Folketing

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Folketing
Folketinget
Wetgevend orgaan van Vlag van Denemarken Denemarken
Coat of arms of the Folketing of Denmark.svg
Algemene informatie
Opgericht in 1849
Aantal leden 179
Voorzitter Mogens Lykketoft,
Socialdemokraterne
Ontmoetingsplaats Christiansborg, Kopenhagen
Zetelverdeling
Zetelverdeling van de Folketing
Partijen Rode blok (regering) (89)

     Socialdemokraterne (44)      Radikale Venstre (17)      Socialistisk Folkeparti (16)      Enhedslisten (12) Blauwe blok (oppositie) (86)
     Det Konservative Folkeparti (8)      Liberal Alliance (9)      Dansk Folkeparti (22)      Venstre (47) Afgevaardigden Groenland/Faroër (neutraal) (4)      Afgevaardigden (4)

Portaal  Portaalicoon   Politiek

Het Folketing (Deens: Folketinget [ˈfɔlɡəˌteˀŋ]) is het parlement van Denemarken. Het tweede lid van de naam gaat terug op het Proto-Germaanse woord *þinga', dat 'volksvergadering' betekent.

Het Folketing bestaat uit 179 zetels die door evenredige vertegenwoordiging gekozen worden. Twee hiervan zijn voor vertegenwoordigers van de Faeröer, twee voor afgevaardigden uit Groenland. De overige leden worden vanuit de 92 Deense kieskringen gekozen. De leden worden gekozen voor een termijn van maximaal vier jaar. De premier kan, met goedkeuring van de vorst, vervroegde verkiezingen uitschrijven waarmee de termijn voor de parlementsleden vervroegd afloopt.

Geschiedenis[bewerken]

Het Folketing, het Deense eenkamerige parlement, houdt sinds 1849 zitting in de Christiansborg op het eiland Slotsholmen in het hart van Kopenhagen.

Van 1849 tot 1953 was het Folketing een van de twee kamers in de Deense Rigsdag (Rijksdag). De andere was het Landsting (Landstinget). Beide kamers hadden evenveel macht, maar waar het Folketing het volk vertegenwoordigde, vertegenwoordigde het Landsting de oude aristocratie. Tot 1915 werden de meeste zetels in het Landsting door censuskiesrecht gekozen; de overige zetels werden door de vorst aangewezen. Vanaf 1915 mocht ook de gewone bevolking stemmen, zij het indirect met een districtenstelsel en een hoge kiesgerechtigde leeftijd. In de volgende decennia verloor de Landsting aan invloed - de wetten werden immers in het Folketing gemaakt - en werd een overbodige bureaucratische handeling.

Na een referendum in 1953 werden de twee kamers samengevoegd. Volgens de Deense grondwet ligt de wetgevende macht nu zowel bij het Folketing als bij de koning. De koning tekent aangenomen wetten als een formaliteit, al kan in principe de vorst - zonder gevolgen - een wet weigeren te tekenen.

Omdat de Deense Kieswet een kiesdrempel van slechts twee procent hanteert, komt het zelden voor dat een partij de meerderheid behaalt (laatste keer was 1901). Dientengevolge treden er blokvorming en coaltitieregeringen op. De regeringen-Rasmussen (zowel Anders Fogh Rasmussen als Lars Løkke Rasmussen) hadden de West-Europese primeur van gedoogsteun, die in Denemarken door de ultra-rechtse Dansk Folkeparti verleend werd. In 2011 kwam er een eind aan de tien jaar lange samenwerking.

De verkiezingen van november 2011 waren tot nu toe de laatste. Venstre onder leiding van voormalig premier Lars Løkke Rasmussen werd met 47 zetels de grootste partij, maar aangezien het rode blok van Helle Thorning-Schmidt méér zetels haalde dan het blauwe blok, werd Rasmussen uitgesloten van regeringsdeelname.

Kieswet & Parlementswet[bewerken]

De Deense Kieswet en Parlementswet lijken op die van Nederland. Toch zijn er grote verschillen:

  • Er is een kiesdrempel van 2% van de stemmen, omgerekend 3,6 zetels in het Folketing.
  • Nieuwe partijen dienen bij deelname aan de verkiezingen het aantal handtekeningen te verzamelen ter grootte van één zetel volgens de kiesdeler, hetgeen overeenkomt met ongeveer 20.000 handtekeningen.
  • Parlementsleden zijn immuun voor vervolging tenzij 1. een meerderheid van het Folketing besluit de immuniteit op te heffen; 2. het parlementslid op heterdaad betrapt is.
  • Debatten en algemene veranderingen mogen in besloten kring (zonder publiek) gehouden worden, al is dit sinds de inval in Denemarken tijdens de Tweede Wereldoorlog niet meer voorgekomen.

Samenstelling van het Folketing (2011)[bewerken]

Denemarken
Partijen (Nederlandse vertaling) (lettersymbool) Partijleiders ideologie Stemmen Percentage Zetels
Rode blok
Socialdemokraterne (Sociaaldemocraten) (A) Helle Thorning-Schmidt sociaaldemocratie 879.615 24,8 44
Radikale Venstre (Sociaal-liberale partij) (B) Margrethe Vestager sociaalliberalisme 336.698 9,5 17
Socialistisk Folkeparti (Socialistische Volkspartij) (F) Villy Søvndal democratisch socialisme 326.192 9,2 16
Enhedslisten – De Rød-Grønne (Eenheidslijst - De Rood-Groenen) (Ø) Collectief leiderschap ecosocialisme 236.860 6,7 12
Blauwe blok
Det Konservative Folkeparti (De Conservatieve Volkspartij) (C) Lars Barfoed liberaal conservatisme 175.043 4,9 8
Kristendemokraterne (Christendemocraten) (K) Per Ørum Jørgensen christendemocratie 28.070 0,8 0
Dansk Folkeparti (Deense Volkspartij) (O) Pia Kjærsgaard nationaal-conservatisme 436.726 12,3 22
Venstre (Liberale Partij) (V) Lars Løkke Rasmussen liberalisme 947.725 26,7 47
Liberal Alliance (Liberale Alliantie) (I) Anders Samuelson klassiek-liberalisme 176.585 5,0 9
Subtotaal 175
Faeröer
Sambandsflokkurin (Uniepartij) Kaj Leo Johannesen conservatief-liberalisme 6.361 30,8 1
Javnaðarflokkurin (Sociaaldemocratische Partij) Aksel Johannesen sociaaldemocratie 4.328 21,0 1
Subtotaal 2
Groenland
Siumut (Voorwaarts) Aleqa Hammond sociaaldemocratie 8.499 37,1 1
Inuit Ataqatigiit (Inuitgemeenschap) Kuupik Kleist socialisme 9.780 42,7 1
Subtotaal 2
Totaal 179

Foto's[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties