Karel de Stoute

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Karel de Stoute
Karel de Stoute omstreeks 1460 geschilderd door Rogier van der Weyden
Karel de Stoute omstreeks 1460 geschilderd door Rogier van der Weyden
Hertog van Bourgondië, Brabant, Limburg en Luxemburg
Regeerperiode 1467 - 1477
Voorganger Filips de Goede
Opvolger Maria van Bourgondië
Graaf van Holland, Zeeland, Henegouwen, Vlaanderen, Artesië, Namen en Franche-Comté
Regeerperiode 1467 - 1477
Voorganger Filips de Goede
Opvolger Maria van Bourgondië
Hertog van Gelre en graaf van Zutphen
Regeerperiode 1473 - 1477
Voorganger Arnold van Egmond
Opvolger Maria van Bourgondië[1]
Huis Valois-Bourgondië
Vader Filips de Goede
Moeder Isabella van Portugal
Geboren 13 november 1440
Dijon
Gestorven 24 december 1496
Bij Nancy
Partner 1. Catharina van Frankrijk
2. Isabella van Bourbon
3. Margaretha van York
Religie Rooms-katholiek
Wapenschild
Wapen als hertog van Bourgondië

Karel de Stoute (Dijon, 10 november 1433Nancy, 5 januari 1477) was hertog van Bourgondië, Brabant, Limburg en Luxemburg, graaf van Vlaanderen, Artesië, Bourgondië, Henegouwen, Holland, Zeeland en Namen, heer van Mechelen. In 1472 werd hij bovendien hertog van Gelre en graaf van Zutphen. Hij was de zoon van Filips de Goede en Isabella van Portugal.

De bijnaam, de Stoute (in het Frans: le Téméraire of le Hardi), in België en Frankrijk pas gangbaar sinds de periode van de romantiek, betekent "de stoutmoedige" of "de roekeloze". Door de kroniekschrijvers van zijn tijd werd deze bijnaam echter niet systematisch gebruikt. In de kronieken van zijn tijdgenoten heette hij gewoon Karel van Bourgondië.

Persoonlijkheid, cultuur en huwelijken[bewerken]

Net als zijn vader had Karel van Bourgondië een grote belangstelling voor de kruistochten. Hij had in zijn jeugd een biografie van Alexander de Grote gelezen en bewonderde deze vorst. Hij sprak meerdere talen, met name Frans, Diets (de oude benaming voor de volkstaal in Vlaanderen en Brabant), Italiaans, Latijn en Engels. Hij waardeerde muziek, schreef liederen en speelde harp. Karel trouwde drie keer:

Nadat Karel de Stoute het stadje Neuss van juli 1474 tot juni 1475 had belegerd, trad Keizer Frederik III in onderhandeling met Karel. Tijdens deze onderhandelingen werd het huwelijk van Maria met Maximiliaan gepland.

Binnenlandse politiek[bewerken]

Dubbel vuurijzer, geslagen onder Karel de Stoute, Brugge 1475

In 1473 vestigde hij in Mechelen de rekenkamer (een middeleeuws ministerie van Financiën) en zijn parlement (de Grote Raad van Mechelen) dat in feite het opperste gerechtshof van de toenmalige Nederlanden was. Al sinds de tijd van zijn vader lag het economische zwaartepunt van het Bourgondische rijk in de Lage Landen en werden bijna alle belangrijke staatszaken van de rondreizende hofraad aldaar beslist.

Karel de Stoute breidde de Bourgondische Nederlanden uit naar het oosten. In 1468 rekende Karel voorgoed af met de Luikenaars, die al sinds 1465 opstandig waren (zie Luikse Oorlogen). In 1471 viel hij het hertogdom Gelre binnen om hertog Arnold te steunen tegen zijn zoon Adolf van Egmond. Adolf werd gevangengezet en om hem te onterven duidde Arnold Karel aan als wettige erfgenaam van Gelre en het bijhorende graafschap Zutphen.

Deze twee titels zouden hem door keizer Frederik III zelf worden toegekend in Trier. Bovendien zou dan de titel koning van Lotharingen opnieuw ingevoerd worden (deze titel was in 900 afgeschaft), doordat de keizer Karel tot koning zou kronen. Keizer Frederik bedacht zich echter en de nacht voor de kroning ontvluchtte hij de stad per schip over de Moezel, zodat Karel zijn onverwachte vertrek niet tijdig opmerkte.

Buitenlandse politiek[bewerken]

Bourgondische bezittingen in 1477. De tijdelijke aanwinsten van Karel de Stoute zijn roze of gestreept paars.

