Reinoud II van Gelre

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Reinoud II
ca 1295-1343
Reginald II.jpg
Graaf/hertog van Gelre
Periode 1326–1343
Voorganger Reinoud I
Opvolger Reinoud III
Vader Reinoud I van Gelre
Moeder Margaretha van Dampierre

Reinoud II (of Reinald II; ca 1295Arnhem 12 oktober 1343), bijgenaamd de Rode of de Zwarte, was graaf van Gelre van 1326 tot 1339 en hertog van Gelre van 1339 tot 1343. Hij was de zoon van graaf Reinoud I en Margaretha van Dampierre (1272-1331), gravin van Vlaanderen.

Levensloop[bewerken]

In 1316 kreeg hij onenigheid met zijn vader. Hij vond zijn vader niet langer in staat de belangen van het territorium te behartigen en nam zelf het bestuur over. Na een arbitrale uitspraak van 3 september 1318 door graaf Willem III van Holland regeerde hij als soen des graven van Gelre over het graafschap Gelre en Zutphen. Zijn vader werd gevangengezet op kasteel Montfort.[1]

Reinald verleende land- en dijkrechten, en maakte bepalingen en regelingen ter verbetering van het keren van buitenwater en het lozen van binnenwater en grondwater. Deze wetgeving bestond deels uit de optekening van publiekrechtelijk en privaatrechtelijk gewoonterecht, en deels uit nieuw recht ten aanzien van het schouwen van dijken, weteringen en kaden, en de rechterlijke organisatie. Voor het Land van Maas en Waal in 1321 en 1328, voor de Bommmeler- en de Tielerwaard in 1325, 1327 en 1335, voor de Over- en Nederbetuwe in 1327, voor het Overkwartier in 1328, voor het nieuw ontgonnen 'Nijbroek' eveneens in 1328. Deze wetgeving is van belang geweest voor de bevordering van de rechtszekerheid en de bodemexploitatie binnen het Gelderse territorium.[2]

In 1326 overleed zijn vader en Reinoud benoemde zichzelf tot graaf van Gelre en graaf van Zutphen als Reinoud II.

Hij begon een samenwerkingsverband met de Engelse koning en zwager Edward III van Engeland tegen Frankrijk. Hij waarschuwde de Engelsen in 1338 over een Franse vloot die het Zwin naderde[3]. Hij bleef één van Edwards trouwste bondgenoten onder de Duitse prinsen tijdens de eerste fase van de Honderdjarige Oorlog[4]

Op 19 maart 1339 werd Reinoud II tot Hertog van Gelre en graaf van Zutphen in de Rijksdag in Frankfurt tot de Rijksvorststand verheven en tevens met Oostfriesland beleend. Dit besluit kwam mede tot stand dankzij bemiddeling van Reinoud II tussen de Keizer Lodewijk de Beier, die getrouwd was met de gravin Margaretha van Holland, en Edward III van Engeland, broer van Reinouds vrouw Eleonora van Engeland. In 1342 richtte Reinoud II het klooster Monnikhuizen op.

Huwelijk en kinderen[bewerken]

Wapen van Reinald II zoals weergegeven in het Wapenboek Gelre

Hij huwde eerst Sophia Berthout van Mechelen (†1329)uit het geslacht Berthout, dochter van Floris Berthout en Mechtild van der Mark, en kleindochter van Engelbert I van der Mark, erfgename van de heerlijkheid Mechelen. Sophia schonk hem de volgende kinderen:

  • Margaretha (ca. 1320?-1344), in 1342 gehuwd met Gerard, zoon van graaf Willem VI van Gulik. Zij was reeds op 1 maart 1333 verloofd met Gerard, naar aanleiding waarvan zij op 1 december 1333 de heerlijkheid en voogdij Mechelen voor 60.000 gulden verkocht aan graaf Lodewijck van Vlaanderen.[5]
  • Mechteld (?-(ca. 1325-1384) (later gravin van Gelre) in 1336 gehuwd met Godfried van Loon (?-1342), in 1348 met graaf Jan van Kleef en in 1372 met Jan II van Blois
  • Elisabeth (-1376), abdis van het klooster Gravendal tussen Kessel en Asperden in Duitsland
  • Maria (-1397), gehuwd met hertog Willem II van Gulik, ouders van de uiteindelijke opvolgingslinie.

Nadat in 1331 uitgebreide huwelijkse voorwaarden waren opgesteld[6] huwde Reinoud op 20 oktober 1331[7][8][noot 1] in Nijmegen met Eleonora (1318-1355), dochter van Eduard II van Engeland. Van de huwelijksvoltrekking werd op 24 oktober 1331 een notariële verklaring opgemaakt is.[9] Ze hadden samen:

Reinoud voerde vier jaar lang een strijd om Bredevoort (1322-1326) die hij uiteindelijk won. In 1326 verleende Reinoud II stadsrechten aan Erkelens en in 1343 aan Venlo.