Heerlijkheid Mechelen

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Heerlijkheid Mechelen
Gewest van de Habsburgse Nederlanden (1556-1795)
? – 1795 Twee Neten 
Escudo de Malinas 1581.svg
Kaart
De heerlijkheid Mechelen omstreeks 1350
De heerlijkheid Mechelen omstreeks 1350
Algemene gegevens
Hoofdstad Mechelen
Talen Nederlands
Religie(s) Rooms-katholicisme
Regering
Regeringsvorm Heerlijkheid
Dynastie Huis Berthout
Staatshoofd Heer

De Heerlijkheid Mechelen was tot 1795 een kleine zelfstandige heerlijkheid geweest, bestaande uit de stad Mechelen en enkele omliggende gemeenten.

Geschiedenis[bewerken]

Luik versus Berthout[bewerken]

Oorspronkelijk hing de heerlijkheid Mechelen af van het prinsbisdom Luik, waaraan het in 910 al was toegewezen.[bron?] In de 11e en 12e eeuw wierven de prins-bisschoppen steeds meer kernen aan.[1] In de praktijk werd het geregeerd door de familie Berthout, tegen de wil van de Luikse prins-bisschoppen. De heerschappij kwam via Sophia van Berthout in handen van haar echtgenoot graaf Reinoud II van Gelre, die het wilde verkopen aan de graaf van Vlaanderen.[bron?] De bevolking stond daartegen op, en het hertogdom Brabant probeerde het gebied over te nemen.[bron?]

Vlaanderen versus Brabant[bewerken]

In 1333 verkocht de Luikse prins-bisschop Adolf van der Mark Mechelen aan het graafschap Vlaanderen, na onderhandelingen met de Vlaamse kanselier Willem van Auxonne;[2] Mechelen bleef echter een Luiks leen.[1] Ook die Vlaamse heerschappij was echter niet volledig en definitief, Brabant bleef het opeisen. In 1337 werd hertog Jan III samen met de Vlaamse graaf Lodewijk I van Nevers medeheer van de heerlijkheid Mechelen.[1] Door de Verdragen van Saint-Quentin (1347) kwam Mechelen volledig toe aan zijn oudste zoon Hendrik van Brabant (†1349) en werd zijn dochter Margaretha van Brabant uitgehuwelijkt aan Lodewijk van Male, zoon van Lodewijk van Nevers.[2] Na de Brabantse Successieoorlog kwam Mechelen bij de Vrede van Aat (4 juni 1357) volledig in bezit van Lodewijk van Male.[1] Diens dochter Margaretha van Male trouwde in 1369 met Filips de Stoute, hertog van Bourgondië, zodat Mechelen bij Lodewijks dood in 1384 onderdeel werd van de Bourgondische Nederlanden.[1][3]

Bourgondië en Habsburg[bewerken]

Mechelen is later daarom beschouwd als een van de XVII Provinciën en nog later als een provincie van de Zuidelijke Nederlanden. Het was een zelfstandige staat in een personele unie met vele andere. De Bourgondische hertogen en later de Habsburgse (Spaanse en Oostenrijkse) keizers, waren naast keizer ook heer van Mechelen, zoals ze elders ook graaf of hertog waren. Zij vestigden de opperste rechtbank voor de XVII Provinciën in deze kleine provincie, eerst onder de naam van Parlement van Mechelen, later als Grote Raad van Mechelen, na protest van de Franse koning, die zijn gezag en dat van het Parlement van Parijs ondermijnd zag. De landvoogdes Margaretha van Oostenrijk resideerde in Mechelen, dat daardoor toch het statuut van hoofdstad van de Nederlanden begon te krijgen.

In 1790 was Mechelen een van de stichtende leden van de Verenigde Nederlandse Staten. Het staatje werd definitief opgedoekt toen het in 1795 door Frankrijk geannexeerd werd en opgenomen in het departement Twee Neten.

Geografie[bewerken]

Mechelen met de enclave van Heist in de jaren 1559–1608

De heerlijkheid bestond uit de stad Mechelen, het District en het Ressort (in een aparte enclave).[1]

Er bestaat momenteel nog een gerestaureerde grenspaal tussen Rijmenam (toen behorend tot de heerlijkheid Mechelen) en Keerbergen (toen behorend tot het hertogdom Brabant). Er bestonden gedurende honderden jaren grensovergangen in de vorm van tolbarelen bv. tussen Geerdegem (Mechelen) en Zemst (Brabant) en tussen Hever (Mechelen) en Boortmeerbeek (Brabant). Er waren meestal twee tolbarelen aan zo een "grens". Eén voor de controle in de ene richting en één voor controle in de andere richting. Beide grensbarelen lagen op een honderdtal meter uit elkaar. Er bestond een soort niemandsland tussen beide punten.

Externe link[bewerken]