Karel was een verwoed krijgsheer, bijna constant was hij bezig met oorlogen in buurlanden of het (wreedaardig) neerslaan van opstandige vazallen. Zijn roekeloze gedrag, vooral naar het einde van zijn leven toe, werd door sommigen dan ook gezien als een geestelijke afwijking. Karel ambieerde een rijk dat zich uitstrekte van de Noordzee tot de Middellandse Zee, gebaseerd op het oude koninkrijk van Lotharius. Naast de gebieden die hij zelf in bezit had, waren tal van vazallen leenhulde aan hem verplicht:

Om de twee verschillende delen van het rijk te verbinden keek hij reikhalzend uit naar de Elzas en Lotharingen en kwam hij op die manier in conflict met de Habsburgers en het Heilige Roomse Rijk. Koning Lodewijk XI van Frankrijk, die nog maar pas de Honderdjarige Oorlog tegen Engeland succesrijk had beëindigd, wilde zijn werk nu vervolledigen door de op Bourgondië verloren gebieden opnieuw in te lijven, en ondersteunde elke vorm van verzet tegen de hertog. Zijn sluwe diplomatie wierp al snel zijn vruchten af; toen Karel de Stoute op het slagveld van Nancy stierf en zijn rijk weerloos achterliet, restte hem enkel nog de gebieden te annexeren (zie groene lijn op de kaart).

Ligue du Bien Public[bewerken]

Karel de Stoute was de voortrekker van de Ligue du Bien Public (Liga voor het Algemeen Welzijn), een verzameling van hertogen en graven die zich verzette tegen de centralisatieplannen van Lodewijk XI. Nochtans spande zijn achterneef, Jan van Bourgondië (of Nevers) samen met de Franse koning tegen de onafhankelijkheidsplannen van het hertogdom. Deze had samen met Filips de Goede gestreden in Noord-Frankrijk, tijdens de Honderdjarige Oorlog, maar kon het blijkbaar minder vinden met Karel de Stoute. Het kwam op 16 juli 1465 tot een confrontatie in de buurt van Parijs, de Slag bij Montlhéry, waar beide partijen onbeslist uitkwamen en de overwinning claimden. Karel de Stoute belegerde Parijs en dwong Lodewijk XI tot het teruggeven van de Bourgondische bezittingen in Boulogne, Guînes en Picardië en hij plaatste Vlaanderen uit de leen van Frankrijk. Dit werd vastgelegd in de Vrede van Conflans, waarin Lodewijk XI ook de hand van zijn dochter Anne beloofde, met als bruidsschat Champagne en Ponthieu, hoewel hij zich nooit aan deze afspraken zou houden.

Karel de Stoute - Afbeelding uit Flandria Illustrata (1641). Antonius Sanderus gebruikt de Latijnse benaming : Carolus Secundus Bellicosus, Karel II, de Oorlogszuchtige.

Lodewijk XI begon opnieuw met zijn politiek gespin en paaide rebellerende vazallen met titels en privileges, zodat Karel steeds meer tegenstand ondervond tegen zijn plannen voor de 'bevrijding van het Franse volk'. Uiteindelijk dreigde Karel ermee om het bondgenootschap met Engeland weer aan te halen, onder andere door een huwelijk met Margaretha van York, en dit joeg Lodewijk XI duidelijk genoeg schrik aan om aan de onderhandelingstafel te gaan zitten. Tijdens het opstellen van het Verdrag van Péronne brak echter een opstand uit in Luik. Niet geheel onterecht verdacht Karel de Franse koning ervan de stad te hebben opgezet tegen zijn bewind, en dwong hij Lodewijk XI deel te nemen aan de strafexpeditie tegen Luik. Bij het vervallen van het bestand in 1471 probeerde Lodewijk XI nogmaals de hand te leggen op de steden aan de Somme, door Karel te beschuldigen van verraad, en hem voor het parlement te dagen. Karel de Stoute viel Frankrijk binnen met een groot leger, maar kwam niet verder dan een plundertocht in het noorden van het land.

Veroveringen in Elzas-Lotharingen[bewerken]

Zijn openlijke conflict met de Franse koning Lodewijk XI zou leiden tot de Bourgondische Oorlogen. In 1467 kocht Karel een leengebied van Sigismund van Tirol op in de Elzas. Deze wilde het gebied beter beschermen tegen de Zwitserse Confederatie of Eidgenossenschaft. In 1474 veranderde Sigismund echter van kamp, en wilde hij de gebieden terugkopen, een aanbod dat Karel uiteraard zou afslaan. Sigismund wilde het daarbij niet laten en sloot een verbond met de Zwitsers, en samen richtten ze een plundertocht aan in Franche-Comté en Savoye, dat geallieerd was met de hertog van Bourgondië. Karel de Stoute had ondertussen het hertogdom Lotharingen aan zijn rijk toegevoegd en trok eropuit om zijn vijanden af te straffen, maar incasseerde twee smadelijke nederlagen tijdens de Slag bij Grandson en de Slag bij Morat, zodat hij steeds gedwongen werd terug te trekken. De hoge belastingdruk en de afschaffing van privileges leidden tot gemor bij de bevolking van Lotharingen en de pogingen van hertog René II van Lotharingen om zijn steden één voor één te heroveren kregen steun van binnenuit. In een poging om Nancy te heroveren op de rebellen werd Karel definitief verslagen in de Slag bij Nancy door een coalitie van Zwitsers, de hertog van Lotharingen en de rijksstad Straatsburg (ondersteund door de Franse koning).

Overlijden[bewerken]

Praalgraf van Karel de Stoute in het koor van de Onze-Lieve-Vrouwekerk in Brugge.

Karel sneuvelde op 5 januari 1477 tijdens de Slag bij Nancy, een poging om Nancy op de Lotharingers te veroveren. Hij vluchtte toen bleek dat zijn manschappen aan de verliezende hand waren. Zijn stoffelijk overschot werd twee dagen later pas terug gevonden, hij was van zijn paard gevallen. Hoewel hierover nog altijd onduidelijkheid bestaat, zou zijn gezicht al zijn aangevreten door wolven en waren zijn wapenrusting en kleren geroofd; identificatie van de hertog moest plaatsvinden aan de hand van de littekens op zijn lichaam die bij zijn lijfarts bekend waren. Hij werd begraven in de collegiale Sint-Joriskerk (Saint Georges) te Nancy.

Zijn stoffelijke resten werden op 22 september 1550 opgegraven door Christina van Denemarken (1521-1590), regentes van Lotharingen, op vraag van keizer Karel V, de achterkleinzoon van Karel de Stoute. Vanuit Nancy werden ze eerst naar Luxemburg (stad) overgebracht, waar ze in het Minderbroederklooster een plaats kregen. Begin 1553 werden ze ten slotte naar Brugge overgebracht. Daar werden ze eerst tijdelijk in de collegiale Sint-Donaaskerk, die op de Burg stond, begraven. Op 7 juni 1553 vonden ze hun definitieve rustplaats in de Onze-Lieve-Vrouwekerk te Brugge, aanvankelijk in de grafkelder van zijn dochter en opvolgster Maria van Bourgondië in het koor van de kerk en vanaf 1563 in een eigen praalgraf, vervaardigd door Jacob Jonghelinck, naast dat van Maria. Tijdens de Franse Revolutie werden beide grafkelders geplunderd. Vermoedelijk gingen de stoffelijke resten van Karel de Stoute toen verloren. De ligbeelden, de familiestambomen en de wapenschilden die het grafmonument versierden, waren gelukkig tijdig in veiligheid gebracht. In 1806 werden beide grafmonumenten haastig gereconstrueerd in de Lanchalskapel en pas bij de archeologische opgravingen van 1979 werden ze opnieuw in hun originele toestand heropgebouwd op hun oorspronkelijke plaats in het koor van de kerk. Bij die opgravingen werd wel het skelet van Maria van Bourgondië teruggevonden (en als het hare geïdentificeerd), maar niet dat van Karel de Stoute. Waar het gebleven is, is nog steeds een raadsel.

Na Karels dood[bewerken]

Zijn dood in 1477 veroorzaakte een crisis in het hertogdom. Zijn dochter Maria van Bourgondië werd onmiddellijk geconfronteerd met de ontevredenheid over het oorlogszuchtige en centralistische beleid van haar vader. Door toekenning van het Groot Privilege op 11 februari 1477 verkreeg Maria financiële en militaire steun van de Staten-Generaal. Ook moest zij, om tegemoet te komen aan het particularisme, aan verscheidene gewesten en steden eigen keuren verlenen. Holland en Zeeland verkregen in maart 1477 hun eigen Groot Privilege, waarbij Nederlands de bestuurstaal werd en zuiderlingen werden uitgesloten van belangrijke functies. Lodewijk van Gruuthuse werd hierop opgevolgd door Wolfert VI van Borselen. Bovendien viel Frankrijk zijn Franse gewesten aan omdat Lodewijk XI nu de kans had om deze terug in te lijven bij zijn koninkrijk. Op 19 augustus 1477 trouwde Maria met Maximiliaan I van Oostenrijk, waardoor er een einde kwam aan haar korte persoonlijke regeerperiode en meteen de Franse dreiging het hoofd geboden kon worden: Maximiliaan versloeg op 7 augustus 1479 de troepen van Lodewijk XI in de Slag bij Guinegate. Door het huwelijk kwamen de Nederlanden uiteindelijk in handen van de Habsburgers.

Voorouders[bewerken]

Voorouders van Karel de Stoute
Overgrootouders Filips de Stoute
(1342-1404)

Margaretha van Male
(1350-1405)
Albrecht van Beieren
(1336-1404)
∞ 1353
Margaretha van Brieg
(+/-1342-1386)
Peter I van Portugal
(1320-1367)

Teresa Lourenco
(?–?)
Jan van Gent
(1340-1399)
∞ 1359
Blanche van Lancaster
(1345-1369)
Grootouders Jan zonder Vrees
(1371-1413)

Margaretha van Beieren
(1353-1423)
Johan I van Portugal
(1357-1433)
∞ 1387
Filippa van Lancaster
(1360-1415)
Ouders Filips de Goede (1396-1467)
∞ 1433
Isabella van Portugal (1397-1472)
Karel de Stoute (1433-1477)

Literatuur[bewerken]

  • Philippe DE COMMYNES, Mémoires, Paris, 1840-1847.
  • Ch. DE LINAS, Dissertation sur le tombeau de Charles le Téméraire et son emplacement dans la collégiale de Saint-Georges à Nancy, in: Bulletin de la Société d'Archéologie de Lorraine, 5, 1855, p. 46-52.
  • G. CHASTELLAIN, Oeuvres, Brussel, 1883-1886 (8 vol.)
  • Ruth Putnam, Charles the Bold, Last duke of Burgundy (1908). The Knickerbocker Press, New York.
  • John BARTIER, Charles le Téméraire, Brussel, 1944.
  • Werner PARAVICINI, Karl der Kühne. Das Ende des Hauses Burgund, Göttingen/Zürich/Frankfurt, 1976.
  • M. BRION, Charles le Téméraire, Parijs, 1977.
  • K. SCHELLE, Karl der Kühne, Stuttgart, 1977
  • Charles BRUSTEN, La fin des compagnies d'ordonnance de Charles le Téméraire, in: Cinq-centième anniversaire de la Bataile de Nancy, 1979.
  • Maria van Bourgondië, Brugge, Een archeologisch-historisch onderzoek in de Onze-Lieve-Vrouwkerk, Brugge, 1982.
  • A.C. DE SCHREVEL, Quand et comment les restes mortels de Charles le Téméraire ont-ils été tranférés à Bruges et déposés à l'église de Notre-Dame, in: Handelingen van het Genootschap voor Geschiedenis van Brugge, LXVIII, 1925, pp. 35-76.
  • Hubert DE WITTE, Archeologisch onderzoek in het hoogkoor van de O.-L.-Vrouwkerk te Brugge. Voorlopig bericht, in: Handelingen van het Genootschap van Brugge, CXVI, 1979, pp. 125-131.
  • A.M. ROBERTS, The chronology and Political Significance of the Tomb of Mary of Burgundy, in: Art Quarterly, LXXI-3, 1989, pp. 376-400.
  • Luc SMOLDEREN, Le tombeau de Charles le Téméraire se présente-t-il aujourd'hui tel qu'il était autrefois?, in: Handelingen van het Genootschap voor Geschiedenis van Brugge, CIX, 1972, pp. 218-225.
  • Richard VAUGHAN, Charles the Bold, Longman, London/New York, The Boydell Press, 1973
  • Jean-Marie CAUCHIES, Louis XI et Charles le Hardi, de Péronne à Nancy (1468-1477). Le conflit, Bibliothèque du moyen-âge, Brussel, 1996
  • Richard VAUGHAN, Charles the Bold (with foreword by Werner PARAVICINI), The Boydell Press, Woodbridge, 2002.
  • Luc SMOLDEREN, De laatste reis van Karel de Stoute van Nancy naar Brugge, in: Vlaanderen, jaargang 58, 2009, p. 120-123.
  • Andries VAN DEN ABEELE, De Wapenpas van de Betoverde Burcht, voorbode van de machtsgreep door Karel de Stoute, in: Handelingenn van het Genootschap voor geschiedenis te Brugge, 2009.
  • Jean-Luc MEULEMEESTER, Stenen herinneringen voor Karel de Stoute in Nancy, in: Brugge die Scone, september 2015.