denemarken en Zweden.[2] Het geld van de drie landen was wettig betaalmiddel in elk van de drie deelnemende landen. Deze muntunie heeft tot 1914 gefunctioneerd, maar de naam kroon is blijven bestaan.

De verplichting tot inwisseling in goud werd op 5 augustus 1914 opgeschort en de kroon begon te zweven. Tijdens de oorlog verviervoudigde de geldhoeveelheid, maar de kroon steeg in waarde vooral door de gestegen inkomsten uit de koopvaardij. De omwisseling in goud werd in 1916 opnieuw ingevoerd, maar omdat de bankbiljetten nu meer waard waren dan de officiële goudprijs, werd de bank in april 1916 al weer vrijgesteld van de verplichting om goud in te kopen.[2] In 1920 werd de mogelijkheid om geld in goud om te wisselen weer officieel beëindigd.

Van september 1946 tot 15 augustus 1971 was Noorwegen aangesloten bij het systeem van Bretton Woods.[2] Hierbij werd een vaste wisselkoers geïntroduceerd, 20 Noorse kroon was gelijk aan een pond sterling en 4,96 kroon aan een Amerikaanse dollar. In 1949 volgde een devaluatie van het pond sterling, de nieuwe wisselkoers werd vastgesteld op 7,14 kroon voor een dollar. Op 15 augustus 1971 viel het Bretton Woord systeem van vaste wisselkoersen uiteen.

De Noorse centrale bank ging nadien de koers van de Noorse kroon meer relateren aan de wisselkoersontwikkelingen in Europa.[2] In 1990 werd de koers gekoppeld aan de Europese rekeneenheid (ECU), de voorloper van de euro. Op 12 december 1992 kwam deze koppeling tot een einde en is er sprake van een zwevende wisselkoers.

In 2007 werd de eigen drukkerij van bankbiljetten gesloten. De levering van de bankbiljetten is overgenomen door buitenlandse drukkers, gevestigd in Frankrijk en Engeland.