Gerard III van Gelre

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Gerard III
ca 1185-1229
graftombe van Gerard III en zijn vrouw Margaretha in de Munsterkerk, Roermond.
graftombe van Gerard III en zijn vrouw Margaretha in de Munsterkerk, Roermond.
Graaf van Gelre
Periode 12071229
Voorganger Otto I
Opvolger Otto II
Vader Otto I van Gelre
Moeder Richarda van Beieren
Gerard laat de verwondingen, die hij in de Slag bij Ane heeft opgelopen, zien aan Bisschop Wilbrand van Oldenburg.

Gerard III van Gelre (ca 1185 - 22 oktober 1229, begraven te Roermond) was graaf van Gelre en Zutphen van 1207 tot 1229.

Genealogie[bewerken]

Hij was een zoon van graaf Otto I en Richarda van Beieren en wordt ook wel aangeduid als Gerard IV of Gerard V. In januari 1206 huwde hij met Margaretha van Brabant, dochter van hertog Hendrik I van Brabant.

Gerard was vader van:

Biografie[bewerken]

Gerard had in eerste instantie zeer veel invloed aan het hof van keizer Frederik II, maar raakte later met hem in conflict, waarna de keizer Roermond in 1213 verwoestte. Dit was een incident en later werd de relatie met Frederik II beter. In 1220 kreeg hij toestemming van Frederik II om de tol bij Arnhem te verplaatsen naar Lobith, wat economisch een succes werd en een van de beste inkomstenbronnen werd van de graaf.[1] Tussen 1224 en 1229 groeide Roermond uit tot een stad, daarvoor was het niet meer dan een handelsnederzetting. Gerard stichtte vervolgens de Munsterabdij en gaf Roermond stadsrechten (ca.1229). Met bisschop Otto van Lippe van Utrecht had hij strijd over Salland, maar kort daarna steunde hij deze tegen Drenthe.

Slag bij Ane[bewerken]

Tijdens de Slag bij Ane in 1227 werd hij gevangengenomen, en toch weer vrijgelaten door een smoes. Gerard III vroeg aan de Drentse edelman die hem gevangen hield een tijdelijke vrijheid om de nieuwe Utrechtse bisschop mee te kunnen verkiezen, omdat immers de vorige gedood was bij Ane. Als erewoord beloofde Gerard plechtig weer terug te keren, zwaar gehavend van de strijd trok hij naar de verkiezingscommissie in Utrecht en verkondigde daar dat hij niet meer terug hoefde te keren omdat ze in Drenthe verdoemd waren.

Tussen 1212 en 1215 ontving hij van zijn broer bisschop Otto van Gelre de novale tienden uit de nog onbebouwde landen van de Veluwe. Hieruit blijkt dat de Veluwe na deze jaren gedeeltelijk in cultuur is gebracht.[2] Hij gaf in 1227 de Veluwe landrecht.

In 1229 overleed Gerard mogelijk aan zijn verwondingen van de slag bij Ane, volgens Johannes de Beke bij een veldslag dat jaar.[3] Andere bronnen beweren bij een veldslag bij Zutphen dat jaar.[4]