Districtenstelsel

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Verhoudingen bij de parlementsverkiezingen in het Verenigd Koninkrijk in 2005, met districtenstelsel, tussen het aantal stemmen (onder) en het aantal zetels (boven).

Een districtenstelsel is een kiessysteem, waarbij één of meer afgevaardigden in een kiesdistrict worden gekozen.

Vaak, maar niet altijd, wordt een districtenstelsel gecombineerd met een meerderheidsstelsel, waarbij de kandidaat die in een district de absolute meerderheid (of het meeste aantal stemmen) haalt, verkozen wordt. Dit is een enkelvoudig districtenstelsel, waarbij enkelvoudig slaat op de ene zetel die te verdelen is. Landen als Groot-Brittannië, Frankrijk en de Verenigde Staten kennen zo'n systeem. In Groot-Brittannië wordt de kandidaat met het grootste aantal stemmen gekozen, in Frankrijk de kandidaat die de absolute meerderheid haalt. Voor een absolute meerderheid is vaak een tweede ronde nodig tussen de twee kandidaten die het meeste aantal stemmen behaalden.

Bij toepassing van een meerderheidsstelsel in een districtenstelsel zijn er in de praktijk vaak maar twee of drie grote partijen landelijk vertegenwoordigd. Partijen zullen immers de neiging hebben te fuseren met partijen met wie ze ideologisch veel gemeen hebben, omdat slechts de winnaar vertegenwoordigd wordt en men samen misschien kan winnen. Dit kan men enerzijds als nadeel zien omdat de kiezer maar uit twee of drie partijen kan kiezen. Bovendien zal een partij die een groot deel van de bevolking vertegenwoordigt wellicht geen zetels vergaren omdat de aanhang verspreid over het land woont. Anderzijds worden kleine wellicht niet serieuze partijen geweerd en wordt de besluitvorming versoepeld.

Daarnaast is er een meervoudig districtenstelsel mogelijk, waarbij niet alleen de kandidaat met de meeste stemmen, maar ook de nummers 2, 3 of 4 (in aantal stemmen) verkozen worden. Het kiesstelsel in België en in veel andere landen is hierop gebaseerd: per kieskring is een vastgesteld aantal zetels te verdelen, hoewel dat aantal groot genoeg is om geen verkiezing tussen kandidaten, maar tussen partijlijsten te houden. Binnen de kieskring is dus sprake van een stelsel van evenredige vertegenwoordiging.

Nederland[bewerken]

In de negentiende eeuw en begin twintigste eeuw, tot de invoering van het huidige stelsel van evenredige vertegenwoordiging in 1918, had Nederland ook al een enkelvoudig districtenstelsel (door de Fransen het stelsel van den 'scrutin uninominal' genoemd). Iedere kiezer koos één afgevaardigde in zijn of haar kiesdistrict. Elk van de kiesdistricten was goed voor 1 kamerzetel. Hierbij moet aangetekend worden dat grote plaatsen als Amsterdam (9), Rotterdam (5), Den Haag (3) en Utrecht (2) in meerdere kiesdistricten opgedeeld waren. Het stelsel werkte in het nadeel van de verspreid over het land wonende liberalen toen het censuskiesrecht versoepeld werd en ze concurrentie te duchten kregen van de sterk geconcentreerd wonende aanhang van confessionele partijen. In 1906 kende Nederland volgens de kieswet van 7 september 1896, staatsblad no. 154 (gewijzigd in 1897 en 1900 - "zie den volledigen tekst K.B. 13 febr. 1901, Stbl. no. 66") onder meer de volgende kiesdistricten (het zijn er totaal 100):

Lijst van kiesdistricten[bewerken]

A[bewerken]

  • Almelo (Stad-Almelo, Ambt-Almelo, Tubbergen, Ootmarsum, Denekamp, Wierden, Weerselo, Borne en Rijssen);
  • Alkmaar (Heiloo, Bergen, Schoorl, Warmenhuizen, Harenkarspel, St. Maarten, Schagen, Wieringerwaard, Barsingerhorn, Nieuwe-Niedorp, Oude-Niedorp, Heerhugowaard, Oudkarspel, Noord-Scharwoude, Zuid-Scharwoude, Broek op Langendijk, Sint Pancras, Koedijk, Oudorp en Oterleek);
  • Amersfoort (Bunschoten, Eemnes, Baarn, Hoogland, Soest, Stoutenburg, Leusden, Woudenberg, Maarn, Zeist, Doorn, De Bilt, Maartensdijk, Achttienhoven en Westbroek);
  • Amsterdam I tot en met IX (9 kiesdistricten);
  • Apeldoorn (Epe, Ermelo, Harderwijk en Putten);
  • Appingedam (Delfzijl, 't Zandt, Bierum, Uithuizermeeden, Uithuizen, Usquert, Warffum, Eenrum, Baflo, Stedum, Middelstum, Kantens en Loppersum);
  • Assen (Wildervank, Zuidlaren, Anlo, Gieten, Gasselte, Roden, Peize, Eelde, Norg, Vries en Rolde);

B[bewerken]

  • Beverwijk (Zandvoort, Bloemendaal, Schoten, Spaarndam, Haarlemmerliede en Spaarnwoude, Velsen, Assendelft, Westzaan, Krommenie, Wijk aan Zee en Duin, Heemskerk, Uitgeest, Castricum, Akersloot, Limmen, Egmond binnen en Egmond aan Zee);
  • Bergen op Zoom (Woensdrecht, Ossendrecht, Huybergen, Putte, Nieuw-Vossemeer, Wouw, Halsteren, Roosendaal en Nispen, Steenbergen en Kruisland);
  • Bodegraven (Aarlanderveen, Hazerswoude, Alphen, Zwammerdam, Rietveld, Woerden, Waarder, Barwoutswaarder, Papekop, Lange Ruige Weide, Reeuwijk, Oudewater, Hekendorp, Haastrecht, Vlist, Stolwijk, Schoonhoven, Bergambacht, Ammerstol en Berkenwoude);
  • Breda (Rucphen en Vorenseinde, Hoeven, Etten en Leur, Prinsenhage en Terheyden);
  • Breukelen (Breukelen-Nijenrode, Breukelen-St.Pieters, Nieuwveen, Nieuwkoop, Zevenhoven, Ter Aar, Abcoude-Proostdij, Abcoude-Baambrugge, Loosdrecht, Vinkeveen, Vreeland, Loenen, Loenersloot, Mijdrecht, Wilnis, Maarsseveen, Maarssen, Tienhoven, Zuilen, Vleuten, Laagnieuwkoop, Kockengen, Kamerik, Zegveld, Haarzuilens, Ruwiel, Harmelen, Veldhuizen en Linschoten);
  • Brielle (Den Bommel, Ooltgensplaat, Stad aan 't Haringvliet, Oostvoorne, Vierpolders, Nieuwenhoorn, Hellevoetsluis, Nieuw-Helvoet, Rockanje, Heenvliet, Geervliet, Zwartewaal, Spijkenisse, Hekelingen, Zuidland, Abbenbroek, Oudenhoorn, Rozenburg, Pernis, Hoogvliet, Poortugaal, Goudswaard, Piershil, Zuid-Beijerland en Nieuw-Beijerland);

D[bewerken]

  • Delft (Hof van Delft, Pijnacker, Vrijenban, Berkel, Bleiswijk, Zevenhuizen, Bergschenhoek en Hillegersberg);
  • Den Helder (Texel, Vlieland, Terschelling, Wieringen, Anna Paulowna, Zijpe, Callantsoog en Petten);
  • Deventer (Diepenveen, Bathmen, Voorst en Olst);
  • Doetinchem (Winterswijk, Zelhem);
  • Dokkum (Oostdongeradeel, Westdongeradeel, Dantumadeel, Ferwerderadeel, Ameland en Schiermonnikoog);
  • Dordrecht (Dubbeldam, Zwijndrecht, Papendrecht en Heerjansdam);
  • Druten (Wijchen, Zaltbommel, Zuilichem);

E[bewerken]

  • Ede (Barneveld, Nijkerk, Scherpenzeel, Renswoude, Veenendaal, Rhenen, Amerongen, Leersum en Hoevelaken)
  • Eindhoven (Hooge en Lage Mierde, Reusel, Bladel en Netersel, Oirschot, Liempde, Vessem, Wintelre en Knegsel, Zeelst, Strijp, Woensel, Best, Stratum, Gestel en Blaarthem, Hoogeloon, Hapert en Casteren, Duizel en Steensel, Eersel, Luyksgestel, Borkel en Schaft, Bergeyk, Dommelen, Westerhoven, Veldhoven en Mereveldhoven, Riethoven, Oerle, Valkenswaard);
  • Elst [Gelderland] (Valburg, Wageningen);
  • Emmen (Borger, Odoorn, Schoonebeek, Dalen, Zweeloo, Sleen, Oosterhesselen, Coevorden, Westerbork en Beilen)
  • Enkhuizen (Medemblik, Opperdoes, Twisk, Abbekerk, Hoogwoud, Winkel, Opmeer, Spanbroek, Obdam, Hensbroek, Sijbekarspel, Wognum, Nibbixwoud, Midwoud, Wervershoof, Andijk, Bovenkarspel, Grootebroek, Hoogkarspel, Westwoud, Blokker-Schellinkhout, Wijdenes, Venhuizen en Urk)
  • Enschede (Oldenzaal, Losser, Haaksbergen, Hengelo (OV) en Lonneker)

F[bewerken]

  • Franeker (Franekeradeel, 't Bildt, Menaldumadeel, Baarderadeel, Hennaarderadeel);

G[bewerken]

  • Goes (Arnemuiden, 's Heer-Arendskerke, 's Heer-Abtskerke, Wolphaartsdijk, Heinkenszand, 's Gravenpolder, Kattendijke, Kloetinge, Wemeldinge, Wissekerke, Colijnsplaat, Kortgene, Kats, Tholen, Oud-Vossemeer, Poortvliet, St. Annaland, Stavenisse, St. Maartensdijk., Scherpenisse en St. Philipsland);
  • Gorinchem (Werkendam, Wijk en Aalburg, Woudrichem);
  • Gouda (Boskoop, Moerkapelle, Waddinxveen, Moordrecht, Nieuwerkerk a/d IJssel, Ouderkerk a/d IJssel,Krimpen a/d IJssel, Krimpen a/d Lek, Gouderak, Lekkerkerk en Capelle a/d IJssel);
  • Grave (Boxmeer, Alem, Maren en Kessel, Lith, Lithoijen, Geffen, Oss, Oijen en Teeffelen, Megen, Haren en Macharen, Dieden, Demen en Langel, Deursen en Dennenburg, Huisseling en Neerloon, Berghem, Herpen, Heesch, Schayk (Schaijk), Ravenstein, Reek, Velp, Escharen, Gassel, Beers, Linden, Cuyk en St. Agatha, Oeffelt, Haps, Beugen en Rijkevoort, Wanroy, Mill en St. Hubert en Nistelrode);
  • 's Gravenhage I tot en met III (3 kiesdistrichten);
  • Groningen (Groningen);
  • Gulpen (Mesch, Rijckholt, St. Geertruid, Mheer, Noorbeek, Slenaken, Wittem, Vaals, Bocholtz, Simpelveld, Wijlre (Wylre), Valkenburg, Oud-Valkenburg, Margraten, Cadier en Keer, Bemelen, Berg en Terblijt, Houthem, Kerkrade, Voerendaal, Schin op Geulle, Heerlen, Schaesberg en Klimmen, Vaals, Valkenburg [Limburg], Wijlre);

H[bewerken]

  • Haarlem;
  • Haarlemmermeer (Sloten, Heemstede, Bennebroek, Aalsmeer, Uithoorn, IJmuiden, Lisse, Hillegom, Alkemade en Nieuwer-Amstel);
  • Harlingen (Barradeel, Wonseradeel, Bolsward, Workum en Hindeloopen);
  • Helmond (Tongelre, Nuenen, Gerwen en Nederwetten, Zesgehuchten, Bakel en Milheeze, Deurne en Liesel, Vlierden, Geldrop, Mierlo, Lierop, Asten, Someren, Leende, Heeze, Maarheeze, Soerendonk, Sterksel en Gassel, Budel, Aalst, Waalre, Stiphout en Aarle-Rixtel);
  • Hilversum (Ouder-Amstel, Watergraafsmeer, Diemen, Muiden, Naarden, Huizen, Blaricum, Laren, Bussum, Weesp, Weesperkarspel, Ankeveen, Nederhorst den Berg, Nigtevecht, Kortenhoef en 's Graveland);
  • 's Hertogenbosch (Vught, den Dungen, Berlicum, Rosmalen, Nuland, Boxtel en Esch);
  • Hontenisse (Overslag, Zuiddorpe, Koewacht, Boschkapelle, Hulst, Klinge, St. Jansteen, Stoppeldijk, Hengstdijk, Graauw en Langendam, Ossenisse, Rilland-Bath, Waarde, Schore, Kruiningen, Krabbendijke, Yerseke, Kapelle, Borssele, Driewegen, Nisse, Ovezande, Hoedekenskerke, 's Heerenhoek, Oudelande, Ellewoutsdijk en Baarland);
  • Hoogezand (Haren, Noorddijk, Bedum, ten Boer en Slochteren);
  • Hoorn (Zwaag, Berkhout, Avenhorn, Ursem, Schermerhorn, Oudendijk, Beets, Beemster, Oosthuizen, Warder, Middelie, Kwadijk, Purmerend, Edam, Katwoude, Monnikendam en Marken);

K[bewerken]

  • Kamperveen (Grafhorst, IJsselmuiden, Wilsum, Zalk en Veecaten, Oldebroek, Elburg, Doornspijk, Heerde en Hattem);
  • Katwijk (Noordwijk, Noordwijkerhout, Sassenheim, Voorhout, Oegstgeest, Warmond, Rijnsburg, Valkenburg, Leiderdorp, Rijnsaterwoude, Woubrugge, Oudshoorn, Koudekerk, Zoeterwoude, Voorschoten, Veur en Wassenaar);

L[bewerken]

  • Leeuwarden (Leeuwarderadeel en Idaarderadeel);
  • Leiden;
  • Loosduinen ('s Gravenzande, Maassluis, Maasland, de Lier, Naaldwijk, Schipluiden, Monster, Wateringen, Rijswijk, Voorburg, Stompwijk, Nootdorp, Zoetermeer, Zegwaard en Benthuizen);

M[bewerken]

  • Maastricht (St. Pieter, Oud-Vroenhoven, Meerssen, Ambij, Heer, Gronsveld en Eysden);
  • Meppel (Dwingelo, Nijeveen, Ruinen, Ruinerwold, Hoogeveen, Zuidwolde en Avereest);
  • Middelburg (Vlissingen, Veere, Oostkapelle, Domburg, Vrouwenpolder, Serooskerke, Aagtekerke, Grijpskerke, Westkapelle, St. Laurens, Meliskerke, Zoutelande, Biggekerke, Oost- en West-Souburg, Koudekerke, Ritthem, Nieuw- en St. Joosland);

N[bewerken]

  • Nijmegen (Ubbergen);

O[bewerken]

  • Ommen (Stad-Ommen, Ambt-Ommen, Gramsbergen, Stad-Hardenberg, Ambt-Hardenberg, den Ham, Hellendoorn, Vriezenveen, Raalte en Holten);
  • Oostburg (Cadzand, Retranchement, Zuidzande, Sluis, Aardenburg, Eede, St. Kruis, Waterlandkerkje, IJzendijke, Breskens, Groede, Nieuwvliet, Schoondjjke, Hoofdplaat, Biervliet, Neuzen, Hoek, Philippine, Westdorpe, Zaamslag, Sas van Gent en Axel);
  • Oosterhout (Zundert, Rijsbergen, Ginneken en Bavel, Teteringen, Dongen, 's-Gravenmoer, Loon op Zand, Gilze en Reijen, Chaam en Baarle-Nassau);

R[bewerken]

  • Rheden (Wehl, Westervoort, Zevenaar);
  • Ridderkerk (Barendrecht. Hendrik-Ido-Ambacht, IJsselmonde, Rhoon, 's Gravendeel, Strijen, Maasdam, Puttershoek, Heinenoord, Oud-Beijerland, Mijnsheerenland, Weetmaas, Klaaswaal en Numansdorp) ;
  • Roermond (Susteren, Roosteren, Echt, Ohé en Laak, Stevensweert, Vlodrop, Posterholt, St. Odiliënberg, Melick en Berkenbosch, Montfort, Maasbracht, Linne, Herten, Maasniel, Horn, Beegden, Heel en Panheel, Wessem, Thorn, Swalmen en Beesel);
  • Rotterdam I tot en met V (5 kiesdistricten);

S[bewerken]

  • Schiedam (Overschie, Schiebroek, Kethel, Vlaardingen en Vlaardingerambacht);
  • Schoterland (Utingeradeel, Opsterland, Haskerland en Aengwirden);
  • Sittard (Borgharen, Itteren, Bunde, Geulle, Elsloo, Stein, Urmond, Obbicht en Papenhoven, Grevenbicht, Limbricht, Born, Nieuwstadt, Broeksittard, Munstergeleen, Geleen, Beek, Spaubeek, Schimmert, Hulsberg, Wijnandsrade, Nuth, Ulestraten, Schinnen, Amstenrade, Hoensbroek, Brunssum, Schinveld, Jabeek, Bingelrade, Merkelbeek, Oirsbeek, Eygelshoven, Ubach over Worms en Nieuwenhagen);
  • Sliedrecht (Tienhoven [Zuid-Holland], Vianen);
  • Sneek (Wijmbritseradeel, Stavoren, Hemelumer Oldephaert, IJlst, Gaasterland, Sloten, Rauwerderhem en Doniawerstal);
  • Steenwijk (Steenwijkerwold, Oldemarkt, Kuinre, Blankenham, Blokzijl, Stad-Vollenhove, Ambt-Vollenhove, Giethoorn, Wanneperveen, Zwartsluis. Staphorst, Hasselt, Genemuiden en Nieuwleusen);

T[bewerken]

  • Tiel (Zoelen, Geldermalsen, Wadenoijen, Est en Opijnen, Ophemert, Varik, Deil, Beesd, Waardenburg, Haaften, Maurik, Lienden, IJzerdoorn, Echteld, Dodewaard en Kesteren);
  • Tietjerksteradeel (Kollumerland, Achtkarspelen en Smallingerland);
  • Tilburg (Oisterwijk, Moergestel, Hilvarenbeek, Goirle, Alphen en Riel, Diessen, Oost- West- en Middelbeers);

U[bewerken]

  • Utrecht I (Het deel der gemeente Utrecht, gelegen oostelijk van den Krommen Rijn, de Oude Gracht en de Vecht);
  • Utrecht II (Het overige gedeelte der gemeente Utrecht);

V[bewerken]

  • Veendam (Meeden, Sappemeer, Muntendam, Oude-Pekela, Nieuwe Pekela, Vlagtwedde en Onstwedde);
  • Veghel (Uden, Zeeland, St. Michielsgestel, Schijndel, St. Oedenrode, Dinther, Heeswijk, Erp, Boekel, Gemert, Son en Breugel, Lieshout en Beek en Donk);
  • Venlo (Grubbenvorst, Arcen en Velden, Broekhuizen, Meerlo, Wanssum, Venray, Bergen, Ottersum, Gennep, Mook, Sambeek, Vierlingsbeek, Maashees en Overloon, Oploo, St. Anthonis en Ledeacker, Belfeld en Tegelen);

W[bewerken]

  • Waalwijk (Amkerk, Dussen, Munster en Muilkerk, Waspik, Meeuwen, Hill en Babyloniënbroek, Heesbeen, Eethen en Genderen, Drongelen, Hangoort, Gansoijen en Doeveren, Besoijen, Baardwijk, Drunen, Nieuwkuyk, Vlijmen, Empel en Meerwijk, Engelen, Bokhoven, Hedikhuizen, Herpt, Oudheusden, Heusden, Capelle, Sprang, Vrijhoeve Capelle, Cromvoirt, Helvoirt, Udenhout, Berkel en Haaren);
  • Weert (Hunsel, Stramproy, Nederweert, Roggel, Heythuizen, Neer, Kessel, Meijel, Helden, Sevenum, Maasbree, Horst, Buggenum, Nunhem, Haelen, Ittervoort, Neeritter, Baexem en Grathem);
  • Weststellingenwerf (Ooststellingenwerf, Lemsterland, Smilde, Diever, Vledder en Havelte);
  • Wijk bij Duurstede (Tull en 't Waal, Vreeswijk, Werkhoven);
  • Winschoten (Termunten, Nieuweschans, Beerta, Nieuwolda, Midwolda, Finsterwolde, Noordbroek, Zuidbroek, Scheemda, Bellingwolde en Wedde);

Z[bewerken]

  • Zaandam (Koog aan de Zaan, Zaandijk, Wormerveer, Wormer, Jisp, Graft, De Rijp, Zuid- en Noordschermer, Wijdewormer, Oostzaan, Ilpendam, Landsmeer, Buiksloot, Broek in Waterland, Nieuwendam en Ransdorp);
  • Zevenbergen (Dinteloord en Prinsland, Oud- en Nieuwgastel, Fijnaart, Heiningen, Willemstad, Klundert, Standaar-buiten, Oudenbosch, Hooge- en Lage-Zwaluwe, Geertruidenberg, Made-en-Drimmelen en Raamsdonk);
  • Zierikzee (Haamstede, Noordwelle, Renesse, Serooskerke, Burgh, Elkerzee, Ellemeet, Brouwershaven, Zonnemaire, Duivendijke, Kerkwerve, Noordgouwe, Dreischor, Oosterland, Nieuwerkerk, Ouwerkerk, Bruinisse, Goedereede, Ouddorp, Stellendam, Dirksland, Melissant, Middelharnis, Sommelsdijk, Oude-Tonge, Nieuwe-Tonge en Herkingen);
  • Zuidhorn (Zuidhorn, Aduard, Ezinge, Leens, Ulrum, Oldehove, Grijpskerk, Oldekerk, Groote-gast, Marum, Adorp, Hoogkerk, Leek, Kloosterburen en Winsum);
  • Zutphen (Vorden, Warnsveld, Brummen, Hengelo [Gelderland], Steenderen, Hummelo en Doesburg);
  • Zwolle (Zwollerkerpsel, Dalfsen, Wijhe en Heino).

Recente plannen[bewerken]

Er zijn in 2006 plannen geweest in Nederland om een mengvorm van een districtenstelsel en evenredige vertegenwoordiging in te voeren. Dit zou de betrokkenheid van de kandidaten bij de kiezer groter maken, omdat de kiezer bewust stemt op een regionale kandidaat. Veel gehoorde bezwaren zijn echter dat de voorkeuren van het electoraat als geheel slecht worden afgespiegeld en dat de landelijke politiek meer het karakter krijgt van een optelsom van plaatselijke belangen. Door het Burgerforum Kiesstelsel is het idee afgewezen.

Na het vertrek van Jozias van Aartsen als VVD-fractievoorzitter vond hij dat er wijzigingen nodig zijn in het staatkundig bestel om de positie van het parlement te versterken. In het verleden heeft Van Aartsen zich enkele malen uitgesproken voor herinvoering van een districtenstelsel. In de VVD zijn velen daar tegenstander van.

Zie ook[bewerken]