Fiscalisering

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Fiscalisering of fiscalisatie betekent in algemene zin het omzetten van een stelsel dat gefinancierd wordt door middel van een eigen bijdrage, naar een stelsel dat gefinancierd wordt uit de algemene middelen van de overheid. Een voorbeeld van fiscalisering is het beëindigen van de verplichte omroepbijdrage.[1]

Zonder fiscalisering is er vaak min of meer een verband tussen de door de burger te betalen bijdrage en een dienst of uitkeringsrecht dat daar tegenover staat. Bij volledige fiscalisering wordt deze koppeling in principe losgelaten.

Volksverzekering[bewerken]

In de context van een volksverzekering of andere bestemmingsheffing betekent fiscalisering dat deze als zodanig ophoudt te bestaan, waarbij het heffen van premie vervangen wordt door het verhogen van belastingen, en de uitkeringen uit de algemene middelen worden verstrekt.

Bij bijvoorbeeld de Algemene nabestaandenwet betalen mensen zonder partner echter premie voor een uitkering waar zij geen recht op kunnen krijgen (behalve als zij alsnog een partner krijgen), dus eigenlijk is de premie al een soort belasting.

AOW[bewerken]

Het begrip fiscalisering wordt in Nederland vooral gebruikt in verband met de AOW. Daarbij is het verschil tussen premie en belasting dat personen boven de AOW-leeftijd geen premie hoeven te betalen. De AOW is gedeeltelijk gefiscaliseerd: er wordt premie geheven, maar die is niet toereikend. De premie is een vast percentage, 17,9% van het inkomen in box 1. De houdbaarheidsbijdrage betekent een geleidelijke verdere fiscalisering. Schattingen geven aan dat hierbij fiscalisering in ca. 2150-2200 voltooid is[2] of in 2075[3].

De Commissie Van Dijkhuizen stelt voor dit te versnellen, zodat het in 2031 of 2032 voltooid is, zie versnelde en volledige fiscalisering van de AOW.