Volksverzekering

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Een volksverzekering is in Nederland een verplichte, publiekrechtelijke verzekering voor iedere natuurlijke persoon die legaal ingezetene van Nederland is. Ook een niet-ingezetene van Nederland die ter zake van een in Nederland verrichte arbeidsovereenkomst aan de loonbelasting is onderworpen, is in beginsel verzekerd voor de volksverzekeringen. Degene die verzekerd is voor de volksverzekeringen wordt aangeduid als "verzekerde".

De volksverzekeringen zijn één van de twee categorieën van Nederlandse publiekrechtelijke verzekeringen (ook wel met de term sociale verzekeringen aangeduid). De andere categorie wordt aangeduid met de term werknemersverzekeringen.

De volksverzekeringen[bewerken]

In Europees Nederland zijn de volgende volksverzekeringen van kracht:

De Algemene Kinderbijslagwet (AKW) is een volksverzekering omdat aanspraak op kinderbijslag bestaat als men verzekerd is en niet wordt getoetst aan inkomen. Of men verzekerd is wordt vastgesteld op dezelfde wijze als voor de overige volksverzekeringen met inbegrip van het Besluit uitbreiding en beperking kring verzekerden volksverzekeringen. De AOW, de Anw en de AKW wordt tezamen wel aangeduid als de demografische volksverzekeringen. In tegenstelling tot de andere volksverzekeringen is de verzekerde voor de AKW echter geen premies verschuldigd en om die reden wordt de AKW door sommige personen ook wel tot de zogenoemde sociale voorzieningen gerekend.

De Zorgverzekeringswet (Zvw) wordt veelal niet tot de volksverzekeringen gerekend. Qua bereik van de verzekeringsplicht is de Zvw echter feitelijk een volksverzekering omdat zij die voor de AWBZ verzekerd zijn als verzekerden voor de Zvw worden aangemerkt.[1]

De AOW, Anw en AKW worden uitgevoerd door de Sociale Verzekeringsbank.

Caribisch Nederland[bewerken]

In Caribisch Nederland kennen we anno 2013 de volgende volksverzekeringen

De zorgverzekering Caribisch Nederland kan eveneens worden beschouwd als een volksverzekering, aangezien ook hier sprake is van een verzekering van rechtswege voor alle ingezetenen, waarbij de inkomensafhankelijke premies worden geïnd door de Belastingdienst.

De premies voor de volksverzekeringen zijn verschuldigd door de verzekerden (ingezetenen en/of werknemers van/in Caribisch Nederland), maar worden in geval van loondienst ingehouden door de werkgever. De premies zijn geïntegreerd in het tarief van de vlaktaks van 30,4%.

De volksverzekeringen worden uitgevoerd door onderdelen van de Rijksdienst Caribisch Nederland. De AOV en AWW vallen onder de unit Sociale Zaken en de zorgverzekering onder het Zorgverzekeringskantoor BES.

Premies volksverzekeringen (PVV)[bewerken]

De volksverzekeringen worden verzekeringen genoemd, maar zijn feitelijk nagenoeg geheel gelijk te stellen met sociale voorzieningen. De kinderbijslag wordt niet door middel van premies gefinancierd. Voor de overige drie volksverzekeringen is het systeem van premieheffing voor de AOW, Anw en AWBZ (premies volksverzekeringen) geïntegreerd met de heffing van inkomstenbelasting (ook doorwerkend in de loonbelasting) in box 1, zie inkomsten in box 1 als grondslag voor andere heffingen. De verschuldigde premies zijn dus alleen afhankelijk van het inkomen in box 1, met als maximum de premies over de hele eerste en tweede schijf. Heeft een verzekerde geen inkomen, of alleen in andere boxen, dan is hij wel verzekerd, maar is hij geen premies verschuldigd.

De hoogte van de premie wordt, in ieder geval bij de AOW, niet zo bepaald dat de premies met de uitkeringen in balans zijn: een deel van de uitkeringen wordt uit de algemene middelen gefinancierd. In juridische zin zijn de premies echter geen belasting, hetgeen met name in grensoverschrijdende gevallen van belang is.

In verband met het categoriseren van de AOW als verzekering geldt de regel dat wie de AOW-leeftijd heeft bereikt geen premie meer betaalt.[2] Dit is het belangrijkste verschil tussen financiering uit premie en financiering uit belasting (nu geldt voornamelijk het eerste, maar deels het tweede). Er vindt zeer geleidelijk fiscalisering plaats.

Fondsen[bewerken]

Voor ieder van de vier volksverzekeringen is er een apart fonds, waarin de baten en de lasten worden beheerd en geadministreerd. Het AOW-fonds (Ouderdomsfonds), Anw-fonds (Nabestaandenfonds) en AKW-fonds worden beheerd door de SVB. Het AWBZ-fonds (Algemeen Fonds Bijzondere Ziektekosten) wordt beheerd door het College voor zorgverzekeringen (CVZ). Die voor de AOW, Anw en AWBZ worden gevoed door de premies, door de in verband met heffingskortingen ingevoerde Bijdrage in de Kosten van de Kortingen (BIKK, geregeld in art. 15 van Wet financiering sociale verzekeringen), door de aanvullende financiering door het Rijk, en bij de AWBZ door eigen bijdragen. Het AKW-fonds wordt geheel gevoed door het Rijk.

Op basis van de genoemde wetten worden door overheidsinstanties vervolgens uitkeringen gedaan. Er is vrijwel geen relatie tussen de hoogte van de premie en de uitkering. Voor de Algemene Ouderdomswet geldt het zogenoemde omslagstelsel.

Vrijstellingen[bewerken]

Deelname aan de volksverzekeringen is meestal verplicht. Het is in zeldzame gevallen mogelijk vrijstelling van de betaling van premie te krijgen: met name als men een niet-Nederlandse uitkering of pensioen ontvangt. Het recht op een uitkering vervalt daarmee ook. Ook gewetensbezwaarden komen onder omstandigheden in aanmerking voor een vrijstelling. Zij betalen premievervangende belasting die gelijk is aan het bedrag van de premies dat verschuldigd zou zijn indien zij geen gewetensbezwaarden zouden zijn.

Geschiedenis[bewerken]

De AOW is in 1957 ingevoerd. Sinds het begin zijn alleen mensen onder de AOW-leeftijd premie AOW verschuldigd, en ook steeds tot een maximum.

De Anw verving per 1 juli 1996 de Algemene Weduwen- en Wezenwet (AWW), die is ingevoerd in 1959.

Per 1 januari 1968 is de AWBZ ingegaan.

Sinds 1985 betalen ook ambtenaren premies AOW/AWW; ter compensatie werd het loon verhoogd. Sinds 1990 betalen werknemers ook andere premies dan AOW/AWW. Van 1990 tot en met 2000 kregen ze ter compensatie overhevelingstoeslag. Bij de invoering van de Wet inkomstenbelasting 2001 is deze toeslag in de lonen verwerkt.

Per 1 januari 1989 is de AKW volledig gefiscaliseerd, d.w.z. de premie is afgeschaft.

Tot 1994 waren alleen mensen onder de AOW-leeftijd premie AWW verschuldigd.

Zie ook[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. Premies, rijksbijdragen en BIKK, p. 5
  2. Bij een lijfrente zou het materieel geen verschil maken of iemand premie betaalt tot de uitkering aanvangt, of ook daarna premie blijft betalen: in het laatste geval zou de uitkering zoveel hoger kunnen zijn dat het netto resultaat hetzelfde is. Dit ligt anders bij de AOW, omdat de AOW-premie inkomensafhankelijk is.