Faeröer

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Føroyar
Færøerne
Vlag van de Faeröer Coat of arms of the Faroe Islands.svg
(Details) (Details)
Faeröer
Basisgegevens
Officiële landstaal Faeröers, Deens
Hoofdstad Tórshavn
Regeringsvorm zelfbestuur onder Deense Kroon, parlementaire democratie
Regeringsleider Kaj Leo Johannesen
Religie protestantisme
Oppervlakte 1.393 km² [1] (0,5% water)
Inwoners 48.346 (2011)[2]
49.947 (2014)[3] (35,9/km² (2014))
Overige
Volkslied Tú alfagra land mítt
Munteenheid Faeröerse kroon (FOK)
UTC +0
Nationale feestdag 28 en 29 juli
Web | Code | Tel. .fo | FO | 298
Topografie
Faeröer
Portaal  Portaalicoon   Landen & Volken
Satellietfoto van de Faeröer (2003)

De Faeröer [ˈfɛːrøər]? (Faeröers: Føroyar; Deens: Færøerne) zijn een eilandengroep, gelegen in de noordelijke Atlantische Oceaan in de driehoek Schotland-Noorwegen-IJsland. De archipel vormt een autonoom gebied binnen het Koninkrijk Denemarken. De naam Faeröer komt waarschijnlijk van 'schapeneilanden' (Deens: får betekent schaap; øer eilanden). Er wonen 49.947 (2014) mensen, van wie veel in de hoofdstad Tórshavn. De plaatselijke Noord-Germaanse dialecten, verwant aan het IJslands, zijn gestandaardiseerd in het Faeröers.

Geschiedenis[bewerken]

1rightarrow blue.svg Zie Geschiedenis van de Faeröer voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

De Faeröer zijn vanaf de 9e eeuw voornamelijk vanuit Noorwegen bevolkt. In de 11e eeuw kwamen de eilanden onder het gezag van de Noorse koning te staan. Toen Noorwegen zelf een gebiedsdeel van Denemarken werd, kwamen de Faeröer eveneens onder de Deense kroon. Toen Noorwegen in 1814 onder Zweeds bestuur kwam bleven de Faeröer Deens. In 1948 kregen de eilanden verregaand zelfbestuur.

Op sommige zeekaarten uit de 16e en 17e eeuw is ten zuiden van IJsland een groot eiland te zien dat Frisland genoemd werd. Aangenomen wordt dat daarmee de Faeröer bedoeld werden.

Politiek[bewerken]

Op grond van de Lov om Færøernes Hjemmestyre kregen de Faeröer op 1 april 1948 zelfbestuur. Deze Deense wet regelt de relatie tussen Denemarken en de Faeröer en bepaalt dat de Faeröer exclusieve wetgevende en uitvoerende bevoegdheden hebben over de aangelegenheden die in lijst A van deze wet worden opgesomd. Denemarken blijft verantwoordelijk voor de overige aangelegenheden.

De Faeröer regelen zelfstandig de inrichting van hun bestuur binnen de kaders van de zelfbestuurwet van 1948. De Løgtingslóg nr. 103 frá 26. juli 1994 um stýrisskipan Føroya fungeert thans als grondwet van de Faeröer. Deze wet kan met een gewone meerderheid gewijzigd worden, al is wel een tweede lezing nodig na nieuwe verkiezingen.

De wetgevende macht berust bij het parlement (Løgting) en de minister-president (Løgmaður) gezamenlijk. Een wet wordt door de Løgting aangenomen en binnen dertig dagen door de minister-president ondertekend. De Løgting telt maximaal 33 zetels.

De uitvoerende macht berust bij de regering (Landsstýri). Deze bestaat uit de minister-president en twee of meer ministers. De minister-president wordt benoemd door de Løgting op voordracht van de voorzitter van de Løgting. De minister-president bepaalt het aantal ministers en benoemt ze.

De rechtsprekende macht valt onder de verantwoordelijkheid van Denemarken.

De Faeröer behoren niet tot het grondgebied van de Europese Unie (art. 355, VWEU).

Economie[bewerken]

De economie van de Faeröer is voornamelijk afhankelijk van de visserij (onder meer wijting, kabeljauw, schelvis, koolvis) en intensieve zeeviskwekerij (voornamelijk zalm en forel). De bestuurlijke verantwoordelijkheid voor deze economische activiteiten valt onder het zelfbestuur van de eilandengroep, zoals met het Deense Koninkrijk wettelijk is overeengekomen. De Faeröer onderhouden bilaterale betrekkingen met de Europese Unie en met andere landen, waaronder de buurlanden Noorwegen en IJsland.

Naast de visserij, die verreweg het grootste deel van de export voor haar rekening neemt, zijn er op de archipel ook duizenden schapen, die in de bergen grazen. Ze voorzien in 60% van de vleesproductie en zijn daarbij ook nog wolleveranciers. Kleine en gevarieerde industriële activiteiten worden ontwikkeld. Het toerisme neemt een bescheiden plaats in en ook de dienstverlening, vooral voor de visserij en de oliewinning, groeit. De vissers van de Faeröer zijn berucht om het bijeendrijven en slachten van scholen grienden, kleinere walvisachtigen, voor hun vlees en blubber, hetgeen voor de buitenwereld een controversiële bezigheid is. Deze jacht op grienden (in het Faeröers grindadrápið: de griendjacht, grindadráp: een griendjacht) voorziet zo'n 15% van de vis-/ vleesconsumptie en is niet commercieel. De vangsten worden onder de bevolking verdeeld volgens een zo eerlijk mogelijk proces. Verkoop is bij hoge uitzondering toegestaan, maar komt nagenoeg niet voor. De griendenjacht is de laatste jaren stukken beter georganiseerd dat het geval was tot en met de 20e eeuw. Dit door middel van uitgebreide(re) wetgeving en het verplichten van een licentie om te mogen doden, dit alles met name door de internationale aandacht. Naast de griendenjacht bestaat er nog een kleine vogelvangst voor economische doeleinden, een melkveeproductie die de plaatselijke behoeften geheel dekt, en een bescheiden aardappelteelt.

De opbrengst van de nog steeds bescheiden winning van olie binnen de 200 zeemijl vanaf de zeekust, is sinds enkele jaren een interne Faeröerse aangelegenheid. Denemarken en de Faeröer zijn overeengekomen dat de opbrengsten in de Faeröerse bodem, zee en lucht eigendom zijn van het Faeröerse volk en niet per definitie van de Denen.

Geografie[bewerken]

De Faeröereilanden hebben tezamen een totale kustlijn van 1117 km. Het hoogste punt is de Slættaratindur op het eiland Eysturoy, met 882 m.

De zeventien bewoonde eilanden van de Faeröer zijn:

Het achttiende, onbewoonde eiland is Lítla Dímun.

De hoofdstad Tórshavn, met 19.282 inwoners (2005), ligt op het grootste eiland, Streymoy. Dit eiland is met een brug verbonden met het op een na grootste eiland, Eysturoy. Een andere wat grotere plaats is Klaksvík met 4664 inwoners (2005), op Borðoy.

Vanaf Borðoy loopt een dam naar zowel Viðoy als Kunoy. Deze drie eilanden vormen samen met Kalsoy, Svínoy en Fugloy de Noordereilanden.

Op Vágar ligt het enige vliegveld van de Faeröer, de Luchthaven Vágar. Vroeger moesten luchtreizigers die naar Tórshavn wilden, een overtocht per veerboot maken, maar sinds in 2002 de Vágartunnel werd voltooid is er een rechtstreekse wegverbinding.

Het meest westelijke eiland Mykines is beroemd om zijn populatie papegaaiduikers. De hele archipel heeft overigens een rijk vogelleven (zo'n 200 verschillende soorten): de steile, rotsachtige kust maakt de nesten onbereikbaar voor vijanden.

De Faeröer bestaan uit 34 gemeenten:

Zie ook[bewerken]

Postzegel met de Faeröerse vlag uit 1976, bij de start van het eigen postbedrijf.

Externe links[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